vrijdag 23 september 2011

Hans Moll: NRC is een krant van gelovigen geworden

 

Hans Moll, 20 jaar redacteur bij NRC Handelsblad, schreef een boek over zijn ervaringen en hoe de krant steeds meer stelling nam in het debat rond de islam en Israel-Palestina.  

 

Vroeger dacht ik: Het NRC is een krant van en voor intellectuelen. Tot je erachter komt: Nee, dat is niet zo. Er schrijven voor een belangrijk deel gelovigen in. De discussie is zoek.'

 

Dat gevoel heb ik vaak als ik de krant bekijk. Op zich interessante artikelen, maar altijd maar vanuit één richting of invalshoek, in ieder geval wat betreft de islam, het Midden-Oosten etc. Er is geen echte discussie wat dat betreft, en dat zou een krant als de NRC pretendeert te zijn juist wel op moeten zoeken. Het lijkt alsof men andere meningen wat dit betreft krampachtig buiten de deur probeert te houden, alsof men ergens bang voor is.

 

HM: 'Ik heb de chef boeken en de vroegere plaatsvervangende hoofdredacteur Sjoerd de Jong er nog eens over aangesproken. Ik zei: 'Er blijven een heleboel boeken over de islam in de weggeefkast liggen.' Hij zei: 'Dan schrijf jij er toch over? We zijn een liberale krant, alle meningen kunnen erin.'Maar dan merk je al snel dat dat dus niet zo is. Sjoerd de Jong en de filosoof Michiel Leezenberg doen samen de islamboeken, dat weet de boekenredactie. Iedereen blijft daar verder vanaf. Sjoerd las alle anti islam boeken als eerste. Hij zat erop als een bok op de haverkist. Het was zijn prooi. Het is het hele klimaat op de krant. Een onderhuidse sfeer. Ik zat op een gegeven moment te praten met een vrouwelijke collega, een aantrekkelijke vrouw. Ineens kwam Hubert Smeets, ook een chef van de boekenbijlage naast ons zitten en zei out of the blue tegen haar: 'Wist je wel dat Hans een neocon is?' Grapje. Maar er bestaan geen grapjes. Hoe moet je je daartegen verweren? Ik hoorde van een andere collega dat Sjoerd tegen hem zei: 'Jij zal ook wel PVV hebben gestemd.' Dat is verdacht maken. In een hoek zetten. Zo is er een hele cultuur ontstaan, waarvan ik nog weet dat die er vroeger niet was. Ik weet nog dat Elsbeth Etty bij de krant kwam en dat ik dacht: 'Dat is mooi voor een liberale krant, een oud communiste erbij halen.' Maar een PVV-er als journalist bij de krant? Ondenkbaar! Of een uitgesproken VVD-er? Kan niet! Vroeger hebben we die wel gehad.'

 

Het is tekenend dat Afshin Ellian vorig jaar is ontslagen. Hij was de laatste columnist met een tegengeluid, de laatste die het voor Israel opnam en felle kritiek uitte op de islam. Ik vond zijn columns soms wat taai en was het er ook niet altijd mee eens, maar het was een verademing dat er tenminste nog iemand was die een ander geluid liet horen. Een goede krant heeft een breed palet aan columnisten en laat in zijn opiniestukken mensen uit verschillende hoeken en richtingen aan het woord. Ik heb voor mijn onderzoek naar de NRC honderden artikelen bekeken en er was niet één opiniestuk waarin het voor Israel werd opgenomen. Er waren enkele brieven, maar evenzovele tegenbrieven, en er was een enkele column van Ellian. Dat was het wat betreft het pro-Israel geluid. Daar stonden tientallen opinie- en achtergrondartikelen en interviews tegenover met een duidelijke anti-Israel toonzetting, soms op het ophitsende af. Geen kritische vragen, geen wederhoor, maar een lange lijst van aantijgingen aan het adres van Israel, zonder enige contekst. Zie voor mijn onderzoek: http://www.israel-palestina.info/krantenonderzoek_nrc.html  

Hierop hebben we overigens nooit een reactie gehad van de NRC. Nu worden de uitkomsten bevestigd door een redacteur die er 20 jaar heeft gewerkt.

 

Zie ook deel 1 van het interview.

 

RP

----------- 

 

 

Hans Moll: " Ik vond het beklemmend op de NRC redactie."

http://www.dagelijksestandaard.nl/2011/09/hans-moll-ik-vond-het-beklemmend-op-de-nrc-redactie

Geplaatst door Joost Niemoller op 23 september, 2011

 

Hans Moll was 23 jaar redacteur bij NRC handelsblad. Nu komt hij naar buiten met een boek over het politiek correcte klimaat en de leugens en pesterijen. Deel 2 van een interview.

 

Tot hij met de VUT ging was Hans Moll redacteur bij NRC handelsblad. Hij was opgelucht toen hij er weg was. Een politiek correct klimaat waarin de enkeling die anders dacht, zoals hij, het slachtoffer werd van aanhoudende pesterijtjes. Hans Moll voerde vanaf 9-11 een vergeefse strijd om stukjes waarheid terug in de krant te krijgen. Met name als het ging om de islam, Marokkanen en Israël. Het boek dat hij erover schreef is vandaag verschenen: Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant.

 

-U bent 23 jaar redacteur geweest bij het NRC. Hoe heeft u het opinieklimaat naar links zien verschuiven?

 

HM: 'Nou… Het is meer dat ik me na 9-11 voor iets begon te interesseren en dacht, toen ik allerlei lacunes in de aandacht van de krant merkte, dat was vroeger toch anders. Van 1979 tot en met 1999 was Michael Stein bijvoorbeeld redacteur voor het Midden Oosten voor het NRC. Toen speelde ook een groot conflict tussen het Westen en de islamitische wereld. Israël was ook voortdurend in het nieuws. En ik heb het idee dat er toen veel meer onbevangen naar werd gekeken. De blik is steeds meer politiek correct geworden.'

 

-Hoe ontwikkelde zich dat dan?

 

HM: 'Heel veel journalisten zijn parttimer geworden. Toen ik met de VUT ging, waren er net twee oudgedienden weggegaan. Alle twee zonder gezin. Die deden niets anders dan kranten lezen en zich meningen vormen. En daarmee vertegenwoordigden ze in mijn ogen een oude journalistieke cultuur. Dan hadden ze ergens iets gelezen wat niet in het NRC stond en dan zaten ze er gelijk bovenop: 'Waarom hadden wij dat niet?' Ze werden een beetje lacherig afgedaan als die oude mannetjes van de Muppets Show. Maar zij waren altijd de laatsten die nog op de krant waren. Ze waren meer dan honderd procent gecommitteerd aan de krant. Nu heb je allemaal mensen met gezinnen en kinderen, die liefst parttime werken. Met het eten thuis. Dat betekent ook dat je je niet meer volledig met de krant als geheel bezig kunt houden. Dan houd je je enkel bezig met wat jouw redactie doet, en je gaat niet meer overal een mening over hebben. Zoals een collega van me zei: 'Over Israël lees ik niets, dat is zo ononoplosbaar.' Dan denk ik van ja, maar daar is toch wel een krant voor om daar kennis van te nemen?'

 

-Dat verklaart nog niet waarom de NRC journalisten allemaal zo politiek correct zijn geworden.

 

HM: 'Nee, dat ben ik met u eens. Toen Fortuyn kwam, betekende dat een waterscheiding. Op de dag dat Fortuyn werd vermoord, stond er toevallig net een commentaar in de krant over hem van de hoofdredacteur Folkert Jensma. Ik weet niet hoeveel mensen daar toen mee zijn weggejaagd. Jensma schreef: 'Dat we hier mensen gelijk behandelen in een open samenleving. Dat we ons hier de xenofoben en racisten van het lijf wensen te houden. Het is een grote schande dat we zestig jaar na dato een politicus in ons midden daaraan moeten herinneren.' Een Godwin van de eerste orde. En zo ontstellend dom. De krant kon niet met het fenomeen Fortuyn omgaan. Het klootjesvolk, zo werd dat op de redactie gevoeld, loopt met hem weg. Daar moeten wij dan eigenlijk geen aandacht aan besteden. Wij zijn te keurig voor deze man. Maar de redactie miste het analytische vermogen om iets inhoudelijks tegen hem in te brengen.'

