zondag 31 mei 2015

Jong geleerd, oud gedaan

Hoe uitgeverij Noordhoff jonge mensen indoctrineert.

 

 

Uitgeverij Noordhoff is een grote en bekende uitgeverij van schoolboeken in Nederland. Die boeken worden veel gebruikt op scholen en meestal gaat het om redelijk goede boeken. Maar na een misstap een aantal jaren geleden heeft Noordhoff nu een grens overschreden met zijn geschiedenisboek voor het VMBO.

Eerst maar eens de oude misstap: In het geschiedenisboek van zo`n 6 jaar geleden werden wereldgodsdiensten behandeld. Opgevoerd als wereldgodsdienst werden christendom, islam, hindoeisme, boedhisme. Geen jodendom. Totaal genegeerd. Nergens werd in het boek over jooodse godsdienst gesproken. Op een andere plaats ging het over Jeruzalem. Dat werd beschreven als een heilige stad voor moslims en christenen. Verder dus voor niemand. Er stonden nog wat storende fouten in en er kwamen opeens uit de lucht zomaar Joden gevallen, die nog nergens benoemd werden. Joden waren vervolgd in de Tweede Wereldoorlog. Hoe die Joden in Nederland waren gekomen en wat hun geloof inhield bleef geheim. Dat kinderen hier niets mee kunnen omdat er opeens vreemde vogels even genoemd worden, stoorde de samenstellers kennelijk niet. Er is toen gereageerd naar Noordhoff en een gesprek met de directeur van Noordhoff leverde wel begrip, maar geen oplossing op. Er zijn toen andere wegen bewandeld en na veel vijven en zessen kwam er een oplossing die aanvaardbaar was.

Nu gaat het al weer om een geschiedenisboek en deze keer gaat het om verkeerde informatie over Israel. De hele ontstaansgeschiedenis van Israel wordt verdraaid weergegeven. Palestijnen worden als volk van het gebied in 1948 opgevoerd, terwijl er geen Palestijns volk op dat moment bestond, maar Arabieren die over drie provincies verdeeld leefden en die clans vormden en die niet functioneerden  als eenheid en als volk. Schandelijk is het dat een foto van 2000 met een Palestijnse jongen, die zou overlijden, opgevoerd wordt alsof de toestand van 2000 vergelijkbaar zou zijn met de toestand in 1948. Er wordt gemeld dat Joden moordend door Palestijnse dorpen gingen en dat de Palestijnen daarom massaal op de vlucht sloegen. Nergens wordt melding gemaakt dat Arabische landen gezamenlijk de jonge staat aanvielen en de Arabische inwoners aanraadden weg te gaan totdat de Joden de zee in waren gedreven, waarna ze terug konden keren. Ook wordt niet gemeld dat velen zelf uit angst op de vlucht sloegen. Verder staan er nog veel meer tendentieuze dingen in die gewoon niet waar zijn over bijvoorbeeld Hamas. Over Menachem Begin is het boek duidelijk: een terrorist. Alleen vergeet men te schrijven dat Begin de Britten wilde verjagen, die er een puinhoop met hun Mandaat van maakten. Dat waren dus buitenlanders die door de Volkerenbond orde op zaken geacht werden te stellen. Israelische terreurgroepen ( er waren twee kleine groepen) werden met de nek aangekeken door de officiele Joodse organisaties en zij kregen na de stichting van de staat geen enkele erkenning en hun deelnemers kregen maar moeilijk later, gedurende hun hele leven, nog een baan. Kom daar nu bij de Palestijnen eens om: Terroristen vallen burgers, vrouwen en kinderen aan en zelden of nooit legerdoelstellingen. Palestijnen die zo laf zijn, worden vereerd in de PA, krijgen eretitels en pleinen en straten worden naar hen vernoemd. Bovendien krijgen zij en hun familie levenslang een officiele uitkering van de PA. Maar dat wordt niet vermeld, alleen dat Begin het King Davidhotel opblies, (waar de Engelse militaire leiding gehuisvest was en wat niets met de Palestijnen te maken had.)

Je gaat je afvragen, of twee keer in een geschiedenisboek deze misstappen maken door Noordhoff toevallig is. Hoe zit het team in elkaar dat belast is met de samenstelling van geschiedenisboeken. Waarom probeert Noordhoff met smoesjes onder correctie uit te komen? Het zal zeker ook met geld te maken hebben, want correcties voor veel boeken of zelfs het vernieuwen van uitgaven is natuurlijk duur. Daar houden de samenstellers waarschijnlijk ook rekening mee, waardoor ze ongestraft hun onzin kunnen publiceren. Maar zorgelijk is wel dat onze jeugd nu op school al gepolitiseerde anti-Israelinformatie krijgt. Jong geleerd en oud in dit land, zoals het er nu naar uitziet, niet meer afgeleerd.

 

MS

 

 

 

 

De FIFA en de diplomatieke oorlog tegen Israel (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2015/05/24/de-fifa-en-de-diplomatieke-oorlog-tegen-israel/  

= IMO Blog =  

De Palestijnen lijken de leuze ‘voetbal is oorlog’ vrij letterlijk te nemen en voeren hun strijd tegen Israel nu ook binnen de FIFA. De voorzitter van de Palestijnse voetbalbond PFA, Ribril Rajoub, die een paar jaar wegens terrorisme in een Israelische gevangenis heeft doorgebracht, voert een campagne voor schorsing van de Israelische voetbalbond IFA, en heeft dit voor het FIFA congres op 29 mei op de agenda gezet. Pogingen van FIFA voorzitter Sepp Blatter om te bemiddelen hebben geen effect gehad. Ook wezen de Palestijnen een voorstel af voor een vriendschappelijke wedstrijd tussen de voetbalploegen van Israel en ‘Palestina’. Blatter is al twee jaar bezig om een schikking te treffen tussen de PFA en IFA, maar ook deze laatste poging lijkt geen effect te hebben. Dat is ook niet zo vreemd aangezien Rajoub de FIFA bewust misbruikt voor zijn politieke doelen, nl. het isoleren van Israel en Palestina als onafhankelijke staat op de kaart zetten.

Zijn beschuldigingen aan Israel zijn grotendeels onjuist. Zo hekelt hij het racisme in het Israelische voetbal, terwijl nota bene Al Jazeera daarover zegt dat “de IFA trots kan zijn het enige land in het Midden Oosten te zijn dat een actief antiracisme programma heeft en dat het met regelmaat Israelische voetbalteams op de vingers wijst op dit gebied. Zo moest voetbalvereniging Beitar onlangs punten inleveren vanwege wangedrag van fans op dit vlak.”

Ook de andere aantijgingen zijn niet overtuigend. Zo beticht men Israel ervan de bewegingsvrijheid van Palestijnse voetballers te zeer te beperken, maar na bemiddeling is overeen gekomen dat de Palestijnen van tevoren doorgeven welke voetballers wanneer waarheen reizen. De Palestijnen schonden deze overeenkomst afgelopen week, wellicht bewust, toen een groep Palestijnse voetballers van de Westbank naar Tunesië reisde, waaronder de eerder veroordeelde Sameh Maraabah. Hij werd eerder kort vastgehouden omdat hij een koerier zou zijn voor Hamas.

Reuters schrijft:

Israel had accused Maraabah of returning from a team trip to Qatar in April 2014 bearing money, a mobile phone and messages given to him by a Hamas operative whom Israel had exiled to the Gulf state as part of a prisoner exchange.
An Israeli security official said Maraabah was questioned briefly about his travel plans and was warned by authorities not to engage in any more “forbidden activities against the state of Israel”.

Voetballers en andere mensen met een zekere immuniteit en bekendheid zijn een aantrekkelijk middel voor Hamas om spullen en geld te smokkelen, en het is bekend dat ze daar zeer bedreven in zijn, dus Israels alertheid is terecht. De Palestijnen hebben doelbewust een eerder gemaakte afspraak geschonden om hier vervolgens stampij over te maken bij de FIFA, waar de PFA een officiële klacht tegen Israel heeft ingediend.  Het heeft er alle schijn van dat dit een doelbewuste actie was, een week voor het FIFA congres waar over het Palestijnse voorstel de IFA te schorsen zal worden gestemd.

De derde aantijging is dat bij de IFA voetbalteams uit nederzettingen op de Westbank zijn aangesloten. Omdat de nederzettingen bij Israel horen en de inwoners Israelisch staatsburger zijn en van Israelische voorzieningen gebruik maken, hebben zij ook voetbalclubs die in de Israelische competitie meespelen. Dat is in de huidige situatie, waarin er nog geen vredesakkoord is en de nederzettingen nog niet zijn opgegeven (of verdeeld, of uitgeruild tegen land elders) een logische situatie. De Palestijnse voetballers ondervinden daar verder geen schade van.

Volgens FIFA directeur Blatter heeft Israel geen FIFA statuten geschonden en wordt de FIFA voor politieke doeleinden misbruikt. Daarom heeft hij geprobeerd om het schorsingsvoorstel van de agenda te krijgen, maar dat is niet gelukt. Wanneer dit voorstel zou worden aangenomen, zet dit de deur open voor andere landen om het voetbal aan te wenden voor hun politieke doelen. Er zijn zelden landen geschorst door de FIFA (Zuid-Afrika was een van de weinige landen). Een schorsing moet door driekwart van de leden worden goedgekeurd.

Die kans lijkt klein, maar in diverse VN gremia lukt het de Palestijnen wonderwel om hun politieke agenda door te duwen ten koste van de zaak waar de betreffende organisatie voor staat. Zo heeft de Wereldvrouwenorganisatie alleen Israel veroordeeld voor het schenden van vrouwenrechten, iets dat hilarisch is als het niet zo triest was. Juist op het gebied van emancipatie doet Israel het naar verhouding erg goed, stukken beter dan de Palestijnen en alle andere Arabische landen. Ook is Israel door de Wereldgezondheidsorganisatie als enige land in een rapport bekritiseerd voor het schenden van gezondheidsrechten. Sinds de Palestijnen er lid zijn hebben ze UNESCO ook al tot anti-Israel resoluties kunnen bewegen, en notoir is natuurlijk de Mensenrechtenraad, die haar naam totaal onwaardig is en is verworden tot een instituut waar corrupte leiders en dictators westerse democratieën, met name Israel, de les lezen.

Je vraagt je af waarom het Westen dit spel nog langer meespeelt en waarom de media iedere keer braaf melden dat Israel weer eens is veroordeeld wegens de nederzettingen, de blokkade, het niet behandelen van nog meer Palestijnen in haar ziekenhuizen, of het niet terughoudender zijn dan ieder ander land, de NAVO landen incluis, in het reageren op agressie en bedreigingen.

De Arabische landen voeren al tientallen jaren strijd tegen Israel langs diplomatieke weg en via talloze internationale organisaties. Nog voordat Israel een feit was werd de Arabische boycot van Israel als officieel beleid gelanceerd, waartoe ook bedrijven horen die handel drijven met Israel. Nederlandse ambtenaren hebben om die reden in de jaren ’70 nog zogenaamde niet-Jood verklaringen afgegeven voor bedrijven die personeel naar Saoedi-Arabië wilden uitzenden. Het feit dat Nederland, samen met alle andere Europese landen, voor het WHO-rapport stemde, doet aan die lafheid denken. De WHO negeerde alleen humanitaire crisissen elders en behandelde alleen de door Israel bezette gebieden. Natuurlijk is Israel niet de grootste schender van gezondheidsrechten, integendeel. Israel zet zich juist erg in, zendt altijd een groot hulpteam met veldhospitaal naar rampgebieden, behandelt in haar ziekenhuizen duizenden Palestijnen per jaar waaronder zelfs Hamas leden, en is leidend in medische technologische ontwikkelingen.

Dit soort aantijgingen hebben, net als die van de PFA tegen de IFA, niks met de werkelijke zaak te maken maar alles met een politieke agenda waarvoor deze gremia worden misbruikt. Blatter erkende dit maar is zelf niet bij machte de stemming over schorsing te voorkomen. De EU is ondertussen veel te druk met haar afkeuring over de nederzettingen uitspreken en de Gaza blokkade bekritiseren (onlangs is het zoveelste eenzijdige rapport daarover uitgekomen) om de Palestijnse politieke manipulaties te hekelen. Als je ogen op één zaak zijn gericht zie je nou eenmaal vaak niet wat er aan de andere kant gebeurt. Dat de nieuwe Israelische regering vraagtekens oproept wat betreft haar compromisbereidheid doet niks af aan de niet aflatende Palestijnse (en Arabische) inspanningen om via een achterdeur hun eisen ingewilligd te krijgen en Israel te bestrijden. Het is in het belang van de doelstelling van internationale gremia alsook de geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap tegenover Israel, dat deze praktijk een halt wordt toegeroepen en de Palestijnen leren dat zij niet overal automatisch op goodwill kunnen rekenen.

Ratna Pelle

 

vrijdag 29 mei 2015

Over de Vaticaanse appeasement politiek aan beoogd Palestina

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2015/05/27/over-de-vaticaanse-appeasement-politiek-aan-beoogd-palestina/  

– Door Tjalling. –  

Appeasement politiek.

Appeasement politiek is bedoeld om de vrede te willen handhaven door steeds weer concessies te doen aan de tegenpartij. Gelet op de intenties van het Vaticaan ligt een dergelijke politiek voor de hand. Hoe goed bedoeld ook, het verleden heeft geleerd dat door enkel appeasement na te streven, de vrede vaak niet gehandhaafd bleef. Bovendien kunnen concessies aan slechts één partij de andere betrokken kant serieus in gevaar brengen.

Vaticaanse erkenning van `Palestina’.

Het Vaticaan heeft op woensdag 13 mei ‘Palestina’ officieel erkend als soevereine staat. Dit past binnen het Vaticaanse streven naar appeasement. De Israëlische regering reageerde teleurgesteld op dit eenzijdige besluit, dat werd genomen net één dag voor 14 mei, de datum van de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring. Het is logisch dat de Israëlische regering teleurgesteld was; een Palestijnse staat kan nu eenmaal niet worden erkend totdat er een definitief vredesverdrag met Israël ligt. Zo’n verdrag laat nog wel even op zich wachten.

Abbas weigert namelijk het zelfbeschikkingsrecht van het Joodse volk te erkennen. Ook weigert hij om in een vredesverdrag af te zien van verdere Palestijnse claims. Deze twee essentiële elementen zijn een must voor een duurzame vrede. Bovendien maakten die zelfde elementen ook onderdeel uit van het Amerikaanse vredesvoorstel in 2014, dat Abbas afwees. Ook ernstig is het feit dat een beoogd Palestina zal zijn gebaseerd op racisme. Abbas heeft immers herhaaldelijk uitgesproken dat er geen Joden zullen mogen wonen. Dit is een ontoelaatbare vorm van racisme. Zelfs het Internationale Recht kan daar, ook inzake het Israëlisch Palestijns conflict, niet omheen. In plaats van appeasement politiek zou een realistischere Vaticaanse politiek de vrede beter bevorderen. Die kans heeft men helaas laten liggen.

Abbas is geen vredesengel.

Als je het als Vaticaan zijnde goed bedoelt met beoogd Palestina, dan ligt het voor de hand de voorzitter, c.q. de latere president daarvan, tijdens een audiëntie met alle benodigde vriendelijkheden te ontvangen, zoals op 16 mei gebeurde. Echter hierbij maakte de pers een journalistieke blunder. In diverse mainstream media, waaronder bijvoorbeeld De Telegraaf en de NOS werd gemeld dat Paus Franciscus voorzitter Abbas van Palestina een ‘vredesengel’ zou hebben genoemd. Dit bleek niet juist. De paus heeft dit zo niet gezegd en de redacties hebben niet de moeite genomen om die mededeling na te trekken. Hieruit blijkt dat de mainstream van de media overenthousiast meedoen aan de appeasement van het Vaticaan. Volgens de berichtgeving uit het Vaticaan had de paus namelijk in werkelijkheid gezegd: “May the angel of peace destroy the evil spirit of war. I thought of you: may you be an angel of peace.” Het was dus een wens. Hiermee wordt maar weer eens bevestigd dat de berichtgeving in de media over het Israëlisch-Palestijnse conflict nogal eens gebaseerd is op wat de redacteuren graag willen horen, in plaats van uit te zoeken wat daadwerkelijk gezegd of gebeurd is.

Mocht Abbas ooit toch nog eens echt een vredesengel worden, dan zal hij radicaal van houding moeten veranderen. Abbas wijst immers elk compromis voor vrede af. Bovendien riep hij in de herfst van vorig jaar nog op tot geweld in Jeruzalem. Abbas is dus zeker geen vredesengel en gelet op zijn werkelijke intenties was zelfs de wens van de Paus niet gepast.

Vaticaanse erkenning van Israël.

De erkenning van Israël kwam lang niet zo gemakkelijk tot stand als de recente erkenning van beoogd Palestina. Israël heeft daarop ruim 45 jaar moeten wachten. Na uitputtende onderhandelingen werd in december 1993 in Jeruzalem het politieke grondverdrag getekend dat de historische doorbraak mogelijk maakte in de door de geschiedenis zwaar beladen relaties tussen Israël – vertegenwoordiger van het Joodse volk – en het Vaticaan. Naar aanleiding van de Oslo Akkoorden formaliseerde Paus Johannes Paulus II in 1994 de diplomatieke banden tussen het Vaticaan en Israël. Hieraan waren echter wel voorwaarden gebonden. Definitieve erkenning was afhankelijk van een oplossing van de Palestijnse kwestie en van een regeling voor de status van Jeruzalem, een heilige plaats voor de drie monotheïstische godsdiensten jodendom, christendom en islam. Verder had het Vaticaan oog voor de christelijke minderheid in het Midden-Oosten en wilde het geen staat erkennen waarvan de grenzen niet door de buurlanden werden erkend. Dit is op z’n minst een opmerkelijk contrast, want waarom erkent het Vaticaan een Palestijnse staat, die officieel nog niet bestaat, zonder dat er een definitief vredesverdrag met Israël ligt? Kennelijk zijn de eisen aan beoogd Palestina stukken minder hoog dan die ruim 20 jaar geleden aan Israël werden gesteld.

Voordeel van de twijfel.

Bij de Vaticaanse erkenning van mogelijk toekomstig Palestina krijg ik de indruk dat onzekere factoren aan Palestijnse kant werden genegeerd. De reden daarvan is vermoedelijk gebaseerd op de mondiale wens om een beoogd Palestina te erkennen, omdat daarmee de vrede gediend zou zijn. Het Vaticaan zal waarschijnlijk in die wens zijn meegegaan en daarom een onzorgvuldige diplomatieke afweging hebben gemaakt. Zeker is in elk geval wel dat Israël hierdoor in ernstige verlegenheid is gebracht en de vrede nìet is gediend.


Externe bronnen:
http://www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/article/detail/2698669/1994/06/16/Betrekkingen-tussen-Vaticaan-en-Israel-nu-geformaliseerd.dhtml

http://www.nrc.nl/handelsblad/van/1993/december/30/israel-en-vaticaan-knopen-betrekkingen-aan-jeruzalem-7208538

 

dinsdag 12 mei 2015

vanuit het hart

Een loflied op Israel

Hieronder staat iets wat zeker niet in onze pers te vinden zal zijn. Als het precies omgekeerd was had het de opiniepagina van menige krant gehaald. Maar positief over Israel zijn kan echt niet in onze kranten. Daarom nu deze reactie op een reis naar Israel van een student wel op deze weblog. Ik heb er niets aan toe te voegen en wil het ook niet vertalen om de juiste sfeer niet eruit te halen.

 

MS

 

AN UNEXPECTED “LOVE LETTER” TO ISRAEL – FROM HARVARD

May 07, 2015

Recently, a group of Harvard students, of all backgrounds and faiths, visited Israel.  They were led by extraordinary Israeli students at Harvard who planned the Harvard Israel Trek with the support of Harvard Hillel and leading local foundations and donors, including CJP. More than 300 students applied for the 50 spaces on the Trek, making it possible to select a cohort whose experience in Israel, seeing the country in all of its marvelous complexity through a very special lens, would have the greatest impact on campus.

Sometimes the impact of a trip like this cannot be captured in prose; it can only be captured in poetry. What follows is a poem, posted on the Harvard trek blog, that reflects one Harvard student’s trans-formative experience.

The author, Oliver Marjot, is a sophomore medieval history concentrator from Guilford, England. He expected the Trek to be a confirmation of his “European certainty of your arrogant oppression.” That’s not quite the way things turned out.

AN UNEXPECTED “LOVE LETTER” TO ISRAEL – FROM HARVARD

Oliver Marjot

 

To My Newfound Love

 

I came to you, Israel, wanting to hate you. 

To be confirmed in my reasonable European certainty of your arrogant oppression, lounging along the Mediterranean coast, facing West in your vast carelessness and American wealth.  

I wanted to appreciate your history, but tut over the arrogant folly of your present. 

I wanted to cross my arms smugly, and shake my head over you, and then leave you to fight your unjust wars.

 

I wanted to take from you. 

To steal away some spiritual satisfaction, and sigh and pray, and shake my head over your spiritual folly as well. 

To see the sad spectacle of the Western wall, and bitterly laugh at your backward-looking notion that God sits high on Moriah Mount, distant and approachable. 

I wanted to smirk in my Protestant confidence, knowing that God is with me, even if you refuse to turn to him, standing instead staring blankly at a wall of cold stone, pushing scribbled slips of paper into the Holy mountain, not daring to raise your face, and ask with words.

 

I wanted to see your sights, to bask in your sun, to tramp my feet over your soil, to swim in your seas, to eat the fruit of your fields. 

I wanted to be amazed, to be interested, to  be engaged. I wanted.

I didn’t realise you were broken as well as wealthy, fragile as well as strong. 

I didn’t realise that you suffer from a thousand voices clamouring in your head, and that some of those voices care about justice and democracy, and that some of them love their neighbours. 

I didn’t realise that a thousand enemies press on your borders, hoarding instruments of death, as chaos and darkness and madness consume the world every way you look. 

I didn’t realise that you care about your past – that some of those voices of yours treasure the stories of Abraham, Isaac and Jacob every bit as much as I do. I didn’t realise. 

Nobody told me. 

Or maybe they did, and I refused to listen.

 

I didn’t expect to fall in love with you. 

Your beauty caught me like a hook. 

Seeing you, I see what Solomon saw when he wrote about his Beloved. 

I see that homeland that Jesus loved. 

The lush green of your Galilee, the stark strength of your desert, the bare whiteness of your Judean hills. 

I love the Hebrew you speak, the churches you wear like flowers in your hair, the proud golden dome that crowns your head. 

I love the strength of your soldiers, the warmth of your sun, the joy of your songs, the peace of your kibbutzim.

This cold Boston air is a mockery of your spring warmth, and in this vast sprawl of concrete and red brick it’s no exaggeration to say that I yearn for your troubled horizons, your ancient hills. 

I’m not ashamed to say it. I love you.

 

I’m sorry I had to leave you. 

I know I have no right to love you. 

What’s ten days compared to a year, a childhood, a lifetime? 

Or the five-thousand year lifetime of a people? 

I know that you won’t remember me, that you probably barely even registered my short time with you. 

I’m sure my love means nothing to you amid the whispers of a million other lovers, and you’re so very far away.

 

But I will come back to you. 

I will. 

I’ll leave these busy, harried, Western shores, and come to you, to the East. 

I’ll learn your Hebrew, I’ll share your troubles, I’ll breath your air, I’ll walk in your fields again.

 

I will. I will.

 

Until then, Israel, mon amour, my love. Until then, shalom.

 

 

maandag 11 mei 2015

derde flotilla vertrokken

Waarom geen hulpactie voor de Palestijnen in Yarmuk?

 

In 2010 kocht de Turkse IHH, een NGO met terroristische banden en in Nederland als terroristische organisatie genoteerd, de Mavi Marmara, een schip om hulpgoederen naar Gaza te brengen. De IHH heeft o.a. contacten met Uninion of Good, die in Amerika als terroristische organisatie te boek staat. Een van de Turkse deelnemers, Fehmi Bulent Yildrim had duidelijke contacten met Al Qaida.  Dit schip, de Marvi Marmara, was het “hoofdschip” van een flotilla die uit diverse schepen bestond toen hij afreisde naar Gaza in mei 2010. Gaza was geblokkeerd door zowel Israel als Egypte in verband met grootscheepse wapensmokkel en die blokkade was wijd en zijd bekend en door de VN erkend, sterker, die blokkade was juist wat de flotilla beoogde. Het doorbreken van de blokkade was het hoofddoel en daarmee zocht men een  duidelijke confrontatie met Israel. Een en ander liep flink uit de hand toen de Israelische marine uiteindelijk ingreep;  Er werd heftig gevochten op de boot door de opvarenden,  met messen en ijzeren stangen werden de Israeliers aangevallen en er  vielen doden aan Turkse kant. Er werd nog lang over gesproken, geschreven en vergaderd en ten slotte was dit het startsein voor de ernstige verslechtering van de Turks-Israelische betrekkingen.

Een tweede flotilla werd georganiseerd en aanvankelijk zouden allerlei bekende figuren meereizen, maar toen duidelijk werd dat het voornamelijk om provocatie ging, de goederen aan boord niets met noodhulp te maken hadden en de organisatoren ook nu weer duidelijk terroristische contacten hadden, haakte de een na de andere bekende figuur af. Uiteindelijk werd de hele onderneming afgeblazen.

Nu zijn er weer duidelijk aanwijzingen dat een nieuwe flotilla onderweg is. Gaza ligt nog steeds onder blokkade en dat er wapens naar Gaza gesmokkeld worden is overduidelijk, want hoe komt Gaza anders aan zo`n uitgebreid arsenaal. Vanwege de terroristische acties vanuit Gaza naar de Sinai heeft Egypte Gaza hermetisch afgesloten. Er mag niets in of uit. Soms mag een student er door die naar huis wil. Maar zeker geen goederen. Aan Israelische kant is de doorlating van goederen en zelfs van cement verhoogd nadat Gaza totaal in chaos is veranderd na de laatste oorlog. Vanwege de overduidelijke oorlogstaal vanuit Gaza zal het niet verbazen dat de controle aan de Israelisch-Gazaanse grens streng is. Maar er gaan dagelijks vele goederen de grens over.

De Times of Israel meldt nu dat het eerste schip van een nieuwe flotilla vanuit Zweden is vertrokken. Het is de Marianne van Gothenburg en het doel is wederom de blokkade van Gaza te breken. Er is aangekondigd dat het zonnepanelen en medische goederen vervoert. In het verleden ging het om ballonnen (!) en kunstgebitten, dus dit zou een verbetering kunnen betekenen als die goederen werkelijk bedoeld zijn voor Gaza. Maar dat moet nog bekeken worden, want ook nu is het hoofddoel niet de goederen, maar het doorbreken van de blokkade. Het schip zal eerst in Helsinborg, Malmo en kopenhagen aanleggen. Twee andere schepen zullen zich later  bij dit schip voegen.

Stel nu, dat die goederen zich inderdaad aan boord bevinden, waarom moeten die naar Gaza, waar talloze goederen gewoon aangevoerd worden en gaan deze goederen niet naar de Palestijnen in Yarmuk in Syrie?! Daar is de blokkade totaal, komen de Palestijnen om van honger en dorst en liggen ze tussen de vuurlinies van Assad en Al Nusra en andere rebellen. Die Palestijnen zouden iedere hulp heel goed kunnen gebruiken. Zelfs de VN geeft toe dat er een ernstige humanitaire ramp zich daar afspeelt. Een beter doel om Palestijnen te helpen is haast niet denkbaar. Maar gaat het de organisatoren van deze flotilla wel om de Palestijnen? Het lijkt er meer op dat ze Israel willen tarten en hopen dat Israel weer (te) heftig zal reageren en zo in een kwaad daglicht zal komen te staan. Dat is hoofddoel nummer 1 en daarom gaat die zogenaamde hulp ook niet daar naartoe waar hij het meest nodig is, zoals in Yarmuk.

 

MS

 

 

 

 

zaterdag 9 mei 2015

Het ware gezicht van BDS

Niets vreedzaams aan BDS

 

De voorstanders van BDS (boycot, desinvesteren, sancties tegen Israel) geven hoog op van hun vreedzame acties en protest om mensen te overtuigen dat Israel geisoleerd moet worden. Zo gaat Israel inzien dat de toestand van de Palestijnen verbeterd moet worden. Intussen blijkt uit vele uitspraken dat het helemaal niet om een twee-statenoplossing gaat, maar dat de legitimiteit van Israel zelf wordt aangetast. En met Israel moeten alle Israeliers gedelegitimeerd worden Een debat-ronde in de Balie verleden week bleek voornamelijk een podium voor Israel-bashers te zijn en Israeliers kwamen of niet aan het woord of ze werden niet relevant bevonden. Alle Israeliers hebben volgens de BDS-beweging banden met instituten die of door de overheid gesubsidieerd worden of op andere manier niet ok zijn. Zelfs mensen die samenwerkingsprojecten opzetten tussen Israeliers en Palestijnen zijn besmet, want die samenwerking legitimeert de huidige situatie. Hoe je dan tot verzoening moet komen vertelt de BDS-beweging niet, maar waarschijnlijk is verzoening ook helemaal niet hun boodschap.

Geweldkloos is de BDS-beweging ook niet. Vier bussen werden in Denemarken deze week in brand gestoken en enkele andere “verbouwd”  en met de volgende graffiti bespoten:.” Palestina vrij. Boycot Israel”.  Deze actie werd uitgevoerd door de BDS-beweging De Danish Palestinian Friendship Association. Deze BDS-beweging  had eerder deze week een anti-Israel actie bedacht en had op 35 bussen van het openbaar vervoer  van Mavia posters geplakt met twee vrouwen die tegen elkaar zeggen: ”Ons geweten is schoon. Wij kopen geen producten van Israelische nederzettingen noch investeren wij daar”. ’ De busmaatschappij had de posters verwijderd en voelde niets voor een eenzijdige politieke actie van de Danish Friendship Association. Daarop kondigde deze beweging aan de acties te zullen uibreiden en zie daar de vernielingen en brandstichtingen. Puur vandalisme.

Natuurlijk zit Roger Water, voormalig zanger bij Pink Floyd, intussen ook niet stil. Nadat hij de zangeres Laurin Hill voldoende geintimideerd had, zei zij haar optreden in Israel af met een of andere smoes. Intimidatie wilde ze het niet noemen. Maar Waters is berucht om zijn intimidatie. Inmiddels heeft hij een nieuw slachtoffer gevonden: Dionne Warwick. Maar Warwick is niet onder de indruk van Waters. Zij noemt hem met naam en toenaam en verklaart dat kunst geen grenzen heeft. Zij zegt niet onder de indruk van de intimidatie van Waters te zijn en door niemand onder druk gezet wil worden. Politiek heeft niets met kunst te maken en zij zal gewoon deze maand optreden in Israel.

 

MS

 

 

 

vrijdag 8 mei 2015

Een voornamelijk als politiek statement bedoeld rapport van Breaking the Silence

Van drie rapporten, die deze week verschenen over de Gaza/oorlog is `this is how we fought in Gaza` het meest persoonlijke, maar daarmee het minst beschouwende.

 

Expert in gewapende conflicten Michael Schmitt en maioor in het Amerikaanse leger en tevens jurist John Merriam bestudeerden gebeurtenissen in de laatste Gaza oorlog en vroegen zich af hoe het ICC tegen deze gebeurtenissen aan zou kijken. Zij schreven hierover in de Naval War College Review. Daarbij benadrukken zij dat de vraag of het vooronderzoek naar de gebeurtenissen in de laatste Gaza oorlog van het ICC over zal gaan in een verder diep onderzoek afhangt van de vraag of het Israelische onderzoek naar gebeurtenissen volledig en grondig genoeg bevonden zal worden. Hun rapport Israeli Targeting: A Legal Appraisal accepteert het centrale narratief van Israel met betrekking tot een aantal cruciale onderwerpen, inclusief individuele incidenten maar ook het  aantal Palestijnse doden. Ook de dreiging in Israel door raketten, de vrees voor gedode Israelische soldaten en de mogelijkheid van kidnapping worden meegenomen. De vraag bij al deze zaken is was er sprake van een incident, of een weloverwogen fout, was de informatie niet goed en leidde dat tot burgerslachtoffers, kwamen tragedies voort uit de oorlogsmist of waren ze gebaseerd op overijver. Soms neemt het rapport de IDFvisie over, soms niet met name waar het niet meegaat met de visie omtrent mensenrechten van groepen. Zo accepteert het wel, dat Hamas politietroepen en media aangevallen mogen worden, wat niet door alle mensenrechten organisaties gesteund wordt. Ook ter discussie staat of cementfabrieken die voor tunnels fabriceren mogen worden aangevallen. De onderzoekers vinden van wel. Zo komt ook het financieringsapparaat van Hamas aan de orde. Er wordt breed ingegaan op menselijke schilden, vrijwillig, gedwongen of per ongeluk zo gecreeerd. Soms vinden de onderzoekers situaties verantwoord waar de IDF dat niet vindt. In het hele rapport komen zij niet tot het uitspreken van oorlogsmisdaden door de IDF, maar waar zij  punten vinden voor kritiek  uiten  zij die op respectvolle wijze.

Tevens werd het onderzoek van generaal Cammeart aangeboden aan Ban Ki moon. Een vooralsnog als prive rapport beschouwd onderzoek dat door deskundigen in het voeren van oorlog werd uitgevoerd. Tien gebeurtenissen met betrekking tot VN faciliteiten werden onderzocht en een samenvatting kwam wel naar buiten. Zowel Israel als Hamas werden van fouten beschuldigd. Het 207 pagina s dikke rapport zal door deskundigen op verzoek van Ban worden bestudeerd. Of hier meespeelt dat eind juni het rapport van de commissie Schabas zal worden gepresenteerd en dat ook een VN rapport zal zijn, valt niet te zeggen.

Het derde rapport was van Breaking the Silence. Dit rapport gaat over 60 individuele  soldaten uit de IDF die hun verhaal vertellen. Natuurlijk is een eigen verhaal dramatisch, want het is persoonlijk beleefd. Toch is een eertse kanttekening dat ook hier geldt dat een getuige met hetzelfde verhaal, of die bevestigt wat er te zien of te horen was, wel prettig zou zijn. Bovendien ontbreekt elke context die een gebeurtenis in een geheel plaatst. Dat was nergens het geval. Het bleven verhalen van eenlingen. Die eenlingen worden anoniem op onbekende plaatsen op onbekende data geciteerd.  Daarbij moet bedacht worden dat soldaten wel opdrachten krijgen, maar niet de informatie hebben die de opdrachtgever wel heeft en als je dat naderhand ook niet vraagt, blijft die informatie verborgen. Geen deskundige is ondervraagd, ook het leger niet, dat zegt het jammer te vinden omdat ze dan hadden kunnen reageren bij voorbeeld met onderzoek. Het is door de persoonlijke ervaring van de soldaat indringend,en zal velen aanspreken zonder dat velen zich de vraag zullen stellen of zo n persoonlijke interpretatie volledig betrouwbaar is omdat alles ontbreekt wat zo n verklaring tot feit maakt.

Te vrezen valt dat de verhalen uit Breaking the Silence in allerlei beschuldigingen aan Israel terug zullen zijn te vinden en dat die verhalen breed hun weg zullen vinden bij NGO  en media. De voorbeelden zijn al voor handen. Zo opende NRC Handelsblad op 4 mei met dit rapport zonder ook maar een kanttekening te plaatsen bij Breaking the silence of bij de individuele verhalen. Je zou van kranten toch meer zorg voor werkelijke feiten op de voorpagina mogen verwachten en misschien zelfs op alle pagina s. De behoefte om Israel, en dat nota bene op 4 mei, in een kwaad daglicht te stellen kon NRC niet weerstaan.

 

MS

 





Lawfare

Hard National Security Choices

How (and How Not) to Investigate an Armed Conflict: Reflections on Three Recently Released Gaza Reports

By Yishai Schwartz
Wednesday, May 6, 2015 at 2:28 PM

In the last two weeks, three new reports have claimed to offer insight into this past summer’s bloody Gaza conflict. Each has been followed by a stream of articles and commentary as pundits rushed to reinforce their own narratives and preconceptions about how the war in Gaza was fought. The continued interest demonstrates (yet again) the intense global focus on the Israeli-Palestinian conflict. But more importantly, the trio of recent releases offers a case-study in the different ways a military conflict can be retrospectively investigated and analyzed. Each report serves different purposes, relies on different methodologies and offers different levels of credibility. Together they offer an object lesson in what what to do—and what not to do—as we try to increase accountability and humanity in war.

Understanding Israel’s Legal Positions:

The first of the three is “Israeli Targeting: A Legal Appraisal,” a report produced by international law scholars John Merriam and Michael Schmitt and published in the. (A related law journal article, “The Tyranny of Context: Israeli Targeting Practices in Legal Perspective” is also forthcoming in the University of Pennsylvania Journal of International Law). “Israeli Targeting” offers an unprecedented view into the inner workings of official Israeli targeting policy and procedure. Its authors conducted dozens of interviews with Israeli military commanders and legal advisers, and they were given access to the IDF’s Gaza Division Headquarters, Hamas tunnel infrastructure and combat footage of Israeli strikes on rocket launching sites.

Given the nature of their work, Merriam and Schmitt have little to say about any particular strike or military incident. They cannot say whether any individual incident or field commander obeyed the laws of war—or even the army’s directives. But they can (and do) describe and analyze the legal and procedural architecture that should, in the majority of cases, restrict and define the actions of those individual soldiers and commanders. Understood for what it is then, Merriam’s and Schmitt’s analysis of IDF policy is both insightful and useful. It explains the legal and factual background to some of Israel’s more misunderstood policies (e.g. its “knock-on-roof” warning technique.), and offers key insight into how the IDF calculates proportionality. And perhaps most usefully, the authors identify some of the Israeli military’s most controversial legal positions (e.g. that members of “organized armed groups” are targetable by virtue of their status–even when not engaged in “continuous combat function”), contrast them with the positions of the US and ICRC, and explain the nature of the debate.

Nevertheless, merely understanding the legal arguments and formal positions that control Israeli targeting decisions says little about how well such positions are implemented. Implementation, after all, is key: Abu Ghraib was never countenanced by formal American legal positions, but its existence raised questions–about accountability, command and control, and yes, even the official (and defensible) legal positions staked out by the American government. A similar disconnect between policy and practice is possible in any military, and so we must always ask questions of implementation, including about Israel’s conduct in Gaza. Schmitt and Merriam’s analysis of Israel’s legal and policy positions ought reassure us of the good intentions of the upper echelons of the IDF. But these positions do not exist in factual vacuum, and anyone seeking understanding and accountability in the aftermath of a war, must see how these legal positions are applied.

Gathering the Facts:

Last week, we got a limited—but strikingly good—example of how such an investigation ought to begin. UN Secretary General Ban Ki Moon released a summary of a UN Headquarters Board of Inquiry into ten specific events involving UN schools. Few incidents during the Gaza war raised as much international ire as the violence that surrounded United Nations schools. Human rights groups accused the Israeli military of taking insufficient precautions when firing near school serving as emergency shelters, and Israel lambasted local UN authorities for allowing schools to be used to store and fire weapons. The Secretary General ordered a swift fact-finding inquiry, and although the Board’s detailed 207-page report will remain private (at least for now), he released a lengthy summary with detailed conclusions about each of the ten incidents–and suggestions for UN action.

The report is striking—in that it reflects what appears to be a nuanced and objective investigation. (This is a depressing rarity in the world’s most stridently debated conflict.) The inquiry proceeded with a relatively balanced mandate—its narrow scope had an a priori logic (“incident involving UN schools” is a category that makes intuitive sense) and looked at a set of incidents that included potential violations by both sides. It acknowledged ongoing Israeli investigations, both operational and criminal, into the incidents described. And critically, the inquiry was conducted by a professional staff attuned to the difficulties of war (the Board was led by a Dutch general). This foundational legitimacy led to to Israeli cooperation (something denied to other inquiries that Israel views as overtly hostile) which in turn produced a more informed report–and one that enjoyed wide legitimacy among those naturally suspicious of UN investigations of Israel.

But perhaps most crucially, the report also help restore the critical distinction between statements of facts, and claims of responsibility, guilt, and intent. The distinction may seem simple, but in recent years, we have become increasingly accustomed to reports and statements from prominent NGOs and UN investigative bodies that elide fact-gathering with legal interpretation. For too many of these groups, the number of civilian dead is evidence of disproportionate use of force, residences destroyed become proof of policies of indiscriminate fire. This Inquiry summary, by contrast, limits itself to speaking only about the specific incidents it actually investigated, and offers only those conclusions that reasonably follow from the evidence.

For instance, the report concludes that on July 21st, the Maghazi Preparatory Girls “A/B” School was hit by an IDF tank projectile, causing injuries to a man and child sheltering in the school. However, the report does not claim that the strike was unlawful, nor that the tank commander is guilty of a war crime. Instead, it reports that “none of the witnesses who had testified to UNRWA had been aware” of militant activity near the school, while the IDF reported “significant enemy presence in the area around, and apparently also within, the school.” Similarly, the Board concluded that on August 3rd, an Israeli missile struck the road 6 meters from the Rafah Preparatory Boys “A” School injuring close to 30. But it also noted that Israel had locked the missile on a motorcycle carrying members of Islamic Jihad, and that the IDF claimed that by the time it was clear the motorcycle would be so close to the school at the time of impact, it was too late to divert the missile.

Were these strikes justified? Were they tragic mistakes? Or perhaps the products of a lack of due care and improper procedural safeguards? Such determinations can only follow an understanding of the totality of circumstances. But without knowing what enemies were in the vicinity and what string of events led to the issuance of an order, we simply can’t address issues of moral and legal responsibility. Lacking the tools and ability to decide these questions authoritatively, the Board wisely didn’t pretend to do so. Determining what munitions struck a building is a necessary first step, but it is only a first step, in finding out what went wrong (if anything) and whom to hold accountable. If we are seeking responsibility and reform, we can’t only ask who shot what—but why did he shoot? And under what circumstances did he do so?

Into the Minds of Soldiers:

It is with these questions in mind that I opened “This is How We Fought in Gaza,” a collection of short testimonials from 60 soldiers collected by the Israeli organization “Breaking the Silence” and released just a two days ago. First person accounts, after all, offer a rare opportunity to understand how actions appeared to soldiers themselves and the totality of circumstances with which they dealing when they made life and death decisions. A careful series of probing interviews checked against one another and against the physical evidence would have been extremely useful. Unfortunately,“This is How we Fought” provides little of this. It features leading questions, ambiguous answers, and poorly informed guesses from junior soldiers about general army policy.

The first thing that’s missing from the report is context. The testimonies are anonymous and lack date, location or specific unit information. Worse, most of the testimonies are barely over 400 words, and usually give the reader no sense of what objectives are being pursued and what may have happened, or be happening, elsewhere on the battlefield. (Usually, this is because the soldier himself doesn’t know). The second thing that’s missing is corroboration: did other soldiers hear what this soldier claims to have heard? Does his testimony match the physical and recorded evidence from the field? Are claims even made with confidence and internal coherence? In the absence of any of this—it’s near impossible to assess the accuracy or meaning of any given anecdote. This is particularly important in testimonies where soldiers allege conduct that seems troubling, such as when a soldier claims he was instructed to shell a window after seeing a blind twitch, or when another describes firing on two women whom he sees watching them while speaking on cell-phones. What thinking went into these orders? Did it really happens as described? “This is How We Fought” gives us nothing.

At its best moments, the report provides some insight into the general mindset and common practices of soldiers on the battlefield—for instance, soldiers’ descriptions of entering houses by blowing holes in the walls in order to avoid boobytraps, or their profound edginess after discovering an 80-year-old wired with explosives from head to toe. But even then, it is difficult to know how representative any of these feelings actually is. A spokesman for Breaking the Silence insisted that anecdotes were only included when similar stories were repeated by other soldiers and appeared genuinely reflective. Still, the impressions of 60 soldiers who chose to speak to a left-wing NGO known for its vociferous criticism of Israel are hardly representative of the army as a whole.

Reading “This is How we Fought” thus left me asking a question that I didn’t ask when reading either the UN report or Merriam and Schmitt paper. Namely: what is this report for? Certainly it is not trying to provide a representative account of operation Protective Edge, nor attempting an authoritative account of any particular incident. Instead, its mission appears to be primarily political–rather than judicial or factual. By providing a forum for a few dozen soldiers to air some of their most troubling moments, and then by highlighting the most troubling of these (and to be fair, many testimonials are depressing but not really suggestive of malfeasance) in its introduction, the organization aims to add illustrative and emotional weight to its characterization of Israeli policy as “trigger happy.” The goal is thus to increase various sorts of domestic and international (it is not for nothing that resources were spent releasing the report in English)  political pressure on Israel, ideally leading to changes in its diplomatic stance toward the Palestinians and the territories.

No doubt, we will see other organizations follow suit, selecting a handful of the testimonies from “This is How We Fought” in the service of bolstering their pre-existing narratives. But in the absence of any reassurance that its content is representative, accurate or remotely contextualized, a report such as this adds relatively little. And given the value a window into the real-time thinking of combat soldiers might have provided, the lack of such a window is particularly depressing.

This last report’s limitations, however, serve to underscore and explain the successes of the other two. Official policy, such as that studied by Merriam and Schmitt, is made during periods of reflection and codified in formal directives. With the assistance of a military, it is easily identified, and with proper training, it is easily understood. Factual attribution of strikes—such as that conducted by the UN Board of Inquiry—is obviously a much harder task, but when done by professionals, with cooperation from a local military, and in a manageable set of incidents, it offers a powerful first step in providing accountability and possible reforms. Uncovering and evaluating the battlefield judgement of soldiers, however, is a much riskier and more difficult business. For its part, “This is How We Fought” does this poorly–its failures highlighting the importance of context and corroboration. But if done properly, a similar report has the potential to complement the work done by Merriam, Schmitt and the UN Board of Inquiry, together offering a true model for how best to review and evaluate conduct in war, from legal policy to battlefield practice

 

  • About the Author

http://www.jpost.com/Arab-Israeli-Conflict/Does-US-military-law-report-help-IDF-against-alleged-Gaza-war-crimes-399396

 

Does US military law report help IDF with ICC against alleged Gaza war crimes?

The defining issue in the case is whether the UN report will view the IDF’s targeting principles and investigations of its own soldiers as reasonable.

Israeli soldiers cross the Gaza border back to Israel early morning after a combat mission in Gaza. (photo credit:REUTERS)

Share on Facebook Share on Twitter

As June 29, the day when the UN is expected to issue its delayed report on alleged war crimes during the summer war in Gaza approaches, every opinion on the issue could impact how the International Criminal Court treats the issues.

The defining issue, which will likely make or break whether the ICC prosecutor moves from the current preliminary examination to a full criminal investigation is whether it views the IDF’s targeting principles and investigations of its own soldiers as reasonable.

Into this context, the report by leading law of armed conflict expert Michael Schmitt as well as US Army Maj. (and lawyer) John Merriam, which reflects positively on Israel’s targeting principles after getting unprecedented insider access, could have a significant impact.

The report accepts Israel’s central narratives on a range of key issues, which influence the prism of how each potential war crimes incident is perceived, including: focusing on individual incidents versus the raw volume of 2,100 Palestinian civilian deaths, taking into account Israeli civilians feeling uniquely threatened by rocket attacks and their aversion to soldier-casualties since the IDF is a conscript force, taking into account Israelis’ aversion to soldier kidnappings because of past strategic consequences and acknowledging the IDF’s unusually precise intelligence because of its proximity to its adversary.

All of these points color how one views incidents that could be seen as accidental or deliberate mistakes and incidents where intelligence was imperfect, leading to civilian casualties as being legal tragedies in the fog of war or based on overzealousness.

The report also takes the IDF’s side or respectfully disagrees with the IDF, treating it as having a reasonable position on a variety of tactical scenarios where its positions are not accepted by human rights groups and will be in play before the ICC.

It says that Hamas police forces and media can be attacked in certain circumstances, though many human rights critics disagree.

Factories that produce cement supports, which can only be used for stabilizing Hamas tunnels are also considered targetable in the report, though that too is contested.

Other debated positions in the report include targeting the financing apparatus of an adversary’s war-making, with a split between the report’s authors on what level of evidence needs to directly connect an area of financing to a specific attack, but the report clearly gives the IDF room to target some Hamas financing areas.

On the cutting-edge issue of defining some “voluntary human shields” as direct participants in hostilities instead of as civilians, the report endorses the Israeli position as consistent with the US perspective and mentions that the IDF does not declare civilians direct participants simply because they unreasonably ignore warnings (if they are not deliberately being human shields.) Further, the report endorses the IDF’s controversial roof-knocking tactic, in which it fires a non-exploding missile at a roof to scare the civilians out of a building (often after they have ignored telephone warnings) before attacking with a bomb, as “far exceeding” what is legally required.

It calls criticism of this tactic “counter-factual and counter-normative” since the buildings are already “converted” into military targets because Hamas fighters are using them and other warnings did not work.

In certain areas, the report even goes beyond the IDF’s on-record positions. One example is where the IDF would not express an opinion on whether individuals transporting weapons through tunnels from Egypt into Gaza are targetable (as opposed to those moving weapons around within Gaza tunnels or those who are using the weapons), but the report says such persons would be targetable.

On the major point of how much doubt is acceptable regarding intelligence of whether civilians have evacuated an area, the report accepts the IDF’s standard – a key point since in many of the worst incidents, IDF intelligence failed, though the IDF argues the failures were inevitable byproducts of the heat of battle.

Where the report disagrees with the IDF or suggests changes, it is still with respect.

One of the report’s authors says the IDF must use precision weapons to surgically target only that part of multi-floor building where Hamas is present since it has that capability.

The other author and the IDF say the IDF may choose such a conservative strategy out of legitimacy concerns above the law, but can legally target the whole building.

The report also questions why the IDF does not have embedded legal advisers in its forward ground command attack units as the US does and as the IDF does for the air force and at the higher command levels.

It also somewhat questions the degree of aversion to soldier casualties and how much the threat to civilians from rocket attacks should be taken into military necessity calculations when the Iron Dome air defense system protected Israeli civilians almost perfectly.

But it does not declare these issues violations.

Maybe the key line in the report is a rejection of some criticism of the IDF because the alternative position would “quite simply be illogical in light of the reality of the conflicts Israel faces.”

Human rights critics tend to downplay at least some aspects of the IDF’s realities in fighting Hamas with answers such as that it is not their job to figure out how to fight Hamas, only how to protect civilians.

If the ICC takes the same approach, then the IDF may be in deep trouble, especially if it does not file indictments in some of the incidents where multiple Palestinian civilians (some in the dozens) died.

But if the ICC takes or is influenced by the Schmitt approach, an approach which gained far greater access to the IDF than the IDF’s critics have had, it will be hard to justify getting more deeply involved in the Israeli-Palestinian conflict.

In any event, the Schmitt report could further shift US legal opinion in the IDF’s favor, which will impact whether the ICC wants to gamble on such an explosive area.

The fact that the report happened shows the positive potential impacts when the IDF lifts its veil of secrecy.

 

donderdag 7 mei 2015

fruit uit Israel gegarandeerd rijp

Nieuwe techniek om fruit te keuren

 

Een doorlichtingsapparaat toont de rijpheid en gaafheid van fruit. Zo kan het apparaat meten hoeveel vet een avocado bevat, maar ook de hoeveelheid suiker, eiwitten, koolhydraten in fruit. Bovendien wordt er informatie gegeven over ziekten of schimmels als aspergillus niger in het fruit via een techniek die spectral imaging heet. Ook kan zo voorkomen worden dat een slechte vrucht de rest van de vruchten aantast. Vroeger probeerde men via steekproeven in enkele vruchten te bekijken of een zending voldeed aan de eisen, maar nu wordt iedere vrucht voor verpakking onderzocht door middel van de nieuwe methode. Per uur wordt op deze manier 5 ton aan vruchten onderzocht.

De firma Eshet Eilon in kibboets Eilon ontwikkelde deze methode in samenwerking met  Israel`s Agricural Research Organization (Volcani Institute) op basis van onderzoek door professor Zeev Schmilovitch. De kibboets is gespecialiseerd in veel technieken om groenten en fruit van goede kwaliteit te garanderen en heeft over de hele wereld klanten. Zo draagt Israel bij  in de voorziening van goed en kwalitatief hoog  voedsel wereldwijd.

 

Maar ook de kennis op het gebied van water wordt gedeeld. Brazilie kampt al een tijd lang met enorm watergebrek, waarbij diverse factoren samenkomen: Er is een toenemend gebrek aan water door droogte en er is een enorme toename van waterverbruik. Door de droogte  verschroeit het land en verdorren oogsten. Een maand geleden stuurde Israel 13 bedrijven, die in watertechnologie gespecialiseerd zijn, naar Brazilie in een “water delegatie” om dit gebrek aan water aan te pakken. In Rio de Janeiro en Sao Paulo werken Israel New Tech en Israel Export Institute samen. Het Israel New Tech is een poot van het ministerie van infrastructuur, handel en werk en het werkt via het principe dat Israels water en vernieuwende energie sector een oplossing kunnen vinden voor de toenemende wereldwijde vraag naar water en energie. In de waterdelegatie zit onder andere Mekorot. Dit laatste bedrijf wilde samen met Vitens Nederland  nieuwe watertechnologie toepassen, maar de alwijze BDS-beweging in Nederland besloot dat Mekorot besmet was, omdat het ook water levert aan de Palestijnen (waarschijnlijk zien de o, zo hoogstaande Nederlandse NGO`s liever watergebrek in Palestina dan hulp vanuit Israel!) Daardoor werden de overeenkomsten met Mekorot opgezegd en valt Vitens nu uit de boot wereldwijd.

Ook op het gebied van melkboerderijen biedt Israel hulp aan het buitenland. In India helpt het deze boerderijen de melkproductie te verhogen. Bovendien heeft Israel voor Burundi een zonneenergieplant voor 60.000 huishoudens gebouwd en helpt het samen met Canada aan de training van boeren in  Ukraine .

Wereldwijd wordt Israelische kennis ingezet om voedselvoorraaden te verhogen en levensomstandigheden te verbeteren.

MS

 

woensdag 6 mei 2015

onderzoek naar Gaza-oorlogshandelingen van de Nederlander Cammaert voltooid

Rapport is niet openbaar

 

Al tijdens de Gaza-oorlog werden er zogenaamde onderzoeken naar Israelische oorlogsmisdaden naar buiten gebracht. Amnesty International wist alles al voordat de oorlog over was, laat staan dat er gedegen onderzoek mogelijk was geweest. Israel had volgens Amnesty oorlogsmisdaden gepleegd. Veel later bracht Amnesty weer een rapport uit, maar gedegen onderzoek deed Amnesty niet.  Er werden direct na de oorlog een aantal onderzoeken aangekondigd, voornamelijk naar het handelen van Israel. De UNHCR maakte het helemaal bont door het handelen van Hamas helemaal uit te sluiten in zijn opdracht aan een commissie om onderzoek te doen. De leider van die missie, Schabas , bleek financiele, juridische banden met Abbas te hebben en na wat commotie daarover trad Schabas terug. Overigens niet omdat dat het enige juiste was daar  hij bij een van de partijen betrokken was, maar alleen dus vanwege de commotie. Hij bleef zichzelf geschikt vinden voor zijn functie in de commissie. Deze commissie naar oorlogsmisdaden van Israel komt waarschijnlijk in juni met haar rapport, want de datum van 23 maart werd niet gehaald door het schandaal rond Schabas. Israel weigert medewerking vanwege de eenzijdige opdracht en vanwege Schabas.

Een ander onderzoek werd aangekondigd door Ban Ki-Moon zelf en dat onderzoek betrof aanvallen op VN-faciliteiten, voornamelijk scholen. Dit onderzoek zou worden gedaan onder leiding van de Nederlander Patrick Cammaert, een gepensioneerde Nederlandse generaal en voormalig commandant van een VN missie in Congo. Aan dit onderzoek zegde Israel medewerking toe. Het onderzoek van 207 pagina`s  blijkt nu voltooid en er is slechts een samenvatting naar buiten gekomen omdat het als een prive onderzoek beschouwd wordt. Het voordeel van dit onderzoek is wel dat een generaal met ervaring de leiding had. Het heeft geen juridische implicaties, waardoor juridicering ook niet plaatsvindt. Een generaal heeft daarentegen waarschijnlijk meer verstand van oorlogsrecht en omstandigheden en kan situaties beter inschatten.

De commissie vond zowel aan Israelische als aan Hamas kant fouten. Het onder vuur nemen van 7 VN-scholen, waarbij 44 Palestijnen de dood vonden, door Israel wordt veroordeeld, maar ook het verbergen door Hamas van wapens in VN-scholen wordt veroordeeld. Bovendien bevestigt het onderzoek dat Hamas vanuit VN-faciliteiten schoot. Verder werd gevonden dat Israel niet altijd van te voren waarschuwde voor een aanval.  Er zijn 10 incidenten onderzocht.. Voor zover bekend spreekt het rapport wel over fouten, maar niet over oorlogsmisdaden. De Israelische regering heeft naar alle genoemde incidenten zelf onderzoek ingesteld en waar nodig, dissiplinaire maatregelen genomen. Ban heeft een groep senior managers aangesteld om de aanbevelingen van het rapport verder uit te werken.

 

MS