zondag 28 februari 2010

NOS Journaal - 2e onderzoek berichtgeving over Israel door WAAR/IF

 
Uit een nieuw onderzoek van de Stichting WAAR en Israel Facts blijkt dat het NOS journaal ook de afgelopen tijd weer zeer eenzijdig was in haar berichtgeving over het Israelisch-Palestijns conflict. Dit geldt met name voor de reportages waarin Sander van Hoorn verslag doet...
 
RP
-----------

Tweede onderzoek berichtgeving Israel door NOS Journaal

IMO Blog, 2010

Onlangs brachten de Stichting WAAR en Israel Facts een tweede rapport uit over de berichtgeving van het NOS Journaal over het Israelisch-Palestijns conflict. Na een eerste rapport tijdens de Gaza Oorlog van vorig jaar, is nu een rustige periode onderzocht, zonder grote zaken en heftige strijd. In de periode van 23 oktober tot het einde van het jaar telden zij 11 berichten over Israel en het conflict, waarvan 9 reportages met een verslag van correspondent Sander van Hoorn. Al deze reportages bleken gekleurd te zijn, geen context te geven, eenzijdige of misleidende informatie te geven en soms zelfs ronduit onjuiste informatie.

Ook kwamen vooral Palestijnen aan het woord en stond hun perspectief centraal, en in geen enkele reportage werd Israëls kant getoond. In één reportage kwamen een paar kolonisten kort aan het woord, maar dit betrof slechts enkele leuzen, terwijl het commentaar daarbij duidelijk negatief van toon was. Hieronder geef ik een paar fragmenten uit het onderzoek. Over een enkele reportage heb ik zelf al eerder geblogd, zoals over het zogenaamde
Al Quds Underground Festival in Jeruzalem, een Arabisch festival dat Jeruzalem als Arabische hoofdstad op de kaart moest zetten en daarom door Israel verboden was. Volgens het NOS Journaal had dit festival echter niks met politiek te maken, maar draaide het om verdraagzaamheid en een dialoog tussen culturen. Bovendien werd verzwegen dat Joodse bezoekers van het festival werden geweerd, iets dat op gespannen voet staat met de in de NOS reportage beleden culturele verdraagzaamheid van de organisatoren ervan.

Het onderzoek concludeert:

Van de elf uitzendingen over Israël en de Palestijnse gebieden konden er slechts twee de kwalificatie neutraal dan wel objectief krijgen. De overige negen waren onder de maat en voldeden met name door het commentaar absoluut niet aan de eigen journalistieke code van de NOS. Die negen reportages waren volledig eenzijdig doordat enerzijds voornamelijk Palestijnen aan het woord kwamen en dus alleen de Palestijnse visie werd vermeld en anderzijds de Israëlische kant zo goed als altijd ontbrak. Objectieve Israëlische gegevens zoals de cijfers uit het recente Israëlische water-rapport werden niet genoemd. Gegevens uit IMFA-net voor informatie voor buitenlandse reporters werd nooit betrokken.
De reportages waren daarnaast gekleurd en suggestief door woordgebruik, beeld en montage en te vaak voorzien van onjuiste of onvolledige informatie. Er werd nauwelijks context gegeven of deze werd alleen van Palestijnse zijde gegeven. Doordat de context ontbrak bleef de werkelijke situatie voor de kijker onduidelijk, ook al omdat er geen scheiding was van feiten en meningen en hiermee de vorming van een eigen mening ondoenlijk was. Bovendien werd er al een mening opgedrongen, namelijk door de suggestieve woordkeus of zelfs door de uitgesproken mening van Van Hoorn.
 
 
 
 
 

Na Israel, Duitsland en Amerika krijgt nu de Arabische wereld de schuld van Hamas.

Het wil maar niet lukken met de uitwisseling van Shalit.
Hamas probeert maximaal te profiteren, maar Israel blijft voet bij stuk houden bij het eindbod.
Hamas heeft veel wisselgeld nodig om de eigen bevolking te kunnen tonen waartoe ze in staat is.
Bovendien heeft weinig wisselgeld geen aansporend effect op de ontvoering van meer Israelische soldaten, waartoe Hamas zelfs 1,4 miljoen dollar belooft aan Israelische Palestijnen.
Eerst kreeg Israel de schuld van het mislukken, toen Duitsland, vervolgens Amerika en nu andere Arabische staten.
Nog niet zolang geleden zei Hamas toch door te zullen gaan met onderhandelen, maar nu heeft Zahar zich terug getrokken.
Voor zo lang het duurt, want waartoe dient een Israelische soldaat als je er niets voor terug krijgt?
Hamas zal wel weer een weg vinden om toch te onderhandelen, want dit is een behoorlijke tegenslag.
Jammer genoeg is Shalit wel het echte slachtoffer.
 
MS
 
 

'Zahar: I quit negotiating team'




Hamas leader to Der Spiegel: Israel backed out of Schalit deal understandings.

 
Hamas leader Mahmoud Zahar over the weekend told Der Spiegel that he has quit the team negotiating with Israel on a prisoner exchange deal to secure the release of captive IDF soldier Gilad Schalit.

The senior Hamas official told the German paper that he had reached the decision after Israel backed out of commitments reached in the talks.

"When [Prime Minister Binyamin] Netanyahu presented the deal to the cabinet I was put under enormous pressure in my organization, and I am no longer willing to play the Israelis' childish games," Zahar claimed.

Last week, a senior Hamas official blamed the US for undermining the negotiations on Schalit’s release.

The Hamas man told Al-Arabiya TV on Monday that Israel and Hamas had reached an agreement, according to which Israel would release 1,000 security prisoners, including those “with blood on their hands,” but that American pressure prevented its implementation.

“They asked Israel to withdraw its latest proposal on the Schalit deal. The deal would have been implemented if not for the American intervention,” the Hamas official reportedly said.
 
In related news, Zahar on Sunday criticized Arab nations and claimed they were exploiting the rift between Hamas and Fatah for their own interests.
 
"The Arabs are behaving as if the Palestinian issue is of no interest to them... The Arab states have no real interest to end the disagreement within the Palestinian camp," the Hamas leader told the London-based Asharq Al-Awsat.

Zahar went on to accuse some Arab nations of "wanting to use the Palestinians for their own internal conflicts more than they are interested in reconciling [the Palestinians]."

zaterdag 27 februari 2010

NRC Handelsblad, Israel en de Frisia vergelijking

 
 
"Stel, in de Verenigde Staten wordt een gek de baas die alle mensen met een Friese grootouder laat oppakken en afmaken. Het wordt een moordpartij van ongekende omvang, en als het anti-Friese bewind eindelijk ten val komt, is duidelijk dat de Friese overlevenden niet meer in Amerika willen wonen. Dus komt er een plan: de Friezen krijgen een eigen staat, en wat is een logischer plek dan het land dat volgens oude teksten Fries is? Ondanks Nederlands verzet stemmen de Verenigde Naties met het plan in en uit de hele wereld trekken mensen met een Friese grootouder richting de nieuwe Friese staat, royaal gesubsidieerd door Amerika"

Aldus Joris Luyendijk in 'Het zijn net mensen'. Vervolgens komt er oorlog, de Friezen pikken eerst driekwart en daarna heel Nederland in, miljoenen niet-Friese vluchtelingen overstromen de Nederlandse steden, België en Duitsland. Het Friese leger regeert met harde hand over de bezette Nederlandse provincies, pikt het mooiste land in voor eigen nederzettingen en wurgt de economie. Dan komt er een vredesproces en krijgt Nederland Limburg, Brabant en een Zeeuws eiland aangeboden. Die brokjes mogen geen Nederland heten, Nederland mag geen leger hebben en alle grenzen worden bewaakt door Friese troepen, zo vervolgt Luyendijk zijn vergelijking, naar eigen zeggen bedoeld om de - volgens hem zoveel moeilijker uit te leggen - Palestijnse kant van het verhaal toe te lichten. Die kenden we inderdaad nog niet.
 
Deze vergelijking van Joris Luyendijk is onlangs grafisch uitgewerkt door een student, en NRC Handelsblad en Next besteedden daar uitvoerig aandacht aan. Op het eerste gezicht is het een grappige vergelijking, maar hij versimpelt de werkelijkheid zozeer en geeft vooral zo'n eenzijdig beeld dat hij weinig meer met het Midden-Oosten conflict te maken heeft. Op mijn IMO blog leg ik uit wat er allemaal niet klopt aan deze vergelijking:
 
Geheel onterecht wordt ook gesuggereerd dat Israël puur en alleen vanwege de Holocaust is gesticht, en het hoofdprobleem zou zijn dat de Joden niet meer in Duitsland wilden wonen. De Holocaust was bovendien geen geïsoleerde gebeurtenis van een verdwaalde gek die toevallig aan de macht kwam, maar een gevolg van eeuwenlange discriminatie en vervolging van Joden door de kerk en andere groeperingen. Ook was er zoals gezegd geen Palestijnse staat die door de stichting van Israël werd vernietigd; Palestina was tot 1919 slechts een geografische aanduiding en onderdeel van het immense Ottomaanse rijk, geen staatkundige eenheid en zelfs geen provincie waarmee de inwoners zich identificeerden. Een Arabier uit Palestina identificeerde zich met de stad waar hij woonde of de clan waartoe hij behoorde. Israël scheidde zich overigens niet af (zoals Janssen in zijn grafieken van 'Frisia' suggereert), maar riep de onafhankelijkheid uit nadat de VN daartoe een plan hadden aangenomen, een plan dat mede het gevolg was van decennia van Arabische opstanden en strijd tegen de Joodse gemeenschap in Palestina. Diverse Joodse steden werden belaagd en de inwoners van Hebron en Oost-Jeruzalem werden (gedeeltelijk) verdreven.

Bovendien speelt het buitenland in deze vergelijking nauwelijks een rol, er wordt alleen even kort gesproken van Nederlandse vluchtelingen die naar België en Duitsland stromen. Dit buitenland had verder niks tegen de Friezen, steunde de gek die hun wilde afslachten niet, vervolgde haar eigen Friese minderheid niet en steunde de Nederlandse opstand tegen de Friezen niet. Het voerde bovendien geen vijf oorlogen tegen Frisia en probeerde deze staat niet al voor zij goed en wel gesticht was de das om te doen, een daad die regelrecht tegen de VN delingsresolutie ingaat, die deze buren bovendien afwezen.
 
 
RP
 
 

vrijdag 26 februari 2010

niet alleen voor Israel zou Goldstone-rapport bedreigend zijn

Het Goldstone-rapport beoordeelt Israel op een manier die ook voor andere landen bedreigend werkt.
In veel landen waar tegen terrorisme wordt gestreden zijn de Israelische methoden van aanpak normaal en geaccepteerd.
Cruciaal is dat hier sprake is van asymmetrische oorlogsvoering. Dit wil zeggen: een geregeld leger dat geplaatst is tegenover terroristen en guerilla-aanvallen. Daarom heeft Travers, een onderzoeker van de Goldstone-commissie, gezegd, dat in Gaza geen sprake was van asymmetrische oorlogsvoering. Zijn bewijsvoering sloeg nergens op, maar juist deze asymmetrie in de oorlog is de bom onder het Goldstone-rapport.
Clinton heeft deze dreiging duidelijk onderkend, maar ook voor de NAVO en voor Nederland geldt deze dreiging.
Mogelijk is, dat de commissie Goldstone hier zichzelf in de voet heeft geschoten doordat acceptatie van het rapport de wereldorde volledig zou veranderen en de wereld machteloos zou zijn terrorisme aan te pakken. 
 
MS 
 
 
Clinton: Goldstone problematic for other countries

US secretary of state tells House of Representatives that report accusing Israel of committing war crimes in Gaza could cause problems for United States, other states fighting terror. Congress members urged Obama administration to keep report from advancing to International Court of Justice

Yitzhak Benhorin

Published:  02.26.10, 07:30 / Israel News

WASHINGTON - A day before the United Nations General Assembly meets for a second discussion on the Goldstone Report, which accused Israel of committing war crimes in Gaza, US Secretary of State Hillary Clinton on Thursday expressed her reservations about the report and clarified that the Jewish state could launch an internal investigation into Operation Cast Lead.

 

She admitted that the report was problematic for the United States and other countries, which face the same type of war on terrorism coming out of populated areas.
 
The US secretary of state told the House of Representatives Foreign Affairs Committee in a testimony Thursday that the Obama administration believed the issues raised by the Goldstone Report must be subject to an internal inquiry. She said she believed Israel has the ability and the institutions to do so and that the Jewish state was carrying out its own inquiry.

 

Clinton warned that the US would not be the only one to be affected if the Goldstone Report sets the international standards, and that nearly any other country will be found responsible in a similar way. "I share the concern," she said.

 

'Defend right to self defense'

Meanwhile, more than 100 Congress members have sent a letter to Clinton, urging the Obama administration to keep the Goldstone Report from reaching the International Criminal Court in The Hague. The letter was initiated by Congressman Ron Klein.

 

The UN General Assembly president, Ali Treki of Libya, called a meeting on Friday to continue discussing the Goldstone Report, which will end with a decision according to the draft distributed to the committee members, giving Israel and the Palestinians five months to complete their investigations.

 

The Congress members wrote to Clinton that in although the Obama administration opposes the report strongly, countries which do not share the vision of a peaceful solution to the Israeli-Palestinian conflict continue to use it as a tool to question Israel's legitimacy and sabotage the peace process. They called on the secretary of state to continue working to stop "these unjustified attacks on Israel".

 

“We know you share our concerns about an anticipated UN General Assembly resolution that is expected to refer the Goldstone Report to the Security Council, and ultimately to the International Court of Justice,” said the letter. “This is an extremely troubling development that threatens to undermine the renewal of Israeli-Palestinian peace talks at a critical time, and is counterproductive to our foreign policy goals.

 

“We believe that the correct venue for investigating issues related to Operation Cast Lead is not the Security Council or the International Court of Justice, but the world-class Israeli justice system itself," the Congress members wrote.

 

They also asked Clinton to work to defend the right for self defense of Israel, the US and all free democracies, saying this was a top priority of the American foreign policy.

donderdag 25 februari 2010

De onbekende Europese lobby in Israel

 
The EU, realizing it could not get Israel to change its laws through diplomatic means, has resorted to creating an internal lobby within Israel to get Israel to bend to the will of Europe.
 
Iedereen die hier de mond vol heeft over de zo machtige Israellobby, zou eens stil moeten staan bij de miljoenen, zo niet miljarden, die de EU jaarlijks uitgeeft aan organisaties in Israel en de bezette gebieden met een heel specifieke agenda. Via de European Initiative for Democracy and Human Rights (EIDHR) worden talloze projecten in Israel gesubsidieerd die alleen de Palestijnen en de Arabische gemeenschap ten goede komen. Er gaat nauwelijks geld naar projecten die gericht zijn op Joden. Voor een groot deel zijn dit bovendien organisaties die (radikaal) links zijn en soms ronduit anti-Israelische posities innemen, en de overheid veelvuldig aanklagen.
 
The question is whether the EU funding of these organizations constitutes the creation of a shadow lobby. The EIDHR doesn't directly sue Israel on behalf of the freedom of movement of Palestinians. Instead it funds local NGOs that do. Furthermore the EIDHR sends $8.4m. in funding directly to NGOs in the Palestinian territories on top of the money it gives to Israeli NGOs whose projects only benefit Palestinians.

In every other country in the world, the EIDHR directs its funding towards large-scale projects supporting "democracy" and "civil society." In Egypt it gave $10m. (2003-2008), none of which went specifically towards projects for the minority Coptic Christians.

It is time for those, especially in Europe, who speak about a "Jewish/Israel" lobby to recognize that for eight years Europe has directed a concerted effort towards establishing a European lobby in Israel that discriminates against its Jewish population and supports some radical NGOs.


RP
-------------
 
The Jerusalem Post
Terra Incognita: The European lobby in Israel
By SETH J. FRANTZMAN
23/02/2010 21:58
http://www.jpost.com/Opinion/Columnists/Article.aspx?id=169478

The EU, realizing it cannot get Israel to change its laws through diplomatic means, has resorted to creating an internal lobby - through lavish funding of NGOs - to get Israel to bend.


Ever since the publication of John Mearsheimer and Stephen Walt's The Israel Lobby there has been much talk of the "lobby." In England mainstream and respectable Channel 4 aired an entire program entitled Inside Britain's Israel Lobby which claimed the "lobby" "owns" the Conservative Party. Amidst all the talk of an Israel lobby in the West, people have ignored the growth of a lobby located in the Holy Land itself, the European lobby in Israel.

The European Parliament adopted the European Initiative for Democracy and Human Rights (EIDHR) in 1994. This was part of the European Union's broader belief that "democracy and human rights are universal values that should be vigorously promoted around the world." The initiative was supposed to promote democratization through the promotion of "fair and free" elections and mainstreaming "democratic values" through "accountability, transparency and equality."

In 2007, a subtle change in the name of the EIDHR was made. The word "initiative" was changed to "instrument." This seemingly banal change may be a result of semantic arguments among EU staffers but it puts in words the increasingly meddlesome way the EU has chosen to work within Israel.

The EU may have realized during the second intifada that its concerns were not being listened to. Perhaps they heeded the increasingly alarmist statements of Israelis themselves, such as former Haaretz editor David Landau who in 2007 told US secretary of state Condoleezza Rice that the US needed to "rape" Israel into a settlement with the Palestinians. Regardless of the exact cause, in 2002 the European Union began lavishly funding non-governmental organizations in Israel. It claimed that it was doing this because of "the vital contribution made by NGOs to the promotion and protection of the principles of liberty, democracy, respect for human rights and the rule of law."

Between 2002 and 2008, a total of $14 million was granted to various Israeli NGOs through the EIDHR. My investigation of the NGOs that received funding revealed that the lion's share of the money benefited two groups: Palestinians and Israeli Arabs. $5.5 million was directed specifically to causes for Palestinians such as the Association for Civil Rights in Israel's project "Building a Better Future: Empowering the Palestinian Residents of East Jerusalem to access their planning and house [sic] rights" which received $135,000. A further $7m. went specifically to programs that benefit only Israeli Arabs such as the al-Awna fund's "Master Plan for the Unrecognized Beduin Villages: Securing minority rights for housing and social services" which received $263,000. Even when the EIDHR funded programs for women it did so only for programs for Beduin or Israeli Arab women, except for a token $100,000 it gave to an organization called Isha le Isha (Woman to Woman) which helps fight women trafficking.

There was not one cent directed specifically towards any of the numerous and diverse Jewish communities in Israel: Ethiopians, Russians, Yemenites, Persians or Jews from the Caucasus. The only mention of Jewish citizens as potential recipients was in a grant to the Mossawa Center, the advocacy center for Arab citizens in Israel. It received $402,000 for a project that "aims to combat racism and transform inter-communal relations between target groups who include the Jewish majority, Arab minority and ethnic groups including the Russian, Ethiopian, Mizrahi and Reform Jewish communities."

Around $73,000 was directed towards former IDF soldiers. It wasn't to help them with trauma or reward them for a "shared citizenship." It was to get them to "break the silence" about what they witnessed while in the army, to provide testimony that might lead to a process whereby European courts might put the soldiers or their officers on trial for war crimes. Of course that is not what Breaking the Silence stated for the public. They described their project as "personal encounters with former Israeli combat soldiers."

THE EIDHR's "instrument" to affect Israeli policy is merely the tip of the iceberg. In its November 2009 report "Trojan Horse: The impact of European government funding for Israeli NGOs" NGO Monitor illustrated that individual European embassies in Israel and other EU projects give lavishly to Israeli NGOs, sometimes even making up the majority of their budgets. In fact "foreign-funded local NGOs are responsible for a significant portion of the petitions brought before the Israeli High Court of Justice," says the report.

The EU, realizing it could not get Israel to change its laws through diplomatic means, has resorted to creating an internal lobby within Israel to get Israel to bend to the will of Europe.

Israel's human rights organizations would counter that it is not important where their money comes from, their cause is just. It is also true that some Israeli human rights organizations view everything through the lens of the conflict, meaning they apply only for projects involving Palestinians or "Palestinian citizens of Israel" and don't have an interest in the rights of the Jewish population of the country.

Shatil, which claims to help Ethiopian Jews, applied for $1m. for Beduin and $1m. "to educate and raise awareness among the Arab residents of Israel's five Jewish/Arab mixed cities" and nothing for the Ethiopians.

The question is whether the EU funding of these organizations constitutes the creation of a shadow lobby. The EIDHR doesn't directly sue Israel on behalf of the freedom of movement of Palestinians. Instead it funds local NGOs that do. Furthermore the EIDHR sends $8.4m. in funding directly to NGOs in the Palestinian territories on top of the money it gives to Israeli NGOs whose projects only benefit Palestinians.

In every other country in the world, the EIDHR directs its funding towards large-scale projects supporting "democracy" and "civil society." In Egypt it gave $10m. (2003-2008), none of which went specifically towards projects for the minority Coptic Christians.

It is time for those, especially in Europe, who speak about a "Jewish/Israel" lobby to recognize that for eight years Europe has directed a concerted effort towards establishing a European lobby in Israel that discriminates against its Jewish population and supports some radical NGOs.

The writer is a PhD researcher at the Hebrew University.

woensdag 24 februari 2010

Palestijnse Autoriteit verzint islamitische geschiedenis voor Joodse heilige plaatsen


The Palestinians Invent a Religious Claim

In 2000, after hundreds of years of recognizing the site as Rachel's Tomb, Muslims began calling it the "Bilal ibn Rabah mosque."20 Members of the Wakf used the name first in 1996, but it has since entered the national Palestinian discourse. Bilal ibn Rabah was an Ethiopian known in Islamic history as a slave who served in the house of the prophet Muhammad as the first muezzin (the individual who calls the faithful to prayer five times a day).21 When Muhammad died, ibn Rabah went to fight the Muslim wars in Syria, was killed in 642 CE, and buried in either Aleppo or Damascus.22 The Palestinian Authority claimed that according to Islamic tradition, it was Muslim conquerors who named the mosque erected at Rachel's Tomb after Bilal ibn Rabah.

(...)

Then, out of the blue, the connection between Rachel, admired even by the Muslims, and her tomb is erased and the place becomes "the Bilal ibn Rabah mosque." Well-known Orientalist Professor Yehoshua Porat has called the "tradition" the Muslims referred to as "false." He said the Arabic name of the site was "the Dome of Rachel, a place where the Jews prayed."27

Only a few years ago, official Palestinian publications contained not a single reference to such a mosque.

Dit is de zoveelste verzonnen historische claim van de Palestijnen, bedoeld om de Joodse binding met het land te verzwakken en gelijk te stellen met een fictieve evenoude en sterke islamitische binding. De VN, Westerse media en politici en ook steeds meer deskundologen nemen dit allemaal klakkeloos voor kennisgeving aan. Iedere Joodse heilige plaats is nu opeens net zo heilig voor moslims, en behoort hen evenzeer toe. Dat de geschiedenis wordt herschreven, en er in feite problemen worden gecreëerd waar die er voorheen niet waren, ontgaat velen.
 
RP
------------
 
 
The Jerusalem Viewpoints series is published by the Institute for Contemporary Affairs, founded jointly with the Wechsler Family Foundation.

No. 559    22 Kislev 5768 / 2 December 2007

The Palestinian Authority and the Jewish Holy Sites

 in the West Bank: Rachel's Tomb as a Test Case

Nadav Shragai

  • Rachel's Tomb lies on the northern outskirts of Bethlehem, about 460 meters (about 500 yards) south of the Jerusalem municipal border, and for more than 1,700 years has been identified as the tomb of the matriarch Rachel. "The building with the dome and olive tree" became a Jewish symbol, appearing in thousands of drawings, photographs, and works of art and depicted on the covers of Jewish holy books. However, today the little domed structure has been encased in a sleeve of reinforced concrete with firing holes and defensive trenches, and covered with camouflage netting.
  • According to the armistice agreement signed on April 3, 1949, Jordan was to allow Israel "free access to the Holy Places and cultural institutions and use of the cemetery on the Mount of Olives." In practice, Jordan did not allow Jews free access to their holy places, and for 19 years, until 1967, Jews could not go to the Western Wall, Rachel's Tomb, the Tomb of the Patriarchs in Hebron, Joseph's Tomb in Shechem (Nablus), or other sites sacred to Jews which remained in Jordanian hands.
  • The Gaza-Jericho Agreement signed in May 1994 stated: "The Palestinian Authority shall ensure free access to all holy sites in the Gaza Strip and the Jericho Area." The Israeli-Palestinian Interim Agreement, signed on the White House lawn on September 28, 1995, dealt with the status of 23 places holy to Jews. The Palestinians promised to assure freedom of access to those places. However, the Palestinians either made access extremely difficult or prevented it entirely.
  • In October 2000, Joseph's Tomb in Nablus was attacked, set ablaze and desecrated. Druze Border Police Corporal Yusef Madhat bled to death on October 4 because Palestinians refused to allow his evacuation. The "Shalom al Israel" synagogue in Jericho was also attacked. Holy books and relics were burned, and the synagogue's ancient mosaic was damaged.
  • In 2000, after hundreds of years of recognizing the site as Rachel's Tomb, Muslims began calling it the "Bilal ibn Rabah mosque" - a name that has since entered the national Palestinian discourse. The Palestinian claim ignored the fact that Ottoman firmans (decrees) gave Jews in the Land of Israel the right of access to the site at the beginning of the nineteenth century. Israel's experience since the Oslo agreements has shown that the responsibility for Jewish holy sites or the roads leading to them should remain in Israeli hands.

The Fortification of Rachel's Tomb

In September 1997 the Israeli media departed from its routine chronicling of security and society, and for a few days the radio, television and press joined forces in harsh criticism of what looked like an architectural catastrophe: the scene at the Tomb of Rachel, the mother of the Jewish people. Writers, poets, intellectuals, and newspapermen bewailed the loss of a picturesque tableau: the small stone structure with its dome, appended room and ancient olive tree nearby. Enraged, they railed against the new vista: a giant concrete blockhouse surrounded by gun positions and guard towers which obscured the image of the ancient, traditional structure engraved on Israel's collective memory.1

The architectural logic behind the fortifications was based upon security considerations: hundreds of incidents in which Palestinians from Bethlehem and the nearby refugee camps threw rocks and Molotov cocktails, and even shot at Jewish worshippers and Israeli soldiers.

A 1,700-Year-Old Tradition

Rachel's Tomb lies on the northern outskirts of Bethlehem, about 460 meters (about 500 yards) south of the Jerusalem municipal border, and for more than 1,700 years has been identified as the tomb of the matriarch Rachel. A vast amount of literature written by pilgrims - Jewish, Christian and Muslim - documents the site as Rachel's burial place.2

Jews have visited the site for generations, coming to pray, request and plead. The place became a kind of miniature Wailing Wall where suppliant Jews came to pour out their hearts and recount their misfortunes at the bosom of the beloved mother, where they could find consolation and cure.

According to Jewish tradition, Rachel's tears have special powers,3 which is why those who visit her grave ask her to cry and intercede with the Divinity. According to Genesis 36:16-19, Rachel died giving birth to Benjamin and was "buried in the way to Ephrath, which is Bethlehem," and became, in Jewish tradition and history, biblical interpretation and essence, the mother whose tears have a special function.4 Writers, poets and biblical exegetics identified her tears with almost every catastrophe or trouble which plagued the Jewish people.

Visitors to Rachel's Tomb connected her and her tears to the tomb itself. "The building with the dome and olive tree" became a Jewish symbol.5 The room added to the original structure by Sir Moses Montefiore in 1841 only served to reinforce the connection. The tomb has since appeared in thousands of drawings, photographs, stamps, and works of art and has been depicted on the covers of Jewish holy books. However, whoever visits the tomb today will find it hard to recognize it as the place engraved on Jewish hearts and memories. The little domed structure, the memory, and tomb of the matriarch Rachel has been encased in a sleeve of reinforced concrete with firing holes and defensive trenches, and covered with camouflage netting.

In accordance with an Israeli government decision of September 11, 2002, Rachel's Tomb, which millions of Jews have visited since the Six-Day War, was enclosed by the security fence built by Israel. That made it look even worse. Not only was the tomb within the fortification, but the short road to it - a few hundred yards from Jerusalem - was closed off inside concrete walls and firing positions.

The Fate of the Jewish Holy Places

Since its establishment, the State of Israel has been badly disappointed by agreements transferring responsibility for Jewish holy places to neighboring Arab or Palestinian rule. On April 3, 1949, Israel signed an armistice with Jordan. According to Paragraph 8, Article 2 of the agreement, Jordan was to allow Israel "free access to the Holy Places and cultural institutions and use of the cemetery on the Mount of Olives." In practice, not only could Jews not visit the graves of their loved ones on the Mount of Olives, but the site was desecrated. Headstones of Jewish graves were shattered and some were used as paving stones or in construction.6 Jordan did not allow Jews free access to their holy places, and for 19 years, until 1967, Jews could not go to the Western Wall, Rachel's Tomb, the Tomb of the Patriarchs in Hebron, Joseph's Tomb in Shechem (Nablus), or other sites sacred to Jews which remained in Jordanian hands.7

In May 1994, Israel signed the Gaza-Jericho Agreement in Cairo. According to Article 15 of Annex II, "the Palestinian Authority shall ensure free access to all holy sites in the Gaza Strip and the Jericho Area," mentioning the Naaran synagogue, the Jewish cemetery in Tel Sammarat, the "Shalom al Israel" synagogue in Jericho, and the synagogue in Gaza City.8

On September 28, 1995, the Israeli-Palestinian Interim Agreement was signed on the White House lawn, making the Palestinians responsible for civilian and security matters in additional areas of the West Bank. In accordance with the agreement, Israel withdrew from six Palestinian cities and part of Hebron; the IDF and the civil administration were withdrawn. In addition, Israel withdrew from 450 villages, towns, refugee camps, and other areas throughout the West Bank.

The holy sites in those regions, or adjacent regions (access to which passed through or close to Palestinian areas), were designated as "sites of religious significance" or "archaeological sites." The agreement also dealt with the status of 23 places holy to Jews, including the tombs of biblical figures, the ruins of ancient synagogues, and ancient cemeteries. The Palestinians promised to assure freedom of access to those places.9 In reality, however, the Palestinians either made access extremely difficult or prevented it entirely.

In October 2000, Joseph's Tomb in Nablus was attacked, set ablaze and desecrated. Druze Border Police Corporal Yusef Madhat bled to death on October 4 because Palestinians refused to allow his evacuation. It also became extremely complicated for Jews to reach other, less well-known places, such as the tomb of Avner ben Ner near Hebron,10 or similar sites, to say nothing of the synagogue in Gaza. Only at the "Shalom al Israel" synagogue in Jericho did the Palestinians generally adhere to the agreement, for a time, until it too was attacked with the outbreak of the second intifada in the fall of 2000. Holy books and relics were burned, and the synagogue's ancient mosaic was damaged.11 Unfortunately, there has been a discernable deterioration in Palestinian treatment of Jewish holy sites in 2007, including the Tomb of Joshua bin Nun at Kefel Hares.12 In November 2007, the Palestinian Authority began to clean Joseph's Tomb and discussions have been held regarding visits by Jews to the site.

Jewish Religious Leaders Plead for "Mother Rachel"

During 1995, when it became known that Israeli Prime Minister Yitzhak Rabin had agreed to give the Palestinians full security and civilian control over Rachel's Tomb, there was a strong reaction in the Jewish world. The Chief Rabbi of Israel, Israel Meir Lau, met with Prime Minister Rabin and said, "One does not part from one's mother." In a scene fraught with emotion, Menachem Porush, an aged ultra-Orthodox Knesset representative from the Yahadut Hatorah party, broke down in tears, weeping on the prime minister's shoulder (in his office). He would not leave Rabin in peace until he changed the decision.13 Rabbis, political parties, Jewish organizations, and many important figures involved themselves in the issue until Rabin and Shimon Peres, at that time foreign minister, reached a new agreement with Yasser Arafat: Rachel's Tomb and the road leading to it would remain under Israeli control.

On December 1, 1995, after Rabin's assassination, Bethlehem, with the exception of the enclave of the tomb, passed under the full control of the Palestinian Authority. Rachel's Tomb is now an outpost marking Jerusalem's southern border. It has been massively fortified and Jews can only reach it in bulletproof vehicles under military supervision.

Why Rachel's Tomb Became a Fortress

By February 1996 it was generally suspected that the Palestinians would carry out terrorist and suicide bombing attacks at Rachel's Tomb as they had done elsewhere in Israel. The IDF feared the tomb would be an easy target, situated as it was on the main road linking Jerusalem and Hebron, which was well-travelled by both Jews and Arabs, and a decision was made to fortify the site.

In response, for the first time since 1967, the Palestinians claimed that "the Tomb of Rachel was on Islamic land."14 At the end of September 1996, Palestinian riots broke out over the opening of an ancient tunnel in Jerusalem. After an attack on Joseph's Tomb and its subsequent takeover by Palestinians, hundreds of residents of Bethlehem and the Aida refugee camp also attacked Rachel's Tomb. They set the scaffolding which had been erected around it on fire and tried to break in. The rioters were led by the Palestinian Authority-appointed governor of Bethlehem, Muhammad Rashad al-Jabari. The IDF dispersed the mob with gunfire and stun grenades, and dozens were wounded. One of them was Kifah Barakat, a commander of Force 17, the presidential guard of Palestinian Authority Chairman Yasser Arafat.15

In the following years, the Palestinians occasionally disturbed the peace and public order, but a serious escalation occurred at the end of 2000 when the second intifada broke out. For forty-one days Jews did not visit the tomb because Palestinians attacked the site with gunfire.16

Bullets were fired at Rachel's Tomb as soon as the riots began, from the Aida refugee camp between Beit Jala and Bethlehem, and from the roofs of buildings located to the west, south and east. Palestinian Authority security forces, who were responsible for keeping order, not only failed to prevent the violence, they actively participated in it. When the gunfire at soldiers and visitors increased, the Israeli army took to the neighboring roofs. Two Israeli soldiers were killed in the battles, Shahar Vekret and Danny Darai. Darai was murdered by Atef Abayat, a Tanzim operative who headed the main terrorist network in Bethlehem at the time.17 In his book Permission Given, Israeli journalist Ronen Bergman revealed that not only was Abayat not arrested, as Israel demanded from the Palestinian Authority, but Yasser Arafat personally instructed that he be paid.

On December 4, 2000, Fatah operatives and members of the Palestinian security services also attacked Rachel's Tomb. In May 2001, fifty Jews found themselves trapped inside by a firefight between the IDF and Palestinian Authority gunmen.18 In March 2002 the IDF returned to Bethlehem as part of Operation Defensive Shield and remained there for an extended period of time. In April 2002 the IDF laid siege to wanted terrorists who were hiding in the Church of the Nativity, not far from the tomb. In recent years there have been terrorist attacks at the site (although Israeli military control has decreased the level of violence), such as bombs thrown on April 10, 2000, and December 27, 2006, and scores of Palestinians who threw rocks as recently as February 10, 2007.

The Israel Supreme Court, which has often acceded to Palestinian appeals to change the path of the security fence, recognized the obvious security needs for protecting the holy site and on February 3, 2005, rejected a Palestinian appeal to change its path in the region of the tomb. The court decreed that the balance between freedom of worship and the local residents' freedom of movement was to be preserved.19

The Palestinians Invent a Religious Claim

In 2000, after hundreds of years of recognizing the site as Rachel's Tomb, Muslims began calling it the "Bilal ibn Rabah mosque."20 Members of the Wakf used the name first in 1996, but it has since entered the national Palestinian discourse. Bilal ibn Rabah was an Ethiopian known in Islamic history as a slave who served in the house of the prophet Muhammad as the first muezzin (the individual who calls the faithful to prayer five times a day).21 When Muhammad died, ibn Rabah went to fight the Muslim wars in Syria, was killed in 642 CE, and buried in either Aleppo or Damascus.22 The Palestinian Authority claimed that according to Islamic tradition, it was Muslim conquerors who named the mosque erected at Rachel's Tomb after Bilal ibn Rabah.

The Palestinian claim ignored the fact that Ottoman firmans (mandates or decrees) gave Jews in the Land of Israel the right of access to the site at the beginning of the nineteenth century.23 The Palestinian claim even ignored accepted Muslim tradition, which admires Rachel and recognizes the site as her burial place. According to tradition, the name "Rachel" comes from the word "wander," because she died during one of her wanderings and was buried on the Bethlehem road.24 Her name is referred to in the Koran,25 and in other Muslim sources, Joseph is said to fall upon his mother Rachel's grave and cry bitterly as the caravan of his captors passes by.26 For hundreds of years, Muslim holy men (walis) were buried in tombs whose form was the same as Rachel's.

Then, out of the blue, the connection between Rachel, admired even by the Muslims, and her tomb is erased and the place becomes "the Bilal ibn Rabah mosque." Well-known Orientalist Professor Yehoshua Porat has called the "tradition" the Muslims referred to as "false." He said the Arabic name of the site was "the Dome of Rachel, a place where the Jews prayed."27

Only a few years ago, official Palestinian publications contained not a single reference to such a mosque. The same was true for the Palestinian Lexicon issued by the Arab League and the PLO in 1984, and for Al-mawsu'ah al-filastiniyah, the Palestinian encyclopedia published in Italy after 1996. Palestine, the Holy Land, published by the Palestinian Council for Development and Rehabilitation, with an introduction written by Yasser Arafat, simply says that "at the northwest entrance to the city [Bethlehem] lies the tomb of the matriarch Rachel, who died while giving life to Benjamin." The West Bank and Gaza - Palestine also mentions the site as the Tomb of Rachel and not as the Mosque of Bilal ibn Rabah.28 However, the Palestinian deputy minister for endowments and religious affairs has now defined Rachel's Tomb as a Muslim site.29

On Yom Kippur in 2000, six days after the IDF withdrew from Joseph's Tomb, the Palestinian daily newspaper Al-Hayat al-Jadida published an article marking the next target as Rachel's Tomb. It read in part, "Bethlehem - 'the Tomb of Rachel,' or the Bilal ibn Rabah mosque, is one of the nails the occupation government and the Zionist movement hammered into many Palestinian cities....The tomb is false and was originally a Muslim mosque."30

Conclusions

Beyond religious, historical, and political arguments about the right to control Jewish holy places in Judea and Samaria, the situation on the ground since the Oslo agreements has shown that the Palestinians should not be given responsibility for the sites or the roads leading to them. That responsibility should remain in Israeli hands.

The Palestinians, as they have in the past at the Temple Mount and the Western Wall, use their real or supposed religious interests to make political capital for their national campaign. The story of Rachel's Tomb, recognized as a Jewish holy site for two thousand years31 - which has become "Rachel's Fortress" - only serves to illustrate this.

*     *     *

Notes

1. For an expanded version of this article, see Nadav Shragai, At the Crossroads, the Story of the Tomb of Rachel, Jerusalem Studies, 2005, pp. 216-26 (Al em ha-derekh, sipuro shel kever rachel, shaarim le-heker yerushalaim, 2005, 216-26).

2.  For more documentation, see Avraham Yaari, Jewish Pilgrims' Journeys to the Land of Israel (Gazit, 1946) (Masaot eretz israel shel olim yehudim, Gazit, 1946); Zeev Vilnai, Sacred Tombstones in the Land of Israel (Rav Kook Institute, 1963) (Matzevot kodesh be-eretz israel, Mosad harav kook, 1963); Michael Ish Shalom, Christian Pilgrimages to the Land of Israel (Am Oved, 1979) (Masaot notrzim l'Eretz Israel, Am Oved, 1979); Natan Shor, "The Jewish Settlement in Jerusalem according to Franciscan Chronicles and Travellers' Letters" (Yad Ben-Tzvi, 1979) (Ha-yeshuv ha-yehudi be-yerushalaim al pi chronickot frantziskaniot ve-kitvei nosim, Yad Ben-Tzvi, 1979); Eli Schiller, The Tomb of Rachel (Ariel, 1977) (Kever Rachel, 1977). For a summary of these and other sources, see At the Crossroads, the Story of the Tomb of Rachel, Part I, 1700 Years of Testimony (Jerusalem Studies, 2005) (Al em ha-derekh, sipuro shel kever rachel, helek alef, 1700 shanim shel eduiot, Shaarim le-heker yerushalaim, 2005).

3. See the summary in Gilad Messing, And You Were Better than Us All (Private Publication, 2001), pp. 161-4 (Ve-at alit al kulanu, hotzaa pratit, 2001, pp. 161-4).

4. See, for example, Shragai, At the Crossroads, pp. 163-5.

5. Ibid., p. 14.

6. Meiron Benvenisti, The Torn City (London: Weidenfeld and Nicholson, 1973), pp. 78-9.

7. Ibid., pp. 78-81; Shmuel Berkowitz, The Wars of the Holy Places (Jerusalem Institute for Israeli Studies and Hed Artzi, 2000), pp. 50, 54 (Milhamot ha-mekomot ha-kedoshim, Machon yerushalaim le-heker israel ve-hed artzi, 2000, pp. 50, 54).

8. Berkowitz, ibid., p. 215.

9. Ibid., pp. 215-21.

10. A biblical figure, commander-in-chief of King Saul's army. He appears mostly in 2 Samuel.

11. "Sharm el-Sheikh Fact-Finding Committee - First Statement of the Government of Israel," Jewish Holy Sites, #233, December 28, 2000, http://www.israel.org/MFA/MFAArchive/2000_2009/2000/12/Sharm%20el-Sheikh%20Fact-Finding%20Committee%20-%20First%20Sta

12. Jonathan Dahoah Halevi, "A History of Desecrating Holy Sites," Jerusalem Center for Public Affairs (Hebrew) October 29, 2007, http://www.jcpa.org.il/JCPA/Templates/showpage.asp?FID=416&DBID=1&LNGID=2&TMID=99&IID=9522

13. Shragai, At the Crossroads, pp. 198-208.

14. Danny Rubinstein, "Bethlehem does not want to be Berlin," Ha'aretz, February 16, 1996.

15. Shragai, At the Crossroads, p. 216.

16. Ibid., p. 229.

17. Ibid., pp. 235-6.

18. Ibid., p. 242.

19. Supreme Court decision, February 3, 2005.

20. Shragai, At the Crossroads, pp. 230-1.

21. Danny Rubinstein, "The Slave and the Mother," Ha'aretz, October 9, 1996, and a private conversation with Orientalist Yoni Dehoah-Halevi.

22. Ibid.

23. Shragai, At the Crossroads, pp. 48-52; Miginzei Kedem, Documents and Sources from the Writings of Pinhas Name, ed. Yitzhak Beck (Yad Yitzhak Ben-Tzvi, 1977), pp. 30-32 (Teudot u-mekorot tokh kitvei Pinhas, Miginzei Kedem, Yad Yitzkah Ben-Tzvi, 1977, pp. 30-32).

24. Eli Schiller, The Tomb of Rachel, p. 18.

25. Ibid.

26. Ibid.

27. Yehoshua Porat, "Two Graves, Two Worlds," Ma'ariv, around the same time.

28. Islam adopted the same tactic regarding the Western Wall. Further information can be found in Dr. Berkowitz' book. He found that until the eleventh century Muslim scholars disagreed as to where the prophet Muhammad had tied al-Buraq, his winged horse, after his night ride. Some identified the place as the southern wall of the Temple Mount, others as the eastern wall, but none of them suggested any connection to the western wall, sacred to Judaism, called the Wailing Wall in the diaspora and the Western Wall in Hebrew. The claim was only made after the "Wall conflict" broke out between Jews and Muslims before the 1929 riots.

    During the riots of 1929, violence broke out in Jerusalem and on the Temple Mount. From there it spread to neighboring areas and hampered regular visits to Rachel's Tomb. In 1929 the Wakf demanded control over the tomb, claiming it was part of the neighboring Muslim cemetery. It also demanded to renew the old Muslim custom of purifying corpses in the tomb's antechamber (the structure added by Montefiori in 1841).

29. Shragai, At the Crossroads, p. 233.

30. Al-Hayat al-Jadida, October 8, 2000.

31. Christian sources identified the site as such almost two thousand years ago. For example, see the New Testament, Matthew 2:18.

*     *     *

Nadav Shragai is the author of At the Crossroads, the Story of the Tomb of Rachel (Jerusalem Studies, 2005); The Mount of Contention, the Struggle for the Temple Mount, Jews and Muslims, Religion and Politics since 1967 (Keter, 1995); and "Jerusalem is Not the Problem, It is the Solution," in Mister Prime Minister: Jerusalem, ed. Moshe Amirav (Carmel and the Florsheimer Institute, 2005). He has been writing for the Israeli daily newspaper Ha'aretz since 1983.

 

maandag 22 februari 2010

rapport NOS-Journaal over berichtgeving Van NOS over gebeurtenissen in Israel gedurende 23/10-31/12 2009

Hieronder vindt u zowel het rapport (nummer 2, er is ook een nummer 1, maar dat is van een jaar geleden)) over de NOS-journaaluitzendingen gedurende 2310 -31/12 2009 als de andere bijlagen, genoemd in de brief in vorige artikel.
De brief van de NOS is hier niet bij.
Alleen onze eigen bijdragen kunt u hier en onderstaand vinden.
 
 
 
BIJLAGE 1
 
 

 

 

                                                                                                                 Eemnes, 17 januari 2010

 

 

 

Aan:

De heren J. de JongMediadirecteur / H. Laroes - Hoofdredacteur  / S. van Hoorn -  Midden-Oosten verslaggever, G. van den Broek – Chef buitenlandredactie.

 

 

 

Mijne heren,

 

In februari 2009 boden de stichting WAAR en de Werkgroep Israel Facts (IF) u een rapport aan over de berichtgeving in het NOS-Journaal over de Gaza-oorlog eind december 2008 en begin januari 2009.

 

In april 2009 vond er een gesprek plaats over het rapport tussen vertegenwoordigers van de NOS en vertegenwoordigers van WAAR en IF. Daarin werd vastgesteld dat de berichtgeving evenwichtiger en duidelijker moest zijn met informatie van alle partijen. Het onderzoek had aangetoond dat de Israëli-sche visie al te vaak ontbrak of dat geen echte Israëlische deskundigen geraadpleegd waren. Er werd bij de NOS aangedrongen om meer aandacht te besteden aan context omdat die hinderlijk ontbrak en de gemiddelde journaalkijker die informatie nodig had om zich een goed beeld te kunnen vormen.

 

Ook werd Sander van Hoorn duidelijk gemaakt dat verkeerde informatie rechtgezet moet worden.

 

Het gesprek werd als positief ervaren door alle partijen, hoewel niet op alle punten gelijke visie was ontstaan.

 

Aangekondigd werd dat WAAR en IF zouden doorgaan met monitoren van het NOS-journaal. Er werd afgesproken opnieuw met elkaar in gesprek te gaan als er aanleiding zou zijn een nieuw rapport op te stellen en aan te bieden.

 

Die aanleiding is er inmiddels. Wij bieden u hierbij een tweede trapport aan over de berichtgeving in het NOS-Journaal inzake de ontwikkelingen rond het conflict in het Midden-Oosten. Het betreft de periode 23 oktober tot en met 31 december 2009. Zeer tot onze teleurstelling zijn wij helaas tot de conclusie gekomen dat het NOS-Journaal in tegenstelling tot wat in het genoemde gesprek werd beloofd de eigen journalistieke code niet of niet volledig naleeft. Uit het onderzoek komt een patroon naar voren dat wij zeer verontrustend vinden. Israël doet het in alle opzichten verkeerd en geen kwaad woord over de Palestijnen. De kijker in Nederland heeft echter recht op een NOS-Journaal dat alle feiten van het Midden-Oosten conflict belicht en dat die feiten in een juiste context zijn geplaatst.

 

Gezien het hoge tempo waarin het klimaat rond de discussie over Israël in Nederland verslechtert en gezien de reeds zichtbare maatschappelijke gevolgen daarvan, achten wij de tijd rijp voor drastische verbetering in de taakopvatting en het verantwoordelijkheidsbesef van de Journaal-staf.  De primaire nieuwsbron voor de Nederlandse burger behoort voor alles de feiten te presenteren in het nieuws en niet bij voorbaat de ene partij te bevoordelen boven de ander.

We verzoeken u vriendelijk goede nota van het rapport te nemen en, binnen twee weken ons uw reactie te doen toekomen.

Na de periode van twee weken behouden wij ons het recht toe met het rapport naar buiten te treden.

Voorts wil een delegatie van onze stichting en Werkgroep, zoals bij het vorige onderhoud afgesproken, andermaal een gesprek met u voor het bespreken van de inhoud van het rapport. Wij wachten daartoe een voorstel af van uw kant.

Hoogachtend,

 

Namens stichting WAAR,

M.S.  Slager - Voorzitter

A.L.E. Cohen  - Secretaris

 

Namens Israel-Facts monitorgroep

Yochanan Visser

 

Bijlagen:

-          Rapport monitoring NOS-Journaal

-          Code NOS

-          Artikel Jerusalem Post

BIJLAGE 2

 

 

Rapport  over berichtgeving van de NOS over gebeurtenissen in Israël

in de periode 23 oktober tot 31 december 2009

 

Samengesteld door stichting WAAR in samenwerking met Israel Facts groep

 

I n l e i d i n g 

In tegenstelling tot het eerste rapport, dat voornamelijk de periode tijdens de Gaza-oorlog besloeg, was er in de periode 23 oktober-31 december 2009 geen gewapend conflict en was Israël niet elke dag in het nieuws.

 

In deze periode werd in het NOS-journaal van 20.00 u zevenmaal over Israël bericht. (prime time)

27/10  31/10  11/11  13/11  18/11  26/11 28/12

Andere uitzendingen in die periode over Israël: driemaal om 22.00 u en 1 maal in het late journaal.

  5/11    22.00 uur

21/11    22.00 uur

25/11    het late journaal

  2/12    22.00 uur

 

Opnieuw werd de berichtgeving van de NOS getoetst aan de eigen NOS journalistieke code en werden de uitzendingen geanalyseerd op feiten, bronnen, wie er aan het woord kwam, taalgebruik, omissies, suggestieve opmerkingen/misleiding, beeldmateriaal en de montage van beelden, selectie van beelden en onderwerpen, en tot slot repeterende thema's.

Naast de Journaaluitzendingen van de NOS werd gekeken naar RTL 4 en werd een aantal Neder-landse en buitenlandse  kranten gevolgd voor algemene informatie over Israël en de Palestijnse gebieden in de betreffende periode. Op deze manier werd ook nieuws opgemerkt waaraan  door de NOS geen aandacht werd besteed.

 

Uitvoering van het onderzoek

De volgende uitzendingen en onderwerpen werden meegenomen in het onderzoek:

27/10    reportage over waterverdeling naar aanleiding van rapport van Amnesty International.

31/10    reportage over Al Quds Underground festival

  5/11     reportage over aankondiging van Abbas af te treden 

11/11    bericht over bezoek minister van buitenlandse zaken Lieberman aan Nederland

13/11    reportage over Israëlisch verhoor van slachtoffers van Gaza-offensief in het licht van het

Goldstone-rapport

18/11    reportage over bouw in Gilo

21/11    item over onrust door orthodoxen over het werken van een firma op sjabat in een orthodoxe wijk van Jeruzalem

25/11    reportage over aankondiging bouwstop

26/11    reportage over bouwstop

2/12      reportage over bouwstop

28/12    reportage over Gaza, een jaar na de oorlog. 

 

Feiten

Hieronder volgen enkele door de NOS uitgezonden berichten met daarbij de niet vermelde werkelijke feiten.

 

Voorbeeld 1

30/10 reportage over Al Quds Underground: een muziekfestival in Jeruzalem. Georganiseerd door een Nederlandse kunstenaar, Merlijn Twaalfhoven.

De nieuwslezer (Sacha de Boer) zegt dat UNESCO Jeruzalem uitriep tot culturele hoofdstad van de Arabische wereld. De indruk wordt dan gewekt, dat dit recent gebeurd is. 

Feit: De Arabische Liga heeft dat begin 2009 gedaan en Unesco heeft dat ondersteund,

Feit: De Arabische Liga benoemt ieder jaar een stad tot culturele hoofdstad van de Arabische wereld.

 

Van Hoorn vermeldt vervolgens dat Israël bijna alle activiteiten verboden heeft

Feit: maar verzuimt te vertellen dat de Oslo-Akkoorden, die tussen Israel en de Palestijnse Autoriteit zijn afgesloten, aan het verbod ten grondslag lagen.

De Oslo akkoorden (Oslo 2 van 28-9-1995)  bepalen namelijk in art 31 5-7.

De "remaining issues" zijn onderdeel van deze final status besprekingen inclusief: (citaat punt 5) Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, security regelingen; grenzen etc.

Punt 6 zegt dat niets in de Oslo akkoorden de uitkomst van deze final status onderhandelingen vooraf zal bepalen of beslissen op dit gebied. Verder staat daar dat alle bestaande posities, claims en rechten in tact blijven tot het moment dat er een final status akkoord is.

Punt 7 art. 31 van Oslo 2: Geen partij zal stappen initiëren die de status van de West Bank en Gaza zal veranderen tot het moment van de uitkomst van de final status onderhandelingen.

Totdat de uiteindelijke status van Jeruzalem bereikt is is Israel de "high contracting party" volgens Internationaal Recht. Uit dit alles volgt dat het uitroepen van Jeruzalem als "Al Quds" tot hoofdstad van de Arabische cultuur door de Arabische liga en het organiseren van een festival om dat te onderstrepen, in strijd was met de Oslo akkoorden.

 

Het feit dat de Arabische Liga spreekt van Al Quds culturele hoofdstad van de Arabische wereld is een duidelijk politieke uitspraak.

 

Van Hoorn interviewt vervolgens de Nederlandse componist Twaalfhoven over kleinschalige projecten in Oost-Jeruzalem. Hij verzwijgt daarbij dat het project gesubsidieerd werd door de EU via de Nederlandse liefdadigheidsinstelling Cordaid en de Anna Lindh stichting voor de dialoog tussen culturen in Alexandrië. Hij verzwijgt ook dat Israëli's de toegang werd geweigerd, en maakt alleen een cryptische opmerking 'dus vandaag geen Joodse bezoekers in de huiskamers van Twaalfhoven', In reactie op een melding van een arrestatie de vorige dag door Israël vanwege de rellen in de stad. Volgens de Israëlische journalist Gil Zohar werd al een half jaar van te voren besloten Israëli's te weigeren. (zie bijgevoegd artikel van hem in de Jerusalem Post).

Dit is niet alleen een grove vorm van discriminatie, het is ook in strijd met de regels voor subsidie, omdat er zo van dialoog tussen culturen  geen sprake meer is. Het hele item was wat dit betreft misleidend: in het begin kwam een Arabische medewerker aan het woord die zei dat zijn huis altijd openstaat voor alle religies, en ook Twaalfhoven vertelt dat hij in Jeruzalem een project wilde doen 'om te laten voelen hoe al die culturen hier al honderden jaren samenleven, en dat dat gaaf is.' Het project deed echter in feite het tegendeel, want Joodse bezoekers (er waren verschillende gekomen) werden naar huis gestuurd.

Letterlijk:

Van Hoorn in de Al Quds reportage (http://player.omroep.nl/?aflid=10257937)

"Mag je als Arabier je eigen cultuur vieren in een stad waarvan Israel zegt dat is onze hoofdstad? Nee dus zei Israël en verbood veel evenementen. Israël zegt dat dit soort bijeenkomsten politieke evenementen zijn".

(Twaalfhoven) "Dat andere Israël dat hier een puur Joodse stad wil bouwen, of dat nu over 1000 jaar is of al morgen, dat Israel is nu wel heel dominant" dan aarzelt hij en zegt " dat hier hevige rellen zijn , een muzikant eh gisteren... is er nog iemand gearresteerd, dan kun je vandaag niet zeggen we gaan nu even gezellig thee drinken".

Hierop zegt van Hoorn: " Dus vandaag geen Joodse bezoekers in de huiskamers van Twaalfhoven".

 

Voorbeeld 2

13/11: reportage over slachtoffers van Gaza-offensief: n.a.v. Goldstone rapport.

Van Hoorn zegt: Een kleine groep landen, waaronder Nederland, stemt sowieso tegen Goldstone, maar andere landen dringen aan op eigen onderzoek door Israël zodat Israël er dan van af is.

Feit: Verhagen heeft wel degelijk op onafhankelijk onderzoek aangedrongen.

Dit laatste is ook begrijpelijk omdat een onafhankelijk onderzoek nodig is om niet naar het internatio-nale hof verwezen te worden.

 

Voorbeeld 3

2/12 om 22 uur: reportage over protest tegen bouwstop in de nederzetting Efrat. Verkeerde vertaling van spandoek 'Geen toegang voor de BOUWSTOP-inspecteurs van Bibi', vertaalt Van Hoorn met 'De controleurs van Bibi zijn hier niet welkom'. 

Men toont het storten van een vloer dat aangekondigd wordt als in strijd met de bouwstop,

Feit: het betrof een vloer van een synagoge in Efrat, en een synagoge valt buiten de bouwstop.

De bevriezing geldt voor tien maanden in de Westelijke Jordaanoever. De bouwstop geldt niet voor de bouw in Oost-Jeruzalem, de bouw waarvoor al toestemming was gegeven en de bouw van openbare gebouwen zoals scholen en synagogen.

 

Voorbeeld  4

28/12: De reportage betrof een terugblik op de reportage van 6 januari 2009, waar cameraman El Ajrami verslag had gedaan van de aanval van Israël op de VN-school in Jabalya.

Feit:  Al tijdens de oorlog in januari was duidelijk geworden dat de school nooit was aangevallen en dat er geen doden in de school of op het schoolplein waren gevallen. Ook de toedracht was inmiddels duidelijk. Vanuit een straat naast de school was er geschoten op de IDF en die hadden terug geschoten. Daarbij waren onder de aanvallers doden gevallen, men schatte 15 doden en zeker geen 40 onschuldige burgers.

Feit  In de reportage van 28 december werd deze foutieve informatie van 6 januari gewoon herhaald, sterker nog: nu was er opeens sprake van een bombardement met witte fosfor. Die fosforgranaat was niet op de school afgevuurd.

 

Eenzijdige bronnen

Vervolgens enkele voorbeelden waarbij sprake is van verkeerde voorlichting door gebruik te maken van eenzijdig Palestijnse bronnen. Het in de code vermelde principe van hoor en weder-hoor werd niet  toegepast of relevante bronnen werden genegeerd.

We sluiten een rapport bij van IMFA net voor informatie voor buitenlandse reporters.

De gegevens uit een dergelijk rapport werden nooit ergens vermeld.

 

Voorbeeld 1

27/10 Item over de waterverdeling op de Westelijke Jordaanoever naar aanleiding van een rapport van Amnesty International. Hierin komen alleen Palestijnen aan het woord. Het rapport van Amnesty International gaat niet uit van de Oslo-Akkoorden; noemt ze zelfs irrelevant. Amnesty negeert bewust de bestaande afspraken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit over de waterverdeling. De NOS had deze omissie moeten constateren.

Feit: Israël houdt zich namelijk, ondanks de kritiek van Amnesty, wel aan de Oslo Akkoorden. Een recent waterrapport van Israël met actuele informatie over verbruik door beide partijen en de verdeling geeft totaal andere cijfers dan A.I. dat alleen Palestijnse gegevens gebruikt.

De NOS had dat moeten vermelden en had minstens ook de Israëlische cijfers moeten geven.

Volgens Israël wijzen de Palestijnen moderne technologie af zoals het ontzilten van water en hebben zij illegaal vele putten geslagen. In de reportage worden die feiten verzwegen en wordt beweerd dat de Palestijnen geen putten mogen slaan van Israël.

De NOS had objectief de claims van beide kanten tegenover elkaar moeten zetten.

 

Van Hoorn in het journaal: 

"Maar bij de plantages van de nederzettingen is geen gebrek aan water. Al heel vroeg waren Israëlische leiders zich bewust van het belang van water voor de regio. Kijk maar op de kaart: Hier langs de kust is eigenlijk het enige waterwingebied in Israël zelf. De Golan is bezet gebied. Jordaan-rivier: bezet gebied. En dus het waterwingebied in de bezette Westelijke Jordaanoever ook bezet gebied. Wat Israël dus hard nodig heeft." Aldus Sander  van Hoorn. 

Feit: In werkelijkheid zijn er afspraken over het gebruik van de aquifers onder de Westelijke Jordaanoever. De bevolking in de kuststreek maakte al voor de stichting van Israël gebruik van dat water, en dat water is ook helemaal niet 'Palestijns' zoals Van Hoorn wel suggereert. Het komt vaker voor dat lager gelegen gebieden water gebruiken van hoger gelegen gebied en dat zo'n aquifer mensen uit verschillende landen van water voorziet. Een ingewikkelde kwestie wordt door de NOS vertaald in een simpel dader-slachtoffer verhaal

 

 

Voorbeeld 2

13/11 Familieleden en slachtoffers van het Gaza-offensief worden geïnterviewd.

Uitsluitend Palestijnen komen aan het woord.

Een willekeurige Palestijn vertelt dat geen Israëlische soldaat beschuldigd zal worden en/of berecht. Hier waren kritische vragen op zijn plaats geweest, bijvoorbeeld; weet de Palestijn niet dat er Israëlische soldaten bestraft worden als ze schuldig worden bevonden van onrechtmatige daden. Weet de Palestijn niet dat er altijd onderzoek wordt gedaan als er klachten zijn, weet hij dat de mogelijkheid bestaat (en ook zeer vaak gebruikt wordt) om bij het hooggerechtshof in Jeruzalem een klacht in te dienen. (zie bijgevoegd rapport over onderzoek IDF naar onderzoek van misstanden, vermeld in Goldstone Rapport)

Geen enkele Israëlische visie wordt gevraagd, geen enkele kritiek geuit op het Goldstone rapport,  waarop door internationale experts grote kritiek is geuit. Geen jurist werd gevraagd hoe het kan dat Goldstone zelf zei dat hij geen juridische commissie had (daarom kon het lid dat Israel al beschuldigd had blijven meedoen!) en dat hij toch uiteindelijk met juridische adviezen kwam. Bekende onderzoekers zoals Jonathan Halevy en bekende juristen reageerden zeer negatief op het rapport Zij hebben kritiek op de inhoud, brongebruik, werkwijze, mandaat naast de samenstelling van de commissie van het Goldstone-rapport. De NOS had wel iets meer afstand van het rapport mogen nemen, en iets van de vele kritiek melden.

 

Voorbeeld 3

18/11 Doorgaande bouw in Gilo. Op geen enkele wijze wordt uitgelegd waarom Jeruzalem (en Gilo) een andere status heeft dan de Westbank. Ook de VN heeft Jeruzalem al in 1947 een andere status gegeven, namelijk een internationale status. De historische gang van zaken ten aanzien van Jeruzalem vanuit het Brits Mandaat loopt via Jordaanse verovering in 1948, Jordaanse annexatie, Israëlische verovering in 1967 met behoud voor Jordanië van toezicht op de heilige plaatsen van de moslims tot opgeven van rechten op de Westbank door Jordanië, maar met behoud van toezicht op heilige plaatsen. Alleen de Palestijnse visie over de status van Jeruzalem wordt aangehaald. 

 

Suggestieve mededelingen

Voorts noteerden wij enkele naar onze mening suggestieve mededelingen. We geven ze kort weer.

 

13/11 Van Hoorn over onderzoek door Israël van mogelijke misdaden tijdens Gaza-offensief:

Van Hoorn: Onderzoek is nauwelijks onafhankelijk te noemen: van leger naar leger.

Zie voor onderzoek van IDF bijgevoegd document, waaruit blijkt dat alle zaken uit het Goldstone rapport nader onderzocht werden en worden.

 

13/11: de wat geheimzinnige, alsof het eigenlijk niet kan manier waarop wordt gerapporteerd over het wel vier uur durende verhoor van slachtoffers door Israël geeft de indruk dat Israel het wel erg bont maakt, terwijl aan de andere kant wordt gemeld dat Israel het onderzoek niet serieus neemt.

 

13/11  Van Hoorn: Veel landen dringen aan op eigen onderzoek van Israel nav Goldstone, maar Israel vindt dit niet nodig.  Dit is een merkwaardige constatering: nota bene gaat de uitzending over Israëlisch onderzoek.

 

18/11 Ligging van Gilo wordt zodanig aangegeven of het eerder bij Bethlehem hoort dan bij Jeru- zalem.

In de praktijk hoort het duidelijk bij Jeruzalem. Dat het op de heuvels van Bethlehem ligt (zoals Van Hoorn zegt) zegt niet zo veel: de heuvels en bergen rond Jeruzalem beslaan een groot gebied en de hele stad is op verschillende heuvels gebouwd.  De ligging van Gilo is ten zuiden van West Jeruzalem het gedeelte dat al vanaf 1948 bij Israel hoorde. Geografisch is het meer een verlengstuk van dat gedeelte van Jeruzalem dan van Bethlehem. Het heeft dan ook nooit tot het gebied van de gemeente Bethlehem behoord, zoals bekend was het gebied al voor 1947 in Joodse handen .   

 

25/11 late journaal over de door Israël afgekondigde bouwstop op de Westelijke Jordaanoever. Van Hoorn benadrukt dat het om een gedeeltelijke bouwstop gaat. Dat een dergelijke bouwstop nog niet eerder is afgekondigd verzwijgt hij. Israëls motief wordt alleen verklaard uit: Amerika behagen, en dat Netanyahu hier zijn kabinet tot het uiterste heeft laten gaan, ontgaat Van Hoorn. Ook het feit dat de Palestijnen niet bereid zijn ook maar een tegen-gebaar te maken, en nog steeds weigeren te onderhandelen, wordt niet vermeld.

26/11 de aparte status van Jeruzalem wordt kort genoemd, maar nog steeds niet toegelicht. Van Hoorn noemt Gilo een nederzetting, en daarmee neemt hij stelling over de status van Oost-Jeruzalem. Volgens Israël is Gilo een onderdeel van Jeruzalem, en dat had ook vermeld moeten worden bij de bouwstop die is afgekondigd. Bovendien is de grond waarop Gilo is gebouwd al voor de stichting van Israel door het Joods Nationaal Fonds aangekocht.

Van Hoorn zegt dat Israël voornamelijk goede wil toont aan Amerika en daarom kondigde Netanyahu de bouwstop ook in het Engels aan. Verder zegt hij dat Israël hoopt dat de VS dan zal optreden tegen vermeende kernwapen in Iran. Op 2/12 om 22 uur doet hij dezelfde uitspraak.

Deze uitspraak geeft een politieke mening over Israel weer van de correspondent en laat de Palestijnse rol buiten beschouwing.

 

Taalgebruik

Een enkele opmerking over verkeerd of in elk geval discutabel taalgebruik.

 

26/11 Van Hoorn noemt Gilo een nederzetting. Dat is een interpretatie. 

 

18/11: kolonisten van Gilo. Dit is een uitspraak over de status van Gilo, een wijk van Jeruzalem, die Van Hoorn op zijn minst hoort toe te lichten. De inwoners van Gilo zien zich zelf als inwoners van Jeruzalem en niet als kolonisten.

 

26/11: de aparte status van Jeruzalem wordt kort genoemd, maar nog steeds niet toegelicht. Terminologie nederzetting voor Gilo stelt een wijk van Jeruzalem gelijk aan nederzettingen op Jordaanoever.

  

Beeldmateriaal en montage

En dan het beeldmateriaal en de manipulerende montages van gemaakte opnamen.  

 

Voorbeeld 1

Uitzending 2/12. Er wordt een vloer getoond die onrechtmatig zou zijn gestort ondanks de gedeeltelijke bouwstop. De plaats van handeling wordt niet vermeld. Het geheel wordt zo gemonteerd dat het lijkt te gaan om ongeoorloofde bouwactiviteiten.

Feit: de reportage komt uit Efrat. (Zowel de plaats als de geïnterviewden worden herkend)

In Efrat ging het om een synagoge.   De vrouw die werd geïnterviewd is bij een van onze waarnemers bekend en er is met haar gesproken. Het betrof hier een groot interview over het beladen verleden van de vrouw en op het eind werd over de bouwstop gesproken waarbij Van Hoorn haar vroeg of ze besefte dat ze gearresteerd kon worden.

Alleen haar reactie daarop werd uitgezonden, waardoor ze veel militanter overkomt en - door de manier waarop dit werd ingepast in de reportage – de kolonisten als extremistisch en overdreven emotioneel worden neergezet. Zo'n aanpak moet manipulatie worden genoemd.

 

Voorbeeld 2

In het merendeel van de reportages werden voornamelijk beelden uitgezonden die benadrukten dat de Palestijnen de grote slachtoffers zijn en Israël de boosdoener.

 

Voorbeelden van slachtofferschap zonder enige nuancering of onderzoek naar de feiten:

27/11 Waterrapport

13/11 Onderzoek door Israel van beschuldigingen volgens Goldstone

 

Voorbeelden van Israel als boosdoener:

27/11    Waterrapport

30/11    Al Quds Underground 

13/11    Slachtoffers volgens Goldstone

18/11    Israël beslist niet tot totale bouwstop en bouwt maar door.

25/11    Israël houdt zich niet aan bouwstop

26/11    Israël houdt zich niet aan bouwstop

  2/12    Israël houdt zich niet aan bouwstop

28/12   Gaza in herhaling van januari tijdens de oorlog

In  deze reportages werden vaak gecompliceerde zaken zodanig weergegeven dat er een simpel "good guy -bad guy" verhaal ontstond met Israel in de rol van "outlaw".

 

Ten onrechte gemist nieuws

Het is opgevallen dat enkele belangwekkende feiten het NOS-nieuws om welke reden dan ook niet haalden.

 

Geen aandacht werd er gegeven aan het onderscheppen door Israël op 4 november van een boot met enorme wapenvoorraad afkomstig uit Iran. Dit item werd gemist in verband met voortdurende dreiging voor Israël vanuit Gaza en Libanon (Hezbolla) met geavanceerde raketten. Bovendien heeft de VN toegezegd toe te zien op wapensmokkel, terwijl uit de bevoorrading van de boot bleek dat Iran Hamas en Hezbolla ruimschoots van wapens voorziet.

 

In de periode van ons onderzoek was er in het journaal geen aandacht voor (opvallend) positief nieuws, noch uit Israël, noch uit de Palestijnse Autoriteit,  maar ook geen nieuws dat gerelateerd was aan samenwerking tussen Israël en de Palestijnen.

 

Twee voorbeelden van mogelijk nieuws, dat elders wel werd gevonden:

 

A:

In de Wall Street Journal van 2 december 2009 stond een opvallend artikel geschreven door Tom Gross: In Building Palestine Without Obama's Interference - WSJ.com.  Hieruit blijkt onder andere dat de economie van de Palestijnen behoorlijk in de lift zit en de beurs enorm groeit terwijl wereldwijd een recessie gaande is en enorme verliezen op de beurs plaatsvonden. Bovendien zijn er inmiddels zeer veel checkpoints weg gehaald, wat naast een bevorderende factor voor de economie ook een verbetering van het individuele leefklimaat heeft opgeleverd.

http://online.wsj.com/article/SB10001424052748704107104574571491401847518.html

 

B:

RTL 4 had op 19 november jl een alleraardigst item van Conny Mus over orthodoxe EHBO vrijwilligers in Jeruzalem die zich op brommers verplaatsen omdat dat sneller is, en waar sinds kort ook Palestijnse vrijwilligers  mee draaien. Deze zijn vooral bedoeld voor Oost Jeruzalem, waar ambulances vaak alleen met bewaking naar toe willen gaan, met als gevolg veel tijdverlies, maar ze komen ook in heel Jeruzalem, en de Palestijnse vrijwilliger die geïnterviewd werd gaf aan dat dat geen problemen gaf bij de Joodse patiënten.

 

Concluderend

We komen tot de volgende conclusies.

 

Van de elf uitzendingen over Israël en de Palestijnse gebieden konden er slechts twee de kwalificatie neutraal dan wel objectief krijgen. De overige negen waren onder de maat en voldeden met name door het commentaar absoluut niet aan de eigen journalistieke   code   van de NOS. Die negen reportages waren volledig eenzijdig doordat enerzijds voornamelijk Palestijnen aan het woord kwamen en dus alleen  de Palestijnse visie werd vermeld en anderzijds de Israëlische kant zo goed als altijd ontbrak. Objectieve Israëlische gegevens zoals de cijfers uit het recente Israëlische water-rapport werden niet genoemd. Gegevens uit IMFA-net voor informatie voor buitenlandse reporters werd nooit betrokken.  De reportages waren daarnaast gekleurd en suggestief door woordgebruik, beeld en montage en te vaak voorzien van onjuiste of onvolledige informatie. Er werd nauwelijks context gegeven of deze werd alleen van Palestijnse zijde gegeven. Doordat de context ontbrak bleef de werkelijke situatie voor de kijker onduidelijk, ook al omdat er geen scheiding was van feiten en meningen en hiermee de vorming van een eigen mening ondoenlijk was. Bovendien werd er al een mening opgedrongen, namelijk door de suggestieve woordkeus of zelfs door de uitgesproken mening van Van Hoorn.

 

Voorbeelden hiervan:

27/10 reportage over waterverdeling: onvolledige en verkeerde informatie, eenzijdig en gekleurd door alleen de Palestijnse kant te belichten, suggestief in de beelden, ontbreken context over oorsprong van de akkoorden over waterverdeling in de Oslo-Akkoorden.

30/10 reportage over Al Quds Underground: naast onvolledige informatie ook onjuiste informatie, suggestieve informatie, verbloemen van de werkelijke toedracht en van duidelijke discriminatie. Ook hier geen context van bijvoorbeeld de Oslo-Akkoorden.

5/11  reportage over aankondiging aftreden Abbas. Voornamelijk suggestief.

13/11 reportage over slachtoffers Gazaoffensief volgens Goldstone rapport. Volledig eenzijdig door alleen Palestijnen aan het woord te laten, suggestief door alle Palestijnse beweringen klakkeloos te accepteren, suggestief door uitspraken waarin de uitkomst al besloten lag (een leger dat een leger onderzoekt), suggestief over de tijdsduur van de verhoren, suggestief over de reden van de verhoren, onjuiste informatie over standpunt van Verhagen, ontbreken context van het Goldstone rapport. Volledig ontbreken Israëlische visie, behalve de opmerking: Israël is het er niet mee eens. 

Opvallend was verder dat er vier uitzendingen over eenzelfde onderwerp gingen: de bouwstop:

18/11 reportage over doorbouwen in Gilo. Suggestief taalgebruik. Ontbreken context over status.

25/11 reportage over doorbouwen. Ook hier weer geen onderscheid status Jerusalem en West Bank, geen context door uitleg over moeilijke positie Netanyahue in het kabinet, dat er nooit eerder een dergelijke bouwstop is afgekondigd. Eenzijdig: geen vermelding dat Abbas niets aangrijpt om ook een gebaar te maken, maar voortdurend alles te weinig vindt en geen onderhandelingen zal aangaan.

Eenzijdig: Van Hoorn: Vastlopen onderhandelingen is eenzijdig aan Israël te wijten. 

26/11 reportage over bouwstop. Voornamelijk een reportage die duidelijk maakt wat Van Hoorn ervan vindt. Overal een mening, geen context, geen opmerking over de starre houding van Abbas. Veel suggestief taalgebruik als nederzetting, kolonist. Suggestief over doel van de bouwstop: alleen maar voor gunstig beeld naar Amerika bedoeld en Amerika moet naar Israël luisteren..

2/12 reportage over doorgaande bouw: suggestief door geheimzinnig over de locatie te doen. Suggestief door niet de bestemming van de vloer, de synagoge, te noemen. Manipulatief interview Naomi Baroechi.

28/12 reportage over Gaza , jaar na de oorlog: herhaling van onjuiste feiten uit reportage van januari, aandikking van de onjuiste feiten.

 

Alleen twee uitzendingen van het journaal waren redelijk neutraal. Dit betrof het journaal van 11/11 dat over het bezoek van Lieberman ging en het journaal van 21/11 dat over het opstootje door orthodoxie in verband met overtreding werkverbod op sjabbat ging.  

 

Eindconclusie

Helaas komt ook het tweede rapport over de berichtgeving van de NOS over het Israëlisch/Arabisch conflict tot een negatieve eindconclusie. Het eerste rapport in februari handelde over de Gaza-oorlog met veel verwarring en journalistieke problemen. In de nu gekozen periode waren er geen oorlogshan-delingen, werd de reporter op geen enkele wijze gehinderd door beperkingen en had hij alle tijd om zijn onderwerpen te onderzoeken. Toch vonden we ook nu weer onjuistheden, heel veel suggesties, hinderlijke eenzijdigheid, gemis aan context. We hebben moeten vaststellen, dat kritische vragen aan Palestijnen niet gesteld werden en informatie van Palestijnen en organisaties als Amnesty International (of: critici van Israël)  altijd voor zoete koek werd aangenomen.  Israëlische bronnen werden nooit geraadpleegd, officiële Israëlische rapporten volledig genegeerd. Officiële Israëlische zegslieden kwamen nooit aan het woord.

 

N.B.

De NOS-reportage vanuit Gaza op 28 december 2009 was ronduit onthutsend, omdat eruit bleek dat ons gesprek in april met betrekking tot de berichtgeving over het Midden-Oosten niets ten goede heeft doen keren bij het NOS journaal. De reportage was een aaneenrijging van feiten die al sinds een jaar als onjuist bekend zijn en werden nog eens aangedikt met nieuwe onjuistheden

Deze verkeerde informatie is onacceptabel, zeker in de herhaling wanneer de feiten bekend zijn.

Juist in verband met het feit dat de cameraman El Ajarmi de enige in de oorlog was die in Gaza kon rondlopen en Van Hoorn geheel op zijn reportages afging deed ons de vraag stellen bij ons onderhoud in april of mensen in Gaza misschien wel eens voorzichtig moeten reageren vanwege angst voor familie. De ongewoon boze reactie van de NOS op die vraag alsof wij de integriteit van de NOS hiermee aantastten blijft ons tot de dag van vandaag verbazen en de reportage van 28/12 heeft deze vraag niet beantwoord.

 

Alles bij elkaar genomen: 

De berichtgeving van het NOS-journaal over het Israëlisch/Arabisch conflict is sinds ons eerste rapport niet verbeterd of veranderd. En dus beneden de maat. Het een en ander voldoet niet aan alle zelf in de Code NOS Journaal gestelde uitgangspunten. Het gaat dan om de punten 1, 2, 4, 5 en 10. Daarmee voldoet de NOS niet aan de haar gegeven opdracht

 

 

BIJLAGE 4

 

Status of IDF Investigations of Gaza Incidents –  Update: 5.11.2009

 

The current status (as of 5 Nov 2009) of investigations into allegations arising from the Gaza Operation is as follows:

 

1.        A total of 128 incidents have been/are being examined. These include incidents identified as being of concern by the IDF itself, or brought to its attention by individuals or by human rights reports.

2.       Of this total number, 25 incidents were examined in the course of five General Staff command investigations, which were opened following the operation. The results of the examination of these incidents are currently being examined by the Military Advocate General to decide whether additional examination or further proceedings, including military police investigations, are warranted. The decision of the Military Advocate General on these issues will also be presented to Israel's civilian Attorney General for his review and examination. Both the decision of the Military Advocate General and the Attorney General are subject to review by Israel's Supreme Court which can be petitioned by Israeli and Palestinians alike.

3.       Of the remaining 103 incidents, in relation to 48, after examination it was found that there was no basis for suspecting any violation of the law and accordingly these cases were closed. 

4.       Of the remaining 55 incidents, 28 are currently under process of examination

5.       In relation to the remaining 27 incidents, criminal investigations have been opened (14 almost immediately upon the close of the operation – one of which has already led to prosecution and conviction - and 13 opened at a later stage.) In addition to investigating the soldiers and officers involved, these criminal investigations include the taking of evidence from Palestinian complainants and witnesses. To date seventy Palestinian witnesses and complainants have given evidence to the investigating authorities.  

 

Status of specific incidents referred to in the Goldstone Report:

The Goldstone Report states that it examined 36 incidents, however it is hard to determine precisely how this number is arrived at in relation to the events described.  Nonetheless, all the incidents cited in the Report have been or are being examined (12 incidents had not been reported to Israel prior to publication of the Report, and upon hearing of them, investigations were initiated by the IDF). According to Israel's best understanding of the breakdown of incidents in the Report, the current status of these incidents is as follows:

 

·         5 incidents were addressed in the framework of the General Staff Command investigations and are currently being examined by the Military Attorney General (para. 2 above).

·         5 incidents were examined and found not to present any basis for suspecting that laws had been violated (para. 3 above).

·         16 incidents are currently under process of examination (para. 4 above).

·         10 are the subject of criminal investigations (para.5 above). 

מח' מידע ואינטרנט – אגף תקשורת

 

 

BIJLAGE 5

 

 

 

בלמ'ס/מיידי

 

אל: כל הנציגויות

דע: תפוצת הסברה

מאת: מח' מידע ואינטרנט – אגף תקשורת

 

 

הנדון: מצב כלכלי ברש"פ עדכון תקופתי אנגלית 6.12.09

 

 

The economic situation in the Palestinian Authority and Israeli relief measures - periodic update

 

1.  Points for emphasis

 

·        Growth continues in the West Bank. Fayyad recently addressed the growth of 8% or more that is projected for 2009. In an interview with the New York Times on November 11, Quartet emissary Blair anticipated that the Palestinian economy might reach a double-digit growth rate in 2009.

 

·        The second cellular company in the West Bank, Wataniya, commenced operations at the beginning of November with 3.8 MHz and 40,000 subscribers. According to various publications, the company is expected to bring investments estimated at about $700 million into the West Bank, and to bring revenues of $354 million into the treasury of the Palestinian Authority, while providing thousands of jobs.

 

·        The Palestinian Authority has a budget deficit of $200 million because of missing donations for 2009 (after receiving a $200 million contribution from Saudi Arabia).

 

·        Israel continues to transfer collected tax monies to the Palestinian Authority on a regular basis. In November, the Minister of Finance signed approval to transfer the monies to the Palestinian Authority. NIS 330 million was transferred on November 29 (compared with NIS 293 that was transferred in October).

 

·        Projects:

-       Construction work on the central structure in the French project of the Bethlehem industrial zone commenced in the middle of November. The project is being built in Area A.

-       The USAID project to upgrade the Jalameh crossing (Gilboa) has been completed. It enables the passage of thousands of travelers and hundreds of vehicles each week. The project has enabled 3.3 times more Israeli Arabs to enter the West Bank cities, from 16,000 in September to 52,000 in November.

-       The cornerstone was laid on October 13 for the new Al Jinan neighborhood in Jenin, in which about 1000 housing units will be constructed.

 

·        Progress on the project to construct West Bank electricity substations: The European Investment Bank approved on November 17 a € 250 million loan to the Israel Electric Corp. to finance its investment plans and investments in the power grid as part of a regional project. Concomitantly, a financial agreement was attained between the Israel Electric Corp. and the Palestine Electric Company, with the European Bank acting as facilitator for the construction of four substations in the West Bank. The project will be implemented by the Israel Electric Corporation. The European Investment Bank will provide the loan package for construction of the power lines from Israel and for financing the construction of the stations themselves.

 

·        The Palestinians canceled their participation in the annual meeting organized by the Ministry of Defense to promote infrastructure projects (water, sewage and electricity) in the West Bank and Gaza Strip. The meeting, which was to have been held on December 2 in Tel Aviv, with the participation of delegates from the international community who are involved in the projects, Palestinian representatives (head of the Water Authority and head of the Ministry of Energy), and Israeli representatives (from the Ministry of Defense, the Unit for the Coordination of Government Activities in the Territories-COGAT, the IDF, the Ministry of Foreign Affairs, the Water Authority, and the Israel Electric Corp.), was postponed.

 

Details of the above points:

 

2.  Statistics on the improved economic situation:

 

·        The Palestinian national product: A 5.6% increase in the first quarter of 2009 compared with the corresponding quarter last year, and a 5.4% increase in the second quarter of 2009, compared with the corresponding quarter in 2008.

 

·        Unemployment in the West Bank: A drop from 19% in the first quarter of 2008 to 17.7% in the first quarter of this year. A drop from 18.2% unemployment in the second quarter of 2008 to 16.4% in the second quarter of 2009.

 

·        Unemployment in the Gaza Strip: A drop from 45.5% in the second quarter of 2008 to 36% in the second quarter of 2009.

 

·        Growth: In an interview with WP and Newsweek in October, Fayyad related to "8% growth in 2009, if not more," and described the growth as "very good." Special Quartet envoy Tony Blair mentioned the possibility of a double-digit growth rate in 2009.

 

·        Stock market: A 12.5% rise since the beginning of the year.

 

·        Foreign investments in the West Bank: A six-fold increase (!) compared with the corresponding period last year, as a result of the economic conferences that were held in Bethlehem and Nablus, and of the improved security in the area (this figure was provided by the Palestinians and the Joint Economic Conference held on September 2).

 

·        Truck traffic between Israel and Judea and Samaria: A 41% increase in the first half of 2009 compared with the corresponding period last year. There was a 22% increase in the crossing of goods into the Gaza Strip between September and October, and an additional 14% increase from October to November (source of data: COGAT).

 

·        Palestinian sales to Israel: From 2007 to 2008 there was a 6.8% increase, from $530 million to $566 million. In the first quarter of 2009, there was an 8% increase, from $136 million to $147 million (source: Central Bureau of Statistics).

 

·        Palestinian purchases from Israel: From 2007 to 2008 there was a 25% increase, from $2.6 billion to $3.25 billion. In the first quarter of 2009, there was a decrease of 9.5% compared with the corresponding quarter in 2008, from $796 million to $720 million (source: Central Bureau of Statistics).

 

·        General Palestinian foreign trade (including with Israel): Imports in 2008 totaled $3.7 billion, of which 72% was from Israel. This is a 20% increase compared with 2007. Imports in 2008 increased by 3%, and reached $529 million. The PA's total trade in 2008 was $4.3 billion - a 17% increase compared with 2007.

 

·        Energy: There was a 29% increase in gasoline consumption and a 7.6% increase in diesel fuel consumption in the first half of 2009, compared with the corresponding period last year (source: COGAT).

 

·        Imports of cement: In the first half of 2009 alone, 18% more cement was imported than in all of 2008 (source: COGAT).

 

·        Vehicle purchases: There was a 44% increase.

 

·        Tourism: In 2008 there was a 93% increase in the number of tourists in the Bethlehem area (about one million tourists), and a 31% increase in the Jericho area (about half a million tourists). The number of hotel stays in the third quarter of 2009 was 136,000 - a 42% increase compared with the corresponding quarter last year.

 

3.  Projects and developments that reflect the economic growth:

 

·        General: The Rawabi city project is in the advanced planning stage. A new mall and a cinema complex were opened in Nablus, exhibitions and economic conferences were held this year in the West Bank (in Al Bireh, Hebron and Nablus) attended by thousands of people, and there has been marked momentum in Ramallah which, in recent years, has become an unprecedentedly bustling and flourishing West Bank city of cafes and restaurants.

 

·        The cornerstone was recently laid for the al-Jinan neighborhood (on October 13) in which one thousand housing units will be built. In the first stage, 132 units will be constructed. The developer foresees completion of this stage in 2012.

 

·        The Bethlehem industrial zone - Work commenced in July on construction of the Bethlehem industrial zone, under the auspices of the French president. The plans involve the construction of a zone for light industry, handicrafts and stone crafts, located 12 km southeast of Bethlehem. The area of the first stage will be 230 dunams and later on it will encompass 3,500 dunams, all within Area A.This month, work began on construction of the central building in the area. All the project plans were approved. The Palestinians have still not submitted to Israel the plans for connecting the Hebron-Tarqumiyah access road and the plans for the sewer network and for trash removal. The prime minister instructed the entities dealing with the matter to participate in financing the planning of the access road to the industrial zone. The cost of the construction and the infrastructures required for the industrial zone are to be undertaken by the Palestinians and the French.

 

4.  Israeli measures and relief policy:

 

A.  General:

·        The Government decided to establish a ministerial committee headed by the prime minister to examine and promote economic measures that will lead to economic growth in the West Bank. A regional cooperation minister will be appointed, whose ministry will be in charge of coordinating and advancing the above matters.

 

·        The JEC, headed by Deputy Prime Minister Shalom and Palestinian Minister of National Economy, Bassem Khoury, met on September 2. The meeting that was to take place on November 8 was postponed at the request of the Palestinians due to the resignation of Minister Khoury (who was replaced by Hassan Abu Libdeh). A new date has not yet been set.

 

·        Collected taxes continue to be transferred from Israel to the Palestinian Authority. On November 29, NIS 330 million were transferred to the Palestinian authority treasury.

 

B.  Assistance for the festival of Eid al-Adha

 

Gaza: For the Eid al-Adha festival, some 7,000 head of cattle were brought into the Gaza Strip.

 

The West Bank: The following measures were taken between November 26th and December 2nd (announced by the IDF spokesman):

-       Palestinians were permitted to enter Israel for the purpose of visiting immediate family members.

-       Israeli citizens were permitted to enter Tulkarm in vehicles through Checkpoint 407.

-       The hours of operation of the Awarta checkpoint, south of Nablus, were extended to 10:00 p.m.

-       A roadblock that had been placed on the Jenin-Tulkarm road was removed in order to accelerate passage between the two cities.

-       A roadblock that had been placed in the area of Kfar Dahariya was removed in order to improve access to the villages near Hebron.

-       More than 50 roadblocks in Judea and Samaria were removed permanently.

-       Married men over the age 45 were allowed to enter the Temple Mount for prayers with a special permit. Men over the age of 50 were allowed to enter without a special permit. Married women between the ages of 30 and 45 were allowed to enter the Temple Mount with a special permit, and women age 45 or older were allowed to enter without a special permit.

 

During the holiday, the IDF also reduced its activities in the main West Bank cities, and the hours of operation of the Palestinian police in those cities were extended.

 

C.  Traffic and access facilitation

·        Checkpoints: The number of major checkpoints has been reduced since July 2007 from 41 to 14 today. For example, the Huwara checkpoint south of Nablus, which was one of the most difficult checkpoints in the West Bank, is now open 24 hours a day, despite the fact that, in the past, Nablus was known as the "terror capital." In September, the Minister of Defense ordered the removal of 100 roadblocks in various places in the West Bank. Most of them have, indeed, been removed. It should be noted that for several months the IDF and the Civil Administration have been holding meetings with OCHA (UN Office for the Coordination of Humanitarian Affairs) in order to map the checkpoints and roadblocks in the territory, and to create a basis for discussion on the subject. It should be emphasized that removal of the checkpoints and roadblocks entails a calculated risk. For example, on July 9, 2009, an Israeli vehicle was shot at and the shooters exploited the opening of the checkpoint in Ramallah in order to escape from the city's security forces. With the removal of the checkpoints near Kalkilya at the beginning of June and, for the first time in a decade, removal of the checkpoints surrounding the Palestinian cities, inter-city traffic flows uninterrupted. In addition to the removal of the checkpoints, some 150 roadblocks in the West Bank have also been removed. As mentioned, before Eid al-Adha, more than 50 other roadblocks were removed permanently.

 

·        Permitting Israeli Arabs to enter West Bank cities: Permitting Israeli Arabs to enter Jenin, Tulkarm, Jericho and Bethlehem has led to a significant increase in retail commercial activity in those cities, and has stimulated the local economy. According to the IDF Planning Division, revenues from the visits of Israeli Arabs in Jenin, Tulkarm and Nablus alone (out of all the cities which they are permitted to enter) total NIS 8 million each weekend!

 

·        Upgrade for the Gilboa crossing: The work on upgrading the crossing near Jenin has been completed with the help of USAID. The crossing was opened on October 13 and inaugurated a month later, on November 10, in the presence of Deputy Prime Minister and Minister of Regional Cooperation Silvan Shalom, Quartet envoy Tony Blair, Governor of Jenin Mussa Kadora, Gilboa Regional Council Head Danny Atar, representatives of the U.S. embassy and USAID. Now vehicles and not just pedestrians can enter (there is a crossing for merchandise operating near the passenger crossing). The crossing upgrade facilitates the movement of international organizations and diplomats, and is expected to significantly increase the number of Israeli Arabs entering the West Bank in their vehicles, thereby increasing the scope of their purchases in the area of Jenin and the northern West Bank. Between January and July of 2009, 78,000 Israeli Arabs entered Jenin, compared with 48,000 during the corresponding period last year. In September, 16,000 people went through the crossing, and in November, the first month in which the vehicle crossing was operative throughout the entire month, 52,000 people went through the crossing, i.e., more than 3 times as many as in September. Out of those 52,000 people, 12,000 crossed on foot and 40,000 in cars - through the new vehicle crossing (data from the Crossings Authority).

 

·        Allenby Bridge: A special ministerial committee, headed by Prime Minister Netanyahu, decided at the beginning of August to extend the operating hours of the Allenby Bridge crossing until midnight, for both people and goods, as a pilot project to continue until the end of the year. This measure has already led to a significant improvement for those crossing the bridge, and has greatly shortened the time it takes to cross. Official Palestinian entities report that this measure has already saved the Palestinian economy tens of millions of shekels. Meetings held by Israeli customs with business people and Palestinian customs agents (the last of which was held on August 18th), are helping to improve the service and to increase the movement of Palestinian goods across the bridge.

 

D.  Employment

-       The number of employment permits approved for Palestinians reached 54,318 in September 2009 (for work in Israel and for Israeli employers in West Bank settlements). 47,161 actually utilized these permits (about 86%).

-       The number of Palestinians employed in Israel increased by 8.4% compared with 2008.

-       The number of work days of Palestinian laborers in Israel increased by 19%.

-       About 14% of the Palestinian workforce is employed in Israel or in Israeli businesses in the West Bank.

-       About 5,000 permits were approved for overnight lodging in Israel, of which 4,373 were utilized, i.e., 87.5%.

-       In September 2009, the Minister of Defense approved an increase in the number of Palestinian construction workers by an additional 4,000.

These workers contribute a great deal to the growth in the West Bank, as do the 1,500 business people who are permitted to go through all the crossings between Israel and the West Bank without prior coordination, after being issued special cards (BMC - Business Man Card). It is important to note that the list of recipients of these documents is determined according to the request of the Palestinian Authority.

 

5. Policy in the Gaza Strip - humanitarian aid:

 

·        Before, during and after the Gaza Operation, Israel acted to enable the entrance of humanitarian aid into the Gaza Strip. Israel ensured the orderly operation of the electricity, communications and water infrastructures, including bringing in equipment and repair teams to repair water and sewer facilities during the operation, and to repair turbines and parts of the Gaza power station after the operation, including a two-month stay by a Siemens team, which conducted repairs and maintenance work at the power station, etc.

 

·        Supply of gasoline: In August, Israel renewed the supply of gasoline for private use, according to the standard determined by the High Court of Justice as the threshold sufficient for humanitarian needs. While the minimum quotas determined by the High Court of Justice are only partially filled because of the debts owed by the gas stations in Gaza to the Palestinian Authority, a decision was made in the summer by the Coordinator to meet the threshold set by the High Court of Justice: 800,000 liters of diesel fuel and 75,400 liters of gasoline per week are approved for transfer as the minimum for use for private transportation.

 

·        Supply of cooking gas: In general, cooking gas has been transferred to the Gaza Strip without restriction before, during and, of course, after the operation. Due to security reasons which jeopardize the continued operation of the terminal, Israel was recently compelled to reduce to a minimum the operation of the gas terminal at Nahal Oz depot and, for that purpose, an alternative was built for the transfer of cooking gas at Kerem Shalom. To some extent, this reduced the ability to transfer cooking gas to the Gaza Strip, and now action is being taken to increase the capacity at Kerem Shalom for a quick solution to the problem. As a rule, the transfer of the gas is coordinated with the Palestinian Fuel Administration Authority in Ramallah. The Authority pays for the transferred fuel (by means of tax offset) and is responsible for collecting the money from the gas stations in the Gaza Strip.

 

·        Diesel fuel for the power station: The transfer of 2.2 million liters a week (financed by the European Union) continues. It is important to note that the flow of diesel fuel to the power station took place throughout and after the operation.

 

·        Vital humanitarian infrastructure projects:

-       The Serry project: Israel is conducting a dialogue with Robert Serry, special emissary of UN Secretary-General, regarding vital humanitarian projects, primarily relating to sewer systems. Implementation of the projects will serve as a pilot to test the ability to supervise the entrance of equipment and materials for rehabilitating essential infrastructures. In talks with the Secretary-General's emissary, Israel expressed its willingness to coordinate the entrance of materials for repairing and sealing houses that were damaged during the operation, before the arrival of winter.

-       Sewage purification plant in Beit Lahia:  The World Bank issued a tender for the second stage of the sewage purification project in the northern Gaza strip (Beit Lahia). In order to complete the first stage, actions have been implemented in recent months, including a visit by an expert on behalf of the Bank in July 2009. Israel approved drilling to conduct treated wastewater to the aquifer, and the required equipment was brought in to construct the facility, including cement, iron and aluminum. As mentioned, stage A of the plan (building collection and sedimentation pools) was completed in full. The World Bank issued the tender to entrepreneurs and investors for building the purification plant itself.

-       Other projects: In recent months, the implementation of several projects has been approved, among which are a German sewage plant, repair of a flour mill, approval for restoration of the American school (the Americans do not intend to restore the structure at this stage, but rather to operate the school in another structure. For that purpose, the entrance of equipment for the school was approved), as well as a project of greenhouses and chicken coops at the request of USAID.

 

·        Supervisory mechanism for monies and materials: Israel is conducting discussions with the Palestinian Authority, the US, EU representatives in the area and others, with the aim of establishing an agreed-upon supervisory mechanism, subject to international standards, which will ensure, if and when a decision is made to that effect, that monies, materials and equipment that are brought into the Gaza Strip for vital humanitarian projects actually reach their destinations. The dialogue with the Palestinian Authority on supervision of the monies and the structure of their banking system is moving along slowly.

 

·        Food: All food products are brought into the Gaza Strip, except for those that definitely constitute luxuries.

 

·        Agriculture: Fertilizers that are not dual purpose, potato seeds, eggs for reproduction, bees, equipment required for the Dutch project dealing with the export of flowers, etc.

 

·        Monies: Each month Israel transfers NIS 50 million to the Gaza Strip for salaries for Palestinian Authority employees, and up to $13.5 million for salaries for UNRWA workers (most of them Palestinians).

 

·        Infrastructures and energy: Most of the equipment required for the work of the Siemens people at the Gaza Strip power plant was brought in. Israel does not restrict the quantity of cooking gas brought into the Gaza Strip, and it is determined by the Palestinians according to demand. As mentioned, Israel enables the supply of fuel to the Gaza Strip in the quantities required for reasonable subsistence, as determined by the High Court of Justice. The order is coordinated and paid for directly by the Authority vis-à-vis the fuel suppliers. There is no quota on cooking gas, but due to technical and security problems which are in the process of resolution, the supply was limited in November.

 

·        Education: At the beginning of November, the Civil Administration permitted the transfer of equipment designated for the UNRWA schools: notebooks, school bags, writing implements and text books. Two Braille printers were also brought in.

 

·        Health: the Jordanian field hospital in Gaza: The hospital was established near the end of the operation. The daily al-Arab al-Yawm reported (on November 19th) on the arrival of a supply convoy for the military field hospital operated by Jordan in the Gaza Strip. The convoy arrived in Gaza through the Kerem Shalom crossing and contained 8 trucks carrying medical equipment and instruments, including drugs and a modern x-ray machine. Since its establishment in January 2009, the hospital has treated 155,000 medical cases and performed 2,020 major surgeries and 3,090 minor surgeries.

 

·        Health: Psychiatric help provided by Jordan to residents of the Gaza Strip: The daily al-Rai reported (on November 22) on a Jordanian team of five psychiatrists who have been providing psychological assistance for the past month to residents of the Gaza Strip. The team instructed and trained 85 people on emergency teams and medical teams, in the framework of five psychological aid courses.

 

6.  Important statements:

 

Marc Otte, European Union emissary to the Middle East, to the working group for Middle East affairs in the European Parliament (November 24):

-       There has been an economic improvement in the West Bank, primarily due to removal of the checkpoints.

-       There is no shortage of equipment or cement for construction in Gaza, and Hamas is controlling the resources.

-       - Hamas dismissed employees of the systems and appointed its own people, and that is the reason that there is no construction in Gaza.

-       The prevailing economy in Gaza is not an official economy but rather an economy of tunnels; there are no shortages in Gaza, but there is a problem of unemployment, primarily for civilians who are not close to Hamas and have no buying power.

-       The security fence has proven its effectiveness in the fight against terrorism.

 

 

מח' מידע ואינטרנט – אגף תקשורת

6.12.2009

 

 

BIJLAGE 6                                                                                                                                                              

Peace without dialogue? Impossible

Nov. 8, 2009
Gil Zohar , THE JERUSALEM POST

There aren't too many English-language journalists who have covered Arab Jerusalem as I have for In Jerusalem in recent years - reporting on everything from a home in Anata built and demolished four times and now facing a fifth demolition order, to the first shopping mall along east Jerusalem's main drag Salah a-Din Street, which received a building permit after 42 years of bureaucracy; from the al-Mamal Foundation for Contemporary Art inside the New Gate, to a conference on Palestinian refugees at al-Quds University in Abu Dis. These are all stories I have reported in an objective manner.

Thus it was that last weekend I duly RSVP'd to a guests-only invitation to the Al-Quds Underground, touted as an unconventional festival with more than 150 small shows in private spaces in the Old City. Performances included music, storytelling, dancing, short acts and food. Locations were living rooms, a library, courtyards, gardens and more unique places. My expectation of a celebration of Jerusalem's diversity was dashed, however, when I arrived late Saturday afternoon at the Damascus Gate meeting point. Politely asked in English by Jamal Goseh, the director of the a-Nuzha Hakawati Theater near the American Colony Hotel, "Where do you live?" I responded in Arabic that I live in Jerusalem. From my accent and appearance, he discerned that I am an Israeli.

Al-Quds Underground's artistic director Merlijn Twaalfhoven of Amsterdam then told me, along with some Israeli peace activists who had arrived, that we were not welcome. My reply that I had been invited was to no avail, nor was my guarded threat to pen an expose of their racism.

And so here it is.

For the sake of fairness, I met Twaalfhoven the next day to allow him an opportunity to explain… or dig himself a deeper hole. (Goseh declined my request for an interview.) "We want to bring art to the world," he began. "I sometimes break through the boundaries between art and life. That is the core of my work."

A visionary creator of art happenings such as a dance performance at the Jalazoun refugee camp near Ramallah and the Long Distance Call concert on the rooftops of the Turkish half of the divided Cypriot city of Nicosia, Twaalfhoven said he had vaguely heard that the Arab League had chosen Jerusalem as Al-Quds 2009 Capital of Arab Culture and that the Israeli government had banned the festival as a political event forbidden under the Oslo Accords. "I don't know the details. I thought it was a good idea to bring people together."

Twaalfhoven then added, "The local people told me months ago that Israelis cannot go. Our team [of 12 Dutch activists and eight artists] had to promise that we would not allow peaceful Israelis to come."

Apologetic over what had happened, he then spilled the beans. The €50,000 project was funded by the European Union through the Dutch charity Cordaid and the Alexandria-based Anna Lindh Euro-Mediterranean Foundation for the Dialogue between Cultures. To have said no to racism would have meant to scuttle the budget.

Al-Quds Underground's no-Israelis rule is part of a larger policy set by the Palestinian Boycott Divestment and Sanctions National Committee. This BDS movement, founded in 2005, can take credit for the cancellation of Leonard Cohen's September concert at the Ramallah Cultural Palace.

Similarly in 2007, BDS activists succeeded in getting Canadian rock 'n' roll star Bryan Adams to pull the plug on back-to-back concerts in Jericho and Tel Aviv. Organized by the New York-based One Million Voices, the concerts were intended to promote a two-state solution to resolve the festering Palestinian-Israeli conflict.

BDS activists in Europe and elsewhere aim to isolate and discomfit Israel just as South Africa's apartheid regime was targeted in the 1980s. This rejection of normalization of relations is a historic and strategic mistake based on the false analogy between apartheid and Zionism.

Never mind the snub I received Saturday. On a broader level, the BDS movement is missing the point that peace is best promoted at a grassroots level, person to person, Jew to Arab, and Arab to Jew.

Those who think Israel can be pressured into coexistence are mistaken. Two states for two peoples will be embraced when enough people demand it. BDS fosters the illusion that Palestinians can achieve their goal of statehood without ever accepting Israel and Israelis.

Boycott, divest and sanction? I respond, Embrace, invest and encourage. Peace starts among people. Anyone unprepared for honest dialogue with the other is suffering from acute xenophobia. As Black Panther activist Eldridge Cleaver once remarked, "You're either part of the solution or you're part of the problem."