vrijdag 7 mei 2010

Polarisatie in de Protestantse Kerk Nederland rond Israel

 
Hieronder een verslag van een recente discussie bijeenkomst in Soest over de protestantse kerk en Israel.

 
==========================
 

Polarisatie in de Protestantse Kerk Nederland, de PKN, rond Israel

 

 

Op maandag 26 april heeft de zogeheten Appèlgroep (een zelfstandige werkgroep die studiemiddagen belegt in verband met kerk en Israel) in Soest een bijeenkomst gehouden voor de verschillende tegengeluiden tegen het zogeheten Kairosdocument, dat in Nederland in december 2009 in de Domkerk was gepresenteerd aan de Nederlandse kerken, namens een groep Palestijnse christenen. Kairos is een Grieks woord dat betekent: beslissend moment, in de zin van nu of nooit. Het is ook genoemd het 'uur van de waarheid'. De naam Kairos herinnert aan de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika en is om die misselijke reden ook gekozen. Israël kent geen racistische apartheidspolitiek, waar Arabieren niet op bepaalde bankjes in het park mogen zitten. Tevens was het protest gericht op de kritische open brief die de PKN (Protestante Kerk in Nederland), naar aanleiding van genoemd document aan de Israëlische regering heeft gestuurd. De geluiden kwamen uit verschillende hoeken en varieerden in kracht. Ook was aanwezig het zogeheten andere zogenaamd Joodse geluid (EAJG) met twee vertegenwoordigers, alsook de werkgroep Keerpunt. Deze groeperingen staan voluit achter het Palestijnse document.

 

De voorzitter van de Appèlgroep, ds Marja van den Beld, hield een korte inleiding waarin zij de vinger legde bij de zere plek: waarom schrijft de PKN een open kritische brief aan Israël over het lot van de christenen en niet aan de regeringen van de omringende landen waar de christenen er vele malen slechter aan toe zijn? Ook door anderen werd dit punt aangeroerd. Zij sprak uit dat de Appèlgroep zeker oor wil hebben voor een Palestijnse noodkreet. De reden voor de bijeenkomst was echter de slechte theologische (en historisch-feitelijke) onderbouwing van het Kairosdocument, dat oproept tot een boycot van Israël.

 

Er stonden zes sprekers op het programma: André Drost, voorzitter van de raad voor de verhouding kerk en Israel binnen de PKN,  Ruben Vis, secretaris van CJO (Centraal Joods Overleg), Kees de Vreugd namens de stichting Christenen voor Israël,  Hans Jansen de theoloog, rabbijn Zvi Marx, ds. Bert Schüssler van het Ojec (Overlegorgaan Joden en Christenen), en Wim Kortenoeven was vervangen door Elise Friedman namens het CIDI.

 

Ik zal de voornaamste protestpunten naar voren halen en ik stel vast dat Ruben Vis en Kees de Vreugd inhoudelijk het sterkst waren. Cursiveringen hierna zijn mijn eigen toelichtingen.

 

Het belangrijkste punt van Ruben Vis betrof de vermenging van kerk en politiek. De brief van de PKN aan de Israëlische ambassadeur, vol kritiek op de Israëlische regering, is daarvan het bewijs. Hardop vroeg hij zich af of de kerk misschien ook de Bijbel had vervangen door het Internationaal Recht en andere menselijke handvesten - die zij, ook nog, vaak verkeerd interpreteert.  Daarbij wees hij op de naïveteit van een kerk die meent dat het Internationaal Recht van politieke smetten vrij zou zijn. Volgens hem was ds dr Henri Veldhuis, groot voorstander van het Kairosdocument en de voorgestelde boycot, in strijd met de kerkorde bezig, omdat officieel de vervangingstheologie is afgezworen.

 

In de zogeheten vervangingstheologie denken veel christenen dat na de geboorte van Jezus alles anders is geworden en dat sindsdien de Bijbelse beloften voor Israël (waaronder de landbelofte) zijn overgegaan op de kerk. De Palestijnse bevrijdingstheologie is daarop een moderne politieke variant.  De Palestijnse christenen van het Kairosdocument menen te kunnen zeggen: Israël is ons land. Dat kan natuurlijk alleen als je daar woont en dan respecteert dat Israël de staat is van het Joodse volk. Dat is nu net precies waar deze Palestijnse christenen en bijna alle Palestijnen moeite mee hebben. Het  Kairosdocument is van deze Palestijnse bevrijdingstheologie doordrenkt.

 

Ruben Vis merkte terecht op dat het document niet afkomstig was van DE Palestijnse christenen, en ook dat er met de Nederlandse vertaling was gemanipuleerd volgens het dagblad Trouw, waardoor één en ander was aangedikt. Ruben Vis heeft ook verslag gedaan van het gesprek tussen het CJO en het moderamen (synodebestuur) van de PKN over de genoemde brief aan de Israëlische ambassadeur. Tegenover drie mensen van het CJO zaten twintig mensen van de PKN... Afgesproken is uiteindelijk een gezamenlijke reis naar Nes Ammim, een christelijke gemeenschap in Israel, en assistentie van CJO  bij het vorm geven aan de onopgeefbare verbondenheid.

 

Kees de Vreugd hekelde vooral  de 'vervangingstheologie' van het in december aangeboden Kairosdocument. Twee citaten: „Jezus zegt in Johannes 4 dat het heil uit de Joden is. Maar in Kairos hoor ik telkens een venijnig stemmetje dat zegt dat het onheil uit de Joden is. Israël wordt theologisch genegeerd en in plaats daarvan preekt men het universalisme. Maar het universele zonder midden is een vacuüm."   "Alle nadruk ligt op het universele, waardoor het bijzondere van de positie van Israël volledig genegeerd wordt.  Daardoor ontbreekt ieder zicht op de concreetheid van Gods handelen met Israël in deze tijd. Daarbij ligt er zoveel nadruk op de discontinuïteit in Israëls bestaan, dat de continuïteit ervan miskend wordt: het huidige Israël heeft in deze Palestijnse theologie niets met het volk van de Bijbel te maken, zo redeneert men."

Toelichting: In de Bijbel is het zo dat Gods reddingsplan de hele wereld op het oog heeft (die Hij heeft gemaakt en die Hij liefheeft) maar dan via Israël. De wereldvrede kan nooit om Israël heen, op straffe van te mislukken. Met andere woorden: het heil, de shalom, de echte vrede, is alleen verkrijgbaar voor wie in vrede met Israël wil leven. Dat heil, de heelheid, de vrede,  is weliswaar universeel (voor allen bedoeld), maar niet zonder Israël als distributiecentrum. Dat bedoelt Kees de Vreugd als hij zegt: het universele zonder midden (Israël) is een vacuüm. En een vacuüm is gevaarlijk. Het zuigt boze geesten aan zoals antisemitisme en antizionisme.

 

De voorzitter van de raad voor de verhouding van kerk en Israël, dr André Drost, schoot in de zelfverdediging door te zeggen dat het moderamen had laten weten dat de raad geen verantwoordelijkheid droeg. Drost "herkende" de verontrusting rond het Kairosdocument. Hij wilde theologische bezinning vanuit een christologische en dus universele (!)  gezichtshoek en legde de nadruk op het beloofde land dat pas in het eschaton bezit kon worden.  Met 'eschaton' wordt bedoeld een soort eindstation van de wereldgeschiedenis. Deze wereld verandert dan in het Koninkrijk van God; zal vernieuwd worden door Goddelijk ingrijpen. 'Christologie' is de leer omtrent Christus. Voorafgaand aan het eschaton zal de wereld een adempauze krijgen onder zijn heerschappij die vanuit Jeruzalem de hele aarde/wereld recht zal zetten en tot vrede brengen. Op dit punt zijn de christelijke meningen wel verdeeld. Ik vraag me af of André Drost zelf begrijpt wat hij bedoelt met 'bezit in het eschaton'. Hij maakte een machteloze indruk en kreeg enkele kritische vragen.

 

Rabbijn Zvi Marx sprak over 'compromis' in het Jodendom en van Joodse geluiDEN (nadrukkelijk meervoud), waarop Jaap Hamburger (EAJG)  probeerde de zaak te verstoren.

 

Elise Friedman dacht dat het Palestijns-christelijke document een symptoom kon zijn van het Stockholmsyndroom, (het verschijnsel dat gegijzelden zich gaan identificeren met hun gijzelaars) en dacht aan de islamitische omgeving als gijzelnemer.

 

Bert Schüssler kwam met de dialoog als oplossing en Hans Jansen verhaalde van het Palestijnse onderwijs dat opvoedt tot haat tegen Israël, met behulp van veel geld uit Europa.

 

Meindert Dijkstra (Keerpunt) begreep maar niet dat de Palestijnen niet mochten zeggen: dit is mijn land. Zie boven. Bovendien: Palestina is nooit een staat geweest en het Palestijnse volk bestaat uit Arabieren die in het mandaatgebied Palestina woonden, (evenals trouwens de Joden die daar altijd hebben gewoond), en die zich Palestijnen zijn gaan noemen na 1967 of later.

 

De middag was redelijk druk bezocht en gevreesd moet worden dat alles blijft zoals het was en dat de kerkelijke verbondenheid met Israël in de PKN langzamerhand slechts met de lippen wordt beleden. Bij de brief van de PKN aan de ambassade moet ik denken aan een foto van Arafat die wel in de ene hand een olijftak vasthield, maar in de andere een handgranaat.

 

Trudie van der Spek

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten