vrijdag 30 september 2011

Desinformatie bij de NOS

 

http://oyveyblogger.blogspot.com/2011/09/desinformatie-bij-de-nos.html

 

In het weekend van 10/11 september 2011 werden we door verschillende media op de hoogte gebracht van de gebeurtenissen rond de Israëlische ambassade in Cairo:

"De ambassadeur van Israël en zijn gezin zijn Egypte ontvlucht. Demonstranten hadden zich toegang tot de ambassade verschaft en gooiden documenten uit het raam. Buiten het pand stonden nog honderden demonstranten. Het vertrek van de ambassadeur is een verdere verslechtering van de toch al slechte relatie tussen Israël en Egypte."

Een journalistiek hoogtepunt in de berichtgeving over deze gebeurtenissen was ongetwijfeld het NOS-achtuurjournaal van zaterdagavond 10-09-2011 (bekijk de uitzending hier). In de beste journalistieke traditie werden de dramatische beelden van de aanval op de Israëlische ambassade aangevuld met interviews en commentaren, die onder andere de kijker duidelijk moesten maken  waarom deze aanval plaatsvond.

De directe oorzaak van deze aanval werd ons toegeschoven bij monde van een tweetal Egyptische deelnemers aan de aanval:

"De Israëliërs vermoorden onze soldaten en wij [verwijzend naar de Egyptische regering] bouwen een muur om die Israëliërs te beschermen. Het minst dat we kunnen doen is de ambassadeur wegsturen om onze trots terug te krijgen [...] "Ik wil de vijand pakken die de militairen, onze broeders bij de grens heeft vermoord"

De bestorming van de Israëlische ambassade wordt vervolgens in de context van de zogenaamde Egyptische lente geplaatst. De bestorming van de Israëlische ambassade hoort bij de afrekening met het voormalige dictatoriale regime, bij het nieuwe zelfbewuste Egypte dat zichzelf bevrijdt van de beknellingen uit de tijd van het oude regime waaronder de vrede met Israël. Vele Egyptenaren, zo wordt ons verteld, zijn van mening dat:

"[...] de vrede tussen beide landen (Egypte en Israël) vooral de vrede is van het oude regime, van de afgezette president Mubarak. Ze willen wel vrede, maar met betere voorwaarden Voor Egypte."

Een aantal opmerkingen:

1. Het Israëlische leger heeft geen Egyptische soldaten vermoord. Deze grensbewakers zijn per ongeluk gedood in gevechten die ontstonden naar aanleiding van een zware terroristische aanslag vanuit Egyptisch grondgebied, waarbij  Israëlische kinderen en burgers in koele bloeden vermoord werden, louter en alleen omdat zij Israëliërs zijn. De Egyptische grensbewakers werden gedood in het vuurgevecht tussen Israëlische soldaten en een deel van de terroristen die zich aan de Egyptische kant van de grens bevonden. Het Egyptische leger was zelf niet bij de aanslag betrokken. Maar het heeft wel ernstig gefaald bij de bewaking van het Egyptisch-Israëlische grens (zie bijvoorbeeld hier en hier).

Deze contextgegevens, die door de redactie van het NOS-journaal achterwege werden gelaten, plaatsen het centrale motief voor de bestorming van de Israëlische ambassade, de zogenaamde Israëlische moord op Egyptische soldaten, in een ander licht: wat eerst op een terechte klacht tegen het optreden van het Israëlische leger leek, lijkt nu veel meer op een excuus, dat kritische vragen over de ware motieven van deze bestorming oproept.

2. De aanval op de Israëlische ambassade was zeer waarschijnlijk het werk van de Jama'a al-Islamiya, een radicale terreurorganisatie, die o.a. verantwoordelijk was voor de autobom in de WTC in New York in 1993. Deze organisatie wil geen vrede met Israël of betere vredesvoorwaarden, maar de vernietiging van de staat Israël. De gebeurtenissen in kwestie hebben dus waarschijnlijk weinig te maken met de redelijke eisen van het nieuwe bevrijde Egypte waar het NOS-journaal over heeft, maar met de anti-Israëlische, antiwesterse, antidemocratische agenda van de gewelddadige krachten, die de Egyptische revolutie hebben overgenomen. De vrede met Israël is één van de eerste slachtoffers van deze ontwikkeling, anderen zullen naar alle waarschijnlijkheid volgen.

Het is de redactie van het NOS-journaal niet aan te rekenen dat die op het moment van de bewuste journaaluitzending over deze details niet beschikte. Maar iedereen die de ontwikkeling van de Egyptische revolutie heeft gevolgd, zou moeten weten dat de betrokkenheid van radicale moslimorganisaties daarin alles behalve verrassend is. De stelligheid waarmee de redactie van het NOS-journaal de bestorming van de Israëlische ambassade in de positieve context van de Egyptische lente plaatst, zonder zelfs de kleinste verwijzingen naar andere minder sympathieke mogelijkheden is bedenkelijk.

3. De vaak felle anti-Israëlische sentimenten in de Egyptische samenleving hebben veel te maken met het Israëlisch-Palestijnse conflict. Vele Egyptenaren voelen zich verbonden met het trieste lot van de Palestijnen en houden Israël daarvoor verantwoordelijk. Wat echter opvalt aan dit anti-Israëlische sentiment is het uitzonderlijk agressieve en selectieve karakter daarvan. We zitten, bij wijze van spreken, al jaren te wachten op de bestorming van de ambassades van Libië, Syrië, Turkije, Algerije, Jemen, Afghanistan, Iran... Dit bewijst natuurlijk niet dat de Egyptische woede over het lot van de Palestijnen geheel onredelijk is, maar het laat onomstotelijk zien, dat die woede nog andere motieven heeft.

Eén zo'n bron is de officiële anti-Israëlische en anti-joodse propaganda, die in Egypte soms hysterische, Nazi-achtige trekken heeft (zie hier, hier en hier het verhaal over de joodse haaien van de Mosad!). Deze propaganda is endemisch o.a. omdat die een politiek doel dient: het opwekken van anti-Israëlische sentimenten is een van de manieren waarop Arabische regeringen hun positie proberen te bestendigen. Een andere bron is het islamisme, dat vaak zuiver racistische Jodenhaat propageert. Nazi-achtige Jodenhaat is bijvoorbeeld een kernelement van de ideologie van het moslimbroederschap, dat in Egypte altijd veel aanhang had en nu misschien wel de machtigste partij in de Egyptische politiek is (over de Nazieachtergrond van de ideologie van het moslimbroederschap zie, Küntzel, M. (2007) Jihad and Jew-hatred, Islamism, Nazism and the Roots of 9/11) . Tegen deze achtergrond kan men zich terecht afvragen of de bestorming van de Israëlische ambassade , zoals de NOS ons wil doen geloven, een uitbarsting van frisse en fruitige revolutionaire energie was, of was het misschien een overstroming van het geestelijke riool van de Egyptische samenleving.

Kennelijk vindt de redactie van het NOS-journaal dat wij met de bestorming van de Israëlische ambassade in Cairo moeten sympathiseren en dat wij over dit gebeurtenis vooral geen kritische vragen moeten stellen. Wat vindt de NOS nog meer dat wij moeten vinden?

De idijoodOy Vey!

 

 

Oud-redacteur gispt NRC over Israel

 

Ik ben nu halverwege het boek van Hans Moll en het levert erg veel herkenning op. Ik heb zelf uit twee periodes de berichtgeving van de NRC uitgebreid onderzocht, dus sommige artikelen herken ik van mijn onderzoek, zoals over Hamas en dat het wel mee zou vallen met haar beleid in Gaza, het stelselmatig verzwijgen van haar antisemitisme en oproepen tot geweld tegen burgers, en in het algemeen het bagatelliseren van Palestijns en Arabisch antisemitisme terwijl Joods extremisme wel op de warme belangstelling van de krant kan rekenen. Deze selectiviteit zie je terug bij alle onderwerpen: de NRC heeft het bijna alleen over onderwerpen die het conflict vanuit een Palestijns perspectief belichten, zoals de bezetting, bouw in de nederzettingen, geweld van kolonisten, vernederingen bij checkpoints, de blokkade van Gaza, Israelisch geweld, etc. etc.

 

Ronny Naftaniel schrijft:

Het is triest te constateren dat de 'slijpsteen voor de geest' nauwelijks aandacht heeft voor het doorprikken van de Palestijnse propaganda en de haatgevoelens die in de Arabische wereld tegen Joden en Israel hebben postgevat. Hans Moll legt dit genadeloos bloot.

 

In de NRC stonden verschillende artikelen die uitlegden hoe fout en geraffineerd de Israelische propaganda zou zijn, en hoe machteloos de Palestijnen daartegenover staan. Steeds weer werd een beeld opgeroepen van een oppermachtig Israel dat zich van niemand iets aan hoeft te trekken en machteloze, goedwillende Palestijnen die er niks tegen kunnen uitrichten. Het is een zwart-wit beeld en een karikatuur van het complexe Midden-Oosten conflict en een krant als de NRC onwaardig.

 

Zie hier het onderzoek naar NRC Handelsblad .

 

RP

------------ 

 

 

Oud-redacteur gispt NRC over Israel

 

WO 28-09-2011

Hoe de Nuance verdween uit een kwaliteitskrant

http://www.cidi.nl/Nieuwsberichten/Oud-redacteur-gispt-NRC-over-Israel.html

 

Klachten over de opstelling van NRC-Handelsblad bestaan al langer. Ze waren aanleiding voor een onderzoek naar de berichtgeving van de krant tijdens de Gaza-oorlog in december 2008-januari 2009. Uit dit onderzoek bleek dat er in die periode 124 artikelen waren geschreven over die oorlog; 34 % daarvan was gekleurd of sterk gekleurd ten nadele van Israel, terwijl 2% uitgesproken positief over Israel was.

 

Hans Moll, oud-redacteur van NRCHandelsblad, heeft dezelfde ervaring. In zijn zojuist verschenen boek Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant, zegt hij: "Op de redactie van NRC-Handelsblad is een klimaat ontstaan waarbij het vanzelf spreekt dat Israel kritischer wordt gevolgd dan Hamas, Hezbollah of de Moslimbroederschap." Tot voor kort was NRC-Handelsblad een slijpsteen voor de geest, een krant die de nuance zocht, maar nu kan de krant die pretentie niet meer waarmaken. "De krant is partij gaan kiezen:voor Hamas, tegen Israel, voor de multiculturalisten, tegen de Islamcritici, voor toedekken, tegen onthullen", aldus Moll.

 

Het valt moeilijk te beoordelen of klopt dat de NRC systematisch weigert Islam-kritische boeken te recenseren, omdat die geschreven zouden zijn door Neocons, zoals Hans Moll beweert. Hoofdredacteur Peter Vandermeersch schreef vorige week in een blog dat dit niet juist is. Wat vast staat is dat veel mensen uit de pro-Israel achterban de NRC hebben opgezegd omdat ze die krant veel kritischer tegenover Israel vinden dan tegenover de Arabische en Islamitische wereld. Kritiek op Israel is natuurlijk prima, voor een slijpsteen van de geest zelfs noodzakelijk, maar er is geen enkele reden om de democratie Israel negatiever te beoordelen dan de Arabische dictaturen of het vechtend over de straat rollende Palestijnse leiderschap.

 

Te vaak vergoelijkte de krant wat daar gebeurde, totdat begin dit jaar de ontluikende Arabische lente de ogen van de redactie en daarmee de lezers moet hebben geopend. Te laat voor een kwaliteitskrant, werd gemeld dat het goed mis is in de Arabische wereld en dat de Arabische bevolking fundamentele vrijheden mist en lijdt onder tergende armoede. De vijandigheid tegenover Israel is jarenlang het middel geweest om het eigen Arabische falen te verhullen. De NRC prikte daar zelden doorheen.

 

Hans Moll blijkt diep teleurgesteld te zijn over de eenzijdigheid van de krant waar hij zo lang gewerkt heeft. Met zijn goed gedocumenteerde boek wil hij, voor zover dat mogelijk is, de balans in de NRC, die hij en anderen missen, terugbrengen. Hij toont, mede aan de hand van criteria die door de journalisten Hans Wansink en Warna Oosterbaan zijn opgesteld, aan dat de NRC aan partijdige journalistiek doet. Neem bijvoorbeeld de uitspraak van de 90 jarige geestelijk leider van Shas, Ovadia Josef, die eind augustus 2010 de voorpagina van de NRC ontsierde. Hij zou gezegd hebben dat hij het liefst ziet dat het Palestijnse volk van de aardbodem verdwijnt. Een heel verkeerde opmerking, laat dat duidelijk zijn. Maar, zo vraagt Moll zich terecht af, waarom besteedt de NRC nooit op een dergelijke prominente wijze aandacht aan de vele Palestijnse politici en imams die veel frequenter oproepen tot haat tegen de Joden en het vernietigen van Israel. Zo was er in de krant geen letter te vinden over de herdenkingsplechtigheid voor Amin al Hindi, die achter de aanslag in Munchen tijdens de Olympische Spelen in 1972 zat. Die plechtigheid werd nota bene afgesloten door president Abbas, die een passage uit de Koran voorlas voor al Hindi's zieleheil.

 

Op 6 januari 2009 schrijft ex-correspondent Guus Valk een stuk over de Gazastrook en de macht van Hamas daar. Hij concludeert dat Abbas sinds de zomer 2007 de greep op dat gebied heeft verloren. "Hamas regeert sindsdien zonder uitgedaagd te worden", aldus Valk. Wat er werkelijk aan de hand is, is dat de oppositie in bloed is gesmoord, dat Christenen en homo's vervolgd worden en vrouwen onderworpen zijn aan fundamentalistische regels. "Zonder uitgedaagd te worden..." heet dat in NRC- jargon.

 

Een laatste voorbeeld. De krant meldde dat Joodse kolonisten uit Yitzhar "regelmatig huishouden in het nabij gelegen Palestijnse dorp Assira al-Kabaliya, onder toeziend oog van het Israelische leger". Daarbij hadden ze "een jongen gedood die ervan verdacht werd een Joodse jongen te hebben neergestoken." De werkelijkheid lag anders. De kolonisten vielen het Palestijnse dorp aan nadat Palestijnen brand hadden gesticht in Yitzhar, waarbij een 9-jarige joodse jongen werd vermoord. Bij de actie van de kolonisten raakten 8 Palestijnen gewond. Premier Netanyahu veroordeelde de eigenrichting van de kolonisten met kracht. Uit niets blijkt dat de kolonisten "regelmatig huishouden" in Assira al Kabaliya. Bovendien valt nergens een bewijs te vinden dat de kolonisten een Palestijnse jongen hebben gedood.

 

Het eerste slachtoffer van een oorlog is altijd de waarheid. De strijd tussen Israel en de Palestijnen wordt in grote mate in de huiskamers voor de tv en in de krant uitgevochten. Dat is enerzijds geruststellend, omdat hiermee het aantal echte slachtoffers gelimiteerd wordt. Anderzijds houdt die propagandaslag het conflict decennia lang gaande en raken beide volkeren er in de publieke opinie door beschadigd. Het is triest te constateren dat de 'slijpsteen voor de geest' nauwelijks aandacht heeft voor het doorprikken van de Palestijnse propaganda en de haatgevoelens die in de Arabische wereld tegen Joden en Israel hebben postgevat. Hans Moll legt dit genadeloos bloot. Gek genoeg schiet hij echter door wanneer hij aanneemt dat het antisemitisme in Nederland vooral een zaak is van al dan niet radicale Moslims. Dit is niet de ervaring van CIDI.

 

Wil het conflict tussen Israel en het Palestijnse volk ooit dichter tot een oplossing komen, is het nodig dat mensen hun vooroordelen laten varen en dat de feiten eerlijk en objectief worden weergegeven. Dat helpt haat te verminderen en opent perspectieven voor compromissen. De redactie van NRC-Handelsblad heeft zich de laatste jaren nauwelijks afgevraagd wat haar rol is geweest in het versterken van de vooroordelen over het Israelisch-Palestijns conflict en daarmee het ingraven van de tegenstellingen. Het boek Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant van Hans Moll is een overtuigend middel om deze gevoelige snaar bij de krant te raken.

 

Hans Moll, Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant, UitgeverijPrometheus, € 19,95 

 

 

woensdag 28 september 2011

Israël moet buigen en bezetting opgeven

 
 
---------------------------------------------------------------------------------------
 
 

 

Mient Jan Faber schrijft in een opiniestuk in Trouw van afgelopen 23 september dat Israël niet kan voortgaan op de oude voet. http://www.trouw.nl/tr/nl/4496/Buitenland/article/detail/2926123/2011/09/23/Israel-moet-buigen-en-bezetting-opgeven.dhtml

Op de achtergrond speelt de Palestijnse vraag om erkenning door de V.N. Faber constateert, en hij is niet de enigste, dat het vredesproces momenteel weer in coma ligt, wat hij vooral Israël verwijt. Hij laat daarbij de Palestijnse eisen ongemoeid. Die willen wel onderhandelen als Israël bereid is de grenzen van 1967 als uitgangspunt te accepteren, grenzen die Netanyahu in mei tegenover het Amerikaanse Congres definieerde als "onverdedigbaar". Faber maakte zich tijdens zijn recente bezoek aan Egypte zorgen over de toekomst van de staat Israël. De mensen die hij daar tegenkwam zagen in Israël een duidelijke gemeenschappelijke vijand. Hij vindt dat dit weinig goeds voor de toekomst voorspelt. Dus heeft Israël volgens Faber maar twee mogelijkheden; zo doorgaan, of vrede sluiten met de Palestijnen en andere Arabische buren. Faber pleit uiteraard voor het laatste. Een ernstig feit hierbij is dat Faber de bezetting in 1967 van andermans grondgebied ziet als hét hart van het probleem. Hiermee slaat hij de plank volkomen mis. Faber staat bekend als iemand die de vrede wil. Geen mens die dat niet wil. Maar om een betrouwbare vrede na te streven zal er ook en zeker gekeken moeten worden naar wat er in het verleden allemaal gebeurd is en de volgorde daarvan. De Arabische afwijzing van een Joodse staat in Islamitisch gebied is het hart van het probleem. De oorlogen die tot nu toe zijn gevoerd tussen de Arabieren en de Israëli's en de uitkomsten daarvan hielden allemaal rechtstreeks verband met deze afwijzing. De allesbeslissende stap die Israël zou moeten nemen om de grenzen van voor de Zesdaagse oorlog te erkennen om zo stukjes land uit te wisselen is, in tegenstelling van wat Faber beweert, dan ook pertinent onjuist! In werkelijkheid zou de allesbeslissende stap moeten zijn dat de Arabische landen Israël als Joodse staat erkennen en het bestaan daarvan garanderen. Dan pas kan Israël zich mogelijk permitteren om stukjes land op te geven in ruil voor een –betrouwbare- vrede. Last but not least. Faber stelt dat alleen Israël moet buigen en bezetting opgeven. Op zo'n manier bereik je geen vrede! Wanneer één van de twee strijdende partijen buigt, meent de andere daardoor de sterkere te zijn. De geschiedenis laat hiervan talloze en pijnlijke voorbeelden zien.

J.S.

 

 

zaterdag 24 september 2011

Buitenhof voor Palestina (IMO)

 
Alle recente berichten en artikelen in de media over Israel en de Palestijnen zijn nauwelijks nog bij te benen, en tegen de eenzijdigheid en foutieve informatie lijkt geen kruit gewassen..
 
Zie ook mijn voorgaande IMO: Arend Jan Boekestijn versus Jaap Hamburger over Israel-Palestina (bespreking artikel Reformatorisch Dagblad)
 
------------------------------

Buitenhof voor Palestina

IMO Blog, 2011

Nu het Palestijnse verzoek om als onafhankelijke staat tot de VN te worden toegelaten snel nadert, neemt ook de propaganda in de media rap toe. Afgelopen zondag in Buitenhof mocht een mij onbekende dame van Palestijnse komaf een kwartier lang baarlijke nonsens verkopen. Normaal gesproken komen in dit kwaliteitsprogramma alleen experts aan het woord, en zij zat dan ook ingepast tussen gesprekken met filosofen, economen en monetair deskundigen. Een Palestijnse afstamming geldt tegenwoordig blijkbaar al als vanzelfsprekende kwalificatie om over het Israelisch-Palestijns conflict je mening te mogen verkondigen in kwaliteitsprogramma's. Wat zij te berde bracht, daarbij niet één keer tegengesproken door de interviewer, is een blamage voor Buitenhof.


Buitenhof presenteert het item als volgt op de website:

Deze week vergadert de Algemene Vergadering van de VN over de erkenning van Palestina als staat. Daar is steeds meer steun voor, ook in Europa – maar de Verenigde Staten zullen er hun veto over uitspreken. Waarom wordt die stap dan toch gezet? Is de Palestijnse Autoriteit klaar om een staat te worden? En wat heeft de gewone Palestijn daar aan? Daarover een gesprek met Leila Jaffar, Nederlandse van Palestijnse herkomst.

Leila Jaffar legde uit, in reactie op vragen van Pieter Jan Hagen dat velen cynisch zijn in de Palestijnse gebieden maar dat de Arabische lente de mensen wel moed heeft gegeven omdat men ziet dat veranderingen mogelijk zijn, en met vreedzame middelen dictators worden afgezet. Ze maakte ook duidelijk dat de Palestijnse zaak de kern blijft de Arabische wereld. Geen vraag: 'hoe komt dat, heeft men niet genoeg aan zichzelf? En vanwaar die solidariteit met specifiek de Palestijnen? Er zijn immers wel meer moslims die lijden, in Irak, in Iran, in Tsjetsjenië, in Syrië en in China. Waarom is Palestina belangrijker dan die andere conflicten?' Of de vraag waarom de Palestijnen op hun beurt niet wat solidairder zijn met bijvoorbeeld die arme Syriërs, waarvan er de afgelopen maanden duizenden zijn vermoord door regeringstroepen en een veelvoud in de gevangenis is gegooid.

Vervolgens legde ze uit dat alle onderhandelingen met Israel erop neer komen dat Israel meer land wil. Is dat zo? Waarom heeft men dan in de Oslo Akkoorden ca. 40% van het land aan de Palestijnse Autoriteit overgedragen? Waarom heeft men zich uit de Sinaï teruggetrokken in ruil voor vrede? Waarom heeft men zich zonder iets in ruil uit Zuid-Libanon en de Gazastrook teruggetrokken? Ook heeft Israel verschillende vredesvoorstellen gedaan, in 2000 en in 2008, waarin de Palestijnen bijna de gehele Westoever en Gazastrook zouden krijgen. Hoe rijmt ze dat met voornoemde bewering? Maar Pieter Jan Hagen bleef stil.

De ergste uitspraak kwam daarna, toen ze zei dat Obama een pion is van de zionistische organisaties, die bepalen of hij herkozen wordt of niet. Tja. Hoe simpel kan je zijn? Er zijn talloze belangenorganisaties in de VS, er worden peperdure verkiezingscampagnes gevoerd waarbij verschillende doelgroepen voor beide kandidaten cruciaal zijn, en in de eerste plaats zijn er de kiezers zelf die op grond van vooral binnenlandse en sociaal-economische onderwerpen hun keuze maken. Er zijn vele malen meer zwarten en latino's dan Joden, en ook deze hebben belangenorganisaties die de kandidaten proberen te beïnvloeden. De Joden in de VS zijn goed georganiseerd, en hebben daardoor wellicht iets meer invloed dan overeen zou komen met hun aandeel in de bevolking. Het is echter volslagen nonsens te beweren dat alleen de Joods-zionistische organisaties bepalen wie er gekozen wordt. Dan kunnen de verkiezingen wel worden afgeschaft, dat scheelt weer een paar centen. Maar ook hier geen kritische vraag, laat staan tegenwerping. Het moest wel gezellig blijven.

Het simplisme ging nog even door met: 'Rosenthal is een fan van Likoed. Hij is niet voor mensen in Israel die voor vrede en een tweestatenoplossing zijn'.
'Hoezo? Waaruit maak je dat op?', zou hier een logische vraag kunnen zijn maar die werd niet gesteld. Rosenthal is voor een tweestatenoplossing, het regeringsstandpunt sinds de Oslo Akkoorden en waarschijnlijk al daarvoor. Rosenthal staat sympathiek tegenover Israel, maar is niet blij met het feit dat Israel in de nederzettingen bouwt. Ondanks de steun die de regering voor Israel uitspreekt en het verwachte 'nee' aanstaande vrijdag geeft Nederland de Palestijnse Autoriteit jaarlijks een smak geld, ondanks de opruiing en de financiering van Palestijnse terroristen in Israelische gevangenissen. Ook steunt Nederland diverse vredesorganisaties, die meestal nogal eenzijdig zijn en het alleen voor de Palestijnen opnemen. Men staat meer open voor kritiek hierop dan voorgaande regeringen, maar die steun is niet stopgezet. Jaffar beweerde vervolgens dat Rosenthal net als Likoed voor een Palestijnse staat in Jordanië is. Serieus. En Pieter Jan Hagen zei niks. Serieus. Geen vraag, geen voorzichtige suggestie, niks. Een Palestijnse spreek je niet tegen, ook niet voorzichtig.

Toen stelde Pieter Jan Hagen zowaar een vraag die je met een heleboel fantasie kritisch zou kunnen noemen, namelijk of het nu tijd is voor een staat? Jaffar verwees even naar een paar rapporten die zouden bevestigen dat de Palestijnen hun zaakjes wel op orde hebben, waarna ze ietwat geïrriteerd vroeg of de Palestijnen soms tests moeten doen om het recht op een eigen staat te krijgen? Nee natuurlijk, antwoordde ze zelf, we hebben dat recht gewoon, en mogen er dus een zo grote puinhoop van maken als we willen. Nee, dat laatste zei ze niet en de presentator vroeg het ook niet, want dat is niet beleefd tegenover een Palestijnse. Terwijl het helemaal geen raar idee is dat je moet laten zien er geen al te grote bende van te maken voordat je erkend wordt als staat. Wanneer het Israel betreft, worden antizionisten niet moe om te benadrukken dat Israel helemaal niet had mogen worden toegelaten tot de VN, dat de VN het land niet hadden mogen delen en dat Israel had toegezegd bepaalde verplichtingen na te komen en dat niet deed, en om die reden alsnog uit de VN zou moeten worden gezet.

Allemaal onzin, maar het laat zien hoezeer men alles maar aangrijpt om Israel in diskrediet te brengen. Natuurlijk moet je aan voorwaarden voldoen, natuurlijk moeten andere landen het idee hebben dat de nieuwe staat geen bron van instabiliteit en oorlogen zou worden, of een springplank naar meer claims. Volken kunnen ook niet zomaar een staat krijgen op grondgebied dat ook door een ander wordt geclaimd, zo weten de Koerden uit ervaring. Wat betreft 'Palestina' zijn er nog wel wat twijfels wat betreft een en ander, en vandaar dat de Veiligheidsraad er in ieder geval niet voor zal stemmen vrijdag.

De vragen uit de inleiding kwamen nauwelijks aan bod, omdat Pieter Jan Hagen niet onbeleefd wilde zijn tegenover Jaffar en/of omdat hij zijn zaakjes niet op orde had en er gewoon niks van wist. Ik verdenk hem en veel journalisten ervan een ongezonde zwak te hebben voor Palestijnen, een misplaatst gevoel dat ze met fluwelen handschoenen moeten worden behandeld want ze hebben het al zo zwaar. Vooral niet te kritisch doen en niet de indruk wekken dat je ook al aan de kant van de zionisten staat, die immers al zo oppermachtig zijn. Zoiets.

De Palestijnen zijn ondertussen behoorlijk mondig en bespelen de media en politiek net zo vakkundig als Israel. Sympathisanten van de Palestijnen komen geregeld in de media en het Palestijnse narratief, waarin zij slachtoffer zijn van een oppermachtig Israel dat hun land heeft ingepikt en leven zowat onmogelijk maakt, is allang dominant. Met zo'n houding is natuurlijk geen fatsoenlijke journalistiek mogelijk. Mijn advies aan Buitenhof: nodig de volgende keer een deskundig iemand uit, voor mijn part een officiële afgevaardigde van de PLO, en ondervraag die stevig of zet er de Israelische ambassadeur tegenover.

Ratna Pelle

vrijdag 23 september 2011

Hans Moll: NRC is een krant van gelovigen geworden

 

Hans Moll, 20 jaar redacteur bij NRC Handelsblad, schreef een boek over zijn ervaringen en hoe de krant steeds meer stelling nam in het debat rond de islam en Israel-Palestina.  

 

Vroeger dacht ik: Het NRC is een krant van en voor intellectuelen. Tot je erachter komt: Nee, dat is niet zo. Er schrijven voor een belangrijk deel gelovigen in. De discussie is zoek.'

 

Dat gevoel heb ik vaak als ik de krant bekijk. Op zich interessante artikelen, maar altijd maar vanuit één richting of invalshoek, in ieder geval wat betreft de islam, het Midden-Oosten etc. Er is geen echte discussie wat dat betreft, en dat zou een krant als de NRC pretendeert te zijn juist wel op moeten zoeken. Het lijkt alsof men andere meningen wat dit betreft krampachtig buiten de deur probeert te houden, alsof men ergens bang voor is.

 

HM: 'Ik heb de chef boeken en de vroegere plaatsvervangende hoofdredacteur Sjoerd de Jong er nog eens over aangesproken. Ik zei: 'Er blijven een heleboel boeken over de islam in de weggeefkast liggen.' Hij zei: 'Dan schrijf jij er toch over? We zijn een liberale krant, alle meningen kunnen erin.'Maar dan merk je al snel dat dat dus niet zo is. Sjoerd de Jong en de filosoof Michiel Leezenberg doen samen de islamboeken, dat weet de boekenredactie. Iedereen blijft daar verder vanaf. Sjoerd las alle anti islam boeken als eerste. Hij zat erop als een bok op de haverkist. Het was zijn prooi. Het is het hele klimaat op de krant. Een onderhuidse sfeer. Ik zat op een gegeven moment te praten met een vrouwelijke collega, een aantrekkelijke vrouw. Ineens kwam Hubert Smeets, ook een chef van de boekenbijlage naast ons zitten en zei out of the blue tegen haar: 'Wist je wel dat Hans een neocon is?' Grapje. Maar er bestaan geen grapjes. Hoe moet je je daartegen verweren? Ik hoorde van een andere collega dat Sjoerd tegen hem zei: 'Jij zal ook wel PVV hebben gestemd.' Dat is verdacht maken. In een hoek zetten. Zo is er een hele cultuur ontstaan, waarvan ik nog weet dat die er vroeger niet was. Ik weet nog dat Elsbeth Etty bij de krant kwam en dat ik dacht: 'Dat is mooi voor een liberale krant, een oud communiste erbij halen.' Maar een PVV-er als journalist bij de krant? Ondenkbaar! Of een uitgesproken VVD-er? Kan niet! Vroeger hebben we die wel gehad.'

 

Het is tekenend dat Afshin Ellian vorig jaar is ontslagen. Hij was de laatste columnist met een tegengeluid, de laatste die het voor Israel opnam en felle kritiek uitte op de islam. Ik vond zijn columns soms wat taai en was het er ook niet altijd mee eens, maar het was een verademing dat er tenminste nog iemand was die een ander geluid liet horen. Een goede krant heeft een breed palet aan columnisten en laat in zijn opiniestukken mensen uit verschillende hoeken en richtingen aan het woord. Ik heb voor mijn onderzoek naar de NRC honderden artikelen bekeken en er was niet één opiniestuk waarin het voor Israel werd opgenomen. Er waren enkele brieven, maar evenzovele tegenbrieven, en er was een enkele column van Ellian. Dat was het wat betreft het pro-Israel geluid. Daar stonden tientallen opinie- en achtergrondartikelen en interviews tegenover met een duidelijke anti-Israel toonzetting, soms op het ophitsende af. Geen kritische vragen, geen wederhoor, maar een lange lijst van aantijgingen aan het adres van Israel, zonder enige contekst. Zie voor mijn onderzoek: http://www.israel-palestina.info/krantenonderzoek_nrc.html  

Hierop hebben we overigens nooit een reactie gehad van de NRC. Nu worden de uitkomsten bevestigd door een redacteur die er 20 jaar heeft gewerkt.

 

Zie ook deel 1 van het interview.

 

RP

----------- 

 

 

Hans Moll: " Ik vond het beklemmend op de NRC redactie."

http://www.dagelijksestandaard.nl/2011/09/hans-moll-ik-vond-het-beklemmend-op-de-nrc-redactie

Geplaatst door Joost Niemoller op 23 september, 2011

 

Hans Moll was 23 jaar redacteur bij NRC handelsblad. Nu komt hij naar buiten met een boek over het politiek correcte klimaat en de leugens en pesterijen. Deel 2 van een interview.

 

Tot hij met de VUT ging was Hans Moll redacteur bij NRC handelsblad. Hij was opgelucht toen hij er weg was. Een politiek correct klimaat waarin de enkeling die anders dacht, zoals hij, het slachtoffer werd van aanhoudende pesterijtjes. Hans Moll voerde vanaf 9-11 een vergeefse strijd om stukjes waarheid terug in de krant te krijgen. Met name als het ging om de islam, Marokkanen en Israël. Het boek dat hij erover schreef is vandaag verschenen: Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant.

 

-U bent 23 jaar redacteur geweest bij het NRC. Hoe heeft u het opinieklimaat naar links zien verschuiven?

 

HM: 'Nou… Het is meer dat ik me na 9-11 voor iets begon te interesseren en dacht, toen ik allerlei lacunes in de aandacht van de krant merkte, dat was vroeger toch anders. Van 1979 tot en met 1999 was Michael Stein bijvoorbeeld redacteur voor het Midden Oosten voor het NRC. Toen speelde ook een groot conflict tussen het Westen en de islamitische wereld. Israël was ook voortdurend in het nieuws. En ik heb het idee dat er toen veel meer onbevangen naar werd gekeken. De blik is steeds meer politiek correct geworden.'

 

-Hoe ontwikkelde zich dat dan?

 

HM: 'Heel veel journalisten zijn parttimer geworden. Toen ik met de VUT ging, waren er net twee oudgedienden weggegaan. Alle twee zonder gezin. Die deden niets anders dan kranten lezen en zich meningen vormen. En daarmee vertegenwoordigden ze in mijn ogen een oude journalistieke cultuur. Dan hadden ze ergens iets gelezen wat niet in het NRC stond en dan zaten ze er gelijk bovenop: 'Waarom hadden wij dat niet?' Ze werden een beetje lacherig afgedaan als die oude mannetjes van de Muppets Show. Maar zij waren altijd de laatsten die nog op de krant waren. Ze waren meer dan honderd procent gecommitteerd aan de krant. Nu heb je allemaal mensen met gezinnen en kinderen, die liefst parttime werken. Met het eten thuis. Dat betekent ook dat je je niet meer volledig met de krant als geheel bezig kunt houden. Dan houd je je enkel bezig met wat jouw redactie doet, en je gaat niet meer overal een mening over hebben. Zoals een collega van me zei: 'Over Israël lees ik niets, dat is zo ononoplosbaar.' Dan denk ik van ja, maar daar is toch wel een krant voor om daar kennis van te nemen?'

 

-Dat verklaart nog niet waarom de NRC journalisten allemaal zo politiek correct zijn geworden.

 

HM: 'Nee, dat ben ik met u eens. Toen Fortuyn kwam, betekende dat een waterscheiding. Op de dag dat Fortuyn werd vermoord, stond er toevallig net een commentaar in de krant over hem van de hoofdredacteur Folkert Jensma. Ik weet niet hoeveel mensen daar toen mee zijn weggejaagd. Jensma schreef: 'Dat we hier mensen gelijk behandelen in een open samenleving. Dat we ons hier de xenofoben en racisten van het lijf wensen te houden. Het is een grote schande dat we zestig jaar na dato een politicus in ons midden daaraan moeten herinneren.' Een Godwin van de eerste orde. En zo ontstellend dom. De krant kon niet met het fenomeen Fortuyn omgaan. Het klootjesvolk, zo werd dat op de redactie gevoeld, loopt met hem weg. Daar moeten wij dan eigenlijk geen aandacht aan besteden. Wij zijn te keurig voor deze man. Maar de redactie miste het analytische vermogen om iets inhoudelijks tegen hem in te brengen.'

 

-Is dat stukje van Jensma achteraf nog in een redactievergadering aan de orde gekomen?

 

HM: 'Het was natuurlijk heel pijnlijk dat dat net in de krant stond toen Fortuyn vermoord was. Dat moet zijn besproken, maar het kan heel goed dat het binnenskamers is gebleven bij de hoofdredactie.'

 

-Er is nooit een reactie op gekomen in de krant.

 

HM: 'Nee, Jensma heeft zelfs nog een necrologie over Fortuyn geschreven. Daar is hij later nog op aangevallen, dat het heel hypocriet was. Ik herinner me nog een uitspraak van een parlementair journalist van de NRC. Fortuyn had het over etniciteit en religie, en die journalist zei toen: 'Dat zijn onderwerpen waarover je niet praat.' Wat ik een merkwaardig journalistiek uitgangspunt vind.'

 

-Heeft 9-11 u veranderd?

 

HM: 'Ja, maar heel geleidelijk. Ik ging eens op Amsterdamse scholen kijken hoe allochtone leerlingen erover denken. Een normale journalistieke reflex. En ik kreeg me daar een bagger over me heen! Een heleboel daarvan heeft toen de krant niet gehaald omdat ik het niet kon plaatsen.'

 

-U beschrijft ook een dergelijk geval van zelfcensuur in uw boek.

 

HM: 'Ja, dat was later, na de moord op Van Gogh. Ik heb dat toen wel genoteerd. Het was op de plek waar de moord was gepleegd. Een Marokkaans meisje zei: 'Had hij Allah maar niet moeten beledigen.' Maar ik dacht toen: Is zo'n uitspraak wel representatief? Dat durfde ik niet te zeggen. Als ik zo'n uitspraak in de krant zet, geef ik dan de mening van een marginale enkeling weer?'

 

-Maar dat geldt op zo'n moment toch voor alle meningen die je op straat hoort?

 

HM: 'Dat is een kwestie van gutfeeling. Soms voel je als verslaggever wel aan dat zo'n mening staat voor die van meer mensen. Andere uitspraken lijken meer uniek voor die persoon. Ik wist het gewoon niet bij zo'n Marokkaans meisje. Na 9-11 was er toch niet echt een discussie geweest over het islamitische gedachtegoed in Nederland. Het idee was: 9-11 was ver weg, dat gebeurde daar, door vreemde mensen. Maar de moord op Van Gogh plaatste die vreemde mensen hier in de straat. Terwijl; als we beter hadden gekeken naar de reacties van veel Nederlandse moslims op 9-11, hadden we beter kunnen weten. Zij keken toch heel anders dan Nederlanders naar die ramp. Ze vonden het niet eens een ramp. 1-1 hoor je dan een jongetje zeggen. Maar wat was dat? Een pubertje?'

 

-Er wonen een miljoen moslims in Nederland. Het is een onverdraaglijk gedachte als die in meerderheid er net zo over denken als zo'n jongetje.

 

HM: 'Ik zou er wel eens voor zijn als er een grote enquête werd gehouden in Nederland, over hun meningen over dit soort zaken. Dan weet je het in ieder geval. Je kunt je ogen er toch niet voor sluiten? Als je weg blijft kijken… '

 

-De inleiding van uw boek werd geschreven door Frits Bolkestein. Hij citeerde daarin Josef Joffe, hoofdredacteur van Die Zeit, die had gezegd: 'Beschuldigingen van nazigedrag hebben niets van doen met de werkelijkheid en moeten worden gezien als pogingen om de eigen persoonlijkheid te koesteren.' In uw boek geeft u een voorval op de redactie weer. U staat met een boek van Hirsi Ali in uw handen: Mijn Vrijheid. Dan komt een collega redacteur langs, en die zegt: 'Goed boek hè. Mein Freiheit', refererend aan 'Mein Kampf.' U schreef dat hij daarbij nog net niet met zijn hakken klikte. Nu zullen NRC redacteuren in de krant islamcritici niet vergelijken met nazi's, maar dit zijn dan kennelijk wel de gevoelens die erachter schuilen.

 

HM: 'Nou, soms werd die vergelijking dus ook in de krant gemaakt, zoals door Jensma die Fortuyn dus vergeleek met een nazi, met zoveel woorden. 'Zestig jaar na dato…' Misschien zijn ze te beschaafd om letterlijk het woord 'nazi' in de mond te nemen, maar dat is dus wel wat ze op een verkapte, indirecte manier wel doen. En ja, wat zit daarachter. Inderdaad, zoals Joffe zei: als ik de ander een nazi noem, dan sta ik zelf dus aan de goede kant.'

 

-Kortom: De gemiddelde NRC redacteur zegt van zichzelf: Ik deug.

 

HM: 'Ja. Ik haal mijn collega Tom-jan Meeus aan in mijn boek. Een goeie journalist op zich. Tijdens de IRT affaire deden we nogal wat misdaadonderzoek. Dan kom je in een mistige feitenwereld terecht. Ik vroeg me af: wie moet ik nu geloven en wie niet. Toen zei Tom-jan: 'Waar het iedere keer weer op neerkomt is de vraag: Deugt die persoon of niet.' Maar dat kan toch geen journalistiek uitgangspunt zijn? Dat getuigt van nogal wat ijdelheid, dat jij wel even bepaalt wie deugt en wie niet deugt. Ik vond dat eigenlijk heel christelijk. Het stond ver van me af. Ja, misschien zit dat wel heel diep bij NRC redacteuren.'

 

-Heeft u dat gevoel, dat NRC redacteuren diep van zichzelf het gevoel hebben dat zij degenen zijn die deugen?

 

HM: 'Ja, daar ben ik van overtuigd. Dat als er ooit een moreel eindoordeel over de krant zou worden gegeven, dat zij weten dat zij aan de goede kant stonden.'

 

-Zou dat verklaren waarom men totaal niet open stond voor uw kritiek?

 

HM: 'Ja, waarom werd er zo onwelwillend op mij gereageerd? Niet omdat ik wel of niet gelijk zou hebben. Maar omdat ik een foute mening vertegenwoordigde. Er was eens een stukje geschreven over de Amerikaanse hoogleraar John Louis Esposito in de krant. Ik kende hem niet, dus ik googelde ernaar. De man bleek niet onomstreden. Toen ik dat inbracht was het antwoord: 'Dat is hij alleen bij neocons.' Maar dat is dan toch ook context, dat moet je dan toch ook vermelden? Al was het maar dat je zegt: 'Hij vertegenwoordigt een mening die niet door alle islamlogen wordt gedeeld.' Maar nee, dat wordt weggelaten. Binnen een half jaar kwam er een tweede stuk over hem, heel groot. Ik had inmiddels al het nodige over hem gelezen, onder andere dat hij beweerde dat Hamas en Hezbollah geen terreurbewegingen waren. En dat de Jihad niets met geweld te maken heeft. Dan denk ik: 'Jongens dat moeten jullie toch weten?' Dan spreek je ze erop aan en dan is het: 'De man deugt, en zo komt het in de krant.' Daar hoort dan geen kritiek meer op. Ja, dan heb je het dus inderdaad over gelovigen. Vroeger dacht ik: Het NRC is een krant van en voor intellectuelen. Tot je erachter komt: Nee, dat is niet zo. Er schrijven voor een belangrijk deel gelovigen in. De discussie is zoek.'

 

-Dit zo horend denk ik: U zult wel opgelucht zijn geweest toen u daar weg was.

 

HM: 'Ja.'

 

-Zo'n gevecht tegen de bierkaai put je uit.

 

HM: 'Het houdt je ook wel scherp.'

 

-Had u ook bondgenoten?

 

HM: 'Dat weet ik niet. Er waren een paar mensen… Iemand constateerde bijvoorbeeld: het 'Libertas' is uit de krant verdwenen. (Refererend aan het NRC Handelsbladlogo waarin staat: Lux et Libertas, JN) Maar die zei er ook meteen achter: 'Mij gaan ze niet horen, want ik moet hier nog twintig jaar zitten.' En iemand anders, die zich echt helemaal voorover boog naar me, zei zachtjes: 'Dat zijn meningen waarmee je je hier niet populair maakt.' Die onthield zich zelf van het openlijk uiten daarvan. Maar ook iemand die naar me toekwam na de laatste verkiezingen, en die zei: 'Zo, heb je nou je zin?' Ik zei: 'Hoezo?' 'Nou, je partij heeft toch gewonnen?' Ik zei: 'Je mag best weten dat ik voor het eerst van mijn leven VVD hebt gestemd.' 'O, dat is jammer ik had gehoopt dat ik tegen mijn vrienden kon zeggen dat ik eindelijk een PVV stemmer kende.' Wonderlijke reactie. Het is mijn partij niet, de PVV, maar er wordt gedaan alsof PVV-ers landverraders zijn. Ik vond het beklemmend.'

 

-Het beklemmende is vooral dat er kennelijk geen openlijke discussie meer over mogelijk was op de NRC redactie.

 

HM: 'Ik heb de chef boeken en de vroegere plaatsvervangende hoofdredacteur Sjoerd de Jong er nog eens over aangesproken. Ik zei: 'Er blijven een heleboel boeken over de islam in de weggeefkast liggen.' Hij zei: 'Dan schrijf jij er toch over? We zijn een liberale krant, alle meningen kunnen erin.'Maar dan merk je al snel dat dat dus niet zo is. Sjoerd de Jong en de filosoof Michiel Leezenberg doen samen de islamboeken, dat weet de boekenredactie. Iedereen blijft daar verder vanaf. Sjoerd las alle anti islam boeken als eerste. Hij zat erop als een bok op de haverkist. Het was zijn prooi. Het is het hele klimaat op de krant. Een onderhuidse sfeer. Ik zat op een gegeven moment te praten met een vrouwelijke collega, een aantrekkelijke vrouw. Ineens kwam Hubert Smeets, ook een chef van de boekenbijlage naast ons zitten en zei out of the blue tegen haar: 'Wist je wel dat Hans een neocon is?' Grapje. Maar er bestaan geen grapjes. Hoe moet je je daartegen verweren? Ik hoorde van een andere collega dat Sjoerd tegen hem zei: 'Jij zal ook wel PVV hebben gestemd.' Dat is verdacht maken. In een hoek zetten. Zo is er een hele cultuur ontstaan, waarvan ik nog weet dat die er vroeger niet was. Ik weet nog dat Elsbeth Etty bij de krant kwam en dat ik dacht: 'Dat is mooi voor een liberale krant, een oud communiste erbij halen.' Maar een PVV-er als journalist bij de krant? Ondenkbaar! Of een uitgesproken VVD-er? Kan niet! Vroeger hebben we die wel gehad.'

 

-In de Volkskrant zie je nog dat verschillende meningen naast elkaar kunnen bestaan.

 

HM: 'Ja, hadden wij maar een columniste als Nausicaa Marbe. Maar die schijnt ook niet lekker te liggen bij de Volkskrant, heb ik me laten vertellen. Bij het NRC hebben we gewoon geen tegendraadse opiniemakers. Dat is uit den boze.'

 

-U drukte in uw boek, zoals gezegd, ook mailcorrespondenties af met mederedacteuren.

 

HM: 'Sjoerd de Jong was er al op voorhand razend over dat ik dat deed. Maar in het NRC zouden ze dat ook doen als ze mails kregen van Wilders aan iemand. Dat heeft dan ineens nieuwswaarde. Dus als ze met dat argument komen tegen mij, dan is dat puur hypocriet.'

 

-NRC is ook een krant met veel macht.

 

HM: 'Zeker op het Binnenhof. Je wordt door veel politici als een belangrijke spreekbuis gezien. Bij de politie, wat een tijdlang mijn werkterrein was, had je dat veel minder. Daar kwam eerst de Telegraaf.'

 

-Dus de NRC redacteuren weten niet alleen van zichzelf dat ze deugen, maar ook dat ze macht hebben.

 

HM: 'Ja, al zullen ze zichzelf daarover niet op de borst slaan. Dat past niet. Maar met iemand als Fortuyn hebben ze dus heel weinig kunnen doen. Die onttrok zich aan hun macht. Fortuyn keek op hen neer.'

 

Hans Moll: Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant. NRC Handelsblad neemt stelling tegen Israël. Uitgeverij Bert Bakker. 

 

 

Hans Moll: "NRC is een te opzichtig linkse krant geworden"

 
Hans Moll doet letterlijk een boekje open over het reilen en zeilen op de redactievloer van NRC Handelsblad; hieronder deel 1 van een interview.
 
Of NRC nu echt een linkse krant is zou ik niet weten, ik lees hem zelden. Betreffende de opiniepagina's viel me wel op dat ze zelden een andere mening aan het woord laten dan die van de Israel-critici, en als, dan alleen in korte brief-reacties. Dat vind ik dus niet bijzonder links, maar bij het "politiek correcte" kan ik me wel iets voorstellen.
 
Ratna heeft uitvoerig onderzoek gedaan naar de berichtgeving in NRC over Israel en de Palestijnen, en daarin bleek overduidelijk de anti-Israel koers en vooringenomenheid.
 
Wouter
___________
 
 
Hans Moll

ISBN: 9789035137172 | € 19.95

Bindwijze Paperback
Omvang 192 p.
ISBN 9789035137172
Prijs € 19.95
Eerste druk 22-09-11
Fonds Nederlandse non-fictie
Dit boek is te koop bij de boekhandel of via bol.com

Journalisten dragen een grote verantwoordelijkheid. Zij moeten de werkelijkheid die ze waarnemen zo duidelijk en eerlijk mogelijk weergeven opdat de lezer, luisteraar of kijker zich een gefundeerd oordeel kan vormen. Die verantwoordelijke taak rust vooral op de journalisten die verbonden zijn aan de 'kwaliteitsmedia'.

In Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant wil Hans Moll, oud-redacteur van nrc Handelsblad, aantonen dat deze krant vooringenomen is wat betreft de weergave van het Midden-Oostenconflict en bovendien weinig oog heeft voor het groeiend antisemitisme in de Arabisch-islamitische wereld. Hij stuit na een grondige analyse van citaten uit de krant op aanvechtbare omissies, eenzijdige benaderingen en een structureel partijdige berichtgeving in het nadeel van Israël.

Hans Moll was van 1987 tot 2010 redacteur bij nrc Handelsblad waar hij werkte voor verschillende redacties.

___________
 

 

Hans Moll: "NRC is een te opzichtig linkse krant geworden."

Geplaatst door Joost Niemoller op 22 september, 2011 - 10:14 in Frontpage

http://www.dagelijksestandaard.nl/2011/09/hans-moll-nrc-is-een-te-opzichtig-linkse-krant-geworden

 

Hans Moll was 23 jaar redacteur bij NRC handelsblad. Nu komt hij naar buiten met een boek over het politiek correcte klimaat en de leugens en pesterijen. Deel 1 van een interview.

 

 

Tot hij met de VUT ging was Hans Moll redacteur bij NRC handelsblad. Hij was opgelucht toen hij er weg was. Een politiek correct klimaat waarin de enkeling die anders dacht, zoals hij, het slachtoffer werd van aanhoudende pesterijtjes. Hans Moll voerde vanaf 9-11 een vergeefse strijd om stukjes waarheid terug in de krant te krijgen. Met name als het ging om de islam, Marokkanen en Israël. Het boek dat hij erover schreef is vandaag verschenen: Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant.

 

Hier een interview met Hans Moll.

 

-U heeft 23 jaar gewerkt als redacteur bij de NRC. Nu schrijft u een terugblik over die periode, en het onderwerp is Israël. Waarom juist dat onderwerp?

 

HM: "Dat is volstrekt toevallig. Het is begonnen na 9-11 bij mij. Vanuit nieuwsgierigheid over de islam. Na 9-11 viel het me op dat bij de boekenbijlage de boeken die kritisch waren over de islam besmet bleken te zijn. Die belandden in de zogeheten weggeefkast.'

 

-Wat is dat?

 

HM: 'Er komen stapels boeken binnen op de boekenredactie. De eerste vangst waarover NRC recensies wil schrijven, is vaak duidelijk. Dat zijn de actuele boeken. En dan blijf je met een heleboel boeken zitten: buitenlandse paperbacks, waarvan de gebonden versies al zijn besproken, of vertalingen bijvoorbeeld. Dat komt dan in de weggeefkast. Iedereen op de redactie kan die meenemen. En het kan zijn dat als je daar iets vandaan haalt, je daar alsnog over mag schrijven. In de weggeefkast stonden dus erg veel islamkritische boeken. Ik stond een keer met zo'n boek van de weggeefkast bij het koffieapparaat, een collega zag dat en die riep: 'Hé, Neocon!'. Achteraf gezien was dat een belangrijk moment voor mij. Ik dacht: Waar hebben ze het toch over? Neocon, dat staat voor neo- conservatief, en dat is een scheldwoord op de NRC redactie.'

 

-Welk boek was dat?

 

HM: 'Dat weet ik niet meer precies. Het kan een boek geweest zijn van islamcritici als Robert Spencer, of Daniel Pipes, of misschien wel van Samuel Huntington. Eerst was dat boek in mijn handen nog 'neoncon', maar daarna werd ik zelf op de redactie steeds vaker 'neoncon' genoemd. Ik vond dat vreemd. Ik heb niks aan de kaak gesteld, alleen maar vragen gesteld. In het begin had ik nog het idee: Ik ga schrijven over de boeken die niet gerecenseerd worden. Over de ideeën die de krantenlezer mist. En dan kom je erachter dat er een hele cultuur bestaat binnen de krant van het wegzetten van meningen. Heel langzaam wordt het je duidelijk dat het te maken heeft met hoe je in de multiculturele samenleving staat. Bij vragen die ik stelde, ook aan de binnenlandredactie, als het ging over Marokkanen in Nederland, of bij de buitenlandredactie, als het ging over Israël. Ik kwam er steeds meer achter dat er een heleboel niet in de krant stond. En dat haal je alleen van internet, als je heel goed leest wat er over hetzelfde onderwerp wordt gezegd. Soms dacht ik: dit grenst bijna aan misleiding. En zo is Israël steeds meer in the picture gekomen.'

 

-U had dus net zo goed de multiculturele samenleving als onderwerp kunnen nemen om aan te tonen dat het NRC een heel specifiek, politiek correct filter op de wereld doorgeeft.

 

HM: 'Nou, ik heb dit boek erg ingekort, met name waarin het gaat over de Marokkanen. Ik dacht namelijk: Dan ga je via dit boek over het NRC eigenlijk Marokkanen bashen. Maar het is natuurlijk weldegelijk een item in verband met het NRC. Verleden jaar heb je bijvoorbeeld een aantal incidenten gehad bij ziekenhuizen, onder andere het Radboud ziekenhuis, waar Marokkanen totaal door het lint gingen en de boel bedreigden. Dat is maar heel voorzichtig bij ons in de krant gekomen. Typerend. Maar het lastige van dat onderwerp was dat ik met het onderwerp multiculturaliteit ook andere kranten had moeten analyseren. Dan was het veel breder geworden dan alleen het NRC.'

 

-Israël lijkt steeds meer een ijkpunt geworden in de media.

 

HM: 'Ik had geen speciale belangstelling voor Israël, maar als het over Israël gaat, dan komen een heleboel dingen bij elkaar. Ik had een interview met een bestuurlijk hooggeplaatste Marokkaan. Helaas kan ik je zijn naam hier niet noemen. Ik vertelde hem dat ik op straat heel veel Marokkaanse jongens had gehoord die 9-11 gebruikten om de meest antisemitische opmerkingen te maken. Daar was ik totaal door overvallen. Toen zei hij twee interessante dingen, die bezijden het interview waren, dus ik heb ze niet opgenomen. Ten eerste: 'Jullie in Nederland weten niet hoezeer Israël als item leeft in Marokko. Het nieuws begint daar steevast met een item over Palestina. De Marokkanen identificeren zich totaal met de Palestijnen.' En de tweede eyeopener was dat hij zei: 'Met mijn vrienden die ook gestudeerd hebben kunnen we het er rustig over hebben dat Israël bestaansrecht heeft, maar daar kunnen we nooit meer naar buiten komen, want dan zijn we onze achterban kwijt.' Krankzinnig. Vanuit een Westerse optiek denk je: je hebt een mening, en die moet je uitdragen. Maar bij Marokkanen hangt je mening vast aan je achterban.'

 

-Wat steeds terugkomt in uw boek: het onderwerp 'antisemitisme onder moslims' is een absoluut taboe in het NRC.

 

HM: 'Daar lijkt het op ja. Iemand schreef een recensie over twee boeken over Hamas. Ik zei toen: interessant, maar wat ik zelf over Hamas heb gelezen, is dat het puur antisemitisme is. Daar zou ik toch wel een verwijzing naar willen zien. Ja, daar kom ik wel op terug, zei ze. Nooit op teruggekomen. En zo zijn er meer van die gevallen. Op een gegeven moment wordt iemand in Engeland opgepakt en in de gevangenis gezet. De krant schreef over die aanhouding dat het niet duidelijk was waarom dat was gebeurd. Dan ga je googelen en dan blijkt de goede man afschuwelijke antisemitische uitlatingen te hebben gedaan. Ja, dat moet de correspondent ook geweten hebben die dat stuk schreef. Ik vind dat heel wonderlijk.'

 

-Hoe verklaart u zo'n fenomeen?

 

HM: 'De journalistiek houdt zich voor een belangrijk deel bezig met conflicten. In die conflicten wil je als lezer alle facetten zien om je er een oordeel over te kunnen vormen. Maar je hebt bij een heleboel conflicten ook dat journalisten er al een eigen mening over hebben. Vind ik best. Maar laat het niet merken in de krant. Ik heb het idee dat in dit geval gedacht wordt door deze journalisten: als je de Palestijnen of de Arabieren of de Iraniërs serieus neemt op hun woorden, dan is dat zo beschadigend voor die mensen die het toch al zo moeilijk hebben, vermeld het dan maar niet. Dus als je ze alleen al zou citeren, zou het al natrappen zijn. Zoiets. Die mensen worden gezien als underdog en die ga je niet nog eens belasten.'

 

-Het NRC afficheert zich als een krant die pretendeert niet partijdig te zijn. Is het dan niet beter dat je in zo'n geval dan openlijk partijdig bent?

 

HM: 'Natuurlijk. Intern, in de wandelgangen van de krant, is NRC wel eens het partijorgaan van de PvdA genoemd. Ik bedoel er bestaat bij veel mensen weldegelijk het idee: deze krant gaat de verkeerde kant uit. Een te opzichtig linkse kant. Inderdaad, noem jezelf dan gewoon een linkse krant en niet de krant die de nuance zoekt. Een krant die pretendeert liberaal te zijn en alle meningen aan het woord te laten. Want dat doet het NRC namelijk niet. Het is vooral tegen die pretentie in dat ik dit boek heb geschreven.'

 

-U bent vooral erg feitelijk in uw boek.

 

HM: 'Ik denk met name dat ze dat heel vervelend vinden, dat ik meen op de kwaliteit van de berichtgeving iets te kunnen afdingen.'

 

- Zo stond er in 2002 in een bericht in het NRC dat joodse kolonisten zich zouden laten bewaken met ingehuurde Filippijnen die in het zwart gekleed, en zwaar bewapend zouden rondrijden. U checkt dit, en dan blijkt er helemaal geen sprake te zijn van Filippijnen, maar van mensen uit het Indiase Manipur, die volgens sommige Thora exegeten zouden behoren tot een verloren 'tiende stam.' Wel donker dus, maar ook joods, en het ging dus zeker niet om Filippijnse huurlingen. U probeert dit recht te zetten, maar de correspondent houdt voet bij stuk.

 

HM: 'Dat had heel makkelijk rechtgezet kunnen worden. Gewoon toegeven: 'Het ging om donkere mensen, ik dacht dat het Filippijnen waren.'

 

-In uw boek heeft u het er ook over dat er in 2010 een artikel verschijnt in NRC Handelsblad, door Guus Valk, waarin een eenzijdige voorstelling van zaken wordt gegeven over het vertrek van de Palestijnen uit Israël, vlak na de oprichting van het land. Er werd in dit stuk gesteld dat de Palestijnen moesten vluchten voor 'Joodse strijdtroepen'. En dat de officiële Israëlische lezing was dat de Palestijnen  [bedoeld is: de Joden? WB]  zich moest verdedigen. In het stuk staat dan: 'Overigens door historici van links tot rechts ontkracht'. In dit stuk in het NRC werd niet vermeld dat de Joden waren aangevallen door de omliggende Arabische landen, waarna het conflict met de Palestijnen in Israël ontstond. De Israëlische ambassadeur, Harry Kney-Tal. schreef daarop een brief naar NRC Handelsblad, waarin hij wees op deze eenzijdige voorstelling van zaken. Hij schreef in die brief onder andere: 'Er wordt met geen woord gerept over de andere historische interpretaties, behalve dan dat de Israëlische versie bij voorbaat wordt verworpen.' Maar NRC Handelsblad weigerde deze rechtszetting van de feiten door de ambassadeur af te drukken. Werd het niet relevant geacht door de redactie?

 

HM: 'Dat weet je niet. Misschien gebeurt dat vaker, dat weet de hoofdredactie, maar dat weten wij niet.'

 

-In uw boek hebt u mailtjes afgedrukt met discussies tussen u en andere redacteuren waarbij u ze attendeert op fouten. Opvallend waren de korzelige reacties. Soms werd er helemaal niet op gereageerd. Maar ik dacht ook: Hoezo mailtjes? Jullie zitten toch met elkaar op een redactie? Wordt er over dat soort kwesties als fouten in de berichtgeving niet gewoon gepraat?

 

HM: 'Iedere keer gaat het om iets kleins. Over die kleine dingen heb ik met allerlei mensen wel gesproken. En dan krijg je al gauw het verwijt: je bent een neocon, je staat achter Israël. Terwijl dat niet het geval is. Maar je kunt je daar niet tegen verdedigen.'

 

-Er zullen toch ook wel eens grote redactievergaderingen geweest zijn over de koers van de krant?

 

HM: 'Nauwelijks. Ik herinner me een State of the union aan het begin van het jaar, en dan kwam de hoofdredacteur met wat opmerkingen over de richting. Ik herinner me wel een keer toen Birgit Jonker nog hoofdredacteur was. Die zei: 'Wij willen als krant niet neutraal zijn.' Dat was een thema van haar. Maar het werd niet gekoppeld aan onderwerpen. 'We willen evenwichtig zijn, maar niet neutraal. We willen best zeggen dat iets niet deugt.' Maar zo'n grote vergadering is niet het moment om de discussie te zoeken. Pas later beginnen die momenten op te vallen waarop de krant kennelijk willens en wetens niet neutraal wilde zijn.'

 

-Op zich is het natuurlijk juist: Neutraliteit bestaat ook niet in de journalistiek.

 

HM: 'Je kunt er wel naar streven. U en ik hebben als journalist een eigen mening over iets, maar we kunnen wel proberen die mening zoveel mogelijk opzij te drukken om te proberen iets weer te geven. En zelfs zo dat mensen van een afstand niet weten hoe wij erover denken. Neutraliteit en objectiviteit zijn begrippen die niet meer worden gebruikt, maar er bestaat nog wel zoiets.'

 

Deel 2 volgt morgen.

 

Hans Moll: Hoe de nuance verdween uit een kwaliteitskrant. NRC Handelsblad neemt stelling tegen Israël. Uitgeverij Bert Bakker. 

 

 

Palestijnse vluchtelingen krijgen geen staatsburgerschap in Palestijnse staat

 

Een paar dagen geleden verwees Elder of Ziyon naar een artikel in een Libanese krant waarin de Palestijnse ambassadeur in Libanon onder andere zei dat Palestijnse vluchtelingen geen staatsburgers zullen worden van de nieuwe staat, zelfs niet als ze nu in de Gazastrook of op de Westoever wonen. Waarom niet? Omdat ze het ‘recht’ hebben naar Israel terug te keren natuurlijk!

 

The right of return that Abdullah says is to be negotiated would not only apply to those Palestinians whose origins are within the 1967 borders of the state, he adds. “The state is the 1967 borders, but the refugees are not only from the 1967 borders. The refugees are from all over Palestine. When we have a state accepted as a member of the United Nations, this is not the end of the conflict. This is not a solution to the conflict. This is only a new framework that will change the rules of the game.”

 

Dat klinkt niet erg bemoedigend, om het eufemistisch te zeggen. Met enige regelmaat kom ik verklaringen en uitspraken tegen van PA leiders die niet echt in lijn zijn met het Westerse beeld van een gematigde, vredelievende organisatie die een tweestatenoplossing nastreeft, maar die worden in de media compleet genegeerd. In Nederlandse media wordt het voorgesteld alsof Israel tegen de staatsuitroeping is omdat het tegen de tweestatenoplossing is, en dat de Palestijnen alleen maar hun rechten komen opeisen, die ze in 20 jaar onderhandelen niet hebben gekregen. Dat de PA helemaal niet voor het principe van twee staten voor twee volken is lezen we natuurlijk niet. Dat Israel geregeld concessies heeft gedaan die vaak juist tot meer geweld leidden, ook niet. Het moet immers niet te ingewikkeld worden. 

 

RP

----------- 

 

Palestinian Arab "refugees" wouldn't be citizens of "Palestine" - even if they live there!

http://elderofziyon.blogspot.com/2011/09/palestinian-arab-refugees-wouldnt-be.html

Did you think that 63 years of Arabs using the "refugees" as political pawns would end if there was a Palestinian Arab state?

If you want to know the depths of cynicism of the Palestinian Arab leadership towards their people, you must read this article in The Daily Star Lebanon:

 

Palestinian refugees will not become citizens of a new Palestinian state,according to Palestine’s ambassador to Lebanon.

From behind a desk topped by a miniature model of Palestine’s hoped-for blue United Nations chair, Ambassador Abdullah Abdullah spoke to The Daily Star Wednesday about Palestine’s upcoming bid for U.N. statehood.

The ambassador unequivocally says that Palestinian refugees would not become citizens of the sought for U.N.-recognized Palestinian state, an issue that has been much discussed. “They are Palestinians, that’s their identity,” he says. “But … they are not automatically citizens.

This would not only apply to refugees in countries such as Lebanon, Egypt, Syria and Jordan or the other 132 countries where Abdullah says Palestinians reside. Abdullah said that “even Palestinian refugees who are living in [refugee camps] inside the [Palestinian] state, they are still refugees. They will not be considered citizens.”

 

Let's read that again, shall we? 

"Even Palestinian refugees who are living in [refugee camps] inside the [Palestinian] state, they are still refugees. They will not be considered citizens."

People who live in camps in their own state would be barred, by their own leaders, from becoming citizens of that very state!

Why? Because, to Palestinian Arab leaders, the "refugees" are not an oppressed group who must be helped. They are human weapons in a never ending war against Israel. Giving them citizenship removes their status as weapons. 

The most important issue to the Palestinian Arab leadership is not to end the suffering of their people, or achieving independence. It is to destroy Israel, using the nonexistent "right of return." Nothing could be more obvious - yet most of the world refuses to believe that Mahmoud Abbas and his cronies could possibly be so indescribably cruel and callous to their own people.

 

Abdullah said that the new Palestinian state would “absolutely not” be issuing Palestinian passports to refugees.

Neither this definitional status nor U.N. statehood, Abdullah says, would affect the eventual return of refugees to Palestine. “How the issue of the right of return will be solved I don’t know, it’s too early [to say], but it is a sacred right that has to be dealt with and solved [with] the acceptance of all.” He says statehood “will never affect the right of return for Palestinian refugees.”

The right of return that Abdullah says is to be negotiated would not only apply to those Palestinians whose origins are within the 1967 borders of the state, he adds. “The state is the 1967 borders, but the refugees are not only from the 1967 borders. The refugees are from all over Palestine. When we have a state accepted as a member of the United Nations, this is not the end of the conflict. This is not a solution to the conflict. This is only a new framework that will change the rules of the game.”

 

And make it easier for Palestinian Arabs to achieve their real goal - the end of the Jewish state.

For 63 years, three generations of Palestinian Arabs are being brought up being told that they must return to a non-existent state that their ancestors came from, and nothing else is acceptable. And the potential establishment of a Palestinian Arab state would ironically make their wishes to become citizens even more remote.

If there is to be a Palestinian Arab uprising, it should be against leaders like these who are happy to tell their own people to stay in hell - and to be happy about it.

(h/t Effector)