 

-Is dat stukje van Jensma achteraf nog in een redactievergadering aan de orde gekomen?

 

HM: 'Het was natuurlijk heel pijnlijk dat dat net in de krant stond toen Fortuyn vermoord was. Dat moet zijn besproken, maar het kan heel goed dat het binnenskamers is gebleven bij de hoofdredactie.'

 

-Er is nooit een reactie op gekomen in de krant.

 

HM: 'Nee, Jensma heeft zelfs nog een necrologie over Fortuyn geschreven. Daar is hij later nog op aangevallen, dat het heel hypocriet was. Ik herinner me nog een uitspraak van een parlementair journalist van de NRC. Fortuyn had het over etniciteit en religie, en die journalist zei toen: 'Dat zijn onderwerpen waarover je niet praat.' Wat ik een merkwaardig journalistiek uitgangspunt vind.'

 

-Heeft 9-11 u veranderd?

 

HM: 'Ja, maar heel geleidelijk. Ik ging eens op Amsterdamse scholen kijken hoe allochtone leerlingen erover denken. Een normale journalistieke reflex. En ik kreeg me daar een bagger over me heen! Een heleboel daarvan heeft toen de krant niet gehaald omdat ik het niet kon plaatsen.'

 

-U beschrijft ook een dergelijk geval van zelfcensuur in uw boek.

 

HM: 'Ja, dat was later, na de moord op Van Gogh. Ik heb dat toen wel genoteerd. Het was op de plek waar de moord was gepleegd. Een Marokkaans meisje zei: 'Had hij Allah maar niet moeten beledigen.' Maar ik dacht toen: Is zo'n uitspraak wel representatief? Dat durfde ik niet te zeggen. Als ik zo'n uitspraak in de krant zet, geef ik dan de mening van een marginale enkeling weer?'

 

-Maar dat geldt op zo'n moment toch voor alle meningen die je op straat hoort?

 

HM: 'Dat is een kwestie van gutfeeling. Soms voel je als verslaggever wel aan dat zo'n mening staat voor die van meer mensen. Andere uitspraken lijken meer uniek voor die persoon. Ik wist het gewoon niet bij zo'n Marokkaans meisje. Na 9-11 was er toch niet echt een discussie geweest over het islamitische gedachtegoed in Nederland. Het idee was: 9-11 was ver weg, dat gebeurde daar, door vreemde mensen. Maar de moord op Van Gogh plaatste die vreemde mensen hier in de straat. Terwijl; als we beter hadden gekeken naar de reacties van veel Nederlandse moslims op 9-11, hadden we beter kunnen weten. Zij keken toch heel anders dan Nederlanders naar die ramp. Ze vonden het niet eens een ramp. 1-1 hoor je dan een jongetje zeggen. Maar wat was dat? Een pubertje?'

 

-Er wonen een miljoen moslims in Nederland. Het is een onverdraaglijk gedachte als die in meerderheid er net zo over denken als zo'n jongetje.

 

HM: 'Ik zou er wel eens voor zijn als er een grote enquête werd gehouden in Nederland, over hun meningen over dit soort zaken. Dan weet je het in ieder geval. Je kunt je ogen er toch niet voor sluiten? Als je weg blijft kijken… '

 

-De inleiding van uw boek werd geschreven door Frits Bolkestein. Hij citeerde daarin Josef Joffe, hoofdredacteur van Die Zeit, die had gezegd: 'Beschuldigingen van nazigedrag hebben niets van doen met de werkelijkheid en moeten worden gezien als pogingen om de eigen persoonlijkheid te koesteren.' In uw boek geeft u een voorval op de redactie weer. U staat met een boek van Hirsi Ali in uw handen: Mijn Vrijheid. Dan komt een collega redacteur langs, en die zegt: 'Goed boek hè. Mein Freiheit', refererend aan 'Mein Kampf.' U schreef dat hij daarbij nog net niet met zijn hakken klikte. Nu zullen NRC redacteuren in de krant islamcritici niet vergelijken met nazi's, maar dit zijn dan kennelijk wel de gevoelens die erachter schuilen.

 

HM: 'Nou, soms werd die vergelijking dus ook in de krant gemaakt, zoals door Jensma die Fortuyn dus vergeleek met een nazi, met zoveel woorden. 'Zestig jaar na dato…' Misschien zijn ze te beschaafd om letterlijk het woord 'nazi' in de mond te nemen, maar dat is dus wel wat ze op een verkapte, indirecte manier wel doen. En ja, wat zit daarachter. Inderdaad, zoals Joffe zei: als ik de ander een nazi noem, dan sta ik zelf dus aan de goede kant.'

 

-Kortom: De gemiddelde NRC redacteur zegt van zichzelf: Ik deug.

 

HM: 'Ja. Ik haal mijn collega Tom-jan Meeus aan in mijn boek. Een goeie journalist op zich. Tijdens de IRT affaire deden we nogal wat misdaadonderzoek. Dan kom je in een mistige feitenwereld terecht. Ik vroeg me af: wie moet ik nu geloven en wie niet. Toen zei Tom-jan: 'Waar het iedere keer weer op neerkomt is de vraag: Deugt die persoon of niet.' Maar dat kan toch geen journalistiek uitgangspunt zijn? Dat getuigt van nogal wat ijdelheid, dat jij wel even bepaalt wie deugt en wie niet deugt. Ik vond dat eigenlijk heel christelijk. Het stond ver van me af. Ja, misschien zit dat wel heel diep bij NRC redacteuren.'

 

-Heeft u dat gevoel, dat NRC redacteuren diep van zichzelf het gevoel hebben dat zij degenen zijn die deugen?

 

HM: 'Ja, daar ben ik van overtuigd. Dat als er ooit een moreel eindoordeel over de krant zou worden gegeven, dat zij weten dat zij aan de goede kant stonden.'

 

-Zou dat verklaren waarom men totaal niet open stond voor uw kritiek?

 

HM: 'Ja, waarom werd er zo onwelwillend op mij gereageerd? Niet omdat ik wel of niet gelijk zou hebben. Maar omdat ik een foute mening vertegenwoordigde. Er was eens een stukje geschreven over de Amerikaanse hoogleraar John Louis Esposito in de krant. Ik kende hem niet, dus ik googelde ernaar. De man bleek niet onomstreden. Toen ik dat inbracht was het antwoord: 'Dat is hij alleen bij neocons.' Maar dat is dan toch ook context, dat moet je dan toch ook vermelden? Al was het maar dat je zegt: 'Hij vertegenwoordigt een mening die niet door alle islamlogen wordt gedeeld.' Maar nee, dat wordt weggelaten. Binnen een half jaar kwam er een tweede stuk over hem, heel groot. Ik had inmiddels al het nodige over hem gelezen, onder andere dat hij beweerde dat Hamas en Hezbollah geen terreurbewegingen waren. En dat de Jihad niets met geweld te maken heeft. Dan denk ik: 'Jongens dat moeten jullie toch weten?' Dan spreek je ze erop aan en dan is het: 'De man deugt, en zo komt het in de krant.' Daar hoort dan geen kritiek meer op. Ja, dan heb je het dus inderdaad over gelovigen. Vroeger dacht ik: Het NRC is een krant van en voor intellectuelen. Tot je erachter komt: Nee, dat is niet zo. Er schrijven voor een belangrijk deel gelovigen in. De discussie is zoek.'

 

-Dit zo horend denk ik: U zult wel opgelucht zijn geweest toen u daar weg was.

 

HM: 'Ja.'

 

-Zo'n gevecht tegen de bierkaai put je uit.

 

HM: 'Het houdt je ook wel scherp.'

 

-Had u ook bondgenoten?

 

HM: 'Dat weet ik niet. Er waren een paar mensen… Iemand constateerde bijvoorbeeld: het 'Libertas' is uit de krant verdwenen. (Refererend aan het NRC Handelsbladlogo waarin staat: Lux et Libertas, JN) Maar die zei er ook meteen achter: 'Mij gaan ze niet horen, want ik moet hier nog twintig jaar zitten.' En iemand anders, die zich echt helemaal voorover boog naar me, zei zachtjes: 'Dat zijn meningen waarmee je je hier niet populair maakt.' Die onthield zich zelf van het openlijk uiten daarvan. Maar ook iemand die naar me toekwam na de laatste verkiezingen, en die zei: 'Zo, heb je nou je zin?' Ik zei: 'Hoezo?' 'Nou, je partij heeft toch gewonnen?' Ik zei: 'Je mag best weten dat ik voor het eerst van mijn leven VVD hebt gestemd.' 'O, dat is jammer ik had gehoopt dat ik tegen mijn vrienden kon zeggen dat ik eindelijk een PVV stemmer kende.' Wonderlijke reactie. Het is mijn partij niet, de PVV, maar er wordt gedaan alsof PVV-ers landverraders zijn. Ik vond het beklemmend.'

 

-Het beklemmende is vooral dat er kennelijk geen openlijke discussie meer over mogelijk was op de NRC redactie.

 

HM: 'Ik heb de chef boeken en de vroegere plaatsvervangende hoofdredacteur Sjoerd de Jong er nog eens over aangesproken. Ik zei: 'Er blijven een heleboel boeken over de islam in de weggeefkast liggen.' Hij zei: 'Dan schrijf jij er toch over? We zijn een liberale krant, alle meningen kunnen erin.'Maar dan merk je al snel dat dat dus niet zo is. Sjoerd de Jong en de filosoof Michiel Leezenberg doen samen de islamboeken, dat weet de boekenredactie. Iedereen blijft daar verder vanaf. Sjoerd las alle anti islam boeken als eerste. Hij zat erop als een bok op de haverkist. Het was zijn prooi. Het is het hele klimaat op de krant. Een onderhuidse sfeer. Ik zat op een gegeven moment te praten met een vrouwelijke collega, een aantrekkelijke vrouw. Ineens kwam Hubert Smeets, ook een chef van de boekenbijlage naast ons zitten en zei out of the blue tegen haar: 'Wist je wel dat Hans een neocon is?' Grapje. Maar er bestaan geen grapjes. Hoe moet je je daartegen verweren? Ik hoorde van een andere collega dat Sjoerd tegen hem zei: 'Jij zal ook wel PVV hebben gestemd.' Dat is verdacht maken. In een hoek zetten. Zo is er een hele cultuur ontstaan, waarvan ik nog weet dat die er vroeger niet was. Ik weet nog dat Elsbeth Etty bij de krant kwam en dat ik dacht: 'Dat is mooi voor een liberale krant, een oud communiste erbij halen.' Maar een PVV-er als journalist bij de krant? Ondenkbaar! Of een uitgesproken VVD-er? Kan niet! Vroeger hebben we die wel gehad.'

 

-In de Volkskrant zie je nog dat verschillende meningen naast elkaar kunnen bestaan.

 

HM: 'Ja, hadden wij maar een columniste als Nausicaa Marbe. Maar die schijnt ook niet lekker te liggen bij de Volkskrant, heb ik me laten vertellen. Bij het NRC hebben we gewoon geen tegendraadse opiniemakers. Dat is uit den boze.'

 

-U drukte in uw boek, zoals gezegd, ook mailcorrespondenties af met mederedacteuren.

 

HM: 'Sjoerd de Jong was er al op voorhand razend over dat ik dat deed. Maar in het NRC zouden ze dat ook doen als ze mails kregen van Wilders aan iemand. Dat heeft dan ineens nieuwswaarde. Dus als ze met dat argument komen tegen mij, dan is dat puur hypocriet.'

 

-NRC is ook een krant met veel macht.

 

HM: 'Zeker op het Binnenhof. Je wordt door veel politici als een belangrijke spreekbuis gezien. Bij de politie, wat een tijdlang mijn werkterrein was, had je dat veel minder. Daar kwam eerst de Telegraaf.'

 

-Dus de NRC redacteuren weten niet alleen van zichzelf dat ze deugen, maar ook dat ze macht hebben.

 

HM: 'Ja, al zullen ze zichzelf daarover niet op de borst slaan. Dat past niet. Maar met iemand als Fortuyn hebben ze dus heel weinig kunnen doen. Die onttrok zich aan hun macht. Fortuyn keek op hen neer.'

 

Hans Moll: Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant. NRC Handelsblad neemt stelling tegen Israël. Uitgeverij Bert Bakker. 

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten