donderdag 28 oktober 2010

Israel met nieuwe ogen

Op de CIDIwebsite staat het antwoord van minister Rosenthal op vragen uit de Tweede Kamer over contact met personen en organisaties op de Westbank.

Het is voor het eerst dat hier eindelijk eens verschil wordt aangegeven tussen uitspraken van VN-0rganen (NIET-BINDEND) en Veiligheidsraad-resoluties uit hoofdstuk V11, die wel bindend zijn.

Overigens zijn voor consequenties van die bindende resoluties weer meer voorwaarden nodig.

Het is gebruikelijk dat niemand dat onderscheid maakt ook niet in kwaliteitskranten of in het journaal, waardoor het voortdurend lijkt dat Israel altijd resoluties en uitspraken van de VN schendt en aan de laars lapt (zoals Sander van Hoorn zo graag roept) en de VN altijd gedoogt.

De werkelijkheid is, dat aanbevelingen niet opgevolgd hoeven te worden en niet bindende resoluties geen consequenties inhouden.

Het is goed te zien dat de nieuwe minister van buitenlandse zaken de verschillen niet alleen kent, maar ook benoemt.

MS

 

CIDI-website:

Minister Rosenthal: “Contacten Nederlanders met Joodse nederzettingen niet illegaal”

Wed 27-10-2010

 Contacten tussen Nederlandse personen, organisaties en overheden met inwoners van de Joodse nederzettingen zijn “niet illegaal”. Het staat hen vrij te beslissen die contacten al dan niet te hebben. Dat schrijft de kersverse minister van Buitenlandse Zaken, Uri Rosenthal naar aanleiding van Kamervragen van Joël Voordewind (ChristenUnie), Kees van der Staaij (SGP) en Raymond de Roon (PVV). De Parlementariërs stelden die vragen in reactie op het eerdere standpunt van de Nederlandse regering over de reis van Israelische burgemeesters, die werd afgeblazen omdat er burgemeesters van de Joodse nederzettingen bij waren.

 

Minister Rosenthal zegt niet hoe het afgelasten van de reis tot stand is gekomen. Onduidelijk blijft dus of de Nederlandse ambassade in Tel Aviv, zoals Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft beweerd, of het Ministerie zelf het initiatief heeft genomen. “Contacten tussen de Rijksoverheid en vertegenwoordigers van de betreffende nederzettingen vinden er in beginsel niet plaats”, aldus de bewindspersoon. “Voorzover zij wel plaatsvinden, wordt het Nederlandse standpunt uitgedragen”. Het verbod op het bouwen van nederzettingen vloeit, volgens Rosenthal, voort uit art 49 van het Vierde Verdrag van Geneve uit 1949. Het advies van het Internationale Gerechthof uit 2004 hierover noemt de minister “een gezaghebbende uitleg van het internationale recht”. Maar een dergelijk advies “is juridisch niet bindend”.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen