zaterdag 27 februari 2016

Weinig academisch aan petitie boycot Israel (IMO)

 

 

De Al-Quds universiteit in Oost Jeruzalem werkt wel nog samen met Israelische universiteiten.

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/02/27/academisch-aan-petitie-boycot-israel/

 

= IMO Blog = 

Onlangs schreef ik al over het pro-Palestina activisme aan de UvA en meer in het bijzonder IMSTAR, een organisatie die  oorspronkelijk bedoeld was voor het steunen van vluchtelingen maar zich sinds 2011 uitsluitend bezig houdt met de Palestijnen. Onlangs is het clubje SRP (‘Studenten voor Rechtvaardigheid in Palestina’) van de VU een petitie gestart waarin men hogescholen en universiteiten oproept tot een academische boycot van Israel. De drogredenen zijn inmiddels wel bekend.

Men begint met de algemene stelling dat ‘Israel de Palestijnen al decennia hun fundamentele rechten op vrijheid, gelijkheid en zelfbeschikking ontzegt door middel van etnische zuivering, kolonisatie, discriminatie en militaire bezetting’, om van daaruit meteen Nederland en het Nederlandse hoger onderwijs van medeplichtigheid hierin te betichten, omdat men ‘Israëlische Hoger Onderwijsinstellingen faciliteert door nauwe, uitgebreide en bevoorrechte banden met hen te onderhouden’. Daarna volgt de idiote bewering dat ‘Israëlische docenten en studenten die kritiek hebben op het beleid van de Israëlische staat of de academische boycot van Israëlische instituties steunen dit doen onder bedreiging van sancties’. Ik kan mij overigens wel voorstellen dat universiteiten niet blij zijn met medewerkers of studenten die oproepen tot een boycot van diezelfde universiteit; de vraag dient zich aan waarom ze daar zelf niet mee beginnen, in plaats van wel gebruik te maken van de voordelen om vervolgens het geleerde tegen de universiteit te gebruiken.

Het meest onzinnige aan deze boycot en beweringen is natuurlijk dat zo’n 20% van de studenten aan Israelische universiteiten zelf Arabisch is, evenals een deel van de docenten, en kritiek op Israel er bepaald niet wordt geschuwd. Op het Technion in Haifa is zelfs een derde van de studenten Arabisch. Veel docenten, vooral van sociale studies, zijn links en fel tegen de bezetting. Aan Israelische universiteiten worden Palestijnse artsen, tandartsen, ingenieurs etc. opgeleid, waarvan sommige in de Palestijnse gebieden werkzaam zijn.

De beweringen over etnische zuivering en ontzegging van het recht op vrijheid, gelijkheid en zelfbeschikking is gratuit en (grotendeels) onjuist. Etnische zuivering betekent het massaal uitmoorden en/of verdrijven van een bevolkingsgroep uit een bepaald gebied. Er zijn echter alleen maar meer Palestijnen bij gekomen. Het aantal Palestijnen dat jaarlijks wordt gedood ten gevolge van het conflict (vaak na eerst zelf aangevallen te hebben of een aanval voor te bereiden) loopt van enkele tientallen in rustige jaren tot duizend of meer als er een oorlog is geweest zoals in 2014 in Gaza. Dit laatste is tragisch en daar zaten ook redelijk veel burgers bij, maar het is volkomen absurd dit een vorm van etnische zuivering te noemen. In vergelijking met tientallen andere langlopende conflicten in de wereld zijn de slachtoffers in het Israelisch-Palestijns conflict, en de begane wreedheden daarin, zeer bescheiden. Als dit reden is tot een boycot, dan moeten we een groot deel van de wereld boycotten vanwege bezettingen, mensenrechtenschendingen, oorlog en geweld en rechteloosheid van bepaalde bevolkingsgroepen.

Hier wordt altijd tegenin gebracht dat dat flauw is omdat je dan niks kunt doen (er is immers altijd wel ergens nog groter onrecht te vinden dat dan voor zou moeten gaan), maar dat is onzin. Het is logisch en rechtvaardig om landen die eenduidig en op grote schaal andere volken onderdrukken en andere landen zonder geldige reden aanvallen, te boycotten voordat je een land gaat boycotten dat dit niet of op veel bescheidener schaal en ook voor een flink deel uit zelfverdediging doet. Als je je voorstaat op begrippen als rechtvaardigheid en gelijkheid, dan is dit een valide punt waar je je tegen moet kunnen verdedigen, en dat je niet af kunt doen als flauwiteit van de pro-Israel scene. Daarbij maken juist de Palestijnse Autoriteit, Hamas en veel Arabische landen zich schuldig aan mensenrechtenschendingen: geweld tegen burgers wordt openlijk aangemoedigd, critici worden lastig gevallen en gevangen gezet, het ontbreekt aan basale burger- en vrouwenrechten. Het is vreemd en onlogisch om je pijlen te richten op Israel en de mensenrechten-schendingen en het geweld van haar vijanden te negeren. Veel activisten van BDS blijken banden te hebben met pro-Hamas organisaties en zelf sympathieën te hebben voor Hamas. Of dit geldt voor de leden en activisten van SRP weet ik niet, maar de kans is reëel. Men steunt vaak de Palestijnse strijd kritiekloos, getuige ook bijvoorbeeld de komst van oud terroriste Leila Khaled naar Nederland niet lang geleden, een event dat mede door SRP werd ondersteund.

Men roept voorts op de BDS beweging van de Palestijnen te steunen en verwijst naar de oproep daartoe van meer dan 70 Palestijnse instellingen, waaronder de Palestijnse Federatie van Vakbonden van Universiteitsdocenten. Ook moeten Palestijnse academische instituties worden gesteund zonder van hen te verlangen met hun Israelische tegenhangers samen te werken. Vergeten wordt hierbij dat die samenwerking juist ook de Palestijnse instituties zeer ten goede komt. Daarbij is de uitwisseling van kennis en ideeën essentieel in de academische wereld. Wanneer Israel daarvan uitgesloten zou worden, zou op grond van gelijkheid, rechtvaardigheid en proportionaliteit een groot deel van de wereld moeten worden uitgesloten.

Discriminatie, en samenwerking tussen leger, onderwijs en industrie kom je vrijwel overal tegen, en aan schendingen van mensenrechten maken grote delen van de wereld zich schuldig, inclusief de VS, China, Rusland, Europese landen en niet in de laatste plaats de Arabische staten. Sluit je Israel uit en de gehele Arabische wereld niet, dan hanteer je dubbele maatstaven en maak je je schuldig aan discriminatie. Het zou bizar zijn als de wetenschap met de Arabische landen samenwerkt en het zoveel vrijere Israel, met zijn hoogstaande technologie en medische wetenschap, zou boycotten. Bovendien is de vraag in hoeverre wetenschap zich met politieke issues moet inlaten. Er zijn gevallen waar dat misschien wenselijk of noodzakelijk is, maar dat zijn uitzonderlijke situaties.

Daarbij past het een universiteit en de wetenschap om niet klakkeloos achter een oproep aan te lopen, maar deze kritisch te onderzoeken. Het artikel in Ad Valvas over de petitie was opvallend kritiekloos en oppervlakkig. Het was geschreven door Peter Breedveld, die op zijn blog al jarenlang partij koos voor de Palestijnen, of eigenlijk doet vooral zijn partner Hassnae Bouazza dat, en iedere kritiek daarop werd onmiddellijk betiteld als karaktermoord en racisme, en pogingen om hem en zijn geliefde Hassnae monddood te maken.

Volgens SRP staat BDS voor ‘vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid voor het Palestijnse volk’. Het staat echter evenzeer voor onrechtvaardigheid tegenover Israel en de Joden. Men bepleit geen tweestatenoplossing, geen compromis, geen vrede. Men bepleit 100% inwilliging van de Palestijnse eisen, waardoor er voor Israel geen plek meer zal zijn. Dat heeft weinig met rechtvaardigheid te maken.

Een algehele boycot is een uiterste middel. Zelfs wanneer je van mening bent dat Israel hoofdschuldig is in het conflict en de Palestijnen groot onrecht aandoet, is het de vraag of je een boycot moet steunen. Het gooit de deuren dicht en daarmee de mogelijkheid via dialoog zaken te veranderen. Het is onrechtvaardig naar al diegenen in een land die niet aan het onrecht deelnemen en hier zelf ook niet achter staan. En het schaadt ook de bevolking waar het juist om te doen was. Daarom zijn veel Palestijnen ook alleen in naam voor een boycot. Ondertussen profiteren zij van een goed salaris (het dubbele van wat men in Palestijns gebied voor hetzelfde werk verdient) in Israel of de nederzettingen, van de veel betere Israelische medische zorg (Israel behandelt jaarlijks vele duizenden Palestijnen in haar ziekenhuizen), van Israelische technologie op het gebied van water en landbouw, Israelische universiteiten en op tal van andere gebieden. En BDS is zoals gezegd niet voor vrede maar voor een einde aan Israel. Palestijnse en internationale leiders van de BDS beweging hebben dat expliciet gezegd. Daarom zijn veel mensen die fel tegen de bezetting zijn, geen voorstander van BDS.

Tot slot: BDSers verwijzen graag naar de strijd tegen het Apartheidsregime in Zuid-Afrika, waarbij de internationale boycot een grote rol speelde. Israel is echter niet te vergelijken met het Zuid-Afrika onder Apartheid. Zoals gezegd studeren er veel Arabieren en Palestijnen, zijn zij in Israel werkzaam, ook op hoge functies, er zijn geen rassenwetten, Arabieren mogen stemmen en gekozen worden, etc. Er is wel discriminatie en er is ook racisme, zoals in ieder land (niet in de laatste plaats de Arabische Golfstaten, waar Oost-Aziaten soms als moderne slaven worden gehouden zonder enige rechten). Als er al sprake zou zijn van Apartheid dan geldt dat eerder voor de Palestijnen zelf: op de verkoop van grond aan Joden staat de doodstraf, Joden mogen niet studeren aan Palestijnse universiteiten en zelfs Joodse pro-Palestijnse activisten klaagden in het verleden dat zij niet binnen mochten bij lezingen. Racisme, in het bijzonder Jodenhaat, is zeer wijd verbreid onder Palestijnen. Dus misschien is BDS wel een beetje een boemerang: als je je erin gaat verdiepen blijken er meer redenen om de Palestijnen te boycotten dan Israel. Dat kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn geweest.

Gelukkig werken veel Israelische organisaties graag samen met Palestijnse; wanneer dat niet het geval is, is dat meestal uit protest van Palestijnse kant. Zo is een paar jaar geleden een project voor waterzuivering van de zwaar bevuilde Kidron beek in Oost Jeruzalem stopgezet (Royal Haskoning zou daaraan meewerken), toen de samenwerking daarin tussen Israel en lokale Palestijnen (die zeer onder de vervuiling te lijden hadden) te zeer in de spotlights kwam. Zo gaat het vaak: Palestijnen werken graag samen met Israel, zolang dit low profile gebeurt. In het openbaar kan men ondertussen lekker tegen Israel tekeer gaan en zo de schijn vermijden een collaborateur te zijn. Daar staat namelijk de doodstraf op.

In plaats van een boycot lijkt het me zinvol dat Nederlandse universiteiten met zowel Israelische als Palestijnse universiteiten en wetenschappelijke instituten samenwerken, en ook de wederzijdse samenwerking tussen beide bevorderen. Door elkaar te leren kennen en van elkaar te leren komt men hopelijk dichter tot elkaar, en daarmee een stapje dichter bij vrede.

Ratna Pelle

 

vrijdag 26 februari 2016

Moedige vrouwen durven te fietsen in Gaza

 

Fietsen door vrouwen is niet strict verboden, maar druist in Gaza wel in tegen de ongeschreven regels over hoe een vrouw zich hoort te gedragen en wat ze wel en niet mag doen. Het wordt door veel Palestijnen afgekeurd.

 

Many Palestinians frown at the idea of women bicycling in public because men might inappropriately leer at their legs moving up and down or ogle their bottoms. Female cyclists are a fairly unusual sight throughout the Arab world, though women participate in group rides in Cairo and Amman, and in Beirut, women pedal rented bikes on the Corniche, the pedestrian strip along the Mediterranean.

Atef Abu Saif, a Gaza-based writer, said that until the mid-1980s, “it used to be normal” to see women riding bikes in Gaza. “They did it for pleasure and fun, by the sea,” he said.

 

Jonge meisjes mogen nog wel fietsen, tot ze in de pubertijd komen. De vrouwen die nu hun angst overwonnen en het risico namen hiermee in de problemen te komen, kenden fietsen vooral als kind. Het is diep triest dat bijna alle vrouwen er daarna mee stoppen, omdat het niet past in het middeleeuwse vrouwbeeld van de meeste mannen in Gaza. Ik hoop dat veel vrouwen een voorbeeld nemen aan deze moedige vrouwen.

 

“Riding a bike makes you feel like you are flying,” Ms. Suleiman said. Ms. Salibi echoed that sentiment, saying, “I feel free.”

 

RP

-------------

 

In Gaza, Bicycles Are a Battleground for Women Who Dare to Ride

 

Amna Suleiman and her friend Asala taking a break from cycling in the northern Gaza Strip on Friday. They are among the first women in years to pedal publicly in Gaza, where an unwritten rule bars women past puberty from cycling. CreditWissam Nassar for The New York Times

 

 

SALAHUDDIN ROAD, Gaza Strip — The four women pedaling bicycles with jammed gears and wobbly chains up Salahuddin Road, Gaza’s bumpy main highway, on a recent morning caused quite a stir.

The driver of a three-wheeled tuk-tuk slowed down and a teenager on a horse-drawn cart sped up to match the women’s pace. A jeep filled with Hamas gunmen beeped and cheered as it passed, and a pack of men on motorbikes left a wake of catcalls. The sight of women on two wheels was so unusual that Alaa, 11, who was grazing sheep on the grassy median, assumed they were foreigners and shouted out his limited English vocabulary: “Hello! One, two, three!”

The women ignored the hubbub as they pedaled from Jabalia, a crammed cinder-block town in Gaza’s north, to the Hamas checkpoint before the heavily restricted border crossing into Israel. They dumped their bikes in a nearby olive grove and sat down for a picnic of cheese sandwiches.

Amna Suleiman, 33, the little cycling club’s leader, offered some wisdom to the other riders, a decade her junior. “Listen, girls, there’s nothing left in my orchard except firewood,” Ms. Suleiman said, using a Palestinian saying for being a spinster. “But you are young. I want you, when you get married, to make riding your bikes a condition of marriage.”

Ms. Suleiman, center, and other women with their bikes in Gaza on Friday. CreditWissam Nassar for The New York Times

 

The younger women erupted in laughter at the suggestion. “He’ll give me a beating!” exclaimed Asala, 21, who spoke on the condition her last name not be used.

The women, who began riding together in December, are the first in years to pedal publicly in Gaza, where the nearly decade-long rule of the Islamist Hamas movement has been accompanied by various initiatives to restrict the modest efforts of women hoping to practice sports.

Hamas barred women from running in a Gaza marathon in 2013, leading to its cancellation, and once tried to prohibit women from riding behind men on motorbikes. Female athletes practice in closed stadiums. Gyms are either single sex or have strict hourly divisions by gender.

In 2010, a Gaza journalist, Asmaa al-Ghoul, was spit at and threatened when she and three friends who were foreigners biked about 15 miles from Gaza’s southern tip to Gaza City in protest of the unwritten rule barring women past puberty from cycling.

Ahmad Muheisin, assistant undersecretary in Gaza’s youth and sports ministry office, said that women riding in public represented a “violation” of Gaza values, but that he would not try to stop them unless religious leaders addressed the matter with a fatwa.

Many Palestinians frown at the idea of women bicycling in public because men might inappropriately leer at their legs moving up and down or ogle their bottoms. Female cyclists are a fairly unusual sight throughout the Arab world, though women participate in group rides in Cairo and Amman, and in Beirut, women pedal rented bikes on the Corniche, the pedestrian strip along the Mediterranean.

Atef Abu Saif, a Gaza-based writer, said that until the mid-1980s, “it used to be normal” to see women riding bikes in Gaza. “They did it for pleasure and fun, by the sea,” he said.

That was before Ms. Suleiman moved to Gaza, as a teenager in the 1990s, but she had cycled as a child in Damascus, Syria.

Her riding revival began with a bet: She and two girlfriends created a competition to see who could lose the most weight in two weeks. Ms. Suleiman, who also swims and plays the keyboard, shed 11 pounds by cutting out bread, rice and pasta, and collected $75.

“It was like ‘The Biggest Loser,’ but the Amna version,” she said.

She decided to buy a bicycle, figuring it would help her keep losing weight. And, she said, “I wanted to remind myself of my childhood, which was without problems,” recalling that she would sneak off with her neighbor’s bicycle for forays around their Damascus enclave.

At first she rode in Gaza only around her own neighborhood at dawn, when few would see her. She encouraged her friend Sara Salibi, 24, whose teenage brother taught her how to ride, also at dawn. The women shared a similar defiance against Gaza’s limited expectations of women, although they are otherwise quite different.

Ms. Salibi smokes, though only in private; reads Milan Kundera, the Czech author; and hums tunes from Jimmy Fallon’s television show. “I like to dance, but I don’t know how to dance,” she said. “I want to learn how to dance.”

For the daring adventure up Salahuddin Road on Friday, Ms. Salibi wore a 1970s-style blue-and-black track suit, her hair poking out from a wool hat she had halfheartedly pushed on her head. In contrast, Ms. Suleiman, who teaches the Quran to children and volunteers in an orphanage, dressed modestly in a red Islamic head scarf, long red coat, wide black pants and spotted red socks.

“Riding a bike makes you feel like you are flying,” Ms. Suleiman said. Ms. Salibi echoed that sentiment, saying, “I feel free.”

They were accompanied on Friday by Ms. Salibi’s 21-year-old sister, Nour, and her friend Asala, whose brown head scarf matched her Converse sneakers.

The group cycled past a building whose facade included gaping holes covered with plastic, still unrepaired from the 2014 war between Gaza militants and Israel. The women wobbled past empty lots piled with rubble that indicated where a bombed building once stood.

Nearby, a fighter in the militant group Islamic Jihad who was waiting for a friend described the women as “detestable and ugly.”

“The role of our women is to obey their husbands and prepare food for them inside the house, not to imitate men and ride bikes in the streets,” said the man, 33, who refused to give his name but echoed the view of many Gaza men interviewed, and of multiple comments on social networks, after news of the cycling group reached the Palestinian news media.

A distinct minority approved, including Abdul Salam Hussein, 53, who was sitting near a cement factory. “So what if a woman rides a bike?” he exclaimed. “People have reached the moon already!”

Haniya Hamad, 51, a mother of nine, watched the women in Gaza from her vantage point on the back of a horse-drawn cart clopping down the road. Pointing at one of her young daughters, Ms. Hamad said, proudly: “She rides a bike, too. She takes it from her brother.”

But Ms. Hamad had told her daughter she could not keep riding as she grew, lest it invite gossip and scorn. Now the girl wore a wide grin.

“When she saw them,” Ms. Hamad said, “she said, ‘Mama: Look, there are women who are riding bikes!’ ”

Anne Barnard contributed reporting from Beirut, Lebanon, and Rana F. Sweis from Amman, Jordan.

 

woensdag 24 februari 2016

Reactie van Marcel Gelauff (NOS Nieuws) op open brief

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/02/24/reactie-marcel-gelauff-nos-nieuws-op-open-brief/

Reactie op: Open brief aan Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws


Beste Ratna Pelle,

Dank voor uw open brief.

Er is geen onderwerp dat zoveel emotie en zoveel (tegengestelde) reacties oproept als berichtgeving over Israël en de Palestijnen. Dat is niet een recent verschijnsel, dat is al vele jaren zo en al die jaren komt de kritiek ook steeds weer van beide kanten. Tegen die achtergrond ben ik niet verbaasd over uw brief. Ik zie er ook geen nieuwe gezichtspunten in: u verwijt ons onjuiste en eenzijdige berichtgeving. Ten nadele van Israël in uw geval. Toch wil ik graag reageren, uiteenzetten wat onze beweegredenen zijn bij onze dagelijkse journalistieke keuzes en ik maak een enkele kritische opmerking in uw richting.

Laat ik beginnen met de kern van onze benadering. De redactie van NOS Nieuws is onafhankelijk en heeft – voortvloeiend uit de mediawet – de opdracht nieuwsprogramma’s te maken. We doen dat 24 uur per dag op Radio, Tv en Online.

Het belangrijkste criterium bij de selectie van onze onderwerpen is relevantie voor ons brede publiek. Als publieke omroep maken we nieuwsprogramma`s voor iedereen en kiezen we de onderwerpen die wij het meest relevant of belangrijk voor ons publiek achten. Die onderwerpen proberen we in context te plaatsen en van duiding en achtergronden te voorzien.

Het is daarbij logisch en onvermijdelijk dat we eerder en meer aandacht besteden aan nieuwsgebeurtenissen die zich dichtbij of in Nederland afspelen dan die verder weg plaatsvinden. Ons publiek zit in Nederland, niet in China of het Midden Oosten. Buitenland (en ons correspondentennetwerk) is een van de pijlers van NOS Nieuws en we zien Israël als een belangrijk onderwerp, maar dat betekent niet dat elke gebeurtenis of elk incident in Israël hier het nieuws haalt of zou moeten halen.

Onze journalistieke selectie van het nieuws over Israël wordt altijd bepaald door relevantie voor ons publiek maar ook door het overige nieuws. Iets wat vandaag nieuws is of een kort bericht, komt misschien morgen helemaal niet aan de orde door ander aanbod of juist uitgebreid, omdat we een achtergrond willen schetsen. Als nieuwsredactie doen we niet aan permanente gedetailleerde geschiedschrijving, waarbij alle betrokkenen letterlijk evenveel aandacht krijgen. We zijn op de allereerste plaats een nieuwsorganisatie.

Als Israël bombardeert in Gaza dan laten we die bombardementen zien, als er (grote) aanslagen zijn in Israël dan laten we die zien. Als Israël blijft bouwen op de Westelijke Jordaanoever berichten we daar zo nu en dan over, niet omdat we er voor of tegen zijn, maar omdat er vaak discussie over is.

Natuurlijk kan men discussiëren over onze keuzes of over fouten die we maken, maar ik hecht eraan om bovenstaande uitgangspunten te benadrukken.

U wijst op onze berichtgeving over de incidenten van de afgelopen maanden. Dat zij teveel gericht zou zijn op de ‘machteloze’ Palestijnen. Dat wij ze in de beeldvorming als het ware slachtoffers maken bij de aanvallen met messen.

Ik herken dat niet. Het is in elk geval niet ons doel. We maken een selectie vanuit nieuwswaarde. Dat een aantal mensen is doodgeschoten, wordt dan snel het zwaarst wegende nieuws.

Wij realiseren ons natuurlijk dat als we in elk bericht de Israëlische reactie het belangrijkste nieuws vinden op den duur onvoldoende aandacht voor het ontstaan van deze geweldsincidenten kan ontstaan. Dat vindt u ook in onze berichtgeving terug. We noemen de oorzaak, de aanslagen, wel degelijk, tot in de bijbehorende koppen:

http://nos.nl/artikel/2077264-politie-israel-schiet-gewapende-palestijn-dood.html

http://nos.nl/artikel/2082802-israel-doodt-twee-palestijnen-na-aanval-met-messen.html

http://nos.nl/artikel/2082274-palestijns-meisje-doodgeschoten-na-aanval.html

 

Voor zover u zou blijven beweren dat wij over deze incidenten standaard primair berichten vanuit de Israëlische reactie (“ Israël schiet Palestijn dood”), wijs ik u erop dat de Palestijnse aanvallen evenzeer benoemd worden, getuige deze voorbeelden/koppen:

http://nos.nl/artikel/2062101-weer-steekpartijen-in-israel.html

http://nos.nl/video/2062032-opnieuw-steekpartijen-in-israel.html

 

Overigens, volgens de laatste tellingen zijn de afgelopen maanden 165 Palestijnen en 27 Israëliërs om het leven gekomen. Het lijkt me onvermijdelijk dat in de berichtgeving doorklinkt dat er aan Palestijnse kant meer doden zijn. Ik kan best met u meegaan dat de Palestijnen vaak de rol van underdog krijgen of aannemen, maar dat kan niet betekenen dat wij negeren wat feitelijk gebeurt.

Dan wil ik op een paar opmerkingen van u nader ingaan, omdat ze m.i. illustreren dat u eigenlijk van ons vraagt (is mijn stellige indruk) dat de NOS vanuit uw perspectief, vanuit Israëlische perspectief, bericht.

U citeert een zin uit een bericht van de NOS over een geweldsincident:

,,Volgens een mensenrechtenorganisatie heeft Israël vorig jaar 1800 huizen op de Westoever gebouwd voor Joodse kolonisten. De internationale gemeenschap is fel tegen deze uitbreidingsprojecten.”

En u stelt de vraag wat het terzake doet. Veel is mijn antwoord. Het geeft context aan het bericht. Zeker, het is niet positief voor Israël maar het zegt iets over de achtergrond van de tegenstelling tussen Israël en Palestijnen. Relevant dus.

Een andere opmerking van u gaat over een alinea van onze correspondent. Zij merkte op:

,,Weer is een Palestijnse verdachte van een terreuraanslag gedood. Joodse verdachten worden opgepakt en berecht. Huizen van Palestijnse terroristen worden met de grond gelijk gemaakt. Huizen van Joodse terroristen niet. Meten met twee maten? Ja, zeggen sommigen: Palestijnse levens zijn minder waard in Israël. Nee, zeggen anderen: de Joodse staat moet juist Joodse levens beschermen.”

U schrijft vervolgens:

Het is een valse en onterechte vergelijking. De Israëli’s doden Palestijnse/Arabische daders (als je zojuist verschillende mensen hebt neergestoken ben je geen verdachte maar een dader) om meer slachtoffers te voorkomen en wanneer zij op het leger of de politie schieten. Joodse extremisten doen dat doorgaans niet en kunnen dus makkelijker worden gearresteerd.

Vals en onterecht? Feitelijk, evenwichtig en relevant is mijn gevoel. We zeggen letterlijk hoe er met Joodse en met Palestijnse verdachten wordt omgegaan en we zeggen letterlijk dat er verschillende, tegengestelde waarderingen van bestaan. Dat spreekt u ook niet tegen valt mij op.

Overigens: in een rechtstaat is men verdachte tot de rechter heeft geoordeeld.

U zegt:

Ik wil u met klem verzoeken om zorgvuldiger en minder bevooroordeeld te berichten over dit gecompliceerde conflict.

Ik vind dit een gemakzuchtig en tendentieus verwijt, een doorzichtig frame, dat ik verre van mij werp. U hoeft het niet met onze keuzes eens te zijn, maar dat of fouten maken is heel wat anders dan onzorgvuldig en bevoordeeld ons werk doen.

Dan wil ik u nog wijzen op deze beschouwing van de Ombudsman van de NRC, Sjoerd de Jong, van enkele dagen geleden.

http://www.nrc.nl/nieuws/2016/02/20/schandalig-een-kop-die-niet-het-hele-verhaal-vert-1590087

 

Ik herken hier veel in. Ik denk dat het laat zien dat op allerlei redacties veel wordt nagedacht, gewikt en gewogen als het om Israël en de Palestijnen gaat. Wij hebben geen enkel belang om eenzijdig over Israël of de Palestijnen te berichten. Integendeel. Ons belang is juist recht doen aan het nieuws zoals dat tot ons komt en het te voorzien van duiding en achtergronden. Dat mag u van de journalistiek verwachten.

Wat u niet hoeft te verwachten is dat wij bij herhaling en vooropgezet zullen kiezen voor uw perspectief van het conflict. We zullen altijd vanuit onze taak als nieuwsorganisatie kiezen. Simpeler gezegd: de boodschapper de boodschap verwijten, heeft niet zoveel zin.

Mede tegen deze achtergrond ervaar ik uw waarschuwing dat onze berichtgeving zou leiden tot “kwalijke gevolgen” – namelijk tot woede tegen Israel en dus ook Joden in Nederland – als misplaatst en onheus, omdat u ons daarmee impliciet verantwoordelijk maakt voor abjecte vormen van haat en racisme, in welke hoedanigheid dan ook.

Ik zie en aanvaard uiteraard dat wij als redactie een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben voor wat wij uitzenden, maar dit kan ik niet accepteren.

Ik hoop dat ik u zo wat meer inzicht in onze afwegingen heb gegeven.

Marcel Gelauff
Hoofdredacteur NOS Nieuws

 

Het Palestina Komitee en de angst voor de Palestijnse staat

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/02/22/palestina-komitee-en-angst-palestijnse-staat/

Chaya Brasz*   

 

Voorzitter Robert Soeterik van het Palestina Komitee reageerde (Trouw 18/2) op mijn stelling dat ook Palestijnen recht hebben op duidelijkheid (Trouw 12/2). In zijn stuk komt het woordje ‘recht’ twaalf keer en het woordje ‘vrede’ helemaal niet voor. Hij komt op voor de rechten van het Palestijnse volk. Mijn situatie is anders. Ik woon in dit gebied en wil een oplossing van het conflict. Voor iedereen. Bij gebrek aan onderhandelingen verdient het plan van de Israëlische Arbeiderspartij om zelf voorlopig een grens tussen Israël en het toekomstige Palestina te trekken, aanmoediging. We weten uit eerdere onderhandelingen ongeveer waar die grens komt. Een grens beëindigt de verdere uitbreiding van nederzettingen in Palestijns gebied en Palestijnen hoeven niet langer in angst te leven nog meer land te verliezen. Dat baant hopelijk de weg naar onderhandelingen. Mijn stelling was dat behalve het nederzettingenbeleid, ook het vluchtelingenprobleem van tafel moet. Het is hypocriet om Palestijnen in de waan te laten, dat massale ‘terugkeer’ naar Israël mogelijk zal zijn.

Robert Soeterik stelt dat het ‘recht op duidelijkheid’ het enige recht is, dat ik de Palestijnen gun. Volgens hem geeft dat “een inkijk in de gedachtewereld van veel Joodse Israëliërs en hun medestanders: het internationaal recht is slechts geldig wanneer dat het belang van Israël dient.” Hij vergeet, dat ik het recht van Palestijnen op een eigen staat erken alsmede het recht van vluchtelingen op compensatie en een plek om hun zelfbeschikkingsrecht te verwezenlijken. Juist zijn opmerking over de gedachtewereld van ‘Joodse’ Israëliërs en de manier waarop hij ons allen over een kam scheert, geeft een stevige inkijk in zijn eigen gedachtewereld. Het Palestina Komitee was nooit voor een twee-statenoplossing, maar uitsluitend voor ‘rechten’ van het Palestijnse volk. De oprichting van een Palestijnse staat náást Israël moet welhaast de grootste angst van het Komitee zijn. Het zou immers bijna twee miljoen, in de Palestijnse gebieden wonende vluchtelingen in Palestijnse staatsburgers veranderen.

Centrale doelstelling van het Palestina Komitee is het ‘recht op terugkeer’ en wel naar Israël, dat werd opgericht om aan Joden recht op zelfbeschikking te geven. Er wonen 75% Joden, 20% Palestijnse Arabieren (moslims) en 5% anderen, samen acht miljoen Israëliërs met staatsburgerschap. Niet alles is er ideaal, maar alle fundamentele vraagstukken staan wel onophoudelijk ter discussie. Een massale instroom van opgehitste vluchtelingen met een vijandige houding tegenover dit land, is een recept voor chaos en geweld. Het maakt wel degelijk – alleen al demografisch – een eind aan de huidige staat Israël.

Onbegrijpelijk is waarom Palestijnse vluchtelingen vanuit Palestijns gebied, waar ze nu wonen en staatsburgers van Palestina zouden kunnen worden, naar opvangkampen zouden moeten verhuizen in een land, dat hen niet wil. De wereld waaruit hun voorouders vertrokken, bestaat niet meer. Het is een illusie en hypocriet om hen in die waan te laten. De bedoeling van de twee-statenoplossing is om zowel aan Joden als aan Palestijnen een veilig bestaan te garanderen. Het elkaar bedreigen met nederzettingen of vluchtelingen, hoort daar niet meer bij.


* Chaya Brasz is historica en schrijfster en woont in Jeruzalem, Israel. Ze was jarenlang verbonden aan het Center for Research on Dutch Jewry van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem. Haar opiniestuk van 12-2-2016 en de reactie van Soeterik op 18-2-2016 zijn alleen voor abonnees online te lezen. Haar bovenstaande reactie is niet door Trouw gepubliceerd, en hebben wij hier met haar toestemming geplaatst.

 

 

zondag 21 februari 2016

Open brief aan Marcel Gelauff, hoofdredacteur NOS Nieuws

 

Marcel Gelauff

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/02/21/open-brief-aan-marcel-gelauff-hoofdredacteur-nos-nieuws/  

Geachte heer Gelauff,

Stelt u zich voor dat op dezelfde dag op een aantal plaatsen in Nederland jonge mannen van Arabische komaf op politieagenten schieten en bewakers en burgers aanvallen met messen. Het nieuws erover zou als volgt kunnen luiden: ‘Zaterdagnacht worden vlakbij het Leidseplein twee politiemannen beschoten. De agenten schieten terug en doden de aanvallers. Zondagmiddag probeert een vrouw in nikab een politieman te steken die de wacht houdt bij de Portugese synagoge in Amsterdam. De agent schiet haar neer, en de vrouw wordt zwaargewond naar het AMC vervoerd. Eerder die middag wordt een vrouw in Den Haag met een mes bedreigd. Ze weet nog net op tijd aan haar belager te ontkomen. Ook worden die dag auto’s met stenen bekogeld, en meer politieagenten aangevallen.’

Gelukkig is dit geen realiteit in Nederland, en omdat zulke incidenten nooit voorkomen, lopen er ook niet overal bewakers, soldaten en politie rond, hun geweren in de aanslag, want als je net te laat bent lig je in een plas bloed op de grond. Maar hoe zou de NOS erover berichten als dit bij ons zou gebeuren? Niet op de volgende manier lijkt mij zo:

Opnieuw geweld in Nederland: vijf Arabieren gedood.

Bij vier afzonderlijke incidenten in Nederland heeft de politie zeker vijf mensen van Arabische komaf doodgeschoten. Het laatste incident was bij het Centraal Station in Amsterdam. Daar werden twee Arabieren gedood die het vuur openden op Nederlandse agenten.

Wanneer het Israël betreft, is het blijkbaar heel normaal om in de kop (‘Opnieuw geweld op Westoever: vijf Palestijnen gedood’, vorige zondag) alleen de Palestijnse doden te vermelden en pas daarna te melden dat zijzelf eerst aanvielen, soms nog in bedekte termen zoals ‘volgens een legerwoordvoerder’. Alsof het nog maar de vraag is of dat daadwerkelijk het geval was. Ook wordt in het betreffende NOS artikel niet ter zake doende kritiek van ‘een mensenrechtenorganisatie’ op de Israëlische uitbreiding in de nederzettingen vermeld:

Volgens een mensenrechtenorganisatie heeft Israël vorig jaar 1800 huizen op de Westoever gebouwd voor Joodse kolonisten. De internationale gemeenschap is fel tegen deze uitbreidingsprojecten.

Wat doet dat ter zake? Er had evengoed kunnen staan hoe vaak de mede door het Westen gefinancierde PA televisie videoclips uitzond waarin geweld tegen Israël wordt verheerlijkt. Of hoeveel Palestijnen er het afgelopen jaar in Israëlische ziekenhuizen zijn behandeld (heel wat meer dan de 1800 nieuwe huizen op de Westoever, waar, naar ik aanneem, ook een groot deel van Jeruzalem onder valt, want dat noemt men bij de NOS ook ‘Westoever’).

Het is niet de eerste keer dat de NOS (evenals andere media) op deze manier bericht over de aanhoudende Palestijnse aanvallen. Al maanden lezen we vette koppen over hoeveel Palestijnen zijn gedood, en blijkt pas verderop in het bericht dat zij de daders waren en niet de slachtoffers. Soms lezen we dan nog suggestieve opmerkingen over de nederzettingen of de bezetting die de indruk geven dat daar het eigenlijke probleem ligt. Nooit lezen we hoeveel opruiende en haat zaaiende filmpjes en uitspraken er aan Palestijnse kant circuleren, hoezeer de terroristen worden verheerlijkt, dat de PA deze aanvallen nog niet één keer heeft veroordeeld. Zelden ook krijgen Israëlische slachtoffers een gezicht en wordt hun leed in beeld gebracht.

Mag ik vragen waarom het zo moeilijk is om gewoon de feiten te geven zonder de lezer of kijker een bepaalde richting op te duwen? ‘Op plaats X vielen Y Palestijnen Z Israëlische burgers/politie/een legerpost aan, waarop zij onder vuur werden genomen/wisten te ontkomen/werden gearresteerd. De terroristen (waarom wordt dit woord nooit gebruikt voor Palestijnen en wel voor messentrekkers in het Westen of Joodse extremisten die Palestijnse burgers aanvallen?) wisten X mensen te doden/verwonden, en onder hen vielen Y doden/gewonden.’

En als het dan toch nodig is, geef naast de dodenaantallen aan beide kanten (waarbij duidelijk moet zijn dat de meeste Palestijnse slachtoffers vielen nadat zij zelf Israëli’s aanvielen) ook eens het totaal aantal terroristische aanslagen en incidenten. Zo lees ik op internet dat er 228 (pogingen tot) aanvallen tegen Israëli’s waren sinds oktober afgelopen jaar. Volgens de cijfers van de Israëlische veiligheidsdienst Shin Beth vond driekwart daarvan plaats op de Westelijke Jordaanoever, 10% binnen Israël en 15% in Jeruzalem.

Dat verklaart misschien ook waarom de NOS zo weinig aandacht aan deze aanvallen besteedt: wanneer ze op de Westoever (of in Jeruzalem) plaatsvinden, in omstreden of volgens de NOS zelfs Palestijns gebied, dan is het niet vermeldenswaard. De Israëli’s die daar wonen doen dat willens en wetens, zij zijn onderdeel van het conflict en dus niet slechts slachtoffer maar vooral ook dader, zo suggereert Monique van Hoogstraten vaak in haar reportages. Geweld op de Westoever is op een of andere manier altijd Israëls fout en Palestijnen zijn altijd zielige slachtoffers, zoals de stenengooier uit Oost Jeruzalem die Van Hoogstraten begin januari portretteerde in een weeïg aandoende reportage. De arme jongen kon alleen nog huiswerk maken bij zijn paard, alleen daar vond hij rust en kon hij even bijkomen van de pesterijen van die gemene Israëlische soldaten. Het leek wel een klassiek sprookje, zo dik lag wie goed en slecht was er bovenop.

De laatste dodelijke steekpartij, afgelopen donderdag in een Rami Levi supermarkt ten noordoosten van Jeruzalem (op, jawel, de Westelijke Jordaanoever), vond u wederom niet het vermelden waard, net als de brute moord op Dafna Meir een paar weken geleden, moeder van zes en verpleegster in een ziekenhuis waar ook veel Arabieren worden behandeld. Leed van mensen in een nederzetting is zoals gezegd geen nieuws voor de NOS. De beide daders van de steekpartij in de supermarkt – jongens van 14 jaar – werden neergeschoten en vervolgens overgebracht naar een Israëlisch ziekenhuis, waar zij aan hun verwondingen worden behandeld. Ook dat is dus blijkbaar geen nieuws, in tegenstelling tot de dood van drie Palestijnen afgelopen vrijdag, die Israëlische soldaten aanvielen. Zijn aanvallen op Israëli’s nou werkelijk alleen interessant voor de NOS wanneer de aanvallers worden gedood? Zodat daar in het nieuws weer de nadruk op gelegd kan worden, en Monique van Hoogstraten kan beweren (8 januari jl., vanaf 2:28, naar aanleiding van een aanslag door een Israëlische Arabier in Tel Aviv met verschillende doden en gewonden):

Weer is een Palestijnse verdachte van een terreuraanslag gedood. Joodse verdachten worden opgepakt en berecht. Huizen van Palestijnse terroristen worden met de grond gelijk gemaakt. Huizen van Joodse terroristen niet. Meten met twee maten? Ja, zeggen sommigen: Palestijnse levens zijn minder waard in Israël. Nee, zeggen anderen: de Joodse staat moet juist Joodse levens beschermen.

Het is een valse en onterechte vergelijking. De Israëli’s doden Palestijnse/Arabische daders (als je zojuist verschillende mensen hebt neergestoken ben je geen verdachte maar een dader) om meer slachtoffers te voorkomen en wanneer zij op het leger of de politie schieten. Joodse extremisten doen dat doorgaans niet en kunnen dus makkelijker worden gearresteerd. Maar dat vertelt Van Hoogstraten er niet bij, zoals zij ook nooit vertelt hoeveel Palestijnen (ook daders van vreselijke aanslagen) in Israëlische ziekenhuizen worden behandeld. In een itempje van nog geen 2 minuten wordt zo weer even een negatief beeld neergezet van Israël. Overigens werden gisteren (zaterdag) nog twee Palestijnse jongeren gearresteerd in Hebron en Jeruzalem die met messen soldaten wilden neersteken.

Beste Marcel Gelauff, het zal u niet zijn ontgaan dat de berichtgeving van de NOS en de reportages van Monique van Hoogstraten bij veel Joden woede en verontwaardiging oproepen. Daarbij worden soms kwalificaties gebruikt die ik zeker niet deel. Ik geloof dat u oprecht probeert om ingewikkelde problemen voor een breed publiek toegankelijk te maken en te duiden, waarbij u mijns inziens weleens wat te veel doorschiet in het versimpelen van zaken. Maar de berichtgeving over Israël, en het weglaten van feiten die een ander beeld geven dan dat van een koelbloedig en agressief Israël tegenover wanhopige en machteloze Palestijnen, heeft wel kwalijke gevolgen. De woede tegen Israël (en dus ook Joden in Nederland, want dat onderscheid maakt nou eenmaal niet iedereen) wordt erdoor aangewakkerd. Mensen worden daarbij niet goed geïnformeerd, en dat druist in tegen uw journalistieke opdracht om goed en onpartijdig te berichten.

Ik wil u met klem verzoeken om zorgvuldiger en minder bevooroordeeld te berichten over dit gecompliceerde conflict. Maakt u, voor de verandering, eens een reportage over de propaganda van bijv. Hamas die via kinderprogramma’s en videoclips al jong Jodenhaat en een ideologie van jihad zaait onder Palestijnse kinderen. Het ligt immers niet alleen aan de bezetting dat de daders steeds jonger worden, al doet Van Hoogstraten dat vaak zo voorkomen. En breng het leed en de problemen van gewone Israëli’s in beeld. Laat zien dat niet alle kolonisten religieuze fanaten zijn, maar dat er ook heel gewone mensen leven die voor co-existentie met Palestijnen zijn. Zo zei de weduwnaar van Dafna Meir na haar bloedige dood dat hij niet boos is op de Arabieren en niemand haat, en dat ze zo ook de kinderen hebben opgevoed. Misschien zou het voor meer evenwicht zorgen wanneer naast Van Hoogstraten ook Ankie Rechess wat vaker commentaar mag leveren op het conflict?

Ik hoop van u te horen.

Met vriendelijke groet,

Ratna Pelle

 

donderdag 11 februari 2016

Demo in Den Haag tegen etikettering producten Westbank en BDS

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/02/11/demo-haag-etikettering-producten-westbank-en-bds/

 

– Door Beate en Tjalling. –

Op woensdag 3 februari werd in Den Haag een demonstratie gehouden die was georganiseerd door Facebookgroep ‘Time to Stand Up for Israel’. De demo was bedoeld om te protesteren tegen de etikettering van producten uit de West Bank. Ondanks de kou waren de deelnemers enthousiast en sommigen lieten hun aanwezigheid horen door af en toe stevig op de sjofar te blazen.

De deelnemers verzamelden zich bij de Israëlische ambassade, waar vandaan de stoet naar de vertegenwoordiging van de EU in Nederland aan de Lange Vijverberg liep. Dat was de plek waar de demo zelf werd gehouden en verschillende mensen aan het woord kwamen. Die waren Brenda Aartsen en Sabine Sterk van de Facebookgroep Time to Stand Up for Israel, rabbijn Aryeh Leib Heintz, Joel Voordewind en David Pinto.

Aanleiding voor deze demo was dus om te protesteren tegen etikettering van producten uit de Westbank, maar er werd ook geprotesteerd tegen de Boycott, Divestment and Sanctions Movement en bovendien werd er gewezen op het onjuist en verhullend taalgebruik in de berichtgeving van de mainstream-media over het conflict tussen de Palestijnen en Israëli’s.

Sabine Sterk wees in haar toespraak op het verhullend taalgebruik in de media. Zo zouden Palestijnen zijn ‘gedood nadat zij hun messen hadden getrokken’. Niet alleen de media hanteren vergoelijkend taalgebruik, ook Ban Ki Moon doet dat. Hij noemt deze vorm van terreur een ‘wanhoopsdaad’ in plaats van wat het werkelijk is; moord in koelen bloede waarbij verschillende onschuldige Israëlische burgers zijn omgekomen. Voor hen werd een minuut stilte in acht genomen. Sabine Sterk wees er ook op dat in relatie tot de etikettering Nederland weer het braafste jongetje wil zijn door, in tegenstelling tot vele andere Europese landen, de EU-richtlijnen kritiekloos op te volgen. Zij riep op om juist producten te kopen die op de WB (in Judea en Samaria) worden geproduceerd, in actie te komen zoals de politiek met mails etc. te benaderen en intifada terrorisme te boycotten.

Joël Voordewind riep op om protest tegen labeling van producten uit de WB te laten horen richting de Europese Commissie (die o.a. een richtlijn uitvaardigde over het etiketteren van Israëlische producten) maar vooral ook richting de Nederlandse regering en Bert Koenders. Voordewind meldde dat er regelmatig debatten over worden gevoerd in de Kamer. Tijdens de laatste volle week van januari heeft hij de Commissie nog opgeroepen te spreken over Israël. Als Kamerlid van de C.U. vindt Voordewind het bizar en onacceptabel dat er zo vaak in de Kamer wordt gesproken over de dreiging van terrorisme terwijl dat in Israël zo tastbaar en dagelijks het geval is en waar niet over wordt gesproken. Daarom heeft hij gevraagd om zo snel als mogelijk een debat te voeren over Israël waarbij het onderwerp ‘labelen van Israëlische producten nummer één zal zijn’. Het kan volgens Joël Voordewind namelijk niet zo zijn dat er dagelijks onschuldige Israëlische burgers worden neergestoken en dat er hier alleen wordt gesproken over het ‘labelen van producten’. Want wat is nu werkelijk een bedreiging van het vredesproces? Dagelijks worden nu immers ook mensen in bijvoorbeeld Tel Aviv direct bedreigd. C.U. en S.G.P. zullen Israël op de agenda houden en blijven zich verzetten tegen de etikettering. Het is schandalig dat ook minister Koenders heeft aangedrongen om die labeling zo snel mogelijk door te voeren. Het argument wat daarbij wordt gehanteerd, namelijk de consument juist te informeren is onterecht. Niemand zit op dergelijke informatie te wachten. Voordwind riep de PvdA op om zich maar beter zorgen te maken over Israël wat dag in dag uit wordt bedreigd en dat niet alleen door terrorisme maar ook door de crisis in Syrië, Hezbollah in Libanon en andere groeperingen in het Midden-Oosten zoals bijvoorbeeld Hamas. Daarom wil Voordewind snel over die labeling spreken. Er is in de Tweede Kamer, waarin een meerderheid die Israël niet wil discrimineren, een motie ingediend die minister Koenders oproept de etikettering pas dàn toe te passen wanneer die ook geldt voor gebieden als bijvoorbeeld Tibet en de Krim, die door China en Rusland zijn bezet. Gebeurt dat niet, dan wordt Israël – als enige betrouwbare bondgenoot van Nederland in het Midden Oosten – volkenrechtelijk gediscrimineerd.

Rabbijn Aryeh Leib Heintz vertelde de aanwezigen dat de overgrootvader van zijn schoondochter ooit penningmeester was in Hebron. Na de pogrom in 1929 werden de Joden verdreven uit Hebron, waaronder de familie van de schoondochter van rabbijn Heintz. Daaruit leidde hij af dat ook die schoondochter een recht op terugkeer had of zou moeten hebben maar wat werd verhinderd door de situatie in Hebron.

Spreker David Pinto herinnerde het aanwezige publiek aan het eind van de demo aan een opvallende en veelzeggende (of illustratieve) uitspraak van Golda Meir tegen de Egyptische president Nasser: “Dat u, meneer Nasser, onze kinderen doodt, dat is oorlog. Dat u ons dwingt om uw kinderen te doden is pas echt verschrikkelijk”.

Het was echt hartverwarmend om het enthousiasme waarmee de aanwezigen aan de demo meededen te voelen. Maar, zoals Sabine Sterk al zei die middag: ‘het zou niet nodig moeten zijn geweest om zo’n demo te houden’.

 

zaterdag 6 februari 2016

Lydda, Putten en rabbijn Lody van de Kamp (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/02/05/lydda-putten-en-rabbijn-lody-kamp/

= IMO =

 

Vorige keer schreef ik over het Palestina-activisme van stichting IMSTAR op de Universiteit van Amsterdam. Hun eenzijdige benadering blijkt onder meer uit de sprekers in hun lezingenreeks. Op 29 april vorig jaar werd tussen alle pro-Palestijnse propaganda door een lezing georganiseerd ‘vanuit zionistisch perspectief’, zo meldde de facebookpagina van IMSTAR: ‘Rabbijn Lody van de Kamp zal vanuit Joods-historisch perspectief vertellen over de Joodse verbondenheid met het beloofde land. Een thema wat nog niet eerder behandelt [sic] is bij onze lezingen. Mis deze dus niet!’

 

Het zionistische gehalte van deze lezing waag ik te betwijfelen. Van de Kamp is erg op de dialoogtoer, en gaat ver, heel ver, in zijn begrip voor moslims. Nu is er met dialoog niks mis, zolang die maar op een gelijkwaardige manier wordt gevoerd en er voor de verschillende posities en achtergronden wederzijdse tolerantie bestaat, en de bereidheid om het ook vanuit het standpunt van de ander te bezien. Maar als je zo overloopt van begrip voor de ander, vraag ik me wel af of Van de Kamp de geschikte persoon is om tussen de vele pro-Palestijnse lezingen door juist het enige pro-Israel geluid te laten horen? Van de Kamp moet sowieso niks hebben van het seculiere zionisme, en zegt dat dit niks met jodendom heeft te maken. Aangezien Israel een (grotendeels) seculiere staat is, heeft die dus ook weinig met Jodendom te maken. Vreemde opvatting. Hij meent ook dat je niet Joods kunt zijn zonder religie, en wijdt een groot deel van de problemen en angsten van de Nederlandse Joden aan hun gebrek aan religie. Daardoor hebben ze geen identiteit, en moeten noodgedwongen Israel als bron van identiteit omarmen, wat maar weer problemen geeft met de moslim medemens. Religieuze Joden hebben Israel niet nodig en kunnen daarom makkelijker toenadering zoeken tot moslims. Ook hebben ze minder last van de irrationale angst voor antisemitisme omdat ze een sterkere identiteit hebben. Volgens Van de Kamp is antisemitisme helemaal geen probleem. Zo beweert hij:

Voor veel Joden is antisemitisme een hobby geworden – om daar in te geloven en iets over te roepen. We zitten als Joden in Nederland echt vastgebakken in de slachtofferrol. Zo sterk dat het voor velen een tweede identiteit is geworden. Maar daarin wordt een hele grote denkfout gemaakt, want er is geen sprake van opkomend antisemitisme.

 

Dit alles beweert hij in dit artikel. De cijfers laten een ander beeld zien, waarin juist orthodoxe (en dus herkenbare) Joden veelvuldig met antisemitische incidenten te maken hebben, die veelal worden gepleegd door moslims. Het is aanmatigend de angst van anderen voor een reëel gevaar af te doen als slachtofferschap. Terwijl Van de Kamp alle begrip heeft voor moslims, pakt hij de eigen gemeenschap keihard aan. Dat is natuurlijk zijn goed recht, maar een beetje vreemd is het dan wel dat hij zich tegelijkertijd presenteert als een soort van vertegenwoordiger van de Joodse gemeenschap, en namens hen aan dialoog groepen als Shalom Salaam deelneemt.

 

Nog vreemder is het wanneer juist hij de band van de Joden met Israel moet toelichten voor een overwegend antizionistisch publiek. Het zionisme is in de kern een seculiere beweging die op seculiere gronden een Joodse staat stichtte en tot leven bracht. Veel religieuze Joden waren aanvankelijk tegen de stichting van Israel omdat alleen God de Joden terug zou kunnen voeren naar hun oude geboortegrond. Later, toen Israel een succes bleek en zich staande wist te houden in een vijandige omgeving, zijn ook veel religieuze Joden zich ermee gaan identificeren. Er is nu immers weer een plek waar zij niet de minderheid zijn en op zijn best gedoogd worden, maar waar hun religie op een vanzelfsprekende manier aanwezig is.

Putten

 

In een artikel op ‘Nieuw Wij’ gaat hij nog verder in het demoniseren van Israel. Israel wordt hier, meermaals en zeer expliciet, met de nazi’s vergeleken. Hij vertelt een verhaal over een opa en oma die tijdens de oorlog zonder vragen Joodse onderduikers opnamen, evenals een tante en haar moeder die hun huis en vader/echtgenoot waren kwijtgeraakt bij de deportatie van honderden mannen uit Putten. Vervolgens wordt dit verhaal gebruikt om de verdrijving van Palestijnen in Lydda op een lijn te stellen met de vlucht van de Joden in de oorlog. Op jeugdjournaal niveau wordt ons uitgelegd dat de Joden de nieuwe nazi’s zijn:

 

Ik hoor Johan’s tante vertellen over de volgepakte kerk van gevangen mannen op die zondag in Putten. Ik zie de beelden voor mij van die volgepakte moskee in Lydda, voordat de 35.000 Palestijnse vluchtelingen op weg gingen.

Johan is anders dan zijn moeder. En ook anders dan zijn opa en oma. Hij breekt zijn hoofd wel over dingen. Hij leest over de verovering van de Israëliërs, tijdens de oorlog direct na de oprichting van de Joodse Staat in 1948, van de stad Lydda. Over en weer vallen er vele doden en gewonden. Johan leest over een grote moskee, een kleine moskee en een kerk in Lydda waar duizenden burgers bijeen worden gedreven en daar worden vastgehouden. De kleine moskee wordt met een antitankgranaat bestookt. Tweehonderd burgers daarbinnen worden gedood. Beelden van het verhaal van zijn tante komen naar boven. Burgers opsluiten in een moskee door Israëliërs? Door Joden? Honderden burgers werden ooit door SS’ers in Putten in de kerk opgesloten.

 

De oplossing van het conflict bestaat er voor Van de Kamp uit dat de Joden de waarheid onder ogen moeten zien, een waarheid die volgens hem nog steeds verborgen is:

Er kan vrede komen. Maar dan moet wel die ene voorwaarde worden vervuld om de waarheid van de geschiedenis eerlijk, oprecht, zonder voorbehoud onder ogen te zien.
Niet alleen kan er dan vrede komen. Dan zal er ook vrede komen.

 

Al in de jaren ’80 kwamen de nieuwe historici met pijnlijke (en soms zwaar aangezette en overdreven) onthullingen over misstanden tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog. Dit leidde tot verhitte discussies onder historici in Israel. Daarnaast schrijft Haaretz al decennia de krant vol over Israelische misstanden en zijn er tientallen organisaties, die met miljoenen aan subsidie uit Europese landen ook niets anders doen dan (vermeende en werkelijke) Israelische misstanden ophelderen en aan de kaak stellen. Dus er is niet veel verborgen. Het omgekeerde lijkt eerder waar: het is ontzettend in de mode om van mening te zijn dat er in Israel van alles niet deugt, en aan te nemen dat het allemaal nog erger is dan eerder al werd ‘aangetoond’. Het zogenaamde taboe op de minder fraaie kanten van Israel moet na 30 jaar nog steeds weer opnieuw worden ‘doorbroken’ en de ‘pijnlijke waarheid’ verteld.

In het artikel wordt ook meermaals gehekeld dat de Joden die in de onderduik kwamen helemaal niet religieus waren. De goede opa en oma hadden altijd geleerd dat de Joden ‘Gods Oogappel’ waren, maar voor een oogappel deden ze wel weinig aan hun geloof, zo viel hen op. Alsof deze Joden minder recht hadden op bescherming, of die op oneigenlijke gronden kregen, omdat ze niet religieus waren en zelfs gewoon varkensvlees aten. Joden hebben geen recht op veiligheid, op respect, vrijheid en zelfbeschikking omdat ze Gods oogappel zijn en zich aan de vele geboden houden, maar omdat zij mensen zijn, en een volk dat verbonden is met elkaar door een millennia oude geschiedenis en gedeelde cultuur. En omdat zij vanwege die cultuur en identiteit al millennia lang worden gediscrimineerd en vervolgd. Voor de nazi’s maakte het niet uit of een Jood religieus was; iedere Jood moest dood.

De kleine moskee in Lydda

Wat gebeurde in Lydda

 

Het verhaal over Lydda heeft Van de Kamp van Ari Shavit, die in zijn boek My Promised Land een hoofdstuk aan de strijd in Lydda wijdt. Het verhaal blijkt echter wat genuanceerder te liggen dan Van de Kamp het voorstelt. Zoals altijd is er een context, gingen er Arabische aanvallen aan het Israelische geweld vooraf en werden burgers niet moedwillig bijeengedreven en gedood maar was er een duidelijke militaire situatie en doel van waaruit de Israeli’s handelden. Het gaat hier te ver om er uitvoerig op in te gaan, maar in een gedegen reactie op Shavits aantijgingen (waarin de mondelinge verslagen van diverse actoren worden besproken, voor een deel dezelfde mensen waarop Shavit zich baseert) lees ik o.a.:

 

By the next day, July 12, as Israeli forces were strengthening their hold on the city, two or three armored vehicles of the Arab Legion appeared on the northern edge and began firing in all directions. This encouraged an eruption of sniping and grenade-throwing at Israeli troops from upper stories and rooftops within the town, and from a second, small mosque only a few hundred meters from the armored-vehicle incursion. Israeli commanders feared a counter-attack by the Legion in coordination with the armed irregulars still at large in the city. The order came down to suppress the incipient uprising with withering fire. The Great Mosque and the church were unaffected, but Israeli forces struck the small mosque with an antitank missile.

 

De Israelische troepen hadden geen mensen in de kleine moskee bijeengedreven, ze hadden die op het moment dat de granaat werd afgevuurd zelfs niet in hun bezit en wisten waarschijnlijk niet of en hoeveel mensen er waren. Ze werden beschoten vanuit de moskee (vanaf het dak om precies te zijn) maar ook vanaf de daken van omliggende huizen. De verslagen van hen die erbij waren geven een beeld van chaos, van angst ook voor een tegenaanval door het Jordaanse Legioen, dat zich in een nabij gelegen (oud Brits) politiestation had teruggetrokken, een strategische plek van waaruit de hele stad was te overzien. De soldaten handelden niet uit wreedheid en wraak zoals Shavit het voorstelt maar uit militaire noodzaak in een onoverzichtelijke situatie, met te weinig mankracht en het gevaar Jeruzalem te verliezen (Lydda lag op de weg naar Jeruzalem). Nog een citaat:

From a small mosque, they began to throw bombs at soldiers. Two of our guys were killed. They asked me: “What should we do?” I answered: “It is permissible to fire into the mosque.” And they did it.

Gutman also answered the primary objection to doing so, raised by the soldiers themselves:

They asked me: “It’s forbidden to harm the mosque, it’s a holy place.” I said: “A place from which they throw bombs must be taken out.” And they took it out, and it’s true that there were a few local casualties there.

 

Voor Lody van de Kamp lijkt het verhaal over Lydda gefundenes fressen. Weer een zionistische massaslachting onthuld. Israel heeft de Joden van slachtoffers in wrede daders, vergelijkbaar met de nazi’s, veranderd. Maar er is nog een oplossing, er is hoop, want als Israel en de Joden maar bereid zijn om ‘de waarheid van de geschiedenis eerlijk, oprecht, zonder voorbehoud onder ogen te zien’ komt er vanzelf vrede.

 

Slachtoffercomplex

 

Als het erkennen van eigen fouten tot vrede zou leiden, dan was die er al lang geweest. Maar er is ook nog een andere partij in het spel, en die lijkt zich alleen maar onverzoenlijker op te stellen. Nog nooit heeft een Palestijn zich verontschuldigd voor de wandaden en collaboratie met de nazi’s door de moefti, Haj Amin Al Husseini. Integendeel, hij werd een paar jaar geleden nog door Abbas geprezen. Palestijnen die oprecht vrede en een compromis nastreven, worden monddood gemaakt en bedreigd. Er is geen sprake van vrije discussie en uitwisseling van ideeën zoals in Israel. En juist onder de Palestijnen heerst een enorm slachtoffercomplex, en alles, maar dan ook alles wordt altijd op de bezetting en dus Israel geschoven. De internationale gemeenschap beloont en versterkt dit gedrag. Ondertussen graaft ook Israel zich in en worden de organisaties die het voor de Palestijnen opnemen verdacht gemaakt en als verraders gezien.

Wanneer beide partijen de eigen fouten erkennen en vooral ook het leed dat ze de ander hebben berokkend, zou dat de vrede een grote stap vooruit helpen. Maar daarvoor lijkt aan beide kanten op het moment geen ruimte te zijn. Als Van de Kamp werkelijk aan vrede wil bijdragen kan hij in plaats van het zoveelste uit zijn verband gerukte anti-Israel verhaal op te dissen, beter oprecht proberen beide kanten te begrijpen. Dat juist Van de Kamp wordt gevraagd een lezing vanuit zionistisch perspectief te geven zegt veel over IMSTAR. Een echte zionist was blijkbaar niet te porren om voor een dergelijke eenzijdige organisatie te spreken, of wellicht was men bang dat een echte zionist de studenten maar verkeerd zou voorlichten over Joods-nationale rechten en Palestijnse misstanden.

Ratna Pelle