maandag 26 april 2010

Te gast bij Rondom 10 over sharia: liep Groenendijk in een vooropgezette val?

 
Gisteren in Rondom Tien een geanimeerde discussie over de sharia, naar aanleiding van een onderzoek in opdracht van de regering, dat de dag ervoor was uitgekomen. Leuk om moslims en niet moslims bij elkaar te hebben, en ook de zeer kritische Nahed Selim, en onder de 'autochtone' gasten zowel een felle criticus (Frans Groenendijk) als mensen die meer op de multiculturele tour zitten. Alleen jammer dat de spreektijd zo ongelijk was verdeeld, en niet alle gasten fatsoenlijk werden ingeleid en het woord kregen. Hieronder vertelt Groenendijk zijn versie van het gebeurde, en die komt redelijk overeen met mijn waarneming. Hij viel meermaals anderen in de rede, en werd daarbij teruggefloten door de gespreksleider, die hem echter geen enkele keer het woord gaf, zelfs niet nadat hij door een ander panellid hard was aangevallen. Zelf zegt hij daarover:
 
Door de uitzonderlijke samenstelling van het gastenpanel, doordat mij precies 0, zegge nul, keer het woord werd gegeven door de presentatrice en ik vanuit de kijkers gezien zelfs letterlijk aan de uiterste rechterzijde was geplaatst, was het me per saldo onmogelijk gemaakt rustig het woord te doen. Effectief kwam ik zodoende op de gemiddelde kijker over als een onredelijke drammer. Effectief, maar was dit ook het plan van de redactie? Het is moeilijk te geloven maar voor wie de achterliggende feiten op zich laat inwerken, dringt die conclusie zich wel op.
Kort voor de uitzending had ik te horen gekregen dat ik niet in de kop van het programma al het woord zou krijgen, maar ook niet moest wachten tot ik het woord kreeg. Wanneer ik de noodzaak zag om te reageren moest ik gewoon het woord nemen. Het moest een levendige uitzending worden.
 
Dat verklaart een en ander, maar het waarom van deze opzet blijft raadselachtig. Ik zelf ben niet geneigd hier snel van alles achter te zoeken, maar een beetje vreemd is het wel. Het viel me ook op dat er wel veel moslims in de uitzending zaten die min of meer hetzelfde zeiden. Een kleiner panel was misschien beter geweest. Dan had iedereen meermaals het woord kunnen krijgen en kunnen mensen ook daadwerkelijk een punt maken en onderbouwen. 'Levendig' lijkt mij vooral een eufemisme voor 'schreeuwerig' en 'populistisch'. Mijn indruk is dat men Groenendijk bewust de rol van querelant heeft gegeven, niet van deskundige die zich grondig in de materie heeft verdiept en tot pittige conclusies is gekomen.    
 
RP
-------------

Te gast bij Rondom 10: liep ik in een vooropgezette val?
Door Frans Groenendijk
 

Het NCRV-televisieprogramma Rondom 10 van zaterdag 24 april ging over het onderwerp 'sharia in Nederland'. De aanleiding om dit onderwerp te behandelen was het uitkomen van een rapport van een groep Nijmeegse antropologen die van de minister van justitie de opdracht had gekregen onderzoek te doen naar het voorkomen van sociale druk op vrouwen in kwetsbare posities om in te stemmen met sharia-'adviezen'.
Hoewel ik als een van de studiogasten was uitgenodigd -ik kreeg daadwerkelijk een microfoontje opgespeld en zat voor het eerst van mijn leven zeker tien minuten lang in de stoel van een heel leuke visagiste- moest ik elke seconde spreektijd in het programma bevechten.
 
Door de uitzonderlijke samenstelling van het gastenpanel, doordat mij precies 0, zegge nul, keer het woord werd gegeven door de presentatrice en ik vanuit de kijkers gezien zelfs letterlijk aan de uiterste rechterzijde was geplaatst, was het me per saldo onmogelijk gemaakt rustig het woord te doen. Effectief kwam ik zodoende op de gemiddelde kijker over als een onredelijke drammer. Effectief, maar was dit ook het plan van de redactie? Het is moeilijk te geloven maar voor wie de achterliggende feiten op zich laat inwerken, dringt die conclusie zich wel op.
De uitzending zelf laat maar een deel van de feiten zien. Ik geef hier de rest.
Volledigheidshalve voeg ik er nog de bijdrage aan toe, die ik had willen geven wanneer ik wèl het woord zou hebben gekregen. Oordeelt u zelf.

De gasten
Er waren 9 gasten met een microfoontje. Dat lijkt een onbelangrijk gegeven maar was in werkelijkheid op z'n minst pikant.
Donderdagmiddag was ik benaderd door de redactie. Uiteraard vroeg ik naar de andere gasten. Er werd me verteld dat er acht gasten zouden zijn: ik kreeg ook de namen te horen van zeven van hen. Mogelijk zou de minister van justitie gast nummer 9 zijn, maar dat was onzeker. Gast nummer 8 was huisarts, haar naam kreeg ik niet te horen. Zij zou vertellen over gebeurtenissen waarbij vrouwen op schrijnende wijze de dupe waren van misstanden binnen mohammedaanse subculturen in Nederland. Misstanden die blijkbaar samenhingen met dit onderwerp. Een half uur voor de uitzending kreeg ik te horen dat zij haar aanbod om mee te doen, weer ingetrokken had. Ik kreeg niet te horen waarom. Omdat 8 - 1 = 7 verwachtte ik zeven gasten, mezelf incluis. De huisarts, die behoorde tot de minderheid van de gasten die toch vooral bezorgdheid naar voren zou hebben gebracht met betrekking tot de groeiende invloed van het mohammedanisme, bleek echter niet door één maar door twéé andere gasten vervangen. Een mannelijke en een vrouwelijke fundamentalist die aan het einde van de uitzending er in nauwelijks bedekte termen voor uitkwamen persoonlijk geen tegenstander te zijn van steniging van overspeligen of het afhakken van de hand van dieven. Het Tariq Ramadan standpunt dus. Best opmerkelijk.

Omdat dit mijn televisiedebuut was, had ik me tamelijk goed voorbereid. De avond ervoor was het rapport beschikbaar geworden via de site van het ministerie van justitie. Ik had het complete rapport gedownload, geprint en bestudeerd. Verder had ik geprobeerd wat informatie te vinden over de andere gasten en de opstellers van het rapport.
Naast de genoemde fundamentalisten en mezelf waren er dus nog zes andere gasten.
Een gehoofddoekte studente medicijnen afkomstig uit Libanon. Toen de al genoemde fundamentaliste uitlegde dat het in Saoedi-Arabië, "dat wel als conservatief beschouwd wordt", reuze meevalt met die lijfstraffen, dat overtreders vooral shariagewijs heropgevoed worden, bracht ik via een interruptie onder de aandacht dat er onlangs een Libanees tot de doodstraf veroordeeld was vanwege hekserij. De studente 'verbeterde' mij daarop met de opmerking dat er in Libanon geen sharia bestaat…

Op luttele centimeters afstand van mij zat Maurits Berger. Zijn leerstoel aan de universiteit van Leiden wordt betaald door de sultan van Oman. Het malicieuze WRR-rapport van enkele jaren geleden, dat gewijd was aan het zoeken naar optimistisch stemmende ontwikkelingen in door het mohammedanisme beheerste landen, meldt daar over dat het land 1) mohammedaans is, 2) mohammedanisme er staatsgodsdienst is en 3) sharia, de theocratie dus, bepalend is voor de (grond)wet. In de uitzending maakte Berger er veel werk van om te benadrukken dat de christelijke en joodse opvattingen voor wat betreft het huwelijk op gespannen voet staan met onze wetgeving. Over sharia was hij niet kritisch… Toen ik na de uitzending presentatrice Plag er op wees dat het zorgvuldig was geweest wanneer de financiële achtergrond van de heer Berger door haar genoemd was, reageerde ze nogal geïrriteerd … Voor de uitzending was Berger nog tamelijk beleefd tegen me. Hij had pas net de beschikking gekregen over het onderzoeksrapport en ik wees hem er op dat hij er uitgebreid in geciteerd werd. Al in de studio pakte hij zelfs nog een exemplaar van mijn boek aan. Omdat het mogelijk in beeld zou komen wanneer hij het onder zijn stoel liet liggen overhandigde hij het aan iemand van het personeel. Later bleek dat het ergens onbeheerd was achtergelaten. Toen ik hem bij het verlaten van het gebouw groette, uiteraard niet vriendelijk maar wel beleefd, kon bij hem zelfs dat er niet meer vanaf…

Dan was er hoofdonderzoeker Bakker. Cultureel antropoloog. Ik had in de gauwigheid maar weinig over hem kunnen vinden. Van zijn collega Harmsen had ik wel een persberichtje gelezen over diens promotieonderzoek. Dat sloot af met
Religieuze ideeën dienen enerzijds om de eigen identiteit te benadrukken ten opzichte van de dominerende Westerse cultuur van globalisering. Anderzijds leent de Islam zich ook voor kritiek op inheemse traditionele gewoonten die als een obstakel voor vooruitgang worden ervaren. We zien dus dat een religie als de Islam wel degelijk een kracht kan zijn voor burgers om in gezamenlijk verband op een bewuste en actieve wijze moet problemen in de samenleving om te gaan en die proberen te overwinnen. (mijn nadruk).
 
Mijn verontrusting groeide. Over de beide -zeer jonge- vrouwelijke medeonderzoekers kwam ik ook iets te weten. De een is vrijwilligster bij de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland. Ook voor nummer twee staan gekleurde slachtoffers in verre andere landen centraal in haar aandachtsgebieden.
Bakker zelf dacht in de uitzending veilig te zijn voor kritiek op de inhoud van zijn flutonderzoek omdat het pas de avond ervoor beschikbaar was gekomen en blufte dat ik het onderzoek maar eerst eens moest lezen voordat ik er kritiek op leverde. Toen ik hem er op wees dat ik er uren op gestudeerd had, kreeg hij van de presentatrice volop de gelegenheid mij te beledigen door te suggereren dat mijn ogen dan wel af toe dichtgevallen moesten zijn.
Gelukkig was ook Nahed Selim er, die door haar uitgebreide ervaringen als tolk en door studie de feiten uitstekend op een rijtje heeft, maar helaas nogal langzaam en soms onduidelijk formuleert. Samen met haar moest ik het dus opnemen tegen een vijftal uitgesproken tegenstanders.
Er tussen die twee kampen dan nog twee andere vrouwen.
Een verstandige, maar bedeesde moslima die aan haar reizen naar landen als Afghanistan en Jemen een bloedhekel aan sharia had overgehouden en de fundamentalisten voorhield dat vrouwen in die landen er heel veel voor over zouden hebben te kunnen leven onder een wetgeving als die van Nederland.
En ten slotte Tweede Kamerlid Mirjam Sterk. Hoogzwanger en extra vermoeid door de twee dagen CDA-congres die ze net achter de rug had. Toen ik haar voor de opnames een exemplaar van mijn boek gaf, bekende ze eigenlijk niet goed te weten waar de Organization of the Islamic Conference voor staat … ("Sterk was zwak" sms'te een familielid).

Kort voor de uitzending had ik te horen gekregen dat ik niet in de kop van het programma al het woord zou krijgen, maar ook niet moest wachten tot ik het woord kreeg. Wanneer ik de noodzaak zag om te reageren moest ik gewoon het woord nemen. Het moest een levendige uitzending worden. In het licht van de samenstelling van het panel nogal opmerkelijk! In de middelbare schoolklassen waar ik overdag voor sta, zijn mijn oren getraind geraakt in het opvangen van gesprekjes op vrij grote afstand. Zodoende ving ik kort voor de opnames op -beslist onbedoeld, net zoals veel fluistergesprekjes tussen leerlingen- dat een andere redacteur de heer Berger er voor waarschuwde dat ik de tegenstander was. Nog wat opmerkelijker eigenlijk wel.

Omdat ik slechts het woord kon krijgen door te interrumperen kreeg de bebaarde fundamentalist ook de kans om zijn ingestudeerde riedeltje over "wanneer u mij nu even laat uitpraten" voor te dragen…
Die cameramensen zijn trouwens echte vaklui. Beide malen dat er een zenuwtrekje over mijn gezicht trok, kwam ik close-up in beeld. Helaas misten ze wel de vette grijns van de fundamentalist toen het lot van Fayza Oum Hamed aan de orde kwam: de minderjarige importbruid die acht jaar in een toestand van slavernij leefde in Nederland. Hij vermaakte zich over het feit dat ik daarover emotie toonde...

Mijn bijdrage
Ik houd als wetenschapper en vooral als politicus graag de grote lijnen in het oog. Zeker bij ingewikkelde onderwerpen zoals hier aan de orde zijn. Wanneer het in de verste verte om het mohammedanisme gaat wordt de discussie altijd ingewikkeld en meestal verhit. Een van de redenen daarvoor is dat er volop geflipflopt wordt tussen de oude theorie -de ideologie uit het 7e eeuwse Arabië dus- en de huidige praktijk hier. Komt de theorie onder vuur dan wordt gezegd dat alleen de praktijk gekeken moet worden, komt de praktijk onder vuur dan wordt dat gepareerd door uit te leggen dat die partijk helemaal niet mag van de theorie. Plus de vraag of de mohammedaanse praktijk van nu in andere landen enig verband heeft met het mohammedanisme hier.
De minister vroeg om een onderzoek en het resultaat ligt nu op tafel.
 
Waarom wilde hij dit onderzoek? Vier factoren speelden een rol. Twee daarvan komen ook terug in het rapport.
1) Een incident in Spanje. In het zuid-Spaanse plaatsje Reus ontsnapte een vrouw ternauwernood aan moord door steniging omdat een aantal mohammedaanse fundamentalisten rechtbank gespeeld had en besloten had dat deze vrouw vermoord moest worden omdat ze vreemdgegaan was.
2) Berichtgeving uit Groot Brittannië. Er zou sprake zijn van 85 min of meer officiële shariarechtbanken. Die hebben uiteraard geen officiële status binnen het rechtssysteem maar er wordt niet opgetreden tegen hun poging om uit te stralen dat ze een officieel orgaan vormen. Naar de vrouwen uit de gesloten mohammedaanse subculturen is die poging natuurlijk al snel geslaagd.
Maar let op: Groot Brittannië is heel anders dan Nederland. Met name wonen er daar heel andere mohammedanen. Zij komen heel veel uit Pakistan en hier bijna niet. Marokko en Turkije zijn zeer, zeer beschaafde landen in vergelijking met Pakistan. Vergelijk bijvoorbeeld de reactie in Nederland op Fitna met de reactie in Groot-Brittannië op de Deense cartoons.
Deze twee factoren kunnen dus niet verklaren waarom de minister toch een onderzoek wilde. Daarvoor moet je naar die twee andere factoren kijken.
3) De kwestie Fayza Oum Hamed. Als minderjarige in een huwelijk geprest en daarna acht jaar in feite in een staat van slavernij van haar man vertoevend in het huishouden van haar 'echtgenoot'. Mishandeld door haan schoonfamilie. En zij is niet de enige. Fayza verkeerde in een uitzonderlijke kwetsbare positie maar was slim en had een doorzettingsvermogen dat vergelijkbaar is met dat van de Pakistaanse Mukthar Mai en slaagde er in te vluchten en een boek te schrijven. Er zijn dus bepaalde sub-sub-culturen in Nederland waar het leven voor vrouwen een hel is
4) Waar (en nu komt er boegeroep en gesis) het 7e eeuwse gedachtegoed van een vrouwen-minachtende krijgsheer nog zeer letterlijk wordt genomen. Want letterlijk genomen is de koran een vrouwen-haat boek tot en met en iedereen die anders beweert is een leugenaar.
De minister wilde natuurlijk geen onderzoek naar de rol van die ideologie maar naar de praktijk. Naar sociale druk op kwetsbare mensen, cq vrouwen zoals Fayza Oum Hamed. Geen kwetsbare vrouw maar wel in een zeer kwetsbare positie. Hebben de onderzoekers dat onderzocht? Nee. Ze hebben meningen gevraagd. Aan wie? Vooral aan mannen: meer dan 80% van de ondervraagden. Welke mannen? Mannen die, als we ze op hun woord mogen geloven, heel goed bezig zijn en daar over willen praten. Zouden de extremisten met deze onderzoekers willen praten? En verder spraken ze met imams die de Nederlandse taal niet machtig bleken zodat ter plekke even een moskeeganger werd aangeschoten om voor tolk te spelen. Maar niet die vrouwen voor wie die sharia-ellende een bedreiging zou vormen en voor wie de minister wil opkomen.

Alsof je onderzoek doet naar apartheid en dan vooral blanken interviewt en dan niet eens willekeurige blanken, maar enthousiaste verdedigers van de apartheid.

Er zijn meningen gevraagd. Best interessant om te lezen maar daar had de minister niet om gevraagd.
De onderzoekers hadden moeten zeggen: minister voor wat u wilt weten moeten we undercover filmen in verdachte moskeeën. Moeten we de vrouwen in de meest kwetsbare posities actief opzoeken. Dat hebben de onderzoekers niet gedaan. Maar het is natuurlijk moeilijk om zo'n prestigieuze opdracht terug te geven of te weigeren.

Zoals de inhoud van het shariagebeuren slechts op een paar procent verschilt van die van onze wetgeving verschillen mensen en varkens slechts een paar procent in hun dna. Een paar procent kan dus veel verschil betekenen.

Streven naar sharia is streven naar apartheid voor een minderheid. Zwarten in de VS vorige eeuw streefden niet naar het recht om in een afgescheiden stuk van de bus te mogen zitten. Ze wilden juist overal zitten: gelijke rechten.

Nu toch maar PVV stemmen?
Is mijn mening over de gemiddelde Nederlandse culturele mohammedaan veranderd door dit gebeuren? Natuurlijk niet: de NCRV had immers een heel speciaal, beslist niet representatief groepje mohammedanen uitgenodigd.
 
Ik sta ook nog steeds achter de uitspraak in mijn boek dat we het in Nederland "best getroffen hebben met 'onze' mohammedanen". En dat houd ik zelfs vol ondanks het wangedrag van onacceptabel veel hufterigheid, werkloosheid-door-eigen opstelling en criminaliteit onder jongens -geen jongeren- van Marokkaanse achtergrond.
Wel ben ik door deze gebeurtenissen sterker gaan neigen naar een stem op de PVV. Niet vanwege hun opvattingen over mohammedanisme en straatterreur maar vanwege hun standpunt over de publieke omroep.
 
De kans dat ik nog ergens mijn zegje zal kunnen doen bij de publieke omroepen maak ik natuurlijk een stuk kleiner door bovenstaande onthullingen en de laatste verzuchting. Dat is jammer, maar mijn rehabilitatie moet nu toch maar even voorgaan.
 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten