vrijdag 31 oktober 2008

NOS journaal - berichtgeving over Israël en de Palestijnen

 
Onderstaande brief aan de NOS kregen wij ter plaatsing aangeboden. Hij spreekt voor zich...
_____________________________
 
 

WIJ KIJKEN GRAAG NAAR HET NOS-JOURNAAL.

Een beschouwing.

 

            Mijn vrouw en ik kijken elke avond naar het NOS-journaal Het is belangrijk om op de hoogte te blijven van de zeer vele gebeurtenissen die onze wereld bewegen. Zo hoor je over onbekende landen. Door datgene wat je ziet en hoort wordt dan uiteraard je houding tegenover die vreemde streken sterk bepaald. Het is onvermijdelijk dat je uitgaande van de getoonde gegevens zekere gevoelens van sympathie of antipathie ontwikkelt. Mede daarom is het van grote betekenis dat de weergave van het nieuws, zo veel als maar mogelijk is, objectief gebeurt. We begrijpen dat het onmogelijk is om absoluut objectief te kunnen zijn. Maar daar moeten we toch wel naar streven. Natuurlijk hebben we niet voldoende kennis van zaken om alle problemen die er zich in de wereld voordoen, goed te kunnen beoordelen. Maar, als je over belangrijke zaken spreekt, dien je toch personen aan te trekken die op dat speciale terrein gedegen kennis bezitten en die zich met dat land ook verbonden voelen. Het lijkt me dat je nooit goed  een bepaalde ingewikkelde questie kunt uiteenzetten  als je negatief ingesteld bent tegenover het land waar het in dat geval omgaat.  Anders dreigt de nieuwsweergave beslist eenzijdig te zijn.

 

            Ik doel nu op de manier waarop in het NOS-journaal nogal eens over de staat Israël gesproken wordt. Zeer velen koesteren uiterst negatieve gevoelens tegenover de Joden. Is de aloude afkeer van dit volk eigenlijk wel ooit verdwenen? Zodra er dan ook maar iets negatiefs over hen  wordt bericht, slaan soms de stoppen door. Felle aanklachten, scherpe verwijten worden dan over hen uitgestort. Als je, zoals ik, van Israël houdt, doet dat pijn. Natuurlijk kun je niet van anderen eisen dat ze sympathiek tegenover de Joden moeten staan. We willen zelf onze mening vormen. Maar dan is het van groot belang dat er getracht wordt om de eenzijdigheid in de berichtgeving te vermijden.

 

            Als voorbeeld noem ik het bestaan van de grensposten aan de grens tussen Israël en het Palestijnse gebied. Daar wordt nogal eens hard opgetreden door het leger van Israël. Dat valt diep te betreuren. Maar er wordt in de berichtgeving hierover nooit vermeld dat de legerleiding de schuldigen hier zeer beslist op aanspreekt en hen zo nodig ook bestraft. Onder de bevolking van Israël zijn trouwens diverse groepen die zich inzetten om de verhouding tussen Jood en Palestijn te verbeteren. In onze nieuwsweergave wordt echter praktisch nooit gewezen op de achtergrond van deze moeilijke situaties die zich aan de grens voordoen. Omdat de Palestijnen, daarbij geleid door de hen  omringende Arabische landen, Israël niet willen erkennen en dus geen echte vrede willen, blijft een verhouding die soms bijna op een oorlog lijkt, gehandhaafd. De beschermende wal die Israël opwerpt langs de grens oogst veel kritiek. Maar er wordt niet bij gezegd dat het aantal van de Palestijnse aanslagen tegen Israël daardoor wel heel sterk is teruggelopen. Wat zouden wijzelf, als Nederlanders, doen om ons te verdedigen tegen aanslagen van buitenaf?

 

            De Gaza-strook is door Israël ontruimd. Maar de raketbeschietingen op bepaalde plaatsen zijn gewoon doorgegaan. Momenteel zijn die nu – gelukkig - gestopt. Alleen wanneer dit definitief zal zijn,  kan er vrede komen. Israël zal daar zeker volledig aan meewerken. Durven we de complexiteit van de verhouding Jood – Palestijn enigszins te doorgronden? Als je houdt van de Palestijn, zul je hem verdedigen. Maar je zult toch ook zijn fouten willen zien en hem daarop wijzen omdat hijzelf anders de vrede onmogelijk maakt. Als de Palestijn de staat Israël niet wil erkennen, kan er geen vrede komen.

 

            Ik houd van Israël. Maar daarom zie ik hun fouten wel en spreek hen ook daarop aan. Er is echter wel begrip voor het feit dat zij hun land willen verdedigen  en niet op loze beloften vertrouwen. De wereld heeft hen altijd in de steek gelaten, op enkele goede uitzonderngen na. Als ze niet voor zichzelf opkomen, zal hun staat weggevaagd worden. Daarbij worden inderdaad fouten gemaakt. Maar als je tegenstander je in wezen niet wil erkennen en geen vrede met je wil sluiten, blijf je in deze nare, vicieuze cirkel gevangen.

 

            Ja, we behoren solidair te zijn met de Palestijnen. Zij hebben het erg moeilijk, maar we kunnen hen pas echt helpen als we hen ertoe kunnen bewegen om vrede te sluiten met Israël.

           

 

Utrecht, oktober 2008

 

 Willem S. Duvekot

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen