maandag 24 januari 2011

Friesch Dagblad: Ruth de Jong - Israël verbetert de wereld niet door bij zichzelf te beginnen

 

Column van Ruth de Jong 'Israël verbetert de wereld niet door bij zichzelf te beginnen'.

Deze column is in zijn geheel gepubliceerd in het Friesch Dagblad zaterdag 22 januari 2011.

In het Friesch Dagblad verschijnt met wekelijkse regelmaat elke zaterdag een column geschreven door Ruth de Jong, therapeut en schrijfster, die in het Israëlische dorp Peqi'in in Galilea woont

Elke column van haar maakt deel uit van een reeks columns met als titel 'Oosters Israël'. Deze titel is welbewust gekozen en de inhoud van de columns laten zien waarom ze binnen deze reeks passen en Israël, volgens Ruth de Jong, in elk geval geen Westers land is. Tevens geeft ze in vrijwel elke column blijk van haar diepe vertrouwen in God, de Bron of het Licht, waar mensen zich in gebeden mee kunnen verbinden.

In de column van afgelopen zaterdag, met als titel 'Israël verbetert de wereld niet door bij zichzelf te beginnen' maakt mevrouw de Jong de lezers van het Friesch Dagblad duidelijk dat Israël, haar volk, het goede voorbeeld hoort te geven en de hand uit te steken.

Van een inwoonster van Israël is dit werkelijk nobel het zo te stellen, maar aan de andere kant ook wat teveel verwacht van je land en volksgenoten. Zij hebben immers in oorlogen gevochten, dierbaren verloren, en lezen dan het Handvest van Hamas en horen Nasrallah en Achmadinejad tekeer gaan. Dan kun je als Israëli die nobele houding gewoonweg niet permitteren!

Veel Israëli's kijken al behoorlijk kritisch naar zichzelf, en er verschijnen heel veel kritische berichten over Israël in de media. Bovendien zijn er talrijke organisaties die het voor de Palestijnen opnemen.

Gelet op de positie waarin Israël verkeert en de haat van de Arabieren, valt niet meer te verwachten van de Israëlische bevolking.

In haar column betrekt mevrouw de Jong ook, zo zij het noemt, historische tragedies erbij.

Over het jaar 1948 schrijft zij het volgende: "Het jaar 1948 staat in alle harten gegrift, zowel bij Joden als bij Arabieren en de andere minderheden in dit land. Het land werd door onze Oost-Europese pioniers niet leeg aangetroffen, zoals we nog steeds moeten geloven. Het is leeg gemáákt".

Deze geciteerde opmerking suggereert kwalijke opzet, of zelfs etnische zuivering. Maar zo is het in werkelijkheid niet gegaan.

Tijdens de periode voorafgaande aan de Israelische Onafhankelijkheidsoorlog tot aan de Wapenstilstands-akkoorden (1947-1949) ontvluchtten honderdduizenden Palestijnse Arabieren hun grondgebied. Een deel ontsnapte aan het oorlogsgeweld, een deel gaf gehoor aan oproepen van Arabische leiders om tijdelijk te evacueren en een deel werd door Israelische troepen uit strategische gebieden verdreven. Een belangrijk feit dat de vlucht stimuleerde, was dat in de periode onmiddellijk na de acceptatie van het VN delingsplan voor Palestina (november 1947) vrijwel alle Palestijnse leiders het Engelse Mandaatgebied Palestina verlieten. Het volk was stuurloos. Het aantal Palestijns-Arabische vluchtelingen bedroeg zo'n 670.000.

 
Helemaal blind voor de penibele situatie waarin Israël verkeert, is mevrouw de Jong nu ook weer niet. Ze schrijft: "En ik weet dat ik in de luxe leef van de wetenschap dat er aan de grenzen een tot de tanden gewapende krijgsmacht ligt".
 
Die krijgsmacht is helaas, alle manieren van geloven ten spijt, maar al te noodzakelijk. Het is te hopen dat mevrouw de Jong de wetenschap dat het leger wat de democratische en om die reden ook westerse staat Israël in tijden van oorlog en gevaar dient te verdedigen, goed waardeert!
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten