maandag 14 februari 2011

Israel en de Israelbashers

Alfred Pijpers geeft in het RD van 11/2 op heldere wijze aan waar precies Israelkritiek overgaat in Israelbashen.

Hij noemt drie factoren:

1                    de overdrijving van taalgebruik waar het Israelische acties betreft en dan meteen met misdrijven schermen alsof Israel niet zijn burgers mag verdedigen zoals ieder soeverein land.

Ook de Israelische politici worden afgeschilderd als fascisten en racisten

2                    Misdaden tegen Israel worden gebagatelliseerd en begrijpelijk genoemd

3                    De ontstaansgeschiedenis van Israel wordt zodanig verdraaid alsof er een soort samenzwering aan vooraf ging en Israel niet gewoon door de VN erkend is en daarna een vrijheidsstrijd heeft geleverd doordat het werd aangevallen door diverse Arabische landen.

Ook het vluchtelingenprobleem wordt in zijn ware proporties terug gebracht.

MS

 

Reformatorisch Dagblad 11/2/11

Tegenwicht nodig voor ontkenning bestaansrecht Israël

Het is terecht en nodig dat minister Rosenthal in Nederland het bestaansrecht van de staat Israël meer wil benadrukken, vindt Alfred Pijpers.

Minister Rosenthal is net terug uit het Midden-Oosten, maar aangaande Israël wacht hem thuis ook nog een schone taak. In antwoord op Kamervragen van Peters (GroenLinks) stelt hij: „Het is nodig om verder in de banden met Israël te investeren omdat het bestaansrecht van Israël, de enige democratie in de regio, door sommige landen en groeperingen nog steeds in twijfel wordt getrokken. Nederland wil weerstand bieden tegen pogingen tot delegitimatie van Israël. Israëls bestaansrecht moet onomstreden zijn en Israël dient zich daarin gesteund te weten door de internationale gemeenschap.”

Een opmerkelijk geluid tegen de achtergrond van het aanzwellende koor van oproepen om Israël juist te treffen met economische sancties. Onlangs nog door een groep van 26 voormalige Europese politici, onder wie Helmut Schmidt, Javier Solana, en van Nederlandse zijde Dries van Agt en Hans van den Broek.

Rosenthal heeft echter een punt. De –gerechtvaardigde– kritiek op de soms brute Israëlische bezettingspolitiek in de Palestijnse gebieden is al lang ontaard in een collectieve internationale campagne tegen de legitimiteit van de staat Israël als zodanig. Deze campagne is drieledig van aard.

 

Om te beginnen worden bijna alle Israëlische maatregelen tegen de Palestijnen al jaren automatisch als de meeste grove misdrijven afgeschilderd. Militair optreden tegen Hamasstrijders is een „schending van het oorlogsrecht”; de blokkade van de Gazastrook „volkerenmoord”; de bouw van de muur een „misdaad tegen de mensheid”, de overval op het hulpflottielje een „oorlogsmisdaad.”

De standaardbejegening van Israëlische politici is van hetzelfde laken een pak: het zijn fascisten, racisten, varkens, massamoordenaars, nazi’s. Termen die men niet alleen op obscure Marokkaanse websites tegenkomt, maar heel geregeld in de gevestigde Europese media, gebezigd door VN-vertegenwoordigers, hoogleraren, journalisten en opinieleiders. Ook al vóórdat de extreem nationalistische Avigdor Lieberman op het toneel verscheen.

 

In de tweede plaats wordt het gebruik van geweld tegen de staat Israël en zijn bewoners onder praktisch alle omstandigheden volkomen legitiem geacht. Ook als dat afkomstig is van groeperingen die nadrukkelijk burgerdoelen op de korrel nemen, en derhalve door Israël, de VS en de EU als terreurbewegingen worden aangemerkt. Zo ontmoet de extreem gewelddadige en openlijk antisemitische „verzetsbeweging” Hamas opvallend veel sympathie in Nederland, en elders in het Westen. Grote steunadvertenties in de kranten en de programma’s van bepaalde politieke partijen spreken in dit opzicht duidelijke taal.

 

In de derde plaats wordt tegenwoordig ook de ontstaansgeschiedenis van de staat Israël zelf in een kwaad daglicht gesteld. De verguizing betreft dus niet alleen de bezetting van Palestijns gebied sinds 1967. Israël is in 1948 tot stand gekomen door grootscheepse en planmatige etnische zuivering, door de verdrijving van, en moord op, honderdduizenden weerloze Palestijnse burgers, zo is de gedachte. Het ontstaan van Israël berust op een „misdaad”, stelt oud-premier Van Agt in zijn boek ”Een schreeuw om recht”. Hij en anderen baseren zich daarbij vooral op het werk van de revisionistische Israëlische historici. Die hebben ongetwijfeld nuttige grijstinten aangebracht in het heldhaftige beeld van de Joodse onafhankelijkheidsstrijd, maar die maken die strijd daardoor nog niet minder noodzakelijk en gerechtvaardigd.

Uit recent diepgravend onderzoek van de gezaghebbende Britse historicus Efraim Karsh blijkt bijvoorbeeld dat er geen enkel zionistisch ”masterplan” was om de Palestijnen te verdrijven. De vluchtelingenstromen vloeiden voort uit de oorlog die de Palestijnse leiders en hun Arabische bondgenoten zélf waren begonnen, nadat de Joden het delingsplan van de VN in november 1947 hadden aanvaard. Daarbij zijn zeker ook door de Joodse milities en terreurgroepen wreedheden begaan, maar die tasten op zichzelf de wettigheid van de staat Israël niet aan, zoals die overduidelijk is vastgelegd in allerlei VN-resoluties.

Niemand zou willen betwisten dat de Duitsers Nederland op 10 mei 1940 binnenvielen om er naderhand meer dan 100.000 Joodse Nederlanders weg te slepen en vervolgens te vermoorden. Maar dat luttele jaren nadien Joodse strijders, onder wie overlevenden van de Holocaust, een volkomen legitieme strijd voerden voor hun onafhankelijkheid, wil er bij prominente Nederlanders en hun brede aanhang opeens niet meer in. Minister Rosenthal heeft gelijk dat hij dit wil rechtzetten. Waarbij mede een taak ligt voor zijn collega van Onderwijs en Wetenschap.

De auteur is verbonden aan het veiligheidsprogramma van het Instituut Clingendael in Den Haag.

 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen