zondag 25 december 2016

NRC en de 156 Kamervragen (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/25/nrc-en-156-kamervragen/

 

= IMO Blog =

Vervolg op 'Mazzeltjes van kolonisten in NRC'.

De wet BEU werd in het leven geroepen om, zoals de NRC ook aangeeft, fraude met uitkeringen in het buitenland te voorkomen. Er waren twee grote groepen mensen waarbij dat geregeld voorkwam of men dat vermoedde. In de eerste plaats de vele gastarbeiders die na hun pensioen terug naar Turkije en Marokko gingen (en ook soms al eerder en dan kinderbijslag uit Nederland konden krijgen) en in de tweede plaats Nederlanders die naar het buitenland waren geëmigreerd. Nederland keerde alleen nog volledig uit in landen waarmee een verdrag was gesloten, dat regelde dat in die landen de rechtmatigheid van de uitkering gecontroleerd kon worden. Gedetineerden hebben bijvoorbeeld geen recht op AOW, en gehuwden krijgen minder (50% minimumloon) dan alleenstaanden (70%).

Postcodes

In bezette dan wel betwiste gebieden was niet voorzien, daar had men simpelweg niet aan gedacht bij het maken van de wet. De NRC stelt dan ook onterecht dat het verdrag niet voor de bezette gebieden geldt en de inwoners daar moeten worden gekort; dat is een interpretatie. Het was in feite gewoon niet geregeld. Toen de politiek ervoor koos om bezette of betwiste gebieden uit te gaan sluiten van het verdrag stuitte men op een onverwacht probleem: alle AOW'ers in Israel waren ook oorlogsgetroffenen en die wilde men niet treffen. Daar was de wet helemaal niet voor in het leven geroepen.

Er was dus ook niks illegaals of frauduleus aan dat men, toen men op dit probleem stuitte, een oplossing zocht en hen niet wilde korten. De reden dat de BEU alleen in verdragslanden gold was dat Nederland met die landen goede afspraken over de controle maakte en daarop werd toegezien. Zonder die garantie betaalde men alleenstaanden een lager bedrag uit, omdat niet te checken was of ze wel daadwerkelijk alleen woonden. Het ging dus om controle, niet om een politieke goedkeuring van Israels (of van welk ander land dan ook) bezetting of betwiste landsgrenzen. Israel kan in Oost Jeruzalem en in Modi'in prima controleren of iemand echt alleen woont en dus recht heeft op het hogere alleenstaanden bedrag. Overigens ligt slechts een klein deel van Modi'in, waar de vrouw van 90 die op de Israelische tv kwam ging wonen, over de groene lijn, althans volgens de EU. In 2012 besloot de EU drie postcodes uit Modi'in en het aangrenzende Maccabim en Reút op de lijst te plaatsen van plaatsen die niet onder Israel vallen en waarvoor niet de gunstige handelstarieven vallen. Israel tekende hier protest tegen aan omdat dit gebied niet tot de Westbank behoort, maar tot gebied dat na de oorlog van 1948 zogenaamd niemandsland was waarvan de status nog onbeslist was. In 1967, toen Israel de Westbank veroverde, kon Israel hier gaan bouwen.

Met het besluit om bezette dan wel betwiste gebieden niet vallende onder het verdragsland voor de wet BEU te erkennen, vermengt de regering buitenlandse politiek met een praktische kwestie, namelijk het toezicht op de export van uitkeringen. Dit leidt tot vervelende en ook ingewikkelde toestanden zoals blijkt, want een plaats die voor een heel klein deel op vroeger niemandsland ligt nu bezet noemen, gaat behoorlijk ver. Een oude vrouw van 90 die bij haar kinderen wil gaan wonen daarom (dreigen te) korten, is compleet buiten proportie. Dat een regering die dat gelukkig tijdig inziet en de fout herstelt daar vervolgens door een gezaghebbende kwaliteitskrant op wordt bekritiseerd, vind ik onbegrijpelijk.

Oorlogsgetroffenen

Dat Nederland oorlogsslachtoffers wilde ontzien is niet meer dan logisch. Deze mensen hebben vaak vreselijke dingen moeten ondergaan, zijn veel familie verloren en werden na de oorlog niet bepaald hartelijk ontvangen. De ervaringen uit de oorlog hebben er soms voor gezorgd dat mensen fysiek of geestelijk gehandicapt raakten of minder goed konden werken.  De Nederlandse regering schoot om het voorzichtig uit te drukken nogal tekort in haar behandeling van de Joden na de oorlog, en het duurde lang voordat men dit onder ogen zag en (gedeeltelijk) heeft hersteld. Sommige Joden vertrokken vanwege de kille sfeer na de oorlog naar Israel om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Deze mensen wilde de overheid terecht niet treffen met de wet BEU, maar dat dreigde dus wel te gebeuren.

De karikatuur van de onsympathieke, andermans land stelende kolonist verandert met deze humanere benaderingswijze in een mens, een mens met een oorlogsverleden en de behoefte dichtbij zijn/haar kinderen te wonen, ook als dat over de groene lijn is. De NRC is zo verblind door de bezetting en de idee dat die fout is en dus iedereen die daar op enigerwijze bij betrokken is wel slecht moet zijn, dat zij haar menselijkheid verliest en over de rug van kwetsbare mensen haar punten probeert te scoren. De regering die terecht oorlogsslachtoffers probeert te ontzien verandert daardoor in een illegaal handelende de boel misleidende en geld 'wegsluizende' instantie. Daartoe worden feiten verdraaid weergegeven, interpretaties als feit neergezet, selectief geciteerd en steeds een broeierige toon aangeslagen alsof men een of ander vreselijk schandaal op het spoor is. Goede kans dat dit veel mensen niet opvalt; pas wanneer je niet alleen het beeld van de oude vrouw maar ook het beeld van de jonge vrouw hebt gezien, word je je bewust dat het een benadering is, niet 'de feiten' en dat dezelfde kwestie ook tot heel andere conclusies kan leiden.

Vier mensen

Maar er is toch ook volledige AOW doorbetaald aan mensen die geen oorlogsslachtoffer waren? Dat klopt. Toen bij een controle in 2013 werd ontdekt dat een aantal mensen die als woonland Israel hadden opgegeven feitelijk op de Westelijke Jordaanoever of in Jeruzalem over de groene lijn woonden, begon de SVB hen te korten. (Omdat Nederland met tientallen landen een verdrag heeft gesloten wordt ieder land maar eens in de zoveel jaar gecontroleerd, dus het is niet vreemd dat dit pas in 2013 gebeurde.) Dit betrof merendeels oorlogsslachtoffers, maar ook enkele 'gewone' mensen. De regering eiste (terecht) dat de SVB deze kortingen terugdraaide en stelde een overgangsregeling in, waarbij vanuit het principe van rechtsgelijkheid alle gekorte mensen werden gecompenseerd. Het ging om, hou je even goed vast, vier mensen die nu een hogere uitkering genoten dan waar zij formeel recht op zouden hebben. Shocking. Schandaal! Chaya Brasz zet het duidelijk op een rij:

Inmiddels is 2010 voorbij. Nieuwe AOW'ers zijn van na de oorlog. In 2013 ontdekte de SVB uitvoeringsfouten bij 28 van de 48 AOW'ers in de 'gebieden', waaronder elf alleenstaanden. Zeven van die elf waren oorlogsoverlevenden, voor wie het Kabinet 'korten' opnieuw uit menselijk oogpunt ongewenst achtte. Een overgangsregeling werd gebruikt om eindelijk orde op zaken te stellen: alle nieuwe AOW'ers vanaf 1 januari 2016 vallen inmiddels onder BEU; alle eerdere AOW'ers worden behandeld als vallend onder een verdragsland. Maar als ze geen oorlogsslachtoffer en wel AOW'ers zijn die in de 'gebieden' wonen, is een verandering van persoonlijke status (dus 'alleenstaande' worden) voldoende om hen onder de BEU te brengen. Ook als AOW'ers daar naartoe verhuizen brengt dat hen onder de BEU.

Tot slot werd in 2015 de motie Voordewind/Bisschop aangenomen: alle sociale uitkeringen van erkende verzetsstrijders en oorlogsslachtoffers uit de periode 1940-1945 werden gewaarborgd, ongeacht waar ter wereld ze wonen. Met BEU hebben zij niets meer te maken. So far so good.

Meningen en fouten

Eindelijk rust voor de mensen waarom het gaat, en voor de Nederlandse regering en de SVB omdat er duidelijkheid is en alles goed en eenduidig is geregeld. Maar toen kwam de NRC dus met haar lange nare stuk over de kwestie, waarna een trits andere media volgden, en kreeg minister Asscher 156 Kamervragen voor zijn kiezen, bijna allemaal gebaseerd op het suggestieve NRC stuk. Een van de vragen gaat expliciet over dit NRC artikel, en hierin worden een aantal onjuiste en suggestieve weergaven gehekeld. Een citaat:

Het artikel is gebaseerd op citaten van schriftelijke dan wel mondelinge bronnen, die een mening of oordeel weergeven, aangevuld met journalistieke interpretaties vanuit het perspectief van de schrijver. Alle citaten van mondelinge bronnen geven meningen weer, die voor rekening van betrokkenen zelf komen. Voor zover ik heb kunnen beoordelen zijn de citaten van schriftelijke bronnen correct overgenomen. Wel zijn verschillende citaten uit de context gehaald.

«Intussen handelt de overheid zeker tien jaar lang in strijd met de wet en het beginsel van rechtsgelijkheid, en houdt dat voor het parlement verborgen». Ik ben eind januari 2014 geïnformeerd dat in december 2013 bij een administratieve controle door de SVB is gebleken dat een aantal alleenstaande AOW-gerechtigden niet woonachtig was in Israël maar in de door Israël bezette gebieden en daarmee ten onrechte een te hoog AOW-pensioen had ontvangen. Er was hierbij sprake van fouten. Uit oogpunt van rechtsgelijkheid is ook voor de vier betrokkenen waar de SVB in eerste instantie correct had gehandeld met terugwerkende kracht alsnog een hoger AOW-pensioen uitgekeerd. − «Het hele dossier moet dus geheim blijven. Het is zo gevoelig dat zelfs het logboek «gevoelige dossiers» van de SVB er geen melding van maakt. Daar zou het te veel aandacht trekken». Dit is onjuist. Het dossier «bezette gebieden» heeft vanaf 29 januari 2014 onderdeel uitgemaakt van het logboek «gevoelige dossiers» (zie antwoord vraag 19).

En zo gaat het nog een tijdje door (vraag 53). Opvallend genoeg lezen we over de Kamervragen nauwelijks wat terug in de NRC, wel is er een artikel op 29 september, nadat het activistische advocatenbureau Prakken d'Oliveira minister Asscher van een ambtsmisdrijf beticht en de kamer oproept tot vervolging over te gaan. Daar worden ergens onderaan de Kamervragen vermeld waarop de kamer nog wacht:

De Kamer wacht echter nog op antwoorden op 156 schriftelijke vragen die zij hem in juli stelde. Vorige week meldde Asscher dat hij die niet binnen de termijn kon beantwoorden, maar uiterlijk in oktober. D66-Kamerlid Steven van Weyenberg: „De aangifte, een zeer ernstige aantijging, maakt de beantwoording alleen maar urgenter. D66 is heel bezorgd. De aangifte moet heel serieus worden onderzocht."

Je vraagt je af waarom zo'n idiote aangifte, die bij nadere bestudering afkomstig blijkt van mensen die welbekend zijn in het anti-Israel circuit, zo serieus moet worden genomen en tot zulke ernstige bezorgdheid moet leiden. Nadat de antwoorden een paar weken later zijn gekomen, verschijnt wederom een suggestief artikel onder de kop: 'In de Westelijke Sahara worden mensen wél op hun AOW gekort'. Het gaat om, hou je nog even goed vast, want daar komt-ie, één persoon. Als je de 156 antwoorden op de Kamervragen doorploetert, kom je erachter dat dit geen oorlogsslachtoffer is. Uit de beantwoording van de Kamervragen:

«Oorlogsgetroffenenuitkeringen garanderen namelijk een basisinkomen. Wie daar door een AOW-korting onder komt, krijgt compensatie. En er wonen ook oorlogsgetroffenen met een AOW-uitkering in de Westelijke Sahara en Cyprus.» Dit is onjuist. Momenteel wonen op basis van de huidige informatie van de SVB noch in de Westelijke Sahara noch op Noord Cyprus oorlogsgetroffenen met een V&O-uitkering (zie ook het antwoord op vraag 40)

De antwoorden op alle andere vragen worden door NRC genegeerd, en de beantwoording van deze suggestief weergegeven om toch maar vooral het beeld te kunnen handhaven dat er voor Israeli's en kolonisten een uitzonderingspositie geldt en zij anders worden behandeld. Of misschien gebeurt dat wel helemaal niet zo bewust, maar was dit het enige aan de enorme lijst Kamervragen en antwoorden wat journalisten Van Nierop en Stokmans opviel en ze belangwekkend vonden.

Want zo werkt dat met een tunnelvisie: de informatie die er niet in past, wordt simpelweg niet gezien. Het beeld van de oude vrouw sluit dat van de jonge uit. Ik zou Van Nierop, Stokmans en de vaste correspondent Derk Walters willen uitnodigen eens op een andere manier naar deze kwestie te kijken. Waarbij niet de (kwade) opzet om Israel en de kolonisten anders te behandelen de kern van het probleem vormt, maar een wet die voor iets anders in het leven is geroepen en onbedoeld een kwetsbare groep ouderen trof.

Voor wie de nuance zoekt

En misschien moet ook iets genuanceerder naar de bezetting worden gekeken: niet iedereen die over de groene lijn woont is een fanatieke kolonist; de groene lijn wordt weliswaar internationaal als een soort van grens gehanteerd, maar dit botst soms met de realiteit van alledag in Israel, waar instanties burgers die over de groene lijn wonen gewoon als Israelische ingezetenen behandelen en deze soms niet beter weten. En hou alsjeblieft eens op met dat gehamer op een machtige, invloedrijke en succesvolle Israellobby. Mensen die deze organisaties kennen moeten er soms meewarig om lachen hoe kleine behoorlijk amateuristische clubs soms worden neergezet. Ieder land probeert voor de belangen van zijn inwoners op te komen, maar bij geen enkel land krijgt dat zoveel nadruk als bij Israel. Het is begrijpelijk dat dit sommige Joden doet denken aan de complottheorieën over de geheime Joodse almacht die al eeuwenlang in omloop zijn en tot de meest vreselijke gebeurtenissen hebben geleid. Daar zullen NRC redacteuren niet naartoe willen, maar eens kritisch kijken naar de vraag waarom men speciaal die Israellobby zo interessant vindt kan geen kwaad.

Ik heb inmiddels ook heel wat tijd besteed aan een kwestie die mij puur inhoudelijk eigenlijk niet zo bijster interesseert. Dit deed ik uit onvrede met de suggestieve berichtgeving erover door de NRC (Ik schreef er eerder dit jaar ook al enkele blogs over), en ook omdat het wel heel goed illustreert wat er mis is met de berichtgeving over Israel door de NRC, en in mindere mate ook door andere media. Daarbij waren in dit geval een concrete groep kwetsbare mensen bij de zaak betrokken. Mensen wiens verhaal niet in onze media kwam, sterker nog, het verhaal van een van hen dat in Israel op tv kwam werd laatdunkend beschreven als een soort van chantage. Alsof men wil zeggen: als Israel haar zin niet dreigt te krijgen, kan men altijd nog naar het ultieme middel grijpen: de Holocaust.

Het is eerder andersom: voor ons is het soms nog steeds lastig te erkennen hoe groot en ingrijpend deze ervaringen waren, en wellicht mede daarom is het zo moeilijk hier zuiver naar te kijken. Israel hoeft niet voorgetrokken te worden, en wordt dat ook niet, maar het slaat ook nergens op om alles wat Israel doet steeds onder een vergrootglas te leggen. Om, wanneer men dan iets niet zo fraais ziet, te kunnen zeggen: kijk kijk, van de geschiedenis heeft men daar niet al teveel geleerd. Dit gebeurt maar al te vaak, en de vaak behoorlijk suggestieve en eenzijdige berichtgeving in de NRC draagt bij aan een steeds meer gepolariseerd debat waarbij Israeli's bij voorbaat al in de verdachtenhoek zitten.

Ratna Pelle

 

donderdag 22 december 2016

Mazzeltjes van kolonisten in NRC (IMO)

 

‘My Wife and My Mother-in-Law’ (W.E. Hill ,1915)

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/22/mazzeltjes-kolonisten-nrc/

 

= IMO Blog =  

Naar aanleiding van mijn uitgebreide correspondentie met Sjoerd de Jong, ombudsman bij de NRC, ben ik opnieuw de artikelen over de AOW kwestie gaan doorspitten. Ik moest daarbij sterk denken aan de bekende tekening met twee verschillende voorstellingen in dezelfde afbeelding zoals de oude vrouw en de jonge vrouw. Afhankelijk van hoe je kijkt zie je soms het ene beeld en dan weer het andere, maar je kunt ze niet goed tegelijkertijd zien. Zo kun je ook op een totaal verschillende manier naar de AOW kwestie kijken, afhankelijk van welke ‘feiten’ of misschien beter gezegd interpretaties, je als uitgangspunt neemt.

In de berichtgeving van de NRC over Israel is zoals bekend het principe leidend dat de bezetting hoofdoorzaak is van het conflict. Alles wordt door de bril van de bezetting bekeken en alles wat die theorie ondersteunt krijgt dus aandacht, terwijl wat die theorie weerspreekt wordt genegeerd. Een tweede, even belangrijk element is dat Israel een uitzonderingspositie zou genieten en vaak boven kritiek verheven zou zijn, vanwege een machtige en succesvolle lobby, waarbij bovendien vaak handig gebruik wordt gemaakt van het gevoelige verleden (de Holocaust). Deze thema’s keren steeds weer terug in de berichtgeving en zijn ook prominent aanwezig in de hele AOW kwestie. Ze vertekenen de feiten zodanig dat een compleet ander verhaal ontstaat. Een verhaal dat met een hoop poeha is gebracht (maar liefst 6 artikelen erover in het laatste half jaar) en vervolgens overgenomen door diverse andere media, waaronder de NOS, Nu.nl, Trouw en natuurlijk ook diverse anti-Israel en Israelkritische sites, van Dutch Turks en aanverwanten tot Joop en Republiek Allochtonië. Er werden liefst 156 Kamervragen over gesteld en een advocatenbureau heeft opgeroepen tot vervolging van een minister en lijsttrekker. Wanneer je bedenkt om hoe weinig mensen (en dus geld) het ging en hoe marginaal het belang van dit onderwerp is voor Nederland en onze belangen, kun je je hier slechts over verbazen. Wanneer je vervolgens steeds helderder ziet hoe totaal verdraaid de NRC de zaak weergeeft, om toch vooral weer haar beeld neer te kunnen zetten van Israel als boven kritiek verheven land dat de Nederlandse politiek naar haar pijpen laat dansen, en dat over de rug van een kleine en kwetsbare groep mensen, kun je alleen nog maar boos worden. En proberen het werkelijke verhaal te vertellen.

De NRC ‘scoop’

De NRC begint haar lange onderzoeksverhaal van afgelopen juni naar de kwestie met de volgende lead:

Jarenlang ontkomen kolonisten in illegale Israëlische nederzettingen aan een wettelijk verplichte korting op hun AOW. Hoe ging dat in zijn werk? Een reconstructie op basis van vertrouwelijke stukken (een selectie is te vinden via links in de tekst).

Het is december 2015. In de Israëlische nederzetting Efrat op de bezette Westelijke Jordaanoever krijgt een Nederlandse man een curieuze brief van de Sociale Verzekeringsbank. Omdat hij vroeger in Nederland woonde, krijgt hij AOW. De SVB is verantwoordelijk voor de uitbetaling.

In deze paar regels zijn de woorden ‘Israelische nederzettingen’ twee keer gevallen, een keer vergezeld van het predicaat ‘illegaal’ (zodat we het toch vooral niet vergeten). Daarnaast spreekt men van kolonisten en bezetting, kortom de kernbegrippen van de NRC zijn vermeld en we zijn alvast bewerkt om wat volgt in de juiste context te lezen: Het gaat om kolonisten (nare, fanatieke mensen zoals we inmiddels allemaal weten op grond van talloze negatief getinte artikelen over ze) die illegaal bezig zijn en de Nederlandse overheid die ze daarbij, tegen alle regels in, helpt. Pas in de zevende alinea vermeldt men zeer summier in meer objectieve zin wat er aan de hand is:

Het begint allemaal bij de Wet Beperking Export Uitkeringen (BEU), bedacht om fraude met uitkeringen in het buitenland tegen te gaan. Volgens die wet kan Nederland vanaf 2006 alleen volledig uitkeren aan mensen die wonen in landen waarmee het een ‘handhavingsverdrag’ heeft. Daarin maken landen afspraken over fraudecontrole.

Direct daarna wordt de eigen interpretatie er weer op losgelaten, en gaat het weer over illegale nederzettingen.

Kille benadering

Het kan ook anders, door bijvoorbeeld in te zoomen op de mensen om wie het gaat. Bij de NRC blijven dat ‘kolonisten’ (daarbij denken we al snel aan religieuze fanaten met gebreide keppeltjes op die ‘Dood aan de Arabieren’ schreeuwen, en niet aan gewone hardwerkende mensen met kinderen) die net als Israelische soldaten nooit een gezicht krijgen, maar altijd voor de onderdrukker staan, voor de partij die niet deugt.

Chaya Brasz begint haar artikel op OpinieZ zo:

Ik ben Jeruzalemmer, al bijna 30 jaar. Hoewel nog te jong voor AOW, volg ik met belangstelling de NRC-artikelen over dat onderwerp, geschreven door Leonie van Nierop en Derk Stokmans. Ze veroorzaken onrust bij sommige van mijn oudste stadgenoten en eerlijk gezegd zijn we dat behoorlijk beu.

Het gaat om mensen van rond de tachtig en negentig, die de bezetting overleefden in de onderduik, of uit een concentratiekamp terugkwamen naar Nederland zonder nog familie aan te treffen. Veel overlevenden voelden zich er nooit meer thuis. Sommigen vertrokken jong naar Israël. Anderen kwamen daar aan na opleiding en enige jaren werk en nog weer anderen voegden zich als gepensioneerden bij hun kinderen.

Ook hier valt overigens het woord bezetting, maar dat gaat over een andere bezetting, een die in de levens van deze mensen belangrijker was dan die door Israel. Een die hen heeft getekend voor het leven. In het NRC artikel valt de term Holocaustoverlevende pas halverwege het artikel, wanneer de termen ‘kolonisten’, ‘bezetting’, ‘onterecht uitbetalen’, ‘lobby’ en ‘lobbyorganisatie’ al meerdere keren zijn gevallen. Meteen wordt beweerd dat dit niet ter zake doend is, en dus verder in feite geen rol speelt in de zaak:

Uit het onderzoek van de SVB blijkt overigens ook dat er onder de kolonisten die dan nog gekort moeten worden 7 overlevenden van de Holocaust zijn. Dat feit zorgt niet voor ambtelijke consternatie. Het ontzien van oorlogsslachtoffers was nooit de reden om een uitzondering voor door Israël bezet gebied te maken. Oorlogsgetroffenenuitkeringen garanderen namelijk een basisinkomen. Wie daar door een AOW-korting onder komt, krijgt compensatie. En er wonen ook oorlogsgetroffenen met een AOW-uitkering in de Westelijke Sahara en Cyprus, die wél volgens de wet worden gekort.

Later wordt nog explicieter gesteld dat deze mensen al worden gecompenseerd, en er dus geen uitzondering voor hen hoeft worden gemaakt. Het is een bijzonder kille benadering. Een vrouw wordt met name genoemd. Ze is 90 en is in Modi’in (500 meter over de groene lijn) vlakbij haar kinderen gaan wonen zodat die haar konden verzorgen. Ze had de consequenties kunnen weten, aldus de NRC:

Trouwens, meldt de SVB aan Sociale Zaken: de Holocaustoverlevende wist heel goed welke consequenties haar verhuizing naar bezet gebied zou hebben voor de hoogte van haar uitkering. Het SVB-kantoor in Leiden heeft regelmatig contact gehad met haar zoon om dat uit te leggen. En al zou ze niet persoonlijk zijn geïnformeerd: de website van de SVB meldt dat er voor bezet gebied al vanaf 2006 een exportbeperking geldt. Andere burgers moeten het daarmee doen.

Bovendien krijgt de vrouw een maandelijkse uitkering op basis van de Wet uitkering oorlogsslachtoffers, waardoor de korting op haar AOW „vrijwel geheel teniet” wordt gedaan.

Het gaat dus alleen om het beeld.

Dit is onjuist. De WUV, waar men op doelt met die compensatie (dit wordt verder niet toegelicht want dan zou weleens kunnen blijken dat het toch wat anders in elkaar steekt dan de NRC het doet voorkomen), voorziet niet per se in eenzelfde inkomen en dezelfde voorwaarden als een volledige AOW. Het is een andere regeling, en niet ieder oorlogsslachtoffer kan er aanspraak op maken. Daarnaast is het natuurlijk schrijnend dat men deze vrouw wilde korten. Had ze dan maar niet bij haar kinderen in de buurt moeten gaan wonen? Terecht dus dat een reportage over haar op de Israelische televisie tot consternatie en Kamervragen leidde.

Mazzeltjes

De NRC stelt het echter voor alsof zij vooral voor propagandadoeleinden is ingezet, en het hier geen reëel leed betreft waar aandacht voor wordt gevraagd. De NRC meldt weliswaar dat er fouten zijn gemaakt in de uitvoering van de wet BEU, dat het een rommeltje was, maar weigert om ook maar enig medeleven te tonen met de mensen om wie het gaat, die zelf ook slachtoffer waren van alle onduidelijkheid. Men schrijft:

Op 7 mei 2015 stuurt de Nederlandse ambassadeur in Tel Aviv een dringende mail naar zijn ministerie. Een Israëlische televisiezender heeft een reportage uitgezonden over een 90-jarige Nederlandse Holocaustoverlevende. Zij is na 1 januari 2015 naar een nederzetting verhuisd, en dus volgens de opdracht van Asscher door de SVB gekort op haar AOW.

Bij Buitenlandse Zaken slaat onmiddellijk de paniek toe. Oorlogsslachtoffers liggen extreem gevoelig. De ambassadeur in Tel Aviv eist „persoonlijk verzekering” dat voor deze groep een uitzondering wordt gemaakt. De Kamervragen stromen binnen. Advocaat Eisenmann opent een meldpunt voor kolonisten.

Omdat het ‘kolonisten’ zijn, mensen die illegaal en willens en wetens op andermans grond wonen, zijn het vooral profiteurs die genoegzaam waarnamen hoe de politiek zich in bochten draaide om hen teveel geld uit te betalen, ten koste natuurlijk van de Nederlandse belastingbetaler. Door middel van hun vele lijntjes en lobbyclubs en het machtige en altijd effectieve morele drukmiddel van de Holocaust, hebben zij de Nederlandse politiek in zijn hand. Dat is de toonzetting die in het hele stuk doorklinkt. In de eerste alinea’s van het lange stuk beschrijft men een ‘kolonist’ die door de SVB op te hoogte wordt gesteld van het afzien van de eerder aangekondigde korting:

De man leest dat hij eigenlijk belasting moet betalen over zijn AOW. Het belastingverdrag dat Nederland met Israël heeft, geldt namelijk niet voor bezet gebied. Maar de AOW’er heeft geluk. De SVB betaalt de belasting voor hem.

Het is al de tweede brief van de SVB dat jaar. De eerste brief bevatte ook al een mazzeltje. Als inwoner van bezet gebied heeft de man eigenlijk geen recht op de inkomensondersteuning die hij al jaren bovenop zijn AOW krijgt, schrijft de SVB. Maar hij mag die ondersteuning toch houden. De kolonist heeft geen idee waar hij deze voorkeursbehandeling aan te danken heeft.

Die verdomde kolonisten toch: ze krijgen zomaar het ene na het andere mazzeltje en een onterechte ‘voorkeursbehandeling’. Wat de NRC niet vermeldt, is hoeveel stress en onzekerheid de hele gang van zaken opriep bij de betroffenen. Ze kregen niet alleen maar mazzeltjes, ze kregen in eerste instantie juist onverwacht nare post over het (mogelijk) korten op hun uitkering. Veel mensen waren zich overigens helemaal niet bewust van het feit dat ze ten onrechte opgaven in Israel te wonen, omdat ze zich via de Israelische verzekeringsbank, de Betuach Leumi, aanmeldden voor de AOW, en op de formulieren van de BL stond Israel als land al voorgedrukt. Dit schrijft de minister ook in antwoord op Kamervragen, en is bevestigd door mensen in Israel die het betreft. Zo ging het ook bij de WUV en men wist niet beter als dat dat ook voor de AOW zou gelden. Men had geen instructies gekregen dat dit niet correct was en dat er onderscheid werd gemaakt tussen Israel en de gebieden. Het was voor veel mensen niet eens duidelijk waar precies de groene lijn liep, vooral in Oost Jeruzalem waar de lijn soms dwars door een straat loopt.

Verder in deel 2.

 

zaterdag 17 december 2016

Hoe serieus kan Van Agt nog worden genomen?

 

 

Zijn vijandige houding jegens Israël is te opvallend

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/16/hoe-serieus-agt-nog-worden-genomen/  

 

– door Tjalling –

De visie van Dries van Agt op het conflict tussen Israël en de Palestijnen is niet alleen héél beperkt en eendimensionaal maar ook overbekend. Bovendien heeft het totaal geen zin om serieus met hem in debat te gaan over het conflict, onze ex-premier voert zijn vooringenomen loopgravenoorlog tegen Israël uit en zal dat blijven doen. Desondanks wil ik hier toch op één punt uit zijn meest recente pennenvrucht ingaan.

Dat Van Agt’s visie op het extreme af vooringenomen is en het conflict alleen vanuit Palestijns perspectief benadert, blijkt voor de zoveelste keer uit zijn artikel op JOOP van 10 december. Hier wil ik één aspect uit bespreken, namelijk de terugtrekking van Royal Haskoning (R.H.) in 2013 uit een gezamenlijk waterproject met Israëli’s, Palestijnen en Jordaniërs.

Volgens Van Agt zou R.H. net zoals de ASN Bank, Triodos en Vitens niet betrokken zijn bij de BDS beweging maar enkel een beleid voor maatschappelijk verantwoord ondernemen hebben en op grond daarvan de betrokkenheid hebben gestaakt bij activiteiten die ‘de bezetting en het illegale nederzettingenbeleid steunen’. In de meeste gevallen werd die betrokkenheid echter wel degelijk gestaakt nadat de BDS-beweging druk had uitgeoefend op deze instellingen.

Royal Haskoning zou, zo Van Agt het formuleert in zijn artikel, hebben meegewerkt ‘aan een project in bezet Oost-Jeruzalem, dat illegale nederzettingen zou hebben gediend en Israëls onrechtmatige annexatie van Oost-Jeruzalem zou hebben bestendigd’. Deze formulering doet de werkelijkheid heel erg tekort en illustreert hoe eenzijdig negatief Van Agt zich uitlaat over Israël.

De werkelijkheid omtrent het project waaruit R.H. zich terugtrok was héél anders dan Van Agt het doet voorkomen. Dit project had tot doel om de Kidron beek weer schoon te krijgen. Deze beek stroomt door de Kidron vallei, tussen het oosten van Jeruzalem en de Dode Zee. De vallei werd al een tijdlang geteisterd door zo’n 45.000 kuub aan rioolwater, vuilnis en gebrek aan zuivering, en dreigde daardoor een ecologische en maatschappelijke ramp te worden, vooral voor veel Palestijnse dorpjes die in de buurt van de zwaar vervuilde Kidronbeek liggen.

R.H had zich toentertijd terdege voorbereid. Een indrukwekkende groep mensen was in het gebied zelf begonnen met het oplossen van de eerste proceshobbels en technische vraagstukken. Op 10 oktober 2012 was Ingenieurs Zonder Grenzen te gast bij UNESCO-IHE in Delft, waar een lezing over water in dit conflictgebied werd gehouden. Jeroen Kook, projectmanager bij Royal Haskoning DHV en Joktan Cohen, bestuurslid bij IZG, belichtten de technische oplossingen en complexe politieke aspecten van het vuilwaterprobleem in de Kidron. Het was de inzet van IZG, R.H., Deltares, UNESCO-IHE en de TU Delft om een bijdrage aan dit bijzondere project te gaan leveren, door Nederlandse kennis in te zetten voor beide partijen. De geplande werkzaamheden en het humanitaire doel daarvan zijn toen teniet gedaan enkel en alleen omdat de Palestijnse Autoriteit het project formeel niet had goedgekeurd. Royal Haskoning werkte tijdens de bouw namelijk ook samen met de gemeente Jeruzalem.Uit publicaties van o.a. de NRC in 2013 viel op te maken dat het met de waterkwaliteit in Israël en de Westbank, mede door Palestijns wanbeleid, slecht gesteld was. Gegronde reden dus om Israël èn de Palestijnen deskundige hulp te verlenen op het gebied van waterzuivering, waarbij de expertise van R.H. onmisbaar was.

De Palestijnse Water Autoriteit (PWA) zei ‘dat bij dit project geen sprake was van samenwerking tussen Israël en de PWA en dat de Palestijnen niet het meeste voordeel zouden hebben van dit afvalwaterzuiveringsproject’. Maar uit een financieel plan van het Milken Institute bleek dat Palestijnse experts aanvankelijk wèl bij het project betrokken waren en de PWA ook contractpartner zou worden. Ook de minister van Water van de Palestijnse Autoriteit was in 2012 bij een bijeenkomst in het Palestijnse dorp Ubeidya over het project. De Palestijnse Autoriteit leek zich pas na de publiciteit en protesten van ‘anti-normalisatie’ activisten (die contacten en samenwerking met Israëli’s als verraad beschouwen en alle ontmoetingen tussen Israëli’s en Palestijnen proberen te dwarsbomen) te hebben gedistantieerd van het project.

Hoe anders is alles dus in werkelijkheid. Vraag hierbij is waarop Dries van Agt zich kan baseren zonder het risico om van het geven van feitelijke onjuistheden te kunnen worden beticht. Zijn opmerking omtrent R.H. was misschien diplomatiek geformuleerd maar zeker ook eenzijdig en negeerde de belangen van zowel Israëlische als Palestijnse bewoners van het gebied. Zijn rugdekking zal in dit geval het besluit zijn dat R.H. in 2013 moest nemen na overleg met betrokken partijen en het inzicht dat betrokkenheid bij dit bijzondere waterzuiveringsproject in strijd kon komen met de (internationale) wet en regelgeving vanwege de afwijzing door de Palestijnse Autoriteit. Van Agt kan zich dan veilig wanen achter in elk geval het Internationale Recht, wat niet altijd recht is, en vanuit die veilige positie zijn vileine strijd tegen Israël voortzetten en dat zal hij graag blijven doen.

 

woensdag 14 december 2016

Vervolg vierde brief aan NRC ombudsman

 

 

Vervolg vierde brief aan NRC ombudsman

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/13/vervolg-vierde-brief-aan-nrc-ombudsman/  

 

In de NRC wordt regelmatig gesuggereerd dat een (al dan niet heimelijke, machtige) Israëllobby een sterke invloed uitoefent op het beleid van onder meer de Nederlandse regering, zoals ik in het vorige deel schreef.

Dit lobby gegeven klinkt ook door in een NRC artikel over het werk van Nati Rom, die zich inzet tegen een boycot van Israël, schijnbaar ondersteund door de Israëlische regering. Dat artikel besprak ik al op mijn IMO Blog.

BEU

En dan is er de amechtig langer wordende reeks artikelen onder de noemer ‘AOW schandaal Asscher’, een in mijn ogen hele hoop gebakken lucht, en verspilling van kostbare tijd en energie aan een non-issue dat slechts een paar mensen en een te verwaarlozen bedrag betreft. Het gaat uiteraard om de principes en de overheid is inderdaad onduidelijk geweest, maar wat een draai wordt eraan gegeven! In het laatste artikel in deze reeks wordt een klein groepje Nederlandse AOW’ers in Israël (merendeels oorlogsslachtoffers) samen met de immigrantenorganisatie voor Nederlanders in Israël neergezet als fraudeurs. Zo schrijft men:

“Het zal niet vaak gebeuren dat een minister enthousiasme toont voor een voorstel om via adresfraude sociale wetgeving te ontlopen.” En: “Asscher is destijds verteld dat de controlemogelijkheden van de SVB beperkt zijn, blijkt uit de stukken. Daaruit blijkt ook dat de ambassade en opeenvolgende bewindslieden zware druk voelden van een lobby van belanghebbenden.”

Deze reeks is een sprekend voorbeeld van hoe je verblind kunt raken door een bepaald paradigma dat je aanhangt (nl. de bezetting is het grootste probleem en centrale thema in het conflict en van daaruit moet alles worden bekeken) en daardoor andere zaken niet meer ziet. De wet BEU (Beperking Export Uitkeringen) voorzag niet in een situatie met bezette danwel betwiste gebieden, daarover is pas later door de politiek besloten. De wet is niet gemaakt om te voorkomen dat mensen die in volgens Nederland bezet gebied wonen het volledige bedrag aan AOW uitgekeerd krijgen, maar om de controleerbaarheid van de voorwaarden van die uitkering zoals of je alleenwonend bent. In landen waarmee Nederland geen verdrag heeft is het niet mogelijk die controle goed uit te voeren, in bijvoorbeeld Oost Jeruzalem echter wel. De politieke component, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen mensen aan deze en de overzijde van de groene lijn, was niet de oorspronkelijke intentie van de wet zoals de NRC dat juist wel suggereert. Daarbij is het op sommige plaatsen in Jeruzalem echt niet duidelijk aan welke kant van de groene lijn je je bevindt. Voor Israël is dit geen grens, en voor de meeste inwoners ook niet: zij vallen allen onder het zelfde stadsbestuur en wonen op grond van de lokale wetgeving in Israël. Ze gingen er – oud en soms ook ziek –  dicht bij hun kinderen wonen om verzorging te hebben en niet te vereenzamen. Daarbij waren tot 2010 alle betroffenen ook oorlogsoverlevenden, en het was nooit de bedoeling van de Nederlandse overheid juist die mensen te treffen.

Ook in deze reeks van de NRC speelt de idee sterk mee dat Israël een sterke lobby heeft die teveel invloed heeft op de politiek en die daarmee in verlegenheid brengt, terwijl het in feite om een kleine en niet erg professionele organisatie gaat die in overleg met de Nederlandse overheid naar een praktische oplossing voor een probleem zocht, namelijk om overlevenden van de oorlog die sowieso niet hadden mogen worden getroffen, te helpen om niet onterecht (en onbedoeld) gekort te worden. Ik kom hier in een apart artikel nog op terug.

Er zijn nog talloze andere voorbeelden van artikelen waarin dit idee van een lobby die wel erg succesvol is een rol speelt. Het ligt extra gevoelig omdat het raakt aan het aloude idee van de geheime Joodse almacht. Antizionisten en felle Israëlcritici klagen steevast over de macht van de zionisten en de zionistische lobby, en wanneer je met Israël sympathiseert of begrip opbrengt voor Israël wordt je al snel in de hoek van de lobby geplaatst. Overigens geloof ik niet, zoals u lijkt te suggereren, dat de omslag in Nederland ten aanzien van Israël wordt veroorzaakt door een machtige Palestina lobby. Zoals u ook stelt hangt dit met verschillende factoren samen, zoals het feit dat de oorlog langer geleden is, de veranderende samenstelling van de bevolking en ook veranderingen in Israël zelf waar sinds eind jaren ’70 rechtse partijen meer invloed hebben gekregen.

Gematigde stemmen

U schrijft dat het interview met Nir Baram een goed voorbeeld is van een gematigde stem uit Israël die ruimte kreeg in de krant. Dit is echter wel weer een overwegend kritische stem richting Israël, en in het interview werd ook veel nadruk gelegd op die kritiek, waardoor er maar weinig ruimte overbleef voor zijn ideeën over vrede en een oplossing van het conflict. Ik had het in mijn brief aan u over ‘gematigde VERDEDIGERS van Israël’, mensen dus die eens niet weer vooral kritiek op hun eigen land hebben en de verrechtsing hekelen, maar wijzen op andere problemen en obstakels in dit conflict zoals het extremisme aan Palestijnse kant. Er zijn gedesillusioneerde vredesactivisten die merkten dat hun open houding en zelfkritiek aan Palestijnse kant niet werd beantwoord met eenzelfde houding en er alleen over Israëls fouten kon worden gepraat. Mensen die niks moeten hebben van de nederzettingen en Netanyahu maar daarin niet de enige of hoofdoorzaak van het voortduren van het conflict zien.

Op mijn kritiek op de eenzijdige nadruk van uw krant op de verrechtsing en verharding in Israël zegt Derk Walters:

Dat ik daar kritisch over schrijf, komt niet voort uit negatieve vooringenomenheid, maar eerder juist  uit de hoop dat de Israëlische democratie en rechtstaat intact blijven.

Waarop u reageert:

Is dat meten met twee maten? Je kunt ook, of eerder, zeggen: het getuigt van serieuze journalistieke betrokkenheid bij Israël, een land dat zichzelf beschouwt als een democratische rechtsstaat, waarmee wij onszelf eerder identificeren dan met de omringende Arabische dictaturen – maar dat dus ook gehouden kan worden aan de normen die daarbij horen.

Dat laatste vind ik een lastig punt. Het is begrijpelijk dat we Israël aan hogere maatstaven meten dan de omliggende Arabische dictaturen, maar er kleeft ook een risico aan. Israël is geen Nederland, en wordt wel omgeven door die dictaturen. Het leger moet voortdurend voorbereid zijn op een aanval, op aanslagen, op het ergste. Logisch dat het leger daardoor een andere, veel grotere betekenis heeft, en dat waarden die daarbij horen zoals de bereidheid geweld te gebruiken en nationalisme, ook anders gewaardeerd worden. De geschiedenis van het land en ook het besef dat het zonder goed functionerend en zeer alert leger niet lang zou kunnen overleven, tekenen de maatschappij en de politiek.

Deze noodzaak tot alertheid heeft ook gevolgen op psychologisch vlak. Je ziet bij ons al hoe snel onzekerheid en angst leiden tot extreme posities en steun voor partijen met een xenofoob en nationalistisch karakter. We zouden wat mij betreft wel wat vaker in de spiegel mogen kijken en bedenken dat, gezien de veel extremere omstandigheden, Israël het eigenlijk best goed doet. Dat neemt niet weg dat er genoeg is om je zorgen over te maken, en die zorgen mag een krant uiteraard ook beschrijven zonder van eenzijdigheid te worden beticht. Maar dat moet dan wel binnen een context gebeuren met ook aandacht voor de problemen van het land en de oorzaken, en de veel extremere posities van haar tegenstanders. Daarom erger ik mij ook zo aan het uitlichten van die uitspraken van Bennett, Lieberman, Turgeman en andere nationalisten. Er wordt totaal geen context bij gegeven. Intussen zegt Abbas 10 km verderop:

Wij zegenen iedere druppel bloed die voor Jeruzalem is gevloeid, omdat het schoon en puur bloed is, bloed dat voor Allah is gevloeid, als Allah het wil. Iedere martelaar zal in het paradijs komen, en iedereen die gewond is zal worden beloond door Allah.

Dat ontgaat Leonie van Nierop en Derk Walters dan blijkbaar. Als Walters wil dat de Israëlische democratie en rechtsstaat intact blijven, zou hij misschien wat meer begrip kunnen kweken voor de positie waarin Israël verkeert? Israëli’s voelen zich internationaal geïsoleerd en onbegrepen, en dat wakkert nationalistische sentimenten aan. Ze zien dat buitenlandse media vaak met name de Haaretz als bron gebruiken en kleine, soms radicaal linkse en antizionistische organisaties aanhalen als objectieve bronnen. Wederhoor wordt zelden toegepast. Ze herkennen zich niet in het beeld van buitenlandse kranten waarin zelden hun perspectief staat.

Als er al eens iemand met een pro-Israël visie wordt geciteerd gebeurt dat in een negatieve context, zo iemand wordt als probleem neergezet. Ze zien dat de BDS beweging, die anti-Israël en anti-vrede is, veelal wordt gezien als geweldloze verzetsgroep tegen een wrede bezetting. Ze zien dat zelfs ex-terroristen en Hamas leiders soms als redelijk worden geportretteerd, terwijl hun eigen politici als gevaarlijke ultra nationalisten worden weggezet. En de reactie is dat ze het buitenland wantrouwen en vatbaarder zijn voor de nationalistische retoriek waarmee Lieberman en Bennett zo goed scoren. Ik hoop van harte dat u dit Walters en Van Nierop wilt voorleggen. Ik vrees dat hun berichtgeving niet bijdraagt aan het intact houden van de Israëlische democratie, maar leidt tot een steeds kritischer en negatievere houding van het Nederlandse publiek en meer nationalisme aan Israëlische kant, en daarmee aan de polarisering rond dit thema in Nederland.

Twijfels

U schrijft:

Intussen is de kern van de zaak, ook als we uw diagnose samenvatten, dat een oplossing voor het conflict verder weg lijkt dan ooit.

U vraagt zich, met Tessler en Salomon Bouman, af of Israël met het huidige nederzettingenbeleid wel Joods en democratisch kan blijven en ziet kritiek daarop niet als anti-Israël of eenzijdig maar als het uiten van bezorgdheid:

Tegen die achtergrond vind ik het niet ‘eenzijdig’ wanneer NRC kritisch over dergelijke ontwikkelingen in Israël bericht. Mits, zoals ik u vorige keer schreef, de bottom line is en blijft dat aan het bestaansrecht van de staat Israël als zodanig niet wordt getornd.

Wanneer je stelselmatig maar éé helft van de foto laat zien, één kant benadrukt, het ene eruit licht en het andere negeert, dan werk je mee aan de delegitimering van Israël. U heeft zich met mij gestoord aan het podium dat de felle antizionist Abou Jahjah kreeg in de NRC, maar in feite past het in een trend. Bij hem is de delegitimatie compleet, en hij beweert valselijk dat iedereen in de regio beter af is zonder Israël als staat waar de Joden zelfbeschikking hebben. Maar ook de NRC werkt mee aan het zaaien van twijfels over Israëls bestaansrecht. Door Abou Jahjah aan het woord te laten. Door Shawan Jabarin als redelijke stem neer te zetten. Door BDS als vreedzaam en slechts gericht tegen de bezetting te omschrijven. Door extreme uitspraken van Israëlische politici eruit te lichten en Palestijnse te negeren. Door steeds maar weer op de nederzettingen en bezetting te hameren als ENIGE probleem en oorzaak van het conflict, ook wanneer het daar helemaal niet om gaat. Door organisaties die Israël gunstig gezind zijn als machtige lobby neer te zetten (en ‘lobby’ heeft nou eenmaal een negatieve bijklank) en over pro-Palestijnse organisaties en hun invloed te zwijgen.

Ja, ik maak mij ook zorgen om de uitzichtloze situatie die er nu is. De Israëlische vredesbeweging, indertijd goed voor honderdduizenden mensen op straat en veel invloed in de politiek, is gedecimeerd. Veel mensen die vroeger actief waren voor vrede en verzoening zijn gedesillusioneerd geraakt. Ze zagen dat hun handreiking, hun zelfkritiek en activisme tegen rechts in eigen land niet werden beantwoord met enige zelfkritiek of activisme voor vrede aan de andere kant. Kritiek op de nederzettingen werd niet beantwoord met kritiek op het standpunt over het zogenaamde recht op terugkeer van miljoenen vluchtelingen en vooral hun nakomelingen. Kritiek op racisme niet met kritiek op antisemitisme aan Palestijnse kant. Het uitzoeken van zwarte bladzijden uit de eigen geschiedenis niet met de dubieuze positie van de grootmoefti en andere Palestijnse leiders van weleer.

De Palestijnen zijn altijd zeer dubbelzinnig geweest in hun erkenning van Israël, en het idee van twee staten voor twee volken is nooit gesteund, ook niet door de ‘gematigde’ Abbas. De nationalisten in Israël spinnen er garen bij. De kolonistenbeweging kon zijn invloed uitbreiden en wordt nu openlijk gesteund door de regering. Twintig jaar geleden waren de meeste Israëli’s bereid om de meeste nederzettingen en circa 95% van de Westbank op te geven voor vrede, en daarom stemden ze op Barak. Nu wordt er gepraat over annexatie van delen van de Westbank. Het ligt natuurlijk niet alleen aan de Palestijnen, maar het is zeker een factor van betekenis, samen met de negatieve houding van de VN, de zeer kritische houding van de EU en het gevoel in het buitenland niet begrepen te worden. Wanneer eisen aan Israël (zoals stoppen met bouwen in de nederzettingen) gepaard waren gegaan met even duidelijke eisen aan de Palestijnen (stoppen met de opruiing, opgeven van het ‘recht op terugkeer’) was er wellicht welwillender op gereageerd. Maar de eisen waren doorgaans eenzijdig, net als de kritiek. En nu dreigt het in Israël inderdaad de verkeerde kant op te gaan en is het debat in Nederland (en veel andere landen) gepolariseerd en wordt er niet meer naar elkaar geluisterd.

Ik ben blij dat u de tijd heeft genomen wel naar mij te luisteren en op mijn kritiek in te gaan. Ik blijf hopen dat de berichtgeving in de NRC evenwichtiger wordt, mogelijk met uw inzet? Zoals wel vaker het geval is willen we uiteindelijk denk ik hetzelfde, maar verschillen we in onze visie op de weg ernaartoe. En de rol van uw krant.

Ratna Pelle


Eerdere correspondentie:

  1. Brief aan NRC over berichtgeving Israël
  2. Antwoord van NRC ombudsman Sjoerd de Jong
  3. Vervolgbrief aan NRC Ombudsman over berichtgeving Israël
  4. Antwoord aan NRC ombudsman Sjoerd de Jong (2)
  5. Tweede antwoord van de NRC ombudsman
  6. Vierde brief aan NRC ombudsman over berichtgeving Israël

 

Vierde brief aan NRC ombudsman over berichtgeving Israël

 

 

Vierde brief aan NRC ombudsman over berichtgeving Israël

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/13/vierde-brief-aan-nrc-ombudsman-berichtgeving-israel/  

 

Beste Sjoerd de Jong,

Mijn dank voor uw (wederom) uitvoerige reactie op mijn vorig schrijven. Met enige vertraging ook weer een antwoord van mij. Ik denk overigens dat we nog lang door kunnen gaan, want in de tijd tussen onze brieven in hebben NRC redacteuren en correspondenten doorgaans weer het nodige over Israël geschreven, bijna altijd negatief en bijna altijd met een suggestieve ondertoon. Ik heb u daar meermaals voorbeelden van gegeven in de hoop dat u dit ook onderkent en in de hoop dat u dit bij de redactie aankaart, en in de hoop dat (ik weet het, ik ben misschien wat naïef, maar een mens moet de hoop niet verliezen) er daardoor iets verandert. Niet dat er geen negatief getinte artikelen meer over Israël mogen verschijnen, niet dat werkelijk verontrustende zaken geen aandacht meer mogen krijgen, niet dat rechtse politici niet meer rechts genoemd mogen worden. Wel dat er wat meer proportie, ofwel evenwicht is, tussen het belang van een zaak en de aandacht die de NRC eraan besteedt. Wel dat ook relevante context wordt gegeven. En ook negatieve zaken aan Palestijnse kant aandacht krijgen. Die hoeven overigens niet met een lantaarntje worden gezocht zoals u suggereert, maar liggen er open en bloot voor wie er aandacht voor heeft.

Donald Trump

Ik werd net als velen zeer onaangenaam verrast door de overwinning van Donald Trump. Veel vooral wat rechtsere Israëli’s tonen zich daarentegen verheugd en hopen dat hij Israël wat meer met rust zal laten na de vaak behoorlijk kritische houding van Obama. Of hij werkelijk goed zal zijn voor Israël is allerminst zeker, en hangt van veel meer factoren af dan zijn belofte (door meerdere presidenten voor hem gedaan) de ambassade naar Jeruzalem te verhuizen. De vraag is natuurlijk ook wat je precies verstaat onder ‘goed voor Israël’ zijn. Een president die zorgt voor stabiliteit en een actieve rol voor de VS ziet weggelegd op het wereldtoneel is wellicht beter dan iemand die vindt dat al dat buitenlandse gedoe maar klauwen met geld kost en het nationale belang voor alles gaat. En of iemand die de zeer omstreden Bannon tot persoonlijk adviseur benoemt en door de KKK en neo-nazi’s wordt aangeprezen nou zo goed zal zijn voor de enige Joodse staat, dat vraag ik me af.

Betwiste termen

U schrijft terecht dat ik de NRC een negatieve toonzetting verwijt en zegt vervolgens dat het lastig praten is over de toon, omdat die deels subjectief is: we horen in hetzelfde artikel soms een andere toon. De een vindt dat je geen ‘terrorist’ mag schrijven, de ander wil niet dat van ‘bezetting’ wordt gesproken. Vervolgens schrijft u:

Daar gaat een wereld van politieke en ideologische stellingname achter schuil, waar een krant die objectiviteit nastreeft niet mee vooruit kan. Die moet in de eerste plaats, met alle soms gebrekkige middelen die de journalistiek kent, beschrijven wat de aardse werkelijkheid is. In dit geval, nog helemaal los van de internationaal-juridische context: een gebied waar één partij aanwezig is met militaire overmacht en burgers van de andere partij systematisch onderwerpt aan bureaucratische en gewapende controle, dat is in normaal journalistiek taalgebruik niet ‘betwist’ gebied (dat suggereert tezeer een gelijkwaardigheid van strijdende partijen), maar ‘bezet’ gebied.

Ik vind dit een erg sterk aangezette beschrijving, zeker voor dat deel van de Westbank waar de Palestijnen autonomie hebben. Ik ben in verschillende Palestijnse steden geweest en heb daar geen Israëlische soldaten gezien; die komen daar bij hoge uitzondering wanneer de daders van een aanslag worden gezocht. Er zijn checkpoints en andere restricties, die afhankelijk van de veiligheidssituatie worden verscherpt dan wel versoepeld. Zelf stoort de term ‘bezetting’ me niet zo, behalve als het over Oost Jeruzalem gaat (met o.a. de Klaagmuur, Olijfberg en oude Joodse wijk).

Ik weet niet of ‘betwist’ een gelijkwaardigheid van partijen suggereert. Het suggereert vooral dat meerdere partijen een gebied claimen en neemt daar geen stelling over in. Internationaal is er een redelijke consensus over dat (het overgrote deel van) de Westbank de Palestijnen toebehoort, en alleen met hun toestemming enkele grenscorrecties mogelijk zouden zijn. In het woord ‘betwist’ komt dat niet terug. Beide termen dekken de lading dus niet helemaal. Misschien is het wel het meest correct om A gebied autonoom Palestijns te noemen, B gebied bezet en C gebied betwist. Maar dat is voor de krant en de lezers wellicht te ingewikkeld J.

Asymmetrie

U schrijft vervolgens dat u het met me eens bent dat de krant ‘met gevoel voor historische context en evenwicht’ over Israël en de Palestijnen moet schrijven, en weerspreekt dat zij daarin tekort schiet. U ontkent dat de NRC teveel nadruk legt op een machtiger en succesvolle Israëllobby en stelt dat er maar één artikel met die strekking in de krant heeft gestaan, vorig jaar over het CIDI. U verwijt mij dat ik te krampachtig naar evenwicht zoek:

Een dogmatisch streven naar ‘evenwicht’ kan ook verhullen dat het hier (en dan beperk ik me tot de Palestijnen) gaat om een asymmetrisch conflict. Tegenover de chaotische, en corrupte, Palestijnse Autoriteit op de West Bank, en het oproer aldaar van gewelddadige jongeren, staat een Israëlische politiële en militaire overmacht.

U noemt dit ook “false balance, of  he said, she said-journalistiek, waarin strijdende partijen plichtmatig beide aan het woord moeten worden gelaten, liefst met precies evenveel woorden, om maar vooral niet het verwijt te krijgen van partijdigheid.”

In de eerste plaats: een asymmetrisch conflict wil nog niet zeggen dat de bovenliggende partij de meeste kritiek verdient. We zijn gevoelsmatig vaak geneigd partij te kiezen voor wie we als zwakker zien en vinden een strijd eerlijker als beide partijen even sterk zijn. Maar achter de asymmetrie tussen Israël en de Palestijnen zit een ander wezenlijk verschil verborgen. Palestijnse strijdgroepen (niet het bestuur) willen zoveel mogelijk Israëlische burgers doden, terwijl het Israëlische leger vooral strijders of terroristen wil doden/uitschakelen en de eigen burgers beschermen. Als de Palestijnen de bovenliggende partij waren geweest, was Israël er al lang niet meer geweest, of nooit gekomen. Daarbij heeft Israël ook nog met een vaak vijandige Arabische wereld te maken, dus het heeft dit militaire overwicht ook nodig.

U spreekt van een ‘oproer van gewelddadige jongeren’ terwijl het om vele ervaren strijders gaat, die ook door de PA en Fatah worden gesteund of aan die laatste zijn gelieerd. De PA betaalt alle Palestijnse gevangenen in Israël een maandelijkse bijdrage, die hoger is naar gelang de gevangenisstraf langer en de aanslag erger.

Extremistische leuzen

Het gaat niet om het ‘plichtmatig’ aan het woord laten van de ander, het gaat om zeer relevante feiten die door de NRC stelselmatig worden genegeerd. U citeert Derk Walters waar hij zegt dat ,,Ik sta heus vooraan als er tienduizenden Arabieren, extremistische leuzen roepend, door een Joodse wijk lopen. Dat gebeurt alleen niet.’’ Hier doet hij zich naïever en dommer voor dan hij is. Natuurlijk kunnen die extremisten niet door een Joodse wijk lopen, goddank. Maar dat wil niet zeggen dat ze zich niet hoorbaar en kenbaar maken. De vele vreugdekreten en ‘verdiende straf’ (en ergere) reacties tijdens de recente branden in Israël zijn slechts een voorbeeld. De NRC wijdde er welgeteld twee regels aan, waarna direct de nadruk werd gelegd op de hulp die Israël ook uit Palestijnse hoek kreeg. Dat laatste is op zichzelf prachtig, maar wat opvalt is hoe extremisme van Palestijnse/Arabische zijde direct wordt gerelativeerd terwijl dat andersom nooit gebeurt. Immers, toen Turgeman in Jeruzalem zo tekeer ging tegen Arabieren werd de reactie van de burgemeester er niet bij vermeld.

Er zijn meer voorbeelden van extremistische leuzen van Palestijnse kant, daar hoef je op zich ook helemaal niet lang naar te zoeken. Als Derk Walters af en toe naar door Fatah en Hamas gecontroleerde tv programma’s kijkt, of kranten leest, of naar preken luistert, zou hij er wekelijks vele moeten tegenkomen. Ook op de Facebookpagina’s van Fatah en PA leiders wordt geregeld geweld tegen Israëli’s verheerlijkt of zelfs ertoe opgeroepen. Dat niet iedere uitspraak of ieder fout kinderlied of iedere vernoeming van een school naar een terrorist wordt vermeld kan ik begrijpen. Het lijkt er echter op dat de NRC dit onderwerp nagenoeg doodzwijgt omdat het niet past in de visie van de NRC op het conflict. Daarin is Israël als machtigste partij ook vooral de partij die kritisch moet worden gevolgd en bejegend, en zijn Palestijnse misstanden en extremisme niet interessant.

Ik geef hier toch even een paar voorbeelden, want zelf schrik ik iedere keer opnieuw van de bloeddorst die uit veel van die uitingen spreekt. Een lied met de volgende teksten werd onlangs een aantal keer uitgezonden op de officiële PA tv tijdens de zevende Fatah conferentie die eind november plaatsvond:

“Slice open the enemy’s chest, slice it” “Shoot the Dashka (machine gun) and the cannon” “The Fatah man… fires the mortar and the machine gun” “Strike, mortar, strike!”

Ook worden de terroristen die in 1972 de Israëlische Olympische ploeg in München doodden, nog steeds als helden geëerd door Abbas’ Fatah partij. In september meldde de Facebookpagina van Fatah het volgende:

“The 44th anniversary, Sept. 5-6, 1972, the anniversary of carrying out of the heroic Munich operation that was carried out by fighters of the PLO Black September organization. The Munich operation is still remembered and is recorded in history, and it demonstrates the meaning of the courage and power of the Palestinian resistance fighter and his self-sacrifice for the homeland and for the cause.”

Dit zijn geen incidenten. Tijdens de zogenaamde ‘messenintifada’ werden de aanslagen ook continu geprezen en mensen opgeroepen om meer aanslagen te plegen. Daarnaast zijn complottheorieën waarin Joden voor alle mogelijke ellende in de wereld verantwoordelijk zijn populair, wordt Hitler vaak bejubeld (een paar jaar geleden werd in de Gazastrook in winkel gesloten met de illustere naam ‘Hitler2’, waarvan etalagepoppen messen droegen met bloed erop) en de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd, ook door de ‘gematigde’ Abbas.

Ik ben er niet op uit om de Palestijnen zwart te maken en daarmee Israëls wandaden te verdoezelen. Ik ben ook niet op zoek naar een argument waarom Israël geen concessies hoeft te doen en maar lekker door kan bouwen op de Westbank. Dit zijn dingen die je mijns inziens niet kunt negeren als je naar het conflict kijkt en erover bericht en het als serieuze krant probeert te duiden. Wanneer je vooraan staat om nare en opruiende uitspraken van Israëli’s op te schrijven, dan mag je ook wat meer moeite doen om de andere kant in beeld te brengen. Omdat mensen anders maar één helft van de foto zien, en op grond daarvan een vertekend beeld krijgen. Het klopt dat het gebrek aan balans bij de NRC een rode draad in mijn kritiek is, en ik zie van uw kant geen duidelijke weerlegging hiervan.

Israëllobby

U schrijft dat de NRC maar één artikel aan de Israëllobby heeft gewijd en mijn verwijt dus onterecht is. Op dat artikel had u nota bene zelf (milde) kritiek geuit in uw zaterdagse column, en daar was ik erg blij mee. Het idee van een machtige lobby, van teveel invloed vanuit die lobby, de ambassade, of anderen die Israël een warm hart toedragen, klinkt door in diverse artikelen in de krant; soms expliciet, soms impliciet. Hieronder een paar recente artikelen waarin ik dat terugzag:

PLO boos over bezoek SGP’er Van der Staaij aan nederzettingen‘ (bijvoorbeeld de zin: “Het is herfstreces in de Tweede Kamer, en dus vliegen Nederlandse politici af en aan op luchthaven Ben-Gurion van Tel Aviv.”) Zie ook deze bespreking van dit artikel. Het ging om welgeteld twee delegaties (waarvan eentje internationaal), en inderdaad was een reis door het CIDI georganiseerd. ‘Moeten ze vooral doen’ schrijft u in reactie op mijn kritiek, en vervolgt:

Feit is, dat het CIDI , onder meer, al jaren persreizen organiseert naar Israël, waaraan inmiddels vele tientallen Nederlandse journalisten en publicisten hebben deelgenomen. Iets vergelijkbaars kan van Dries van Agt of het Palestina Comité, denk ik, niet worden gezegd.

Feit is dat pro-Palestijnse organisaties als Sabeel Nederland en UCP ook regelmatig zulke reizen organiseren. Hier nog een paar voorbeelden van pro-Palestijnse reizen. Hier een verslag van een reis van het pro-Palestijnse Gate48 waar twee jonge politici aan meededen en die hun meer oog voor de Palestijnse kant bezorgde. Er is ongetwijfeld nog meer te vinden. Het gaat hier voor de duidelijkheid merendeels om reizen die zijn bedoeld voor mensen die zich met het conflict bezig houden en worden voorgelicht door organisaties die, net als het CIDI, een bepaalde visie hebben op het conflict en als doel hebben om die te verspreiden. Het zijn dus in feite lobbyclubs maar evenmin als het radicale Al Haq waar ik me in mijn vorige brief over opwond worden zij als zodanig gezien en omschreven. Pro-Palestijnse organisaties zijn ‘mensenrechtenorganisaties’, humanitaire organisaties, vredesorganisaties etc. maar nooit lobbyclubs, ondanks een vaak identieke werkwijze als andere lobbyclubs. Ze proberen hun visie op het conflict en de gewenste oplossing voor het voetlicht te krijgen, organiseren daartoe evenementen, onderhouden kontakten met politici, media en kerken, zetten soms petities op of voeren actie.

Ook het CIDI is voor vrede en een in hun ogen rechtvaardige oplossing van het conflict. De huidige directeur is bijzonder gematigd en mild richting de Palestijnen. Ik zou geen enkele pro-Palestijnse organisatie weten die zo genuanceerd naar het conflict kijkt, maar toch geldt het CIDI als invloedrijke lobby terwijl organisaties aan Palestijnse kant (EAJG, Palestine Link, het Palestina Komitee, maar ook UCP, ICCO en Oxfam-Novib) zelden zo worden omschreven.

In het volgende deel meer voorbeelden van de NRC berichtgeving over een (vermeende) Israëllobby.

Ratna Pelle

 

dinsdag 6 december 2016

Brandstichting in Israel (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2016/12/05/brandstichting-in-israel/

 

= IMO Blog =  

Zoals gezegd was er in Nederlandse media wel aandacht voor het feit dat de recente branden in Israel gedeeltelijk aangestoken waren, maar soms toch weer met een bepaalde ondertoon. Het bleef er vaak bij dat dit volgens Israel het geval was (maar dus niet bewezen) of dat de zaak nog werd onderzocht. Dat klopt natuurlijk ook, maar de aanwijzingen zijn met 1773 branden in een week tijd terwijl in de omliggende landen nauwelijks brand was, natuurlijk wel heel groot. Dat de enorme uitbarsting van vreugde op sociale media en ook de oproepen tot brandstichting een rol hebben gespeeld, lijkt ook vrij evident. Daarnaast zijn er veel concrete aanwijzingen geweest. Ik citeer er een paar uit de liveblog van de Haaretz:

On Saturday, four Palestinians were arrested in relation to the fires. One was arrested near Umm Rehan, after a drone spotted a group of Palestinians setting fire in the area. Troops pursued the group and apprehended one of them. Near Ariel, three Palestinians were arrested after they were spotted trying to set fire in an open field.

Over ten arson suspects have been arrested in investigations into the fires across Israel over the last few days, according to the Israeli army. The suspects have been handed over to the Shin Bet for questioning.

According to the army, Israeli soldiers arrested three of the suspects overnight near the West Bank town of Dayr Qadis near Modi’in. The three were in a car where soldiers also found an empty bottle of gasoline along with two full ones, a bag filled with cloth, gloves and lighters.

Israeli soldiers, alongside police officers, later took another suspect into custody after an employee of the Israel Nature and Parks Authority saw him trying to set fire to brush near the West Bank town of Battir, near Jerusalem. The suspect is also a resident of Battir. (Gili Cohen and Almog Ben Zikri)

Another blaze broke out near the town of Beit Meir, in the Judean Hills, west of Jerusalem. According to fire officials, arsonists were seen fleeing the area.

En zo gaat het nog een tijdje door. Concrete aanwijzingen, soms met bewijs zoals brandbare spullen of aanstekers, en verschillende daders op heterdaad betrapt. In geen enkel Nederlands artikel ben ik dergelijke concrete voorbeelden tegengekomen. Het bleef bij ‘beweringen van Israelische politici’. En waar het vertrouwen in onze eigen politici al niet erg hoog is, heb ik geen hooggespannen verwachtingen van het vertrouwen in Israelische politici, die immers door onze media stelselmatig als haviken en nationalisten worden afgeschilderd.

NRC

Op 25 november schreef Derk Walters dat “nu bosbranden in Israël grotendeels onder controle zijn, het vingerwijzen in volle gang is”, en “wat nog niet voorbij is, is de blame game”. Oftewel: het staat nog allerminst vast dat er inderdaad sprake was van brandstichting, ondanks de duidelijke aanwijzingen wat dit betreft en de arrestatie van verdachten. Daarop werden direct twee vergaande uitspraken van politici (Benett en Netanyahu, die – aldus NRC – natuurlijk niet voor Benett wou onderdoen in het doen van stevige uitspraken) aangehaald om te laten zien hoe havikachtig Israel wel niet is. Feitelijke uitspraken van brandweermannen of medewerkers van nationale parken die brandstichters hebben gezien werden uiteraard niet vermeld. Palestijnse politici werden heel wat redelijker neergezet:

Palestijnse Knesset-leden stelden dat het te vroeg is om schuldigen aan te wijzen. Leider Ayman Odeh van de Verenigde Lijst, zelf woonachtig in Haifa, vond dat het eerst zaak was om de stad te redden. Wel zei hij dat eventuele Arabische daders streng moeten worden gestraft.

Juist ja. De meest zuivere reactie die je kunt geven. Dat is nog eens andere koek dan het nationalistisch bieden en overbieden van de rechts-Israelische politici. Uitspraken van Israelische politici worden subtiel ontkracht:

Minister Erdan (Openbare Veiligheid, Likud) schatte dat ongeveer de helft van de branden aangestoken is. Ook in Palestijns gebied woedde op sommige plekken brand. Feit is dat het ongewoon droog is in Israël. Op sommige plekken heeft het al sinds het voorjaar niet geregend.

Ja, op sommige plekken ja. Niet op vele honderden plekken. Niet opeens tientallen branden vlakbij elkaar. En in Libanon en Jordanië woedden nauwelijks branden ondanks vergelijkbare weersomstandigheden. Israelische bronnen meldden dat de branden aanvankelijk een natuurlijke oorzaak hadden, maar er gaandeweg steeds meer werden aangestoken, dus dat past binnen het gegeven dat ook in Palestijns gebied branden woedden (overigens vaak bij Joodse nederzettingen). Maar voor die nuance lijkt in de NRC geen plaats.

Walters lijkt zijn informatie grotendeels uit Ha’aretz te hebben, maar dan vrij selectief uitgekozen. Minster Erdan  beweerde niet zomaar iets, maar baseerde zich op deskundigen. Volgens Ha’aretz: “The statements about the arson are statements that are backed up by professional sources from the Fire and Rescue Authority. But it must be understood that the efforts of the last two days are not investigations but life-saving efforts – and so we need to remember that these are initial evaluations”, en: “… evidence has been found that the initial fire that broke out in Zikron Ya’akov and burned 30 homes was the result of arson. ‘We found gasoline in Zikron,’ Erdan told Army radio in an interview. ‘At the moment we are focused on saving lives, there’s no time to completely investigate all of the incidents. However, rescue and fire workers have decades of experience … and the consencus is that this is arson’.”

In de laatste alinea, onder het kopje ‘Hulp van Palestijnse bluswagens’ wordt dan eindelijk kort aangestipt dat in de Arabische wereld de branden werden toegejuicht:

In de Arabische wereld werden de branden in Israël door sommigen met gejuich ontvangen. Op sociale media ging de hashtag Israelisburning rond. Toch was er ook sprake van verbroedering: acht Palestijnse bluswagens met in totaal veertig brandweerlieden hielpen, onder Israëlisch militair toezicht, mee aan het bestrijden van de branden die Haifa bedreigden. Ook buurlanden Jordanië en Egypte, waarmee Israël officieel vrede heeft gesloten maar waarmee het vaak op gespannen voet leeft, hebben hun hulp toegezegd.

Vooral niet te lang op iets ingaan dat de moraal van je verhaal tegenspreekt. De teneur is duidelijk: Israel wordt door het noodlot getroffen, maar in plaats van aan te pakken en het probleem op te lossen wijzen Israelische politici liever meteen naar de Palestijnen als de boosdoeners. Palestijnse politici op hun beurt blijven zakelijk en correct en helpen de branden blussen. Feiten die dit verhaal tegenspreken (zie mijn vorige blog, zie de vele voorbeelden van verdachten in het liveblog van de Haaretz, zie vele andere Israelische bronnen) worden genegeerd of zo summier of vervormd weergegeven dat ze niet overtuigend overkomen.

Door selectief met feiten om te gaan kun je een compleet andere draai aan een verhaal geven. In plaats van aan het begin op de vele juichende reacties in de Arabische wereld te wijzen en ook het oproepen tot brandstichting (ook onder Palestijnen zoals de zoon van een leider van de islamitische beweging in Israel, die beweerde dat zijn oproep sarcastisch bedoeld was),  heeft men een voorbeeldige reactie van een Arabisch politicus gevonden en suggereert dat dit staat voor hoe zij reageren. En in plaats van brandweerlieden of anderen te citeren die met kennis van zaken kunnen vertellen dat er niet alleen natuurlijke oorzaken waren, wordt de rechtse nationalist Benett direct van stal gehaald.

Politie en brandweer bevestigden enkele dagen later dat – inderdaad – zo’n 40 tot 50% van de branden zou zijn aangestoken.

Ratna Pelle