dinsdag 6 december 2016

Brandstichting in Israel (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/05/brandstichting-in-israel/

 

= IMO Blog =  

Zoals gezegd was er in Nederlandse media wel aandacht voor het feit dat de recente branden in Israel gedeeltelijk aangestoken waren, maar soms toch weer met een bepaalde ondertoon. Het bleef er vaak bij dat dit volgens Israel het geval was (maar dus niet bewezen) of dat de zaak nog werd onderzocht. Dat klopt natuurlijk ook, maar de aanwijzingen zijn met 1773 branden in een week tijd terwijl in de omliggende landen nauwelijks brand was, natuurlijk wel heel groot. Dat de enorme uitbarsting van vreugde op sociale media en ook de oproepen tot brandstichting een rol hebben gespeeld, lijkt ook vrij evident. Daarnaast zijn er veel concrete aanwijzingen geweest. Ik citeer er een paar uit de liveblog van de Haaretz:

On Saturday, four Palestinians were arrested in relation to the fires. One was arrested near Umm Rehan, after a drone spotted a group of Palestinians setting fire in the area. Troops pursued the group and apprehended one of them. Near Ariel, three Palestinians were arrested after they were spotted trying to set fire in an open field.

Over ten arson suspects have been arrested in investigations into the fires across Israel over the last few days, according to the Israeli army. The suspects have been handed over to the Shin Bet for questioning.

According to the army, Israeli soldiers arrested three of the suspects overnight near the West Bank town of Dayr Qadis near Modi’in. The three were in a car where soldiers also found an empty bottle of gasoline along with two full ones, a bag filled with cloth, gloves and lighters.

Israeli soldiers, alongside police officers, later took another suspect into custody after an employee of the Israel Nature and Parks Authority saw him trying to set fire to brush near the West Bank town of Battir, near Jerusalem. The suspect is also a resident of Battir. (Gili Cohen and Almog Ben Zikri)

Another blaze broke out near the town of Beit Meir, in the Judean Hills, west of Jerusalem. According to fire officials, arsonists were seen fleeing the area.

En zo gaat het nog een tijdje door. Concrete aanwijzingen, soms met bewijs zoals brandbare spullen of aanstekers, en verschillende daders op heterdaad betrapt. In geen enkel Nederlands artikel ben ik dergelijke concrete voorbeelden tegengekomen. Het bleef bij ‘beweringen van Israelische politici’. En waar het vertrouwen in onze eigen politici al niet erg hoog is, heb ik geen hooggespannen verwachtingen van het vertrouwen in Israelische politici, die immers door onze media stelselmatig als haviken en nationalisten worden afgeschilderd.

NRC

Op 25 november schreef Derk Walters dat “nu bosbranden in Israël grotendeels onder controle zijn, het vingerwijzen in volle gang is”, en “wat nog niet voorbij is, is de blame game”. Oftewel: het staat nog allerminst vast dat er inderdaad sprake was van brandstichting, ondanks de duidelijke aanwijzingen wat dit betreft en de arrestatie van verdachten. Daarop werden direct twee vergaande uitspraken van politici (Benett en Netanyahu, die – aldus NRC – natuurlijk niet voor Benett wou onderdoen in het doen van stevige uitspraken) aangehaald om te laten zien hoe havikachtig Israel wel niet is. Feitelijke uitspraken van brandweermannen of medewerkers van nationale parken die brandstichters hebben gezien werden uiteraard niet vermeld. Palestijnse politici werden heel wat redelijker neergezet:

Palestijnse Knesset-leden stelden dat het te vroeg is om schuldigen aan te wijzen. Leider Ayman Odeh van de Verenigde Lijst, zelf woonachtig in Haifa, vond dat het eerst zaak was om de stad te redden. Wel zei hij dat eventuele Arabische daders streng moeten worden gestraft.

Juist ja. De meest zuivere reactie die je kunt geven. Dat is nog eens andere koek dan het nationalistisch bieden en overbieden van de rechts-Israelische politici. Uitspraken van Israelische politici worden subtiel ontkracht:

Minister Erdan (Openbare Veiligheid, Likud) schatte dat ongeveer de helft van de branden aangestoken is. Ook in Palestijns gebied woedde op sommige plekken brand. Feit is dat het ongewoon droog is in Israël. Op sommige plekken heeft het al sinds het voorjaar niet geregend.

Ja, op sommige plekken ja. Niet op vele honderden plekken. Niet opeens tientallen branden vlakbij elkaar. En in Libanon en Jordanië woedden nauwelijks branden ondanks vergelijkbare weersomstandigheden. Israelische bronnen meldden dat de branden aanvankelijk een natuurlijke oorzaak hadden, maar er gaandeweg steeds meer werden aangestoken, dus dat past binnen het gegeven dat ook in Palestijns gebied branden woedden (overigens vaak bij Joodse nederzettingen). Maar voor die nuance lijkt in de NRC geen plaats.

Walters lijkt zijn informatie grotendeels uit Ha’aretz te hebben, maar dan vrij selectief uitgekozen. Minster Erdan  beweerde niet zomaar iets, maar baseerde zich op deskundigen. Volgens Ha’aretz: “The statements about the arson are statements that are backed up by professional sources from the Fire and Rescue Authority. But it must be understood that the efforts of the last two days are not investigations but life-saving efforts – and so we need to remember that these are initial evaluations”, en: “… evidence has been found that the initial fire that broke out in Zikron Ya’akov and burned 30 homes was the result of arson. ‘We found gasoline in Zikron,’ Erdan told Army radio in an interview. ‘At the moment we are focused on saving lives, there’s no time to completely investigate all of the incidents. However, rescue and fire workers have decades of experience … and the consencus is that this is arson’.”

In de laatste alinea, onder het kopje ‘Hulp van Palestijnse bluswagens’ wordt dan eindelijk kort aangestipt dat in de Arabische wereld de branden werden toegejuicht:

In de Arabische wereld werden de branden in Israël door sommigen met gejuich ontvangen. Op sociale media ging de hashtag Israelisburning rond. Toch was er ook sprake van verbroedering: acht Palestijnse bluswagens met in totaal veertig brandweerlieden hielpen, onder Israëlisch militair toezicht, mee aan het bestrijden van de branden die Haifa bedreigden. Ook buurlanden Jordanië en Egypte, waarmee Israël officieel vrede heeft gesloten maar waarmee het vaak op gespannen voet leeft, hebben hun hulp toegezegd.

Vooral niet te lang op iets ingaan dat de moraal van je verhaal tegenspreekt. De teneur is duidelijk: Israel wordt door het noodlot getroffen, maar in plaats van aan te pakken en het probleem op te lossen wijzen Israelische politici liever meteen naar de Palestijnen als de boosdoeners. Palestijnse politici op hun beurt blijven zakelijk en correct en helpen de branden blussen. Feiten die dit verhaal tegenspreken (zie mijn vorige blog, zie de vele voorbeelden van verdachten in het liveblog van de Haaretz, zie vele andere Israelische bronnen) worden genegeerd of zo summier of vervormd weergegeven dat ze niet overtuigend overkomen.

Door selectief met feiten om te gaan kun je een compleet andere draai aan een verhaal geven. In plaats van aan het begin op de vele juichende reacties in de Arabische wereld te wijzen en ook het oproepen tot brandstichting (ook onder Palestijnen zoals de zoon van een leider van de islamitische beweging in Israel, die beweerde dat zijn oproep sarcastisch bedoeld was),  heeft men een voorbeeldige reactie van een Arabisch politicus gevonden en suggereert dat dit staat voor hoe zij reageren. En in plaats van brandweerlieden of anderen te citeren die met kennis van zaken kunnen vertellen dat er niet alleen natuurlijke oorzaken waren, wordt de rechtse nationalist Benett direct van stal gehaald.

Politie en brandweer bevestigden enkele dagen later dat – inderdaad – zo’n 40 tot 50% van de branden zou zijn aangestoken.

Ratna Pelle

 

zaterdag 3 december 2016

Brand in Israel (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/03/brand-in-israel/

 

= IMO Blog = 

Vorige week werd Israel opgeschrikt door een aantal hevige bosbranden. Er is enorm veel natuur verwoest en honderden woningen brandden af. Alleen al uit Haifa zijn zo’n 70.000 mensen geëvacueerd. Er waren 133 gewonden en, in tegenstelling tot de grote brand in 2010, geen doden. Dit jaar is zo’n 13.000 hectare aan land verwoest, waaronder twee grote natuurreservaten. Sinds die brand in de bossen bij Haifa in 2010, tot dan toe de grootste in Israel, is er veel geïnvesteerd om in de toekomst beter voorbereid te zijn en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Toch hadden circa 2000 Israelische brandblussers en 450 soldaten een week nodig en hulp van tientallen landen waaronder Jordanië, Egypte en zelfs de Palestijnse Autoriteit, om de honderden brandhaarden onder controle te krijgen. Dit komt mede omdat een deel van de branden is aangestoken.

Er zijn meer dan 35 mensen gearresteerd. Op de Westoever hebben beveiligingscamera’s op twee plaatsen het aansteken van branden door Palestijnen vastgelegd. Ook zouden materialen als petroleum bommen zijn gevonden. In Arabische media en op Twitter en Facebook uitten Arabieren massaal hun vreugde over de vele branden, onder hashtags als #Israelisburning. Er werd zelfs opgeroepen tot het stichten van meer branden. Aanvankelijk ontstonden de branden op natuurlijke wijze, door de grote droogte en harde wind in combinatie met onvoorzichtigheid met vuur of bijvoorbeeld weggegooide flessen. Vervolgens vertelden Israelische experts in de media hoe ernstig de situatie was en hoe ongunstig de weersvooruitzichten. Die informatie werd ook gehoord door mensen die dat goed nieuws vonden en daardoor op ideeën werden gebracht. Vanaf vorige week woensdag zouden steeds meer branden aangestoken zijn. Hoewel er rond deze tijd van het jaar vaker branden zijn, waren ze niet eerder zo hevig en met zoveel brandhaarden. En hoewel er in Palestijns gebied ook enkele branden waren, is het opvallend hoeveel branden er in Israel waren en hoe weinig in omliggende Arabische landen waar het weer vergelijkbaar was.

De opruiing op sociale media haalde dit keer ook de Nederlandse media, al gaven sommigen er wel weer een draai aan om ‘evenwichtig’ te blijven, zoals de NRC (Ik kom daar volgende keer op terug). De nare tweets kwamen overigens niet in de eerste plaats uit Palestijns gebied. Elsevier schrijft:

Een van de meest kwaadaardige tweets werd verstuurd door een politieagent in Abu Dhabi, schrijft The Jerusalem Post. ‘Israël verbood de oproep tot gebed, en het gevolg is dat ze nu worden overspoeld door branden’ – een verwijzing naar een Israëlische wet die luidsprekers verbant bij moskeeën, waardoor er geen oproep tot gebed kan plaatshebben. Die omstreden wetgeving leidde eerder deze maand tot protesten van Israëlische Arabieren.

De imam van de Grote Moskee in Kuweit – een islamitische geestelijke met een bereik van liefst 11 miljoen volgers – tweette ‘het allerbeste voor de branden’ met daarbij een vrolijke emoticon. Ook hij verwees in een eerder Twitterbericht naar de hierboven genoemde wet. ‘Ik wens de regering in Israël een vrolijke brandende dag,’ zijn de cynische woorden van iemand uit Saudi-Arabië.

Ook het AD citeert enkele haatvolle reacties op Twitter:

In Israelische media werden nog hardere reacties aangehaald, zoals deze:

One wrote, “All of Israel’s neighbors must aid it—I suggest they send planes filled with gasoline and rain it down on the burning areas. I want to inhale the smell of barbecue from the Zionists.”

Ook Elder of Ziyon haalt een aantal reacties aan:

Ook waren er verwijzingen naar de Holocaust en een ‘Joodse hel’.

Elder wijst erop dat Hamas mogelijk een zinspeling op deze branden maakte, toen men zei dat Israel met vuur speelde omdat het luidsprekers bij moskeeën wil verbieden.

Ondertussen stuurde de PA hulp bij het blussen van de branden. Hoewel grotendeels symbolisch, werd dit zeer gewaardeerd. Nog beter zou het echter zijn als de opruiing tegen Israel wordt aangepakt, en in onder de PA staande media wordt opgeroepen tot samenwerking en verzoening.

Ondanks de opruiing en de oproepen tot brandstichting is men ook in Israel terughoudend om van een ‘vuur intifada’ te spreken. Daarvoor is het niet georganiseerd genoeg. Het is meer een soort gebruik maken van de gelegenheid, toen de vuren al bezig waren. Daarnaast wijzen terrorisme experts erop dat dit geen nieuwe tactiek is:

But “one thing is clear,” Ganor said. “It is not a new form of terrorism. Arson attacks and setting fires in populated areas or forests are a well known modus operandi of terrorist groups, and not only in Israel.

In the ninth issue of the English-language Inspire magazine, released by al-Qaida in the Arabian Peninsula in 2012, a significant portion was dedicated to attacking the United States by starting wildfires. The magazine listed instructions on how to ignite forest fires and the materials required, and instructs readers to look for two factors needed for a successful wildfire: dry conditions and high winds.

Het is ook een oude tactiek uit oorlogen. Wanneer terroristen dit systematisch zouden toepassen is dat een immens probleem. Het is in Israel een groot deel van het jaar droog; alleen in de wintermaanden valt er geregeld regen. Soms staat er een droge hete woestijnwind. Allemaal gunstig voor branden. Daarbij zijn er in Israel veel bomen aangeplant, zodat het makkelijk is een brandhaard te creëren die makkelijk over kan slaan naar dorpen en steden. Voor Israel hebben die bomen ook een symbolische waarde. Ze staan voor het opbouwen en vruchtbaar maken van het land. In geen ander land zijn zoveel bomen aangeplant, en het doneren van een boom voor Israel is een bekende manier om het land te steunen. Juist nu na deze vreselijke week van branden zal dit hard nodig zijn.

Ratna Pelle

 

woensdag 30 november 2016

Tweede antwoord van de NRC ombudsman

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/11/29/tweede-antwoord-nrc-ombudsman/

 

Geachte Ratna Pelle,

Met enige vertraging bij deze een antwoord op uw vervolgbrief aan mij.  Daar is misschien extra aanleiding toe, nu de verkiezingen in Amerika een aanstaande president hebben opgeleverd die zegt uit te zijn op ,,de ultieme deal’’ voor het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Hoe die deal eruit zal zien, moeten we natuurlijk afwachten, in elk geval heeft de verkozen president eerder al het uitdrukkelijke voornemen uitgesproken de Amerikaanse ambassade te verplaatsen naar Jeruzalem, een gebaar dat neerkomt op erkenning van de Israëlische wens die stad tot hoofdstad van de (ongedeelde) natie te maken. Ook hoe de regering-Netanyahu zich opstelt, staat nog te bezien, al liet de minister van onderwijs zich direct na de verkiezingsuitslag al, enthousiast, ontvallen dat dit ,,het einde van de Palestijnse staat’’  betekent.

Daarmee raakte hij de kwestie die in uw vervolgbrief centraal staat, namelijk het stagnerende vredesproces en de vraag ,,wie daar schuld aan is’’. U meent dat NRC steevast eenzijdig de schuld bij Israël legt: ,,Steeds klinkt een bepaalde visie door op het conflict, op wie schuld is aan het uitblijven van vrede en wie welke stappen moet zetten’’. U noemt daarbij de stukken van correspondent Derk Walters en de columns van Carolien Roelants. Eigenlijk, schrijft u, zijn ,,alle artikelen negatief getoonzet richting Israël’’.

Nu is het over ‘toon’ lastig praten tegenwoordig. Dat zeg ik uit persoonlijke ervaring (namelijk als erkend pleiter voor een gematigde toon in het integratie- en islamdebat). Het heersende adagium luidt immers dat wie over de toon begint, het niet over de inhoud wil hebben, of geen argumenten heeft. Voor de goede orde: ik vind dat zeker niet voor opgaan, u draagt allerlei inhoudelijke argumenten aan. Maar ik wil het toch maar even vaststellen.

Temeer omdat lang niet iedereen nu eenmaal dezelfde toon in een artikel of betoog herkent. Sommige critici van de krant vinden de toon bijvoorbeeld al verkeerd omdat stenen gooiende Palestijnen geen  ,,terroristen’’worden genoemd. Dat moet dus heftiger. Anderzijds maken ze dan weer bezwaar tegen de term ,,bezetting’’ omdat die juist weer te heftig is, en vinden zij dat er moet worden gesproken van ,,betwist gebied’’.

Daar gaat een wereld van politieke en ideologische stellingname achter schuil, waar een krant die objectiviteit nastreeft niet mee vooruit kan. Die moet in de eerste plaats, met alle soms gebrekkige middelen die de journalistiek kent, beschrijven wat de aardse werkelijkheid is. In dit geval, nog helemaal los van de internationaal-juridische context: een gebied waar één partij aanwezig is met militaire overmacht en burgers van de andere partij systematisch onderwerpt aan bureaucratische en gewapende controle, dat is in normaal journalistiek taalgebruik niet ‘betwist’ gebied (dat suggereert tezeer een gelijkwaardigheid van strijdende partijen), maar ‘bezet’ gebied.

Maar in die terminologie ligt nog allesbehalve een antwoord besloten op de schuldvraag. Daarvoor is de zaak inderdaad, zoals u schrijft, te complex. Beide partijen hebben zich in het verleden schuldig gemaakt aan obstructie, traineren en soms regelrechte sabotage. Daar is ruim voldoende literatuur over te vinden – die ook niet telkens in elk verhaal in een krant hoeft te worden samengevat.  Wél moet de zaak, dat ben ik met u eens, met gevoel voor historische context en evenwicht worden verslagen.

Schiet NRC daarin tekort?

U noemt vier thema’s die u meent te herkennen in de berichtgeving (ik laat de opinies er vooralsnog even buiten), met uw kritiek erop. Dat zijn:

·         De Israëlische lobby is bijzonder sterk en succesvol. Dit geldt volgens u echter evenzeer voor de andere kant.

·         Sympathisanten stellen kritiek op Israël gelijk aan antisemitisme. Maar zo’n reactie treedt volgens u op in elk land dat onder vuur ligt, en: de andere kant is minstens zo fanatiek.

·         Israël wordt steeds rechtser. Dat ,,baart mij ook zorgen’’, schrijft u, maar NRC ,,zet het wel heel erg aan’’.

·         De bezetting is de oorzaak van het voortduren van conflict. Geweld van Palestijnen is ,,minder erg’’. Palestijns extremisme wordt weggelaten, zie Walters’ stukje over de Jeruzalemdag.

Samengevat: u ziet een gebrek aan evenwicht, of balans.

Op de meeste van die punten vind ik op mijn beurt dat u het te zwaar aanzet. Over de ,,Israëlische lobby’’  kan ik me bijvoorbeeld één artikel herinneren (over het CIDI), waarin de effectiviteit ervan nogal fors werd neergezet (ik heb daar een opmerking over gemaakt in mijn rubriek). Maar is dat compleet onterecht? Feit is, dat het CIDI , onder meer, al jaren persreizen organiseert naar Israël, waaraan inmiddels vele tientallen Nederlandse journalisten en publicisten hebben deelgenomen. Iets vergelijkbaars kan van Dries van Agt of het Palestina Comité, denk ik, niet worden gezegd.

Nu moet het CIDI zoiets vooral doen, het hoort bij de taken van die organisatie, maar het is en blijft een (legitieme) vorm van beïnvloeding van de media. Ik hoor daar zelden of nooit bezwaren tegen van mediacritici die neutrale berichtgeving zeggen na te streven. Overigens, ook de NRC-correspondent in Israël laat zich, uiteraard, informeren door de Israëlische autoriteiten. Een van zijn meer recente stukken, over de motieven van Palestijnse zelfmoordenaars, kwam voort uit zulke contacten met het IDF.

Inderdaad is de publieke opinie in Nederland over Israël ingrijpend veranderd, sinds de eensgezindheid van de jaren zeventig. Maar of dat louter het ,,succes’’ is van een pro-Palestijnse lobby, waag ik te betwijfelen. De verschuiving heeft meer dan één oorzaak. Groeiende afstand tot de Tweede Wereldoorlog en een  tanend christelijke engagement met Israël (secularisatie) zullen er, naast de opkomst van een Palestijnse lobby, zeker ook een rol in spelen.

Dan een opmerking over het streven naar ‘balans’, de rode draad in uw kritiek. Evenwichtigheid is een journalistieke deugd, zeker, maar er is een keerzijde.  Hameren op de noodzaak van evenwicht kan ook een strategie worden om onwelkome feiten te relativeren, of om een conflict gelijkwaardiger voor te stellen dan het is. In de Amerikaanse journalistiek wordt dan gesproken van false balance, of  van he said, she said-journalistiek, waarin strijdende partijen plichtmatig beide aan het woord moeten worden gelaten, liefst met precies evenveel woorden, om maar vooral niet het verwijt te krijgen van partijdigheid. Corruptie bij de Democraten gevonden? Dan verplicht voor het ‘evenwicht’ óók een, even lang, stuk over corruptie bij de Republikeinen!

Soms krijg ik de indruk dat enige false balance ook meespeelt in uw kritiek op de berichtgeving van NRC, en de stukken van Derk Walters. U vindt het bijvoorbeeld ,,suggestief’’ dat Walters aandacht besteedt aan een optocht van Joodse demonstranten op Jeruzalemdag, zonder vergelijkbare geluiden aan Palestijnse zijde te zoeken. Maar is die vergelijking reëel? Walters zegt: ,,Ik sta heus vooraan als er tienduizenden Arabieren, extremistische leuzen roepend, door een Joodse wijk lopen. Dat gebeurt alleen niet.’’

Dit speelt ook in de column van Walters over locoburgemeester Turgeman van Jeruzalem, waar u aanstoot aan nam. Moet een correspondent bij zo’n woeste uitspraak van een Israëlische gezagsdrager (Turgeman verweet de Palestijnen in de stad,,dierlijk gedrag’’) per se een vergelijkbaar hatelijke uitspraak zoeken van een Palestijn? Een dergelijke uitspraak uit de mond van een gezagsdrager, en niet een willekeurige passant, is op zichzelf nieuwswaardig.

Een dogmatisch streven naar ‘evenwicht’ kan ook verhullen dat het hier (en dan beperk ik me tot de Palestijnen) gaat om een asymmetrisch conflict. Tegenover de chaotische, en corrupte, Palestijnse Autoriteit op de West Bank, en het oproer aldaar van gewelddadige jongeren, staat een Israëlische politiële en militaire overmacht. Hamas is een ander verhaal, over de oogmerken van die radicaal-islamitische beweging en de uitzichtloosheid van het bestaan daar, hoeft niemand zich illusies te maken. Niettemin zijn ook de Gaza-campagnes, zoals in 2008, voorbeelden van asymmetrische oorlogvoering. Bijna twee miljoen Palestijnen, samengepakt op een gebied ter grootte van het eiland Texel, zijn niet in staat Israël van de kaart te vegen.

Ook dat lijkt mij een feit dat nuchter kan worden vastgesteld, nog zonder te verwijzen (om buiten elke verdenking van demagogie te blijven) naar het verschil in dodenaantallen van de afgelopen jaren.

U zou wel graag meer gematigde verdedigers van Israël aan het woord zien in de krant, in plaats van extremisten. Die wens deel ik met u. Walters spreekt dan ook geregeld met ‘liberale zionisten’, al is het waar dat degenen die zich het luidst laten horen vaak de hard liners van beide kanten zijn. Het interview dat hij had met Nir Baram, een van de meest succesvolle Israëlische auteurs van het moment, was een voorbeeld van die behoefte aan meer gematigde stemmen, en afkeer van extremen (zij het ook somber stemmend, in Barams diagnose van de uitzichtloosheid van het conflict).

Dat brengt me op de Israëlische politiek en samenleving. Het klopt, in de berichtgeving wordt geregeld een verharding of ‘verrechtsing’ van Israël gesignaleerd. Overigens ook in de contemporaine  historische literatuur over het land. Die ontwikkeling is namelijk, of men die nu toejuicht of betreurt, een feit. Ze markeert een significante en journalistiek relevante verandering in de Israëlische politiek en samenleving.

Walters zegt er dit over:

Het is waar dat ik als correspondent scherp ben op de ‘verrechtsing’ van Israël, waarbij niet rechtse politiek per se problematisch is, maar wel onder meer de toenemende druk op ngo’s (die worden uitgemaakt voor landverraders), de kritiek op het Hooggerechtshof (‘stuur er een bulldozer op af’), de groeiende invloed van religieus fanatisme in het leger, en meer. Ja,  in Rusland en Turkije is het erger, maar is dat een argument om radicalisering in Israël niet te beschrijven? Er  is inderdaad nog een levendig debat over mogelijk, gelukkig wel, maar de ontwikkelingen zijn zorgelijk. Dat ik daar kritisch over schrijf, komt niet voort uit negatieve vooringenomenheid, maar eerder juist  uit de hoop dat de Israëlische democratie en rechtstaat intact blijven.

Is dat meten met twee maten? Je kunt ook, of eerder, zeggen: het getuigt van serieuze journalistieke betrokkenheid bij Israël, een land dat zichzelf beschouwt als een democratische rechtsstaat, waarmee wij onszelf eerder identificeren dan met de omringende Arabische dictaturen – maar dat dus ook gehouden kan worden aan de normen die daarbij horen.

Intussen is de kern van de zaak, ook als we uw diagnose samenvatten, dat een oplossing voor het conflict verder weg lijkt dan ooit.

Carolien Roelants, die u ook noemt, bracht dat laatst treffend onder woorden in har NRC-column.  De kans dat er ooit een Palestijnse staat gaat komen – nog steeds de officiële inzet van het ‘vredesproces’ – is volgens haar ,,tot nul gereduceerd’’.  De nederzettingenpolitiek zal de facto één staat met twee nationaliteiten creëren. Tegelijk hebben de Arabische landen, voor zover ze al ooit echt betrokken waren bij hun zaak, elke interesse voor de Palestijnen verloren. De overwinning van Trump kan een en ander bezegelen, als is het zoals gezegd afwachten. In elk geval wordt hij geadviseerd  door haviken die, aldus Roelants, ,,Palestijnen als terroristen beschouwen, voor zover ze geloven dat Palestijnen überhaupt bestaan’’.

Dit is wat Mark Tessler al omineus zag aankomen in zijn indrukwekkende en, voor zover ik het kan beoordelen, eerlijke en evenwichtige boek A History of the Israeli-Palestinian Conflict. Ik heb het er ter lering bij gepakt, geïnspireerd door de correspondentie met u, en lees zijn sombere conclusie bij de tweede editie van die studie (2009). Na het finale mislukken van ‘Oslo’, waarvan beide partijen elkaar de schuld geven, zijn zij volgens Tessler elkaar alleen nog maar meer gaan wantrouwen en is voortzetting van de bittere en instabiele status quo ,,het meest waarschijnlijke scenario’’.

Tessler vraagt zich af, en dat lijkt mij een reële vraag, of Israel op den duur nog zowel een Joodse als een democratische samenleving kan blijven.  Een ‘twee nationaliteiten in één staat’-oplossing is door Israël categorisch afgewezen omdat Israëliërs dan een minderheid zouden worden in eigen land. Het idee van een thuishaven voor het Joodse volk zou verloren gaan. Anderzijds, een voortzetting van de status quo, inclusief de nederzettingenpolitiek, komt de facto neer op een ‘één-staat-oplossing’  die van de Palestijnen permanent tweederangs burgers zal maken en het rechtsstatelijke en democratische karakter van Israël zwaar onder druk zal zetten. De kritiek dat op die manier een vorm van ‘apartheid’ dreigt te ontstaan, of al is ontstaan, is geen bedenksel van Israëlihaters, maar wordt in Israël zelf hardop geuit, met verontwaardiging maar ook vaak met, al dan niet gedeprimeerde, berusting.

Ik citeer ook graag een passage uit het recente boek Israël tussen hoop en vrees van Salomon Bouman, tot 2003 NRC-correspondent in Israël. Hij schrijft:

Over de Palestijnse kwestie verkeert Israël in een identiteitscrisis. De vraag die het emotionele debat overheerst, is of Israël een democratie naar westers model kan blijven, of door overheersing van de Palestijnen afglijdt naar een apartheidsstaat. Dit debat is nog onbeslist, maar de feiten wijzen door de massieve nederzettingenpolitiek in de richting van een permanente Israëlische heerschappij over de Westelijke Jordaanoever. De kiem van een apartheidsstaat is gelegd. Voor de Israëlische inwoners van dit gebied geldt de Israëlische wet, terwijl de Palestijnen onder de Israëlische militaire rechtspraak vallen.

Is dat anti-Israël? Zeker niet, of juist niet, al spreekt er grote bezorgdheid uit.

Tegen die achtergrond vind ik het niet ‘eenzijdig’ wanneer NRC kritisch over dergelijke ontwikkelingen in Israël bericht. Mits, zoals ik u vorige keer schreef, de bottom line is en blijft dat aan het bestaansrecht van de staat Israël als zodanig niet wordt getornd.

Wat het laatste betreft, de ,,delegitimering’’ van Israël, is het weer salonfähig worden van impliciet, soms expliciet antisemitisme, ook in Nederland, zeer zeker een probleem.  Ik meen dat te proeven in de gretigheid waarmee het gedrag van Israël soms één-op-één wordt vergeleken met, of gelijkgesteld aan, dat van nazi-Duitsland. Dat is een vileine parallel waar, vermoedelijk, soms meer achter schuil gaat dan alleen maar de wens om stevig te provoceren (want waarom dan juist met deze vergelijking – is dat om te suggereren dat de slachtoffers van toen nu beulen zijn geworden, en er dus, wie weet, ook toen  misschien al zelf om vroegen?)

U heeft groot gelijk daar aandacht voor te vragen. Maar een koppeling aan de diagnose van een ‘eenzijdig negatieve’ nieuwsberichtgeving over Israël lijkt mij misplaatst en contraproductief. Dit is een onderwerp op zichzelf, dat aparte aandacht verdeint, met name op opiniepagina’s.  Dat gebeurt in NRC ook; ik verwijs naar  een paginagroot opiniestuk van Leon de Winter onder de kop Het monster is weer opgestaan. Critici van de krant doen zo’n stuk dan reflexmatig af als een schaamlap, een uitzondering voor de bühne op de anti-Israëlische of zelfs antisemitische koers van de krant.  Maar zo is het dus nooit goed: negeert de krant dit onderwerp, dan is dat veelzeggend; wordt er wel aandacht aan besteed, dan is dat een teken van kwade trouw.

Kortom. Ik hoop dat u begrijpt, zonder om sympathie te vragen, dat de positie van een krant die feitelijk en objectief wil zijn, in het huidige tijdsgewricht niet altijd makkelijk is, zacht gezegd. Wat niet wegneemt, dat die krant verplicht is zich aan de eigen eisen van feitelijkheid en objectiviteit te houden. Maar zoals kritische berichtgeving over George W. Bush (of Trump) nog niet betekent dat de krant ‘anti-Amerikaans’ is, zo betekent kritiek op Israël nog niet dat die ‘anti-Israëlisch’ is. Ja, de krant moet alert zijn op antisemitisme; niet door zichzelf te censureren, of uit angst voor kritiek te streven naar false balance, maar door gevoelig te zijn en blijven voor subteksten en insinuaties, in nieuws en opiniestukken. Dar hoop ik met mijn werk ook aan bij te dragen.

Ik hoop u met dit nadere antwoord iets meer context te hebben gegeven bij de manier waarop ik de berichtgeving in de krant benader, en toets.  Van mijn kant is mij door uw brieven nog eens duidelijk geworden hoe belangrijk het is bij de berichtgeving en opinievorming rond Israël rekening te houden met de historische context, maar ook met actuele politieke en maatschappelijke ontwikkelingen – niet alleen daar, maar ook hier.

 

Met vriendelijke groet, 

Sjoerd de Jong

 

woensdag 16 november 2016

De ChristenUnie en de nederzettingen volgens Van Agt

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/11/12/christenunie-nederzettingen-volgens-van-agt/

 

– door Tjalling –

Uit het nieuwste artikel van Dries van Agt op JOOP blijkt voor de zoveelste keer dat hij, in verhulde en politiek-correct geformuleerde termen, toch heel duidelijk stelling neemt tegen Israël. Dit keer was het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie voor 2017 aanleiding voor hem om tekeer te gaan. Tegen het Israëlisch beleid in het algemeen en de begrijpelijke Israëlische reacties op zorgelijke ontwikkelingen van de laatste weken, èn de ChristenUnie zou haar eigen partijprogramma verloochen.

Verkiezingsprogramma ChristenUnie

In het verkiezingsprogramma van de C.U. staat o.a. dat die partij ‘de bescherming van mensenrechten als leidraad’ ziet. Van Agt vraagt zich af ‘wat die letters betekenen’, omdat volgens hem de C.U. zich in de politieke praktijk zou beijveren voor het nederzettingenbeleid. Dit kan zo niet worden opgemaakt uit het programma. Er staat in de alinea ‘Israël en de Palestijnen: rechtvaardige vrede’ op pagina 94: “Die vrede komt alleen dan in zicht als Israël zich met oog voor de belangen van de Palestijnen opstelt in het nederzettingenbeleid”. Het is nog steeds niet duidelijk waar in de toekomst de definitieve grenzen zullen lopen tussen Israël en Palestina. Die moeten in rechtstreekse onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen worden vastgelegd, en zullen voor beide partijen een moeilijk compromis zijn. Waarschijnlijk zullen grote nederzettingen die vlak over de Groene Lijn zijn gebouwd officieel bij Israël komen in ruil voor gebieden die nu binnen Israël liggen. In 2008 bijvoorbeeld deed premier Olmert na intensieve onderhandelingen een concreet vredesvoorstel aan Abbas, waarbij de Palestijnen ruim 93% van de Westoever zouden krijgen en een compensatie van bijna 6% land van Israël, plus een corridor tussen de Westoever en Gazastrook.

Van Agt spreekt ook over de door hem zo genoemde ‘fanatieke lobby voor de nederzettingen, die de ChristenUnie bij monde van buitenlandwoordvoerder Joël Voordewind’ in de Tweede Kamer zou voeren. Bedoelt Van Agt hiermee de inzet van Voordewind tegen het (door de overheid) financieren van de BDS, waartegen op afgelopen 16 juni een motie door de Tweede Kamer werd aangenomen? Of de eerdere inzet van Voordewind tegen het eenzijdige labelen van producten uit Joodse nederzettingen? Hij noemt maar één voorbeeld: de steun in 2013 aan een PVV motie die oproept de legaliteit van de nederzettingen te erkennen en ze niet langer als obstakel voor vrede te betitelen. Daarbij wordt uitgegaan van een interpretatie van het internationaal recht waarbij de provisies van het Britse Mandaat nog steeds geldig zouden zijn, een standpunt dat door enkele, maar niet veel, rechtsgeleerden wordt aangehangen. Volgens de visie van de ChristenUnie zijn de nederzettingen geen wezenlijk obstakel voor een vredesovereenkomst – het principe van landruil wordt in vrijwel elk vredesplan gehanteerd -, en hebben zowel Joden als Arabieren legitieme aanspraken op het gebied; reden waarom men er in onderhandelingen uit moet zien te komen.

Mensenrechten

Opvallend is dat Van Agt het nederzettingenbeleid (van Israël) als een soort ijkpunt beschouwt voor het al dan niet voldoende in acht nemen en nastreven van de mensenrechten.
Over de misdaden van bijvoorbeeld Hamas en het ondemocratische bestuur van de P.A. blijft hij zwijgen. Ook dat is opvallend, want Van Agt is immers premier geweest van Nederland, van wie dus zeker ook een evenwichtig standpunt inzake conflictsituaties elders mag worden verwacht. Echter wanneer Israël daarbij betrokken is, dan is de visie van ex premier van Agt beslist niet evenwichtig. Op de website van Likoed Nederland staat een beschrijving uit 2011 van het boek ‘Israël: een staat ter discussie’ waarin Israël vanuit het internationaal recht wordt bekeken. Het is geschreven door dr. Matthijs de Blois, universitair hoofddocent bij de afdeling rechtstheorie aan de Universiteit Utrecht, die ook eerder genoemd standpunt over het Mandaat verwoordt. Citaat uit dit boek: “Het schrijnende feit is dat de aanklagers van Israël landen zijn die de meest basale mensenrechten op de meest grove wijze schenden”. Een voorbeeld hiervan zijn de christenvervolgingen in islamitische landen.

Jeruzalem

Jeruzalem mag van Dries van Agt niet de ongedeelde hoofdstad van Israël worden genoemd omdat het oostelijke deel daarvan in 1967 werd bezet door Israël en geannexeerd in 1980. Feit is ook dat het oostelijk deel van Jeruzalem vóór 1967 werd bezet door Jordanië met desastreuze gevolgen. De meeste Joodse eigendommen en heilige plaatsen werden vernield, en Joden werd de toegang tot de Klaagmuur ontzegd ondanks afspraken daarover in het wapenstilstandsakkoord van 1949. De status van Oost-Jeruzalem is echter door de bezetting en annexatie ervan betwist. Bovendien is er geen internationale overeenstemming over de status van Jeruzalem als geheel. In de ogen van veel Israëli’s is en blijft Jeruzalem de ongedeelde hoofdstad van Israël; een tweedeling van met name de oude stad wordt door velen als onwerkbaar en onwenselijk beschouwd. Maar Van Agt kan zich maar niet verenigen met de identiteit of betekenis van Jeruzalem en Israël. De recente resolutie van de UNESCO kwam daarbij goed van pas.

Tempelberg

Van Agt: ‘Het gevoelige Jeruzalem-dossier liet de gemoederen onlangs weer hoog oplopen. UNESCO, de VN-organisatie voor onderwijs en cultuur, heeft op 12 oktober een resolutie aangenomen waarin Israël werd gekapitteld voor zijn provocaties en onrechtmatig beleid rond de Haram al-Sharif – de heilige plek in de Oude Stad van Jeruzalem, die Israël aanduidt als “Tempelberg”.’
Tempelberg is door hem tussen aanhalingstekens gezet. Voor Van Agt is de heilige plek in de Oude Stad voortaan dus de Haram al Sharif? Verder commentaar bij zijn opmerkingen over het Israëlische beleid met betrekking tot de Tempelberg laat ik achterwege.

Door de op 12 oktober door de raad van bestuur van UNESCO aangenomen resolutie, waar de directeur van UNESCO heel boos om was, wordt het Van Agt weer een stukje gemakkelijker gemaakt om in politiek correcte termen de Joodse identiteit van Israël aan te kunnen blijven vallen. Hij zal er gretig gebruik van maken.

 

Antwoord aan NRC ombudsman Sjoerd de Jong (2)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/11/16/antwoord-aan-nrc-ombudsman-sjoerd-de-jong/

 

Op 19 oktober stuurde ik een open brief naar NRC ombudsman Sjoerd de Jong. Hij reageerde in zijn rubriek op de NRC site en naar mij direct. Mijn antwoord op zijn stuk in de NRC had ik eerder al geplaatst. Hieronder nog mijn antwoord op zijn reactie naar mij.

Ik ben blij dat dit gesprek tot stand is gekomen, en hoop dat het heeft geleid tot een goed gesprek op de redactie en meer oog voor hoe bepaalde opvattingen over Israel en het conflict (vaak wellicht onbewust) de krant in sluipen en de berichtgeving kleuren. Ik blijf de NRC in elk geval kritisch volgen, en (hopelijk) de ombudsman ook.


Beste Sjoerd de Jong,

Ik wil u oprecht en hartelijk danken voor uw uitgebreide reactie. Fijn dat u er zo uitgebreid op in bent gegaan, fijn ook dat u mij niet over een kam scheert met al die andere critici uit het pro-Israel kamp die de NRC van van alles betichten, van extreemlinks, antisemitisch tot fascistische tendensen (‘NSB Handelsblad’).

Ik heb een openbare reactie geschreven op uw reactie in de krant, waarin ik probeer toe te lichten waarom ik achter de berichtgeving in de NRC een hetze tegen Israel bespeur. Die heb ik bijgevoegd en verschijnt vandaag op de website OpinieZ. Ik wil hier graag op een paar andere zaken die u noemde ingaan.

Wat betreft het verkeerd adresseren: daar heeft u wel een punt, maar juist vanwege uw onafhankelijke positie heb ik me tot u gewend (met overigens een cc aan de hoofdredacteur maar de adressering klopte mogelijk niet). Daarbij staat de krant vaak niet erg open voor kritiek is mijn ervaring. Toch zou ik het erg waarderen als u (als dat nog niet is gebeurd) mijn brief en deze reactie ook aan de redactie kunt voorleggen en mijn kritiek met hen wilt bespreken.

Dan uw voorbeeld van de kop ‘Vijf Palestijnen gedood door Israëlische politie’ die na protesten werd aangepast in ‘Palestijnse geweldplegers gedood door Israëlische politie’. Nu objectiever? Vraagt u, waarop u de kritiek van pro-Palestijnse critici weergeeft, die meenden dat ‘tieners die stenen gooien’ geen geweldplegers zijn en de Palestijn die met een mes op een militair was afgerend nog geen geweld had gebruikt. Het spijt me, maar die kritiek vind ik totaal geen hout snijden. Natuurlijk waren die Palestijnen wel geweldplegers, stenen kunnen dodelijk zijn (en waren dat meermaals) en iemand die met een mes op je afkomt of het vuur opent, wat is dat anders dan iemand die geweld pleegt? Terecht dus dat die kop werd aangepast, en wat mij betreft zeker geen voorbeeld van ‘te snel rechtsomkeert maken’ zoals u lijkt te suggereren.

U gaat uitgebreid in op de serie over Kiswanson en de vraag of die aandacht overdreven is. Ik begrijp de journalistieke overweging bij een eigen scoop en ook het belang van de feiten, namelijk de bedreigingen. U ontkent dat de krant de aantijging overnam dat de Mossad erachter zat. De krant schreef:

Als de politie Kiswanson vertelt dat ze het telefoontje van Volksgezondheid niet kunnen traceren – exceptioneel, vertelt de politie erbij – worden voor Kiswanson haar ergste vermoedens bevestigd: Israël zit hierachter. „Wie anders heeft er belang bij dat ik mijn werkzaamheden neerleg? En wie kan een nummer uit de logboeken van het Nederlandse telefoonnet laten verdwijnen?”

De politie vindt die redenering heel plausibel, krijgt Kiswanson van verschillende agenten te horen. De dreigementen lijken veel te geavanceerd voor een particulier. Hier moet een grote organisatie achter te zitten.

De Israëlische Mossad staat bekend als een zeer professionele geheime dienst, die verantwoordelijk wordt gehouden voor tal van geraffineerde spionageacties en liquidaties, ook op Europees grondgebied. In 2010 richtten de Israëlische veiligheidsdiensten een speciale eenheid op die informatie verzamelt over organisaties die volgens Israël de reputatie van het land kunnen schaden. https://www.nrc.nl/nieuws/2016/08/10/ze-dacht-dat-nederland-veilig-was-3652144-a1515668

Daarna volgt een korte ontkenning door ‘een woordvoerder van het Israelische ministerie van buitenlandse zaken’. De redenering ‘wie anders heeft er belang bij’ etc. is, aldus de NRC, volgens de politie ‘heel plausibel’, met als argument dat de dreigementen ‘te geavanceerd’ lijken voor een particulier en er daarom wel een grote organisatie achter moet zitten. Dan volgt een alinea over hoe professioneel en geraffineerd de Mossad wel niet is, en dat men een speciale eenheid heeft die achter organisaties aanzit die Israels reputatie zouden kunnen schaden.

Zeg nou zelf, dit is toch een uiterst geraffineerde manier om zonder enig bewijs Israel de schuld in de schoenen te schuiven? Er is een motief, men is ertoe in staat, dus men zal het wel gedaan hebben, aldus de NRC. In een rechtszaal zou je er niet ver mee komen. En nee, men geeft hier niet alleen de vermoedens van Kiswanson weer, maar versterkt die met eigen info over de Mossad en het klakkeloos herhalen van wat ‘verschillende agenten’ volgens Kiswanson tegen haar gezegd hebben. Dit vind ik dus een voorbeeld van hoe de NRC subtiel de lezer een bepaalde richting op duwt en Israel in een negatief daglicht plaatst. In hetzelfde artikel wordt Al Haq zo ongeveer de hemel in geprezen als onberispelijke organisatie, om de lezer verder klaar te stomen voor de aantijging dat het boze Israel erachter zit:

Al Haq geniet bovendien een uitstekende reputatie. Zo ontving de organisatie in 2009 de Nederlandse Geuzenpenning uit handen van de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen, onder meer vanwege haar ‘betrouwbare aanpak’. Al Haq documenteert en agendeert vermeende mensenrechtenschendingen in Palestina door Israël en door Palestijnse autoriteiten.

Israël toont zich al jaren getergd door mensenrechtenorganisaties die zijn beleid bekritiseren. Zo sprak een Israëlische bewindsman in 2010 van ‘juridische oorlogsvoering’ tegen Israël. „Vandaag de dag zijn de loopgraven in Genève bij de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, (…), of bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag.”

En Israël vuurt terug. Mensenrechtenactivisten worden geregeld gearresteerd en vernederd. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt, hun kantoren worden leeggehaald. De Israëlische minister van Justitie vraagt buitenlandse collega’s te stoppen met het subsidiëren van organisaties als Al Haq. De Nederlandse overheid subsidieert Al Haq al jaren.

Al Haq is een radikale organisatie die wordt geleid door iemand die betrokken was bij een terroristische organisatie en daarvoor  in Israel is veroordeeld en door Jordanië een inreisverbod heeft gekregen. Hij heeft nooit afstand gedaan van dit verleden. Hij praat geweld tegen Israelische burgers goed. Hij is tegen vrede en een tweestatenoplossing. Dat hij die Geuzenpenning heeft gekregen vind ik persoonlijk onbegrijpelijk, en een voorbeeld van hoe kritiekloos er tegenwoordig vaak naar Palestijnse (zogenaamde) mensenrechtenorganisaties wordt gekeken. Dat hij subsidie krijgt van Nederland is mij een doorn in het oog; dat geld kan beter aan projecten en initiatieven worden besteed die werkelijk naar vrede en verzoening streven, waarbij beide kanten met elkaars perspectief en leed worden geconfronteerd. Dat Israel daartegen ageert lijkt me dan ook alleszins begrijpelijk.

Hoewel ik me ook zorgen maak over het rechtsere en repressieve klimaat in Israel, betwijfel ik of Israel zomaar kantoren leeghaalt en mensenrechtenactivisten in de gevangenis gooit. Vaak gaat er een reële verdenking aan vooraf, en het komt helaas voor dat dergelijke organisaties kontakten hebben met terroristen en hen faciliteren. Over de banden tussen bijvoorbeeld UNRWA en Hamas is een en ander bekend. De formulering van Walters dat  ‘Mensenrechtenactivisten worden geregeld gearresteerd en vernederd. Hun bewegingsvrijheid wordt beperkt, hun kantoren worden leeggehaald’ is zo niet te checken. Wat is de bron? Heeft hij weerwoord gehaald?

Wanneer Al Haq beweert dat Al Haq zo door Israel wordt dwarsgezeten en een juriste in dienst van datzelfde Al Haq beweert dat ze door de Mossad wordt bedreigd neem ik dat niet zomaar aan. De bedreigingen zijn ernstig genoeg, maar over wie of wat erachter zit lijkt me duidelijk nog te weinig bekend om er wat zinnigs over te kunnen zeggen. Waarom nam de NRC niet meer afstand van de beweringen van Kiswanson?

In een ander artikel komt Al Haq directeur Shawan Jabarin uitgebreid aan het woord, zonder enige tegenspraak, alsof hij een objectieve neutrale bron is, en geen radikale activist. Dit noem ik geen objectieve berichtgeving. Waarom wordt hem die ruimte gegeven? En als, waarom wordt hij dan niet kritischer bevraagd? Hoe rijmt u dat met de opdracht van de krant objectief nieuws te verslaan en feit en mening van elkaar te scheiden?

Tot slot schrijft u:

Uiteindelijk is de toetssteen voor de vraag of de krant ‘partij’ heeft gekozen de plek waar die expliciet geacht wordt stelling te nemen, het hoofdredactioneel Commentaar. Daar wil ik tot slot een meer persoonlijke opmerking over maken, zodat u weet hoe ik dat Commentaar beoordeel.

Waarop u het belang van  de onaantastbaarheid van Israels bestaansrecht benadrukt. Dat ben ik erg met u eens en ik ben ook erg blij dat u dit zo expliciet benoemt. En inderdaad, door iemand als Abou Jahjah steeds weer uitgebreid de ruimte te geven en over hem te zeggen dat hij ‘meeviel’ wordt een verkeerd signaal gegeven. Antizionisme wordt gelegitimeerd. Het is wat mij betreft echter niet genoeg wanneer de krant in zijn commentaar een enkele keer per jaar het belang van Israels bestaansrecht onderstreept, terwijl de berichtgeving voor de rest een heel andere sfeer ademt. Ik vond het vrij schokkend hoeveel ruimte Abou Jahjah kreeg, hoeveel mensen het voor hem opnamen, maar evenzeer hoe kritiekloos Jabarin aan het woord werd gelaten en Al Haq opgehemeld. Ook dat zijn antizionisten die tegen vrede zijn.

De krant kiest partij in de keuze van haar onderwerpen, in de keuze van de mensen die men aan het woord laat en in de manier waarop nieuws wordt gebracht. Het hoofdredactionele commentaar is daar maar een klein onderdeel van. Het heeft wellicht ook niet meer de waarde van vroeger, toen het prominent in de krant stond en men opzag tegen wat ‘de krant’ zelf nou vindt.

Ik hoop dat u nog een keer de tijd kunt vinden mij te antwoorden.

Met vriendelijke groet,

Ratna Pelle

 

maandag 14 november 2016

Kristallnachtherdenking: dubbele maatstaven van Van der Laan (IMO)




= IMO Blog = 

Na wederom een hoop gesteggel was er dit jaar geen enkele Kristallnachtherdenking bij het monument ter nagedachtenis aan het Joodse verzet tijdens de oorlog. Hier hielden het Platform tegen Racisme en Uitsluiting en zijn voorganger het Comité tegen Racisme de afgelopen jaren hun ‘alternatieve’ herdenking, een herdenking die sinds 2011 niet meer door de gevestigde Joodse gemeenschap wordt ondersteund.
De NOS schreef daarover:

Facebookgroep ‘Time to stand up for Israel’ had laten weten ook een herdenking te willen houden op 9 november bij het Joods verzetsmonument bij het stadhuis van Amsterdam. Burgemeester Van der Laan zag dat niet zitten omdat het PSRU juist op die plek ieder jaar traditioneel de Kristallnacht herdenkt. Hij schreef een brief aan de gemeenteraad dat de nieuwe herdenking 200 meter verderop, naar het Daniel Meijerplein, verplaatst kon worden. Maar daar was de TTSUFI niet blij mee en besloot de herdenking te annuleren.
En:
Maar burgemeester van Amsterdam Van der Laan was bang voor ordeverstoring, net zoals vorig jaar. Toen verstoorde ‘Time to stand up for Israel’ de Kristallnachtherdenking van het PSRU; het platform zou anti-Israëlisch zijn.

Time to Stand Up for Israel had al op 10 november vorig jaar een aanvraag gedaan, en in een gesprek in oktober was er nog geen sprake van verplaatsing omdat er vorig jaar ordeverstoringen waren of omdat men het Platform voor wou laten gaan, zoals hier wordt gesuggereerd. Om een of andere reden is Eberhard van der Laan twee dagen voor de herdenking opeens van gedachten veranderd, maar daarover meldt de NOS niks. Ook neemt men niet even de moeite om na te vragen bij Time wat voor ordeverstoringen dat waren. Er was een persoon die tijdens de toespraak van de Palestijnse Haneen Zoabi erdoorheen begon te schreeuwen en toen door de politie is afgevoerd. Diegene is geen lid meer van Time. Enkele anderen hebben op de ramshoorn geblazen maar zij waren van de groep ‘Wachters’ volgens een artikel in Het Parool vorig jaar. Time zelf ontkent dat ‘hun mensen’ lawaai hebben gemaakt; zij vormden in stilte een kring rond het monument om dit symbolisch te beschermen. De NOS had ook hun versie van het gebeurde moeten opschrijven en niet alleen die van de gemeente.

Waardigheid
In de brief van burgemeester Van der Laan gaat hij uitgebreid in op de Kristallnacht, ‘de waardigheid van het Joodse monument’ en de perikelen van de afgelopen jaren. Opvallend is daarbij hoe mild hij oordeelt over het Platform en hoezeer hij de incidenten van vorig jaar Time aanrekent. Ook neemt hij het Time kwalijk dat men bij het monument wil herdenken opdat het Platform daar niet kan staan, en neemt hij het Platform tegen Time in bescherming, alsof de problemen daar pas begonnen. Het verstoren van een herdenking staat volgens de burgemeester gelijk aan het ontnemen van iemands grondrecht om te demonstreren, waaruit het recht op zijn eigen manier te herdenken voortkomt. Hij schrijft:

Mijn motief voor het stellen van dit voorschrift is de bescherming. Het betreft hier specifiek de bescherming van diegenen die juist vreedzaam stil willen staan bij de mensen voor wie de bescherming 78 jaar geleden te laat kwam. Herdenken mag een ieder op zijn eigen manier doen. Het vermogen om tegengestelde uitingen te verdragen, is juist de kracht van onze democratie, een beginsel dat wij hoog houden in Amsterdam.

Dat klinkt mooi, maar je vraagt erg veel van de Joodse gemeenschap als men maar moet verdragen dat wat voor een herdenking moet doorgaan ontaardt in een radikaal links en vooral anti-Israel feestje zoals vorig jaar gebeurde, toen Israels beleid tegenover de Palestijnen meermaals met de nazi’s werd vergeleken. Ik zou het persoonlijk even erg en ontoelaatbaar vinden als rechtsradikalen bij het monument zouden staan om de Kristallnacht te verbinden aan wat zij als de actualiteit zien en bijvoorbeeld het zogenaamde demoniseren van rechts en de PVV. Zoiets is gewoon totaal ongepast. Radikaal rechts mag demonstreren, zoals radikaal links dat mag, ook onder fraaie en eufemistische namen zoals ‘Stop Racisme en Uitsluiting’ (Wie wil dat nou niet? We zijn het alleen niet helemaal eens over wie er door wie wordt uitgesloten), maar niet altijd en overal. Dat lijkt ook Van der Laan te onderschrijven, waar hij bijvoorbeeld zegt:

Hieruit blijkt dat het verbinden van actuele thema’s met de voorbode van verreweg het ergste uit de menselijke geschiedenis uiterste zorgvuldigheid vereist. De voorbode van de Shoah leert ons bovendien dat we op zijn minst de verplichting hebben om kritisch om te gaan met uitingen van onverdraagzaamheid, zonder daarmee zelf onverdraagzaam te worden.
Bepaalde gedragingen die elders geduld worden, kunnen zich juist daar slecht verhouden met de waardigheid en hetgeen waar het monument voor staat.
Zonder te oordelen over de inhoud van een demonstratie wordt wel bekeken of die inhoud op een bepaalde locatie of tijdstip extra gevoelig ligt en tot wanordelijkheden kan leiden. Een dergelijke lijn wordt gevolgd als het gaat om het Nationaal Monument op de Dam en geldt -zeker op 9 november- ook voor het Joods Verzetsmonument. Het joods Verzetsmonument staat symbool voor de slachtoffers van onderdrukking, de vrijheid en voor diegenen die zijn opgestaan voor gerechtigheid.

Het past mijns inziens niet erg bij de waardigheid van het monument en ook het moment om iemand als Zoabi te laten spreken, die aan de lopende band Israel met de nazi’s liep te vergelijken. Voor nabestaanden van de Holocaust, die zelf vaak een band hebben met Israel en er familie hebben wonen, is dat zeer pijnlijk. Zij worden als de nieuwe daders weggezet die aan de verkeerde kant van de geschiedenis terecht zijn gekomen. Het Platform doet dit ook voortdurend, en plaatst zich in de traditie van het linkse verzet tegen de Jodenvervolging en hun tegenstanders in de rol van de nazi’s. Maar ook Van der Laan doet dit, in genoemd citaat waar hij zegt dat de les die we uit de Holocaust moeten trekken, is dat we waakzaam moeten zijn tegen onverdraagzaamheid (eens), en vervolgens alleen TTSUFI hiervan beticht en het platform op een lijn stelt met de mensen ‘voor wie bescherming 78 jaar geleden te laat kwam’.

Twee maten
Van der Laan lijkt met twee maten te meten: het Platform hoeft nergens rekening mee te houden ondanks de gevoeligheid van tijd en plaats,  de waardigheid van het monument etc., terwijl hij Time een paar mensen die zich niet aan de (ook door haar gestelde) regels hielden, zwaar aanrekent. Het feit dat op de ‘herdenking’ van het Platform zeer radikale types afkomen, dat sprekers vaak bekend c.q. berucht zijn uit de radikale anti-Israel scene, en dat voor antisemitisme en de Kristallnacht zelf nauwelijks plaats is (het schijnt dat op deze ‘herdenking’ niet eens een minuut stilte wordt gehouden voor de slachtoffers van toen), vindt de burgemeester geen probleem. Waar hij wel over valt:

De inhoud van uw recente uitingen (op sociale media) en de wijze waarop u de kennisgevingen heeft ingediend, leveren bij mij concrete aanwijzingen op dat u niet slechts wil herdenken, maar dat het tevens of zelfs voornamelijk het Platform het zo lastig mogelijk wil maken om zijn wijze van herdenken voort te zetten. Met andere woorden; u wilt bij dat monument staan opdat het Platform daar niet kan staan.
En:
Bij de demonstratie van het Platform vorig jaar ontstonden verstoringen bij het monument, mede als gevolg van uw oproep, immers gepleegd door personen en groepen die gehoor hadden gegeven aan uw oproep en zich bij u hadden aangesloten.

Het is waar dat Time de Platformherdenking bij het monument wilde verhinderen; men heeft een zo ruime vergunningaanvraag gedaan (drie dagen van 12 in de middag tot 9 in de avond) dat het platform daar niks kan doen. De aantijging dat Time op sociale media heeft opgeroepen de herdenking te verstoren moet hij wat mij betreft nog bewijzen. Er is vorig jaar opgeroepen naar de platformherdenking te komen, in eerste instantie ook met Israelische vlaggen, wat ik zelf niet erg gepast vind omdat je dan wederom de aandacht weghaalt van waar het daar over moet gaan. Het gaat immers niet om voor of tegen Israel, maar om waardig herdenken zonder je eigen politieke visie op te dringen of de overlevenden van de slachtoffers van toen onnodig te krenken. Maar er is bij mijn weten niet opgeroepen de boel daar luidruchtig te verstoren.

Zoals gezegd waren de sjofarblazers volgens Het Parool leden van de Wachters, een mij onbekende groep die ‘als supportersvereniging van de staat Israël door het land reizen om zich daar waar het nodig is te laten zien’. Heeft Van der Laan informatie waaruit blijkt dat zij door de oproep van Time besloten naar de herdenking te komen, en dit niet al zelf van plan waren?

Dovend licht
Het Platform en Time beschuldigen elkaar over en weer van van alles. Leden van Time noemen het Platform antisemitisch; het Platform noemt Time in een nota bene officieel persbericht een ‘extreemrechtse gelegenheidsorganisatie, met de illustere naam: “Time to stand up for Israël” ‘. Niet alleen Time maar ook de gemeente moet het ontgelden:

Met de gemeente Amsterdam hebben een drietal gesprekken plaatsgevonden. We spraken met vertegenwoordigers van politie en de ambtenaar Openbare Orde. Zij werden van elke stap op de hoogte gehouden maar van enige steun van die kant is helaas geen sprake. Ook een beroep op de antifascistische- en antiracistische traditie van het gemeentebestuur van Amsterdam heeft niet geleid tot ondersteuning. Ook daar moeten we helaas vaststellen dat men zwicht voor druk vanuit rechtse hoek en gevreesd moet worden voor een dovend licht (om v. Randwijk te parafraseren).

Welja, weer plaatst men zichzelf met ronkende taal in de hoek van de slachtoffers die door nazi’s worden belaagd terwijl de gemeente voor deze duistere krachten zwicht. Het zal je maar gezegd worden. Wat een arrogantie jezelf zo ver verheven boven je critici te wanen, en wat een belediging voor de werkelijk dapperen en goeden van toentertijd.

Zoals in het begin reeds opgemerkt komt de burgemeester twee dagen voor de herdenking die Time bij het monument wilde houden (met o.a. de dochter van de initiatiefnemer van het monument als spreker), tot het besluit dat het risico op ordeverstoringen te groot is en de waardigheid van het monument daarmee wordt aangetast. Je zou zeggen: hij wist toch al eerder van de ordeverstoringen vorig jaar en het feit dat Time wilde verhinderen dat het Platform bij het monument haar soort van herdenking houdt? Vanwaar dit besluit op het allerlaatst? Welke nieuwe informatie kwam hem opeens ter ore? Is hij door bepaalde mensen gewezen op felle reacties op Facebook, zoals op de pagina van het Platform? Heeft iemand hem op de soms stevige politieke uitspraken op het account van Time activiste Sabine Sterk gewezen? Op sociale media worden wel ergere dingen geroepen. Zoals gezegd was bij de Platformherdenking een Fatah activist met een terroristisch verleden aanwezig, en op de gastenlijst stonden meer extreme figuren. Waarom tilt Van der Laan zoveel zwaarder aan het activisme van Time dan aan dat van het Platform, en waarom neemt hij dat zo expliciet in bescherming? Waarom lijkt hij blind voor het feit dat wat aanvankelijk een mooie herdenking was, waarin de Joodse gemeenschap en anti-racisten samenwerkten, is verworden tot een activistische bijeenkomst tegen rechts, Zwarte Piet en Israel?

Petitie
De negatieve houding van de gemeente is niet nieuw. Vorig jaar heeft de werkgroep ‘Joden in Verzet’ (bestaande uit Joodse oud-verzetsmensen, nabestaanden, en kinderen van Joodse verzetsstrijders) een petitie opgesteld en aan de burgemeester en wethouders van Amsterdam aangeboden, waarin wordt opgeroepen geen toestemming te geven voor de herdenking van het Platform bij het monument voor het Joodse verzet. De petitie werd niet in ontvangst genomen; men had geen tijd en vond het niet belangrijk. Blijkbaar is de stem van een deel van de Joodse gemeenschap niet belangrijk voor de burgemeester en het college. Deze mensen voelen zich door de hele gang van zaken geschoffeerd. Juist deze frustratie vergroot de kans op ongeregeldheden en botsingen rond het monument.

Het beste zou zijn als het weer gewoon bij een herdenking zou blijven voor iedereen die de Kristallnacht en de slachtoffers van toen wil herdenken; mensen die een politieke manifestatie of bijeenkomst willen houden tegen Wilders en andere radikaal rechtse of populistische partijen, tegen Zwarte Piet of tegen Israel, kunnen dat op een andere datum doen. En wie met Israelische vlaggen wil zwaaien en op de sjofar blazen om het huidige antizionisme te hekelen kan dat ook beter op een andere dag doen. Ik zou zelf misschien het liefste aan zo’n herdenking de waarschuwing voor zowel antisemitisme, Wilders, Trump, antiracisme en doorgeschoten Israelhaat verbinden, maar soms is less more en toont grootheid zich in de beperking. 

Ratna Pelle

NB: zie ook het pleidooi van Sebastien Valkenberg uit 2015: 
Antiracisten, stop die Holocaustvergelijking