vrijdag 31 oktober 2008

NOS journaal - berichtgeving over Israël en de Palestijnen

 
Onderstaande brief aan de NOS kregen wij ter plaatsing aangeboden. Hij spreekt voor zich...
_____________________________
 
 

WIJ KIJKEN GRAAG NAAR HET NOS-JOURNAAL.

Een beschouwing.

 

            Mijn vrouw en ik kijken elke avond naar het NOS-journaal Het is belangrijk om op de hoogte te blijven van de zeer vele gebeurtenissen die onze wereld bewegen. Zo hoor je over onbekende landen. Door datgene wat je ziet en hoort wordt dan uiteraard je houding tegenover die vreemde streken sterk bepaald. Het is onvermijdelijk dat je uitgaande van de getoonde gegevens zekere gevoelens van sympathie of antipathie ontwikkelt. Mede daarom is het van grote betekenis dat de weergave van het nieuws, zo veel als maar mogelijk is, objectief gebeurt. We begrijpen dat het onmogelijk is om absoluut objectief te kunnen zijn. Maar daar moeten we toch wel naar streven. Natuurlijk hebben we niet voldoende kennis van zaken om alle problemen die er zich in de wereld voordoen, goed te kunnen beoordelen. Maar, als je over belangrijke zaken spreekt, dien je toch personen aan te trekken die op dat speciale terrein gedegen kennis bezitten en die zich met dat land ook verbonden voelen. Het lijkt me dat je nooit goed  een bepaalde ingewikkelde questie kunt uiteenzetten  als je negatief ingesteld bent tegenover het land waar het in dat geval omgaat.  Anders dreigt de nieuwsweergave beslist eenzijdig te zijn.

 

            Ik doel nu op de manier waarop in het NOS-journaal nogal eens over de staat Israël gesproken wordt. Zeer velen koesteren uiterst negatieve gevoelens tegenover de Joden. Is de aloude afkeer van dit volk eigenlijk wel ooit verdwenen? Zodra er dan ook maar iets negatiefs over hen  wordt bericht, slaan soms de stoppen door. Felle aanklachten, scherpe verwijten worden dan over hen uitgestort. Als je, zoals ik, van Israël houdt, doet dat pijn. Natuurlijk kun je niet van anderen eisen dat ze sympathiek tegenover de Joden moeten staan. We willen zelf onze mening vormen. Maar dan is het van groot belang dat er getracht wordt om de eenzijdigheid in de berichtgeving te vermijden.

 

            Als voorbeeld noem ik het bestaan van de grensposten aan de grens tussen Israël en het Palestijnse gebied. Daar wordt nogal eens hard opgetreden door het leger van Israël. Dat valt diep te betreuren. Maar er wordt in de berichtgeving hierover nooit vermeld dat de legerleiding de schuldigen hier zeer beslist op aanspreekt en hen zo nodig ook bestraft. Onder de bevolking van Israël zijn trouwens diverse groepen die zich inzetten om de verhouding tussen Jood en Palestijn te verbeteren. In onze nieuwsweergave wordt echter praktisch nooit gewezen op de achtergrond van deze moeilijke situaties die zich aan de grens voordoen. Omdat de Palestijnen, daarbij geleid door de hen  omringende Arabische landen, Israël niet willen erkennen en dus geen echte vrede willen, blijft een verhouding die soms bijna op een oorlog lijkt, gehandhaafd. De beschermende wal die Israël opwerpt langs de grens oogst veel kritiek. Maar er wordt niet bij gezegd dat het aantal van de Palestijnse aanslagen tegen Israël daardoor wel heel sterk is teruggelopen. Wat zouden wijzelf, als Nederlanders, doen om ons te verdedigen tegen aanslagen van buitenaf?

 

            De Gaza-strook is door Israël ontruimd. Maar de raketbeschietingen op bepaalde plaatsen zijn gewoon doorgegaan. Momenteel zijn die nu – gelukkig - gestopt. Alleen wanneer dit definitief zal zijn,  kan er vrede komen. Israël zal daar zeker volledig aan meewerken. Durven we de complexiteit van de verhouding Jood – Palestijn enigszins te doorgronden? Als je houdt van de Palestijn, zul je hem verdedigen. Maar je zult toch ook zijn fouten willen zien en hem daarop wijzen omdat hijzelf anders de vrede onmogelijk maakt. Als de Palestijn de staat Israël niet wil erkennen, kan er geen vrede komen.

 

            Ik houd van Israël. Maar daarom zie ik hun fouten wel en spreek hen ook daarop aan. Er is echter wel begrip voor het feit dat zij hun land willen verdedigen  en niet op loze beloften vertrouwen. De wereld heeft hen altijd in de steek gelaten, op enkele goede uitzonderngen na. Als ze niet voor zichzelf opkomen, zal hun staat weggevaagd worden. Daarbij worden inderdaad fouten gemaakt. Maar als je tegenstander je in wezen niet wil erkennen en geen vrede met je wil sluiten, blijf je in deze nare, vicieuze cirkel gevangen.

 

            Ja, we behoren solidair te zijn met de Palestijnen. Zij hebben het erg moeilijk, maar we kunnen hen pas echt helpen als we hen ertoe kunnen bewegen om vrede te sluiten met Israël.

           

 

Utrecht, oktober 2008

 

 Willem S. Duvekot

 

woensdag 29 oktober 2008

Journalisten in het Midden-Oosten (Dry Bones cartoon)

 
Herkent iemand zich in dit beeld?
-----------------------------------------------------------

Journalism Today

Western Journalists : a Dry Bones cartoon.

 

[Dear Mister Bones: I don't think this pose will help the journalists. I am told Muslims are offended if you show them your foot soles..!]

Previes Dry Bones cartoons:
 

zaterdag 25 oktober 2008

Met zo'n VS heeft Israël geen vijanden nodig

http://israel-palestijnen.blogspot.com/2008/10/met-zon-vs-heeft-isral-geen-vijanden.html

 
Het komt niet zo vaak voor: in NRC stond woensdag een artikel van een Israeli die uitlegde dat al die aandacht voor Israel, en al die vriendschapsbetuigingen van de Amerikaanse presidentskandidaten, Israel geen goed doen, maar juist schaden. De schuld van deze aandacht, en daarmee voor het wekken van de indruk dat de VS vanwege Israel Irak binnen is gevallen, en vanwege Israel mogelijk Iran gaat aanvallen, ligt volgens Shmuel Rosner bij de kandidaten, hun adviseurs en een paar om aandacht verlegen zittende Israeli's.
 
Dat is niet helemaal waar. De presidentskandidaten zeggen wat ze denken dat de kiezer wil horen, en veel Amerikanen zien Israel als een baken van Westerse democratie en waarden in een vijandige Arabische wereld. Dat veel mensen ook zijn gaan denken dat Israel de agressor is, een wrede bezetter, en de VS haar problemen moet opknappen, komt niet zozeer en zeker niet alleen door de eenzijdige steunbetuigingen van de presidentskandidaten aan Israel, maar door een antizionistische campagne van mensen als Mearsheimer en Walt, Jimmy Carter, Noam Chomsky, Norman Finkelstein en anti-Israel activiteiten op campussen door pro-Palestijnse organisaties. Deze mensen zetten Israel bewust neer als de agressor en als apartheidsstaat, overdrijven haar macht en die van de Israellobby, en beweren dat de relatie tussen de VS en Israel de belangen van de VS schaadt. De media geven deze mensen volop de ruimte, evenals de besturen van universiteiten en de makers van populaire talkshows.
 
 
RP
-------------

Met zo'n VS heeft Israël geen vijand nodig

http://www.nrc.nl/opinie/article2033749.ece/Met_zo_n_VS_heeft_Israel_geen_vijand_nodig

De onaflatende steunbetuigingen van de VS aan Israël zijn voor beide landen vooral schadelijk

Gepubliceerd: 22 oktober 2008 14:03 | Gewijzigd: 22 oktober 2008 14:15

 

De openbare steun die beide presidentskandidaten aan Israël geven, werkt eerder in het nadeel van de VS en Israël. Minder aandacht zou beter zijn, meent Shmuel Rosner.

Toen hij onderdirecteur Media en Publieke opinie was op het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken, kwam Gideon Meir naar Amerika met een ambitieuze missie, één die sommigen voor onmogelijk hielden. Hij wilde Israël een ander imago geven door het land minder zichtbaar in het nieuws te maken.

Meir, tegenwoordig ambassadeur in Italië, vertelt een verhaal over de ontvangst in een Europese ambassade: „De gastvrouw zei tegen me: 'Kijk naar ons. Onze premier was hier vorige week voor een staatsbezoek, en al wat hij kreeg was een stukje van drie regels in een van de kranten. Maar jullie krijgen steevast een kop op de voorpagina, wat er ook aan de hand is.' Weet u wat ik haar antwoordde? Neemt u die voorpaginakop en geef mij die drie regels."

Drie jaar later lijkt zijn doel nog steeds even ver weg. Het betuigen van liefde voor Israël is nog steeds de lakmoesproef voor iedere Amerikaanse politicus. Er kan in de VS geen verkiezingsdebat voorbijgaan zonder dat dit kleine land wordt genoemd. Een paar weken geleden werd Israël in het debat tussen Palin en Biden zeventien maal genoemd, tegen China twee keer, Europa slechts éénmaal en Rusland helemaal niet. De enige landen die meer aandacht kregen waren Irak en Afghanistan.

Een week eerder, in het eerste televisiedebat tussen McCain en Obama, werd Israël zeven maal genoemd, minder vaak dan Rusland, maar nog altijd vaker dan China of Japan, of welk land in Europa, Latijns-Amerika of Afrika dan ook. En uiteraard houden ze allemaal van Israël, steunen ze het en beloven ze het te beschermen. Het kleine Israël is een van de weinige landen waar zowel Obama als McCain heenging in de maanden voorafgaand aan de verkiezingsdag.

Toen de Israëlische premier Ehud Olmert voor het eerst een bezoek aan de VS bracht, pochte hij tegen joodse Congresleden dat president Bush slechts één uur had uitgetrokken voor de president van China, maar dat deze met hem wel zes uur aan tafel had gezeten.

„De veiligheid van Israel is heilig", heeft Obama herhaaldelijk verklaard. McCain en Palin hebben beloofd „een nieuwe Holocaust" te zullen voorkomen – een vermeende mogelijkheid in het geval dat Iran zijn doel bereikt van het verwerven van kernwapens. De kandidaten zeggen dit alles om politieke redenen: het binnenhalen van de joodse stem en de stemmen van andere pro-Israëlgroeperingen.

De kandidaten zeggen het omdat ze er voortdurend naar worden gevraagd. Maar als ze werkelijk om Israël geven, zouden ze op z'n minst moeten proberen deze verleiding te weerstaan. De hoge zichtbaarheidsgraad tijdens iedere verkiezingscyclus, de overweldigende aandacht – het is allemaal niet echt in Israëls belang. De indruk wordt gewekt dat Israëls problemen voor iedere Amerikaanse regering de hoogste prioriteit zouden moeten hebben. De Amerikanen gaan erdoor denken dat belangrijke en kostbare overheidsoperaties, zoals de oorlog in Irak, ondernomen zijn ten bate van Israël, waardoor het land eerder een blok aan het been wordt dan een pluspunt. De kiezers worden erdoor misleid, zodat die gaan denken dat de dilemma's waar de volgende president voor staat – Iran is het beruchtste voorbeeld – zouden verdwijnen als Israël er niet zou zijn geweest.

Maar de werkelijkheid is anders. De oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, hoe belangrijk misschien voor de Israëliërs en Palestijnen, zal voor de VS geen gebeurtenis van levensbelang zijn. Adviseurs van zowel Obama als McCain hebben dat nog niet zo lang geleden op een conferentie toegegeven. In tegenstelling tot wat veel Amerikanen denken, wees Max Boot, de adviseur van McCain, erop dat „als het Israëlisch-Palestijnse conflict wordt opgelost, dat niet de oplossing van alle problemen in het Midden-Oosten zou inhouden".

Het feit dat voorstanders van de oorlog in Irak ook bekend stonden als sympathisanten van Israël betekent nog niet dat Israël ook maar iets van doen had met het ontketenen van deze oorlog. Deze vertekening werd naar voren gebracht in The Israel Lobby, een boek van Stephen Walt en John Mearsheimer – en ik vermoed dat veel linkse Amerikaanse kiezers er nog steeds in geloven. In werkelijkheid speelde Israël nauwelijks een rol in de beslissing die tot de oorlog in Irak leidde. Zoals Yossi Alpher anderhalf jaar geleden schreef, waarschuwde de toenmalige Israëlische premier Ariel Sharon president Bush zelfs voor de oorlog: „Naar buiten toe speelde Sharon de stilzwijgende bondgenoot. [...] Niettemin adviseerde Sharon Bush om Irak niet te bezetten."

Maar Iran is het punt waar de ernstigste schade is aangericht door het herhaaldelijk noemen van Israël als het land dat wordt bedreigd door Irans nucleaire programma. Iran vormt een uitdaging voor de VS, het is een bedreiging voor de Arabische wereld, het brengt cruciale energiebronnen in gevaar en steunt terreur – en niet alleen tegen Israël.

Weliswaar erkennen de kandidaten al deze feiten, maar toch blijven ze zich richten op Israël. „Wat is uw indruk van de bedreiging die Iran vormt voor de veiligheid van de Verenigde Staten", werd in het eerste televisiedebat aan McCain gevraagd. Zijn antwoord begon zo: „Als Iran kernwapens krijgt, vormt het land een existentiële bedreiging voor Israël." Het antwoord van Obama was niet veel anders: een nucleair Iran „zou de regels van het spel veranderen. Niet alleen zou het Israël bedreigen, een land dat een trouwe bondgenoot van ons is."

Zeker, Obama en McCain noemden ook andere redenen waarom een nucleair Iran méér zou zijn dan louter iets vervelends, maar ze begonnen allebei met Israël. Kan iemand het de Amerikanen verwijten dat ze de indruk hebben dat Israël de reden is voor het verzet tegen het Iraanse expansionisme?

Nee, eigenlijk niet. De schuld voor het wekken van die indruk ligt bij de kandidaten, hun adviseurs, en een paar om aandacht verlegen zittende Israëliërs, die zich allemaal gedragen als de man uit dat in vergetelheid geraakte liedje van Queen: Never read the signs/ Too much love will kill you (Negeer de waarschuwingen/ Te veel liefde zal je fataal worden).

 

Shmuel Rosner is schrijver. Hij was correspondent voor de Israëlische krant Haaretz. Dit artikel verscheen eerder in internetmagazine Slate.

donderdag 23 oktober 2008

NOS journaal 21 oktober over berichtgeving Gaza grensovergangen

 
Een helder protest tegen de wel vaker eenzijdige en soms ronduit onjuiste berichtgeving door de NOS:
 
"Zij heeft daarmee niet aan haar eigen doelstelling van objectieve berichtgeving voldaan."
 
====================
 
Aan: NOS publieksvoorlichting

 

 

Beste mensen,

 

In het acht uur journaal van gisteren (21 oktober) werd beweerd dat Israel zijn afspraken niet nakomt om de grensovergangen met Gaza te openen, en daarom de smokkel van goederen via tunnels een bloeiende business is geworden. Met de staakt-het-vuren overeenkomst in juni zou ook afgesproken zijn dat Israel vrij verkeer van goederen toelaat. De beschuldiging werd twee keer gedaan, eerst door de nieuwslezer en daarna door Sander van Hoorn, die een reportage had over hoe de Gazanen zich nu al op het Offerfeest voorbereiden door vee uit Egypte via tunnels te smokkelen.

 

Het bericht en de reportage gaven een onjuist beeld. De grenzen zijn inderdaad niet geheel open met onbeperkte in- en uitvoer van goederen, maar dat heeft Israel ook nooit beloofd, in ieder geval niet zolang Gilad Shalit nog vast wordt gehouden in Gaza. Er worden echter veel meer goederen toegelaten dan voor het staakt-het-vuren. Nadat de Palestijnen een qassamraket afschieten, zoals gisteravond toevallig ook gebeurde, sluit Israel meestal als strafmaatregel voor een of twee dagen de grensovergangen af. Voor de NOS lijkt het echter allemaal niet uit te maken: niet geheel open is dicht, en dat is niet volgens de afspraak.

 

De reportage suggereerde dat via de tunnels slechts vee en andere onschuldige goederen de Gazastrook in worden gesmokkeld, terwijl ook de wapensmokkel bloeit. Onderzoek van de Israelische veiligheidsdiensten toont bovendien aan dat Hamas betere raketten heeft ontwikkeld, en een stelsel van ondergrondse gangen en bunkers heeft gebouwd.

 

De afspraken die voor het van start gaan van het staakt-het-vuren zijn gemaakt, zijn niet schriftelijk vastgelegd en worden door beide partijen verschillend geïnterpreteerd. Volgens Israel was het staakt-het-vuren gekoppeld aan vooruitgang in de onderhandelingen wat betreft de vrijlating van Shalit. Die onderhandelingen liggen al enige tijd helemaal stil, nadat Hamas ze had afgebroken. Bovendien zou Egypte de wapensmokkel via de tunnels harder aanpakken. Hamas heeft de koppeling met Shalit altijd ontkend. Het NOS journaal lijkt de interpretatie van Hamas te volgen door alleen Israel te beschuldigen van het niet nakomen van afspraken. Zij heeft daarmee niet aan haar eigen doelstelling van objectieve berichtgeving voldaan.

 

 

Met vriendelijke groet,
Ratna Pelle, Nijmegen

Werkgroep Keerpunt en het Israëlisch-Palestijns conflict

 
Impressies van een thema-avond over Palestijnse christenen. Inleiding overgenomen van IMO Blog.
 
 
 
 
We ontvingen onderstaand verslag van iemand die een bijeenkomst had bezocht van de "Werkgroep Keerpunt", een clubje dat ontevreden is over de volgens hen te pro-Israëlische lijn van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en daartegen ageert met pro-Palestijnse en anti-Israël activiteiten.

De PKN werd in mei 2004 opgericht als een koepelorganisatie die drie grote protestantse stromingen in Nederland verenigde, voorheen de Samen Op Weg kerken genoemd. Op 11 april 2008 bracht de PKN een nieuwe (de derde) nota uit over "Het Israëlisch-Palestijns conflict in de context van de Arabische wereld van het Midden-Oosten" ("Bijdrage tot de meningsvorming in de Protestantse Kerk in Nederland"), kortweg IPA-nota genoemd. Deze nota bevat de nodige onnauwkeurigheden in haar weergave van het conflict, maar lijkt oprecht te streven naar een evenwichtige en aktieve rol van de PKN in het nader tot elkaar brengen van de partijen en het bevorderen van contacten en verzoening. Er zijn vooraf gesprekken gevoerd met belangengroeperingen van beide kanten, hoewel de pro-Palestijnse aktiegroepen domineerden. In de tekst van de nota wordt de staat Israël dan ook niet gespaard qua kritiek, en bij de weergave van VN resoluties en internationaal recht wordt vaak de pro-Palestijnse interpretatie gevolgd.

De Werkgroep Keerpunt, opgericht in 2003 toen ook de eerste nota van de Samen Op Weg kerken verscheen, is dit allemaal veel te soft, en pleit voor sancties tegen Israël zoals een (vooralsnog) selectieve boycot. Keerpunt eist een totale eenzijdige Israëlische terugtrekking uit de in 1967 veroverde gebieden, waarna pas over een oplossing kan worden onderhandeld:

"Om gelijkwaardige onderhandelingen mogelijk te maken zal Israël haar illegale bezetting van Palestina moeten beëindigen door zich terug te trekken op de grenzen van '67 zoals aangegeven in de betreffende resoluties van de Verenigde Naties."

Het is veelzeggend dat de Werkgroep Keerpunt ruim 60 pagina's aan kritiek heeft op de nota, vrijwel steeds omdat deze nog te mild voor Israël zou zijn. Keerpunt lijkt grotendeels op één lijn te zitten met radikale groepen als Gush Shalom en Sabeel, en natuurlijk met de bekende eenzijdige anti-Israël groepen in Nederland zoals EAJG, UCP e.d., waarmee dan ook volop wordt samengewerkt. Hun nieuwsbrieven en website staan vol met links naar organisaties en artikelen die de bezetting en andere Israëlische praktijken hekelen, zowel gematigde (Nusseibeh, Peace Now en MidEast Web), als radikale (Pappe, Electronic Intifada, Badil enz.), terwijl men goeddeels zwijgt over Palestijns geweld en misstanden. Zo zeggen ze solidair te zijn met Palestijnse christenen, maar hebben nauwelijks oog voor de problemen die zij hebben als kleine minderheid onder de islamitische Palestijnen. Zij zouden slechts te lijden hebben onder de bezetting. Zie ook het verslag hieronder.


Ratna Pelle en Wouter Brassé

- - - - - - - - - - - - - - - - - - -


Verslag van een avond belegd door de werkgroep Keerpunt
"meer aandacht voor de positie van de christenen in het M.O."
met twee Palestijnse christenen als gast,
7 oktober 2008 in Utrecht

georganiseerd door Cordaid, Icco, IKV en Pax Christi


Op deze avond waren ongeveer 25-30 mensen aanwezig.
De Palestijnse christenen waren tegenwoordig in de persoon van de archimandriet (hoofd van de Melkitische kerk) Joseph Saghbini, een Libanees van afkomst, en mr Youssef Daher, een Arabische Palestijn, beiden woonachtig in Jeruzalem. De aangekondigde mw Jean Zaru was verhinderd.
De beide inleidingen waren kort en mager: een klaagzang over Israël. Er was wel enige discrepantie tussen beide heren: Saghbini was ervan overtuigd dat de Palestijnen de oudste rechten hadden in het gebied en dat de Joden daar al sinds het jaar 71 na Chr. weg waren en dus nieuwkomers, maar Daher erkende dat er altijd Joden hebben gewoond.

Overigens werd wel duidelijk dat veel mensen (eigenlijk alle bevolkingsgroepen) te lijden hebben onder de politieke situatie, en zo ook dus de christenen. Maar ja, als je buren geen vrede willen sluiten met jou, dan wantrouw je de buren èn hun verwanten; dat is niet anders. Dat kan schrijnende gevolgen hebben voor families, als een deel in Israël woont en een ander deel Israël niet of niet meer in mag.

Meindert Dijkstra, secretaris van de werkgroep, had de leiding en was met vele instemmend knikkende dames voorspelbaar erg gevoelig voor de klaagzang. Hij staat bekend als een non-vriend van Israël en noemde bij deze gelegenheid zijn werkgroep EACG (Een Ander Christelijk Geluid), naar analogie van EAJG, en vond dat zelf erg leuk. Voor mij is Keerpunt een subversieve groep binnen de kerk, die alles doet om de band tussen kerk en Israël ongedaan te maken, en inderdaad, EAJG is een vergelijkbare wigdrijver tussen Joden en de staat Israël.

Als gespreksleider is Dijkstra tamelijk lomp, en dat was ook al gebleken bij eerdere gelegenheden. Toen iemand in een normaal beleefde vraag de moefti van Jeruzalem noemde, riep hij verveeld uit: "daar gaan we weer... de moefti!!" En op een andere vraag, die vertaald moest worden in het Engels, wilde hij vooraf eerst wel eens weten met welke bedoeling de vraag werd gesteld.

Een meneer waagde te twijfelen aan het historische plaatje dat Saghbini ophing van de pais en vree tussen moslims en christenen in de Arabische wereld. Over Andalusië bestaat een dergelijke mythe. Daar tegenover staan feiten als het compleet verdwijnen van het christendom uit Mekka, de dhimmi-status voor niet-moslims, en de moord op Joodse stammen. Kennelijk vanuit dezelfde gedachte vroeg iemand: zijn er in de regio van het M.O. ook landen aan te wijzen waar christenen het beter hebben dan in Israël. Het antwoord was: Syrië, Jordanië en Libanon. Persoonlijk ken ik gevluchte christenen uit Syrië met een ander verhaal.
Een dame attendeerde op de vrijheid van godsdienst in Israël.

Lag het niet op de weg van de Palestijnse christenen om in georganiseerde vorm te proberen de extremistische elementen onder hun moslimbroeders te benaderen om hen op te roepen tot een constructievere houding? - was een ietwat provocerende vraag. Het antwoord werd niet echt duidelijk, ook al werd door Daher het extreme geweld veroordeeld. Saghbini gaf daarvan weer de schuld aan "de bezetting". Een veel gevolgde tactiek, ook bij Keerpunt en EAJG, die strijk en zet de zwarte piet bij Israël neerlegt, dat nota bene in 1948 direct vrede en vriendschap aanbood aan haar buren, die vervolgens en masse hebben geprobeerd om Israël van de kaart te vegen en dat nog steeds van plan zijn. Vandaag of morgen krijgt Israël natuurlijk ook de schuld van de economische crisis, zoals het ook de schuld kreeg van de aanslag op de Twin Towers.

Er was ook een vraag naar de christenen in Gaza, onder Hamas, die het toch veel zwaarder lijken te hebben dan de christenen in Israël. Wat daar gebeurde (brand en moord) moest volgens Saghbini gezien worden als een incident zoals dat van de Deense cartoons... maar de vraagsteller had geciteerd uit The Catholic News Service: "an anti-christian atmosphere" - dat is geen incident. En ook werd zelfs Al Quaida erbij gehaald. Maar welk bewind zou nu eigenlijk voor christenen te prefereren zijn: het Israëlische of het Palestijnse?

Een van de aanwezigen vroeg ik na afloop om commentaar; hij zei: "ik was gewend aan de tirades van de vorige Anglicaanse bisschop en de Latijnse patriarch (beiden in Jeruzalem). Vergeleken met hen vond ik de twee allervriendelijkst en relatief bijna pro-Israël. Het verhaal van de archimandriet raakte natuurlijk kant noch wal wat betreft het historische plaatje, maar het is wel exemplarisch voor de manier van denken van veel christenen in het Midden-Oosten. Opmerkelijk vond ik de opmerking van Daher: laat Israël Gaza ingaan om alle terroristen eruit te halen, (maar daarbij niet collectief straffen). Nog opmerkelijker was zijn uitspraak: als wij ons in 1948 gerealiseerd hadden dat er altijd al Joden in Palestina waren geweest, hadden wij het delingsplan geaccepteerd. Het gaat mij niet om de historische aanvechtbaarheid van die uitspraak, maar om de betekenis van het doorbrekende inzicht: Joden zijn er niet pas sinds '48. Maar wat mij nog het meest opviel, was dat hij zich in feite distantieerde van de Palestijnse nationale zaak. Op dit moment gaat het om het overleven van de christelijke gemeenschap."
Er was ook een meer religieuze vraag die Dijkstra als volgt overbracht: zien christen-Palestijnen voor Israël nog een rol in 'wat zij dan noemt' het plan van God. Daar gelooft Dijkstra dus in elk geval niet in, als christen. Het uiterst cynische Palestijnse antwoord was: "ja, als 't het plan van God is de Palestijnen te verdrijven."

Er werd een keer geïntervenieerd toen de "muur" werd aangewezen als verschrikkelijk. Toen zei iemand: "an evil, yes, but necessary", een noodzakelijk kwaad. Daar moest even over worden nagedacht en het antwoord was: nee, niet noodzakelijk, want het helpt niks: ze graven tunnels en je krijgt ook die bulldozer aanslagen binnen de afscheiding. Dat is nu eenmaal de wanhoop van de mensen vanwege de bezetting. Echter, door de afscheidingsbarrière worden veel aanslagen voorkomen, het is nu wat dat betreft een stuk rustiger dan voorheen. Dat sloeg niet aan. Een andere dame was er zelfs van overtuigd dat de afscheiding niets met veiligheid te maken had, maar met landje-pik.

Na afloop heeft een Nederlandse predikant Youssef Daher aangesproken met de vraag of er ook contacten bestonden met Joodse christenen in Israël. De predikant had zelf jeugdige Palestijnse christenen en jongere Joodse christenen bij elkaar gebracht, tot twee keer toe, in een jeugdkamp, in Nederland. Dat was een aangrijpend gebeuren geworden waaruit vriendschappen zijn ontstaan. Is dan misschien deze relatie, tussen Joods-christelijk en Palestijns-christelijk, een brugmogelijkheid? Hij zei ook: "door mijn contacten met de christen-Palestijnen sinds 2001 vanuit de stichting Tabitha Ministries Nederland heb ik hun situatie in Bethlehem van nabij meegemaakt en hun verhalen gehoord." In feite was er voor hem niets nieuws in wat er gezegd werd van Palestijnse kant. De vervangingstheologie (de gedachte dat de kerk Israëls plaats en functie heeft ingenomen in deze wereld) wordt zonder scrupules verdedigd. En dan denk je bij jezelf: hoe kun je hun geweten wakker schudden, terwijl ze het al zo moeilijk hebben in de wereld van de islam? Alles verliep z.i. heel voorspelbaar en diegenen, die een ander geluid lieten horen werden gedoogd of kregen een berisping. De sfeer was daarom niet open.
De predikant had Joseph Daher ook gevraagd: 'What is your relationship with the Jewish christians?' Daarop antwoordde hij: 'You mean messianic Jews?' 'Yes', zei hij, 'You have contact with Musalaha in Jerusalem? They strive after reconciliation between christian-Palestinians and messianic Jews'.
Maar het antwoord luidde: 'We don't have'. De vraagsteller weet dat de "messiaanse Joden" staan achter de landbelofte voor Israël, en achter de staat Israël.

Toch ben ik blij daar geweest te zijn. Enerzijds omdat de nood van de christen-Palestijnen je zeer ter harte gaat, anderzijds omdat de pro-Palestijnse beweging binnen de kerk in Nederland een tegengeluid nodig heeft.
Er was ook een meneer die Rotterdam en Gazastad bevriend wil zien. Zeg mij wie je vrienden zijn...

Wat moet je nu met zo'n avond? De verdeeldheid tussen christenen binnen de PKN, die zo duidelijk naar voren komt in de IP-nota (de nota van de PKN over het conflict in het Midden-Oosten), vind je in iets andere Oosterse vorm terug bij de christen-Palestijnen: je laat Israël Israël zijn zoals de bijbel het vanouds heeft gezegd en zoals het zichzelf verstaat: volk-land-staat, of je wilt daar onderuit, zoals ook in het theologisch instituut Sabeel te Jeruzalem, o.l.v. Naim Ateek, die ook ettelijke antisemitische uitspraken op zijn naam heeft staan.

Deze diepe verschillen kunnen op zo'n avond niet zinnig aan bod komen, alles blijft wat aan de buitenkant hangen.

 

woensdag 22 oktober 2008

Grenzen Gazastrook 1 dag dicht na afvuren Qassam raket

 
 
In het NOS journaal van gisteren (21 oktober) werd beweerd dat Israel zijn afspraken niet nakomt door de grensovergangen met Gaza dicht te houden, en daarom de smokkel van goederen via tunnels een bloeiende business is geworden. De beschuldiging werd twee keer gedaan, eerst door de nieuwslezer en daarna door Sander van Hoorn, die een reportage had over hoe de Gazanen zich nu al op het Offerfeest voorbereiden door vee uit Egypte via tunnels te smokkelen.
 
Als de grensovergangen al dicht zijn, kan Israel ze niet nog eens sluiten, zo leert de logica. Het NOS journaal of de Jerusalem Post liegt dus. In de eerste dagen en weken nadat het staakt-het-vuren was ingegaan, waren er geregeld berichten over opening en sluiting van de grenzen en over grotere en kleinere hoeveelheden goederen die werden toegelaten. De teneur was steeds dat Israel de grenzen dicht hield (dat wil zeggen alleen essentiele humanitaire goederen doorlaat) na schendingen van het staakt-het-vuren, en dit na een of twee dagen weer versoepelde. Er waren ook berichten dat Israel meer goederen toeliet dan voor het staakt-het-vuren, maar nog steeds te weinig naar de zin van de Palestijnen. De grenzen zijn inderdaad niet geheel open met onbeperkt goederenverkeer, maar dat had Israel ook niet beloofd, in ieder geval niet zolang Gilad Shalit nog wordt vast gehouden in Gaza.
 
Het NOS journaal kan blijkbaar niet onderscheiden in verschillende maten waarin goederenverkeer vrij wordt gegeven; het is open of dicht, wit of zwart, alles of niets. Anders snappen de kindertjes het niet meer.

RP
----------

The Jerusalem Post
Oct 21, 2008 21:31
 
Kassam launched from the Gaza Strip
By JPOST.COM STAFF
 
A Kassam rocket was launched into Israel from the Gaza Strip Tuesday evening, in violation of the four-month-old cease-fire between Israel and Hamas.

The rocket fell in an open area north of the Strip. There were no casualties and no damage.

Following the attack, Defense Minister Ehud Barak instructed security forces to keep the crossings with the Gaza Strip closed on Wednesday, as has been routinely done in the past.

Kassam attacks have been sporadic since the cease-fire's inception in June.