dinsdag 18 augustus 2009

Dries van Agt: 'Het gaat mij om rechtvaardigheid

 
Een voor de Volkskrant kritisch interview met Dries van Agt:
 
Hier is niet een ervaren politicus bezig met het streven naar een haalbare oplossing. Hier legt een man getuigenis af, ongeacht de consequenties, ook voor de Palestijnen. Niet voor niets kwam hij in het verleden uit bij Hamas, eerder dan bij de Palestijn die eenvoudigweg een beter leven wil.

Dit zijn niet de woorden van een rechtse zionist die Van Agt als antisemiet wil afserveren, maar van een Volkskrantredacteur met sympathie voor een deel van zijn ideeën.

Met zijn radicale analyse maakt Van Agt zich kwetsbaar voor kritiek: eenzijdig, gegoochel met cijfers en historische feiten, Israël-bashing. Dat leidde steeds de aandacht af van zijn sterkere argumenten; de schande van Sabra en Shatila, de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof over de illegaliteit van de afscheidingsmuur in Israël, de disproportionaliteit van het dodental van de 'strijd' in Gaza (honderd maal meer aan Palestijnse dan aan Israëlische zijde).

Het leidde de aandacht niet af, het is een essentieel onderdeel van de zaak: als mensen de geschiedenis zo verkeerd weergeven, zoveel feiten en cijfers niet kloppen, zoveel essentiële dingen worden genegeerd of zelfs ontkend, wat kun je dan nog geloven van wat ze zeggen? In plaats van dat jammer te vinden, zou de interviewer om die reden beter ook wat sceptischer kunnen zijn naar wat Van Agt over Sabra en Shatilla, de uitspraak van het ICJ over de 'muur' (95% is hek) en de disproportionaliteit in Gaza te zeggen heeft. Zo was Israel voor het eerste slechts indirect verantwoordelijk: zij had meer kunnen doen om het te voorkomen, is op de uitspraak over de 'muur' heel wat aan te merken (zie bijvoorbeeld: Israel en het internationale recht) en hangt disproportionaliteit niet af van het aantal doden aan beide kanten, maar of de beoogde militaire doelen in verhouding staan tot de te verwachten schade en het risico dat onschuldige burgers worden getroffen.

Het afgrijzen daarover groeit onder Nederlanders; tot in de huidige Kamerfractie van het CDA jeukt het ongemak. Van Agt doet geen moeite meer de Haagse twijfelaars te verleiden, hij zoekt direct aansluiting bij het afgrijzen.

Eén van de redenen daarvoor is dat mensen via de media een steeds eenzijdiger beeld krijgen voorgeschoteld van het conflict. Bovenstaande voorbeelden zijn daarvan een goede illustratie. Het afgrijzen is bovendien erg selectief: het geweld van Palestijnen onderling, of de slechte behandeling van Palestijnse vluchtelingen in bijvoorbeeld Libanon (waar er in 2007 honderden werden gedood door het Libanese leger) roept dit afgrijzen niet op. Hoe komt dat? En waarom weten we allemaal van Sabra en Shatilla maar weet niemand van de slachting door christelijke phalangisten, onder bescherming en waarschijnlijk actieve participatie van het Syrische leger, in het Palestijnse vluchtelingenkamp Tel al-Za'atar in 1976, waarbij 3.000 burgers omkwamen? Het is jammer dat de interviewer dat soort vragen niet stelt.

 
RP
------------------
 
Dries van Agt: 'Het gaat mij om rechtvaardigheid'

INTERVIEW, Van onze verslaggever Ron Meerhof
Gepubliceerd op 07 augustus 2009 20:56, bijgewerkt op 7 augustus 2009 21:03

 
Den Haag -  Een groot deel van zijn tijd besteedt de oud-premier aan het lot van de Palestijnen. Binnenkort verschijnt zijn boek.

Andreas Antonius Maria van Agt was eind jaren negentig vooral de fietsende, archaïsch pratende ex-premier, toen hij onverwacht een nieuw hoofdstuk aan zijn leven toevoegde: activist voor de Palestijnen. Of is het: activist tegen Israël?

Van Agt zelf spreekt van 'een bekering'. In zijn versie van de gebeurtenissen was hij als minister en later als premier steeds onversaagd medestander van Israël geweest, net als de overgrote meerderheid van de Nederlanders in de jaren zeventig. In 1999 kwam de ommekeer, 'tijdens een brave pelgrimage naar het heilige land'. Van Agt zegt zodanig geschokt te zijn geweest door verhalen over vernederingen van Palestijnen dat hij zich in de kwestie ging verdiepen.

In 2002 zocht hij de publiciteit. Hij ondertekende een vlammend protest van de stichting Stop de Bezetting, de actiegroep van Gretta Duisenberg. In juli 2005 schreef hij een opiniestuk in de Volkskrant: 'Een schreeuw om recht voor de Palestijnen.'

Teneur: Israël mag niet langer wegkomen met herhaalde schendingen van het internationale recht. Het land is mede gesticht uit schuldgevoel over de Holocaust. Datzelfde schuldgevoel heeft de wereld doen wegkijken van wangedrag van de Joodse staat. Maar het is allemaal ten koste gegaan van een volk dat aan die Holocaust part noch deel had: de Palestijnen. Juist Europa draagt daarom een bijzondere verantwoordelijkheid voor hun lot. En Dries van Agt voelt die verantwoordelijkheid zwaar.

Daarom bombardeert hij sindsdien de opiniepagina's, regelmatig mede-ondertekend door mensen van naam; onlangs nog Frans Andriessen, Hans van den Broek en Laurens-Jan Brinkhorst. Zijn eigen partij spaart hij niet: ook CDA-minister Verhagen van Buitenlandse Zaken is doelwit.

Zijn website met artikelen over het Midden-Oostenconflict, een chronologie en achtergronden, wordt goed bezocht. Niet door hemzelf, trouwens, Van Agt heeft geen computer. Hij geeft regelmatig lezingen, vooral voor studenten en heeft inmiddels een boek geschreven over de kwestie dat begin september uitkomt (Een schreeuw om recht, De Bezige Bij).

Grofweg tweederde van zijn tijd gaat op aan aan zijn strijd voor de Palestijnen, zegt hij tijdens een gesprek op een zonnige julidag op het terras van hotel De Wolfsberg, op een steenworp afstand van zijn woning in Heilig Landstichting bij Nijmegen.

De meneer van de Volkskrant moet even wachten tot een mevrouw van de IKON is bediend. Van Agt is inmiddels 78, maar hij heeft het onverminderd druk. Dat komt vooral door het boek, dat kost meer tijd dan hij ooit had kunnen bevroeden.

Onlangs nog kwam hij in het nieuws met een losse opmerking. Of Van Agt nog eens zou willen deelnemen aan het project Free Gaza, waarbij schepen aanleggen bij de Gaza-strook, in weerwil van een Israëlisch verbod. 'Ja hoor', luidde zijn antwoord, 'ofschoon het gevaarlijk is' zou hij dat nog best eens willen doen. En dan is hij opeens weer nieuws. Terwijl het toch nieuwswaardiger was geweest als hij níet had gewild.

Zijn inspanningen leverden Dries van Agt, de man die in de jaren zeventig in linkse kringen nog te boek stond als onverbeterlijk rechts en onuitstaanbaar conservatief, een uitnodiging op – in dank aanvaard – om te komen spreken op het congres van GroenLinks. Zelfs PSP'ers van weleer meenden dat hij waarlijk het licht moest hebben gezien. Ook in SP-kringen – Anja Meulenbelt is nu een sister in arms – is Van Agt dezer dagen graag gezien.

Maar met de nieuwe vrienden kwamen nieuwe vijanden. Van Agt zou altijd al tegen Israël zijn geweest. Hij zou een antisemiet zijn. Dáárom legt hij in zijn voorstelling van het conflict en het ontstaan ervan, alle schuld bewust bij Israël, zeggen zijn critici.

Over de eerste beschuldiging zijn Van Agts biografen in het vorig jaar verschenen en veelgeprezen Tour de Force, kort: 'Tegenstanders beweerden dat Van Agt altijd al anti-Israël was. Dat is onjuist.'

Co-auteur Johan van Merriënboer wijst er bijvoorbeeld op dat Van Agt zich in de ministerraad verzette tegen initiatieven van Max van der Stoel en Jan Pronk, die hij te zeer op de hand van de Palestijnen vond. In toespraken in 1976 en 1977 stelde Van Agt 'dat wij in het bijzonder staan voor de staat Israël'. Hij noemde die staat meermalen 'een broeder in benauwenis'.

Dat beeld is overtuigend, zegt Van Merriënboer: 'Van Agt was in de jaren zeventig, precies zoals hijzelf zegt, duidelijk op de hand van Israël.'

In de periode direct daarna wordt het beeld onduidelijker. Van Agt zelf zegt nog in 1982, na de moordpartijen op Palestijnen in de vluchtelingenkampen Sabra en Shatila, het te hebben opgenomen voor de toenmalige Israëlische minister van Defensie Sharon. Diezelfde Sharon bleek later een zware verantwoordelijkheid te dragen voor het gebeurde. Van Agt zegt achteraf zich 'de ogen uit de kop' te schamen voor zijn toenmalige verdediging van Sharon.

Maar bijvoorbeeld Ronny Naftaniël van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël (CIDI) heeft sindsdien met kracht geargumenteerd dat Van Agt het destijds helemaal niet voor Sharon heeft opgenomen. Van Agt maakt zichzelf in die periode zwarter dan nodig, vindt ook biograaf Van Merriënboer.

Waarom zou hij zoiets doen? Om nu des te meer te kunnen stralen, luidt een uitleg. Het is klassiek gedrag van de religieuze bekeerling; de ommekeer moet zo sterk mogelijk geaccentueerd, het nieuwe licht mag niet minder dan oogverblindend zijn.

 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen