maandag 23 maart 2015

wateroorlog tegen Israel

Hoe NGO`s via valse voorlichting Israel aan de schandpaal binden en Palestijnen benadelen.

 

 

NGO`s en Israel is vaak water en vuur. In dit geval gaat het over misinformatie over water en met name over de watervoorzieningen voor de Palestijnen. De NGO`s gaan helemaal af op Palestijnse informatie, zonder Israel te raadplegen (het zogenaamde hoor en wederhoor is ze totaal onbekend) en zonder enige kennis van afspraken bij de Oslo-akkoorden, of nog dwazer, door die akkoorden niet van toepassing te verklaren omdat de akkoorden nadelig voor de Palestijnen zouden zijn. Deze “ridders” van het internationale recht houden alleen van dat recht als het tegen Israel gericht is en anders treden ze het met voeten. Zondag is het water-werelddag en dus reden voor een nieuw rapport door NGO`s.

Water speelt al langere tijd een rol in de oorlogvoering tegen Israel. In 2012 kwam er een zoveelst kwalijk rapport over de zogenaamde misstanden die Israel creeert voor de Palestijnen. Maar er was juist een dissertatie van Lauro Burkard, een Zwitserse academicus, over de waterverdeling tussen Israel en de Palestijnen verschenen onder de titel “the politicization of the Oslo water agreement” (Geneve 2012).

Met als subtitel: Submitted in fulfilment of the requirement for the Master in international History and Politics by Lauro Burkat.  In tegenstelling tot de NGO`s (en ook Amnesty International gebruikte alleen Palestijnse gegevens) interviewde Burkat vele hoofdrolspelers in het waterconflict, zowel Palestijnen als Israeliers als vertegenwoordigers van de donorlanden en pro-Palestijnse NGO`s. Daarnaast onderzocht hij relevante originele documenten zoals de notulen van vergaderingen van het gezamenlijke Palestijns Israelisch watercomité. De belangrijkste conclusies in de dissertatie van Burkat waren:

De doelen van het Oslo waterakkoord zijn gehaald waar het om de waterquota ging. In 2006 bijvoorbeeld lag de Palestijnse waterconsumptie op 178 miljoen m3 per jaar terwijl het akkoord uitging van een uiteindelijk gebruik van 200 miljoen m3.

Het gezamenlijke watercomité JWC functioneerde tot 2008 onafgebroken ook tijdens de Tweede Intifada.

Het verhaal over de oorzaak van de waterschaarste in de West-Bank zoals dat wordt uitgedragen door de Palestijnen, internationale organisaties en door donorlanden is niet juist.

Burkart schrijft: “ Niet de Israëlische bezettingspolitiek maar het Palestijnse politieke verzet tegen gezamenlijk management en coöperatie is verantwoordelijk voor de relatief trage ontwikkeling van de Palestijnse watersector en de verslechterende mensenrechten situatie in de Palestijnse gebieden”. Verder schrijft hij: “Er is solide bewijsmateriaal betreffende mismanagement in de Palestijnse Water Autoriteit (PWA).”

De Zwitserse wetenschapper citeert de Palestijnse NGO AMAN die concludeerde dat er ‘geen duidelijke separatie is tussen het politieke en uitvoerende niveau in de Palestijnse water instituten’. Verder is er tot op de dag van vandaag geen functionerende waterwet in de PA. Bovendien houdt de Nationale Waterraad geen vergaderingen en de raad functioneert niet naar behoren. Ondanks het feit dat de PWA een hervormingsproces lanceerde in reactie op internationale kritiek (o.a. Wereldbank) bleef het mismanagement in het instituut bestaan.  Het hoofd van de Palestijnse Hydrologie Groep (PHG) noemde de PWA hervormingen een ‘ fondswerving mechanisme’. De PWA slaagde er ook niet in om controle te krijgen over Palestijnse gemeentes (waar geen Israëlische aanwezigheid is). Dit werd veroorzaakt door de autocratische en ondemocratische wijze waarop deze gemeentes worden bestuurd. Deze lokale autoriteiten wilden de controle over de watersystemen niet opgeven omdat het één van meest belangrijkste diensten was die de gemeentes leverden. Ten gevolge daarvan is de waterlevering niet gecentraliseerd en wordt er massaal illegaal water aangeboord. Het feit dat de PA de meeste waterrekeningen betaalt voor de Palestijnse populatie is geen aansporing voor waterbesparing en leidt tot excessief gebruik van water. (zowel in het privé gebruik als in de landbouw). Burkart interviewde ook Dr. Shaddad Attili, sinds 2008 het hoofd van de PWA. Attili, die lid van Fatah is, is verantwoordelijk voor de de facto beëindiging van de coöperatie met Israel. Hij vindt coöperatie met Israel schadelijk voor de Palestijnse waterrechten claims en wilde de positie van Fatah ten opzichte van Hamas versterken. Zijn politiek is schadelijk voor de situatie van de Palestijnse bevolking in afgelegen gebieden die lijdt onder watergebrek. Burkart schrijft dat de overvloedige donorgelden Attili in staat stelden om zijn non coöperatie politiek voort te zetten gedurende de laatste vijf jaar. Een van de resultaten van deze non coöperatie politiek is dat bijna alle 52 miljoen kubieke meter afvalwater die door de Palestijnen jaarlijks worden geproduceerd onbehandeld Israel en de West Bank instroomt. Dat afvalwater verontreinigt vervolgens de drinkwaterbronnen. De Palestijnen claimen dat Israel de aanleg van afvalwater infrastructuur blokkeert. De feiten zijn echter dat voor de meeste zuiveringsprojecten al buitenlandse financiering aanwezig is en dat Israel de aanleg ervan stimuleert. De PWA is de partij die geen afdoende actie heeft ondernomen om deze projecten te realiseren. De PWA verschuilt zich achter de claim dat Israel een onredelijk hoog niveau van zuivering eist (BOD 10/10). Een JWC memorandum uit 2003, dat ondertekend is door beide partijen, laat echter zien dat er was afgesproken dat dit niveau geleidelijk zou  worden ingevoerd (er werd afgesproken om eerst een niveau van BOD 20/30 te hanteren). In November 2011 bood Israel in een brief aan de PWA uiteindelijk aan om deze en andere Palestijnse waterprojecten te financieren. Een reactie van de PWA bleef uit. Een andere oplossing die de watercrisis in de PA zou kunnen oplossen is zeewater ontzilting. Israel bood de Palestijnen aan om een ontziltingsfabriek in Hadera te bouwen. Het gefilterde water zou vervolgens naar de West Bank worden gepompt. De Palestijnen verwierpen het aanbod omdat het Israel in een stroom opwaartse positie zou plaatsen ten opzichte van de West-Bank. De afwijzing had verder te maken met de Palestijnse claim op de ondergrondse waterreservoirs die onder de West Bank liggen. Shattili droeg zelfs een team Palestijnse waterexperts op zich terug te trekken uit een Israëlisch waterontziltingsprogramma. Hij deed dit onder het mom van protest omdat Israel een aantal illegaal geboorde Palestijnse bronnen op de West Bank zou hebben vernietigd. Dit bleek een nieuw voorbeeld te zijn van de PWA propaganda campagne. Israel reageerde nadat Attili een brandbrief over de bronnen naar de internationale gemeenschap had gestuurd. Uit notulen van de JWC en andere getekende memoranda bleek dat de beslissing om de bronnen te vernietigen was genomen door de JWC. Daarna ontving de PWA van Israel verschillende verzoeken om het besluit uit te voeren. Er gebeurde echter niets. Uiteindelijk besloot Israel vier jaar na de JWC beslissing om de bronnen te vernietigen omdat ze schadelijk waren voor de productie van water van nabijgelegen legale bronnen. Het is duidelijk dat Attili’s waterpolitiek gerelateerd is aan de algemene wijziging in de strategie van de PA zoals die beschreven werd in het PSG document uit 2008. Water werd zo een politiek drukmiddel. Een treurig gevolg van Attili’s politiek is dat de internationale gemeenschap ervan te overtuigd is geraakt dat Israel verantwoordelijk is voor de trage ontwikkeling van de Palestijnse watersector. Een voorbeeld daarvan is Abdelkarim Yakobi de Marokkaanse project manager van het departement van water, transport en energie in het kantoor van de EU vertegenwoordiging in de West Bank en Gaza. Yakobi, die dagelijks met de materie bezig is, werd geïnterviewd door Burkart. Ook hij blameerde Israel voor de trage ontwikkeling van de Palestijnse watersector. Dit is opmerkelijk omdat Burkart in staat bleek om toegang te krijgen tot alle relevante informatie waaruit precies het tegenovergestelde blijkt. Waarom heeft de EU met alle middelen die tot haar beschikking staan niet het zelfde gedaan? De EU heeft bijvoorbeeld besloten om de aanleg van zeven zuiveringsinstallaties te financieren op de West-Bank. Het lijkt redelijk te veronderstellen dat de EU enig toezicht houdt op de daadwerkelijke aanleg van die installaties. Dus waarom eist de EU niet dat de PWA zich verantwoordt voor het niet verder ontwikkelen van deze projecten? Yakobi gaf Burkart strikte instructies over wat hij wel en niet mocht publiceren over het geen werd besproken tijdens het interview. Uit het niet gepubliceerde deel bleek echter dat de EU wel degelijk op de hoogte is van de Palestijnse obstructie en de corruptie binnen de PWA. Door deze benadering geeft de internationale gemeenschap de PA in feite groen licht om water te gebruiken als wapen tegen Israel. Het gevolg daarvan is dat men bijdraagt aan de escalatie van het conflict en de belangen schaadt van de Palestijnse bevolking.

http://www.israelnationalnews.com/News/News.aspx/193033#.VRAc0V50z4Y

Een recent voorbeeld van de consequenties van deze valse voorlichting was de terugtrekking van zowel Vitens als Royal Haskoning, beide Nederlandse bedrijven, die door de NGO`s met de verkeerde inlichtingen tot de conclusie kwamen dat hun inbreng de kolonisten zou versterken. Uiteindelijk werden de Palestijnen de dupe omdat projecten en modernisering van hun systeem niet doorgingen! Maar dat maakt deze NGO`s niets uit. Hun streven is niet verbetering van situaties voor Palestijnen, maar het zwartmaken van Israel staat voorop.

Nu speelt er weer zoiets. EWASH, een coalitie van NGO`s en VN-organisaties, maakt bezwaar tegen een ontzoutings project in Gaza om de watervoorraad te vergroten dat door de EU gefinancierd wordt. Hun argument is ook nu dat het project de bezetting zou dienen en Israelische acties zou legitimeren. Daartoe leveren ze de nodige misinformatie. Belangrijkste NGO`s zijn in deze: Al Haq, Paletinian Center for Human Rights (PCHR), BADIL, Coalition of Women for Peace, Who Profits, en EWASH. Ze voegen ten slotte nog fijntjes toe dat de beperkte doorvoer van goederen naar Gaza er voor zorgt dat de kinderen in Gaza zo geen normale kansen hebben op .......het drinken van schoon drinkwater. Feit is dat de hoofdoorzaak van watertekort in Gaza veroorzaakt wordt door het slechte onderhoud van watervoorzieningen en rioolsystemen. Aan infrastructuur besteedt Hamas geen geld of tijd, het heeft andere prioriteiten dan burgervoorzieningen. Het resultaat is dat Gaza meer dan 40% water verloren laat gaan. In vergelijking: Israel verliest 3%, en de PA 33%.  Een andere valse bewering is dat het Israelische waterbedrijf  Mekorot verdient aan de bezetting. Maar in 2013 verkocht Mekorot water aan de PA en Gaza onder de waterprijs, namelijk voor 2, 85 shekel per miljoen kubieke meter, terwijl Israeliers hiervoor 8,89 shekel betalen. In feite subsidieert Mekorot de PA en Gaza.

 

MS

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten