maandag 9 april 2018

De twee maten van NIDA (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2018/04/08/de-twee-maten-van-nida/

 

= IMO Blog =

Dat NIDA geen afstand nam van de “Israel = IS” tweet was niet alleen een principe kwestie, maar ook electoraal handig: veel allochtonen denken zo over Israel en Joden en geloven dat het CIDI de lange arm van Israel in Nederland is (zo gaat hun eigen Erdogan immers ook te werk) en de Joden achter de schermen aan de touwtjes trekken.

De tweet was mede een reactie op het ontslag van Yasmina Haifi, medewerkster op het ministerie van Veiligheid en Justitie die zelf kort tevoren had getwitterd dat ‘ISIS niks met de islam heeft te maken maar een vooropgezet plan is van de zionisten om de islam zwart te maken’. Die tweet leidde terecht tot ophef en haar ontslag. Ze was de laatste twee jaar gedetacheerd bij het Nationaal Cyber Security Centrum, dat samenwerkt met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), en dan is het niet echt handig als je achter gewelddadige jihadisten een zionistisch complot ontwaart. Vorig jaar heeft de rechtbank echter geoordeeld dat het ontslag een te zware straf was en de tweet onder de vrijheid van meningsuiting valt.

Zoals gezegd, wat Haifi en NIDA zeggen is de mening van veel moslims. Appa zegt het, Younes al Ouali zei het, Kuzu zegt het, het is geregeld te lezen in online reacties en op sites als Trotsopislam. Het is ook geregeld te horen op de Arabische tv zenders waar veel allochtonen naar kijken. Dus was het verstandig om zo kort voor de verkiezingen geen afstand te nemen van de tweet en ‘niet te buigen voor de macht van het CIDI, zoals Jesse Klaver wel deed’, aldus een onverzettelijke Ouali bij Pauw. Voor NIDA is dit belangrijker dan linkse samenwerking tegen armoede en voor meer huurwoningen. Dat kans op deelname aan de waarschijnlijk progressieve coalitie er niet bepaald groter door is geworden, is ondergeschikt aan het juiste geluid voor de eigen achterban.

Opvallend is echter de steun, ook uit autochtone hoek, voor de positie van NIDA. Op het nieuwe ‘de Kanttekening’ schrijft ene hoogleraar islam in Europese samenlevingen naar aanleiding van de gewraakte tweet o.a.:

Aanleiding was de aanval op Gaza door het Israëlische leger waarbij aan Palestijnse zijde ruim tweeduizend doden vielen, onder wie veel kinderen. Ordinaire terreur dus, net als de praktijken van IS, maar zoals gebruikelijk keken de vrienden van Israël in het Westen de andere kant op. Het ging immers om ‘gerechtvaardigde zelfverdediging’ door Israël. En wie daar kritiek op heeft, wordt zoals gebruikelijk door Israël en zijn bondgenoten uitgemaakt voor antisemitisch.

De gewraakte tweet van Nida was geen diepgaande analyse, dat kan ook niet in een tweet, maar was bedoeld om het meten met twee maten aan de kaak te stellen en verontwaardiging te laten horen over het zionistische geweld in Gaza.

En even verderop:

Kennelijk had de propagandamachine van de Israël-lobby, daarbij geholpen door het CIDI en de politieke vrienden van Benjamin Netanyahu, haar werk gedaan.

Diep en diep triest dat niemand van de journalistiek zich afvroeg of die vergelijking tussen IS en Israël misschien niet heel terecht is. Diep en diep triest dat zelfs Klaver aan effectbejag doet en is gezwicht voor de lange arm van Jeruzalem.

Werkelijk, meneer Thijl Sunier? Als u moet kiezen of u een tijdje in IS gebied uw geleerde werk wilt doen of in pak hem beet Tel Aviv, hoe lang aarzelt u dan? Waar denkt u dat u en uw gezin veiliger zijn? Waar zou een betere universiteit staan en is er meer vrijheid van meningsuiting? Waar worden individuen, ongeacht hun achtergrond en denkbeelden, het beste beschermd?

Diep en diep triest dat mensen dergelijke kolder opschrijven, en een redelijk functionerende democratie vergelijken met een stel islamofascisten die vrouwen verkrachten en journalisten onthoofden. En dat omdat er bijna 2000 doden vielen in een inderdaad asymmetrische oorlog, waarin een staat met al haar beperkingen vocht tegen een terroristische organisatie die vanuit de burgerbevolking opereerde en raketten vanaf de daken van ziekenhuizen en binnenplaatsen van scholen afschoot. En je bent natuurlijk geen antisemiet als je desondanks van mening bent dat Israels optreden in Gaza niet gerechtvaardigd was en daartegen protesteerde.

Je bent wel een antisemiet als je achter IS een Joods complot ziet en als je de mening van mensen die daar een probleem mee hebben afdoet als ingegeven door zionistische propaganda. Als je alles wat ten faveure van Israel wordt gezegd en gedaan ziet als een gevolg van de geoliede Israellobby. En misschien ook als je blind bent voor de wandaden en mensenrechtenschendingen in islamitische landen en door bewegingen die zich op de islam baseren en hun Jodenhaat, en in Israel de manifestatie van het ultieme kwaad ziet.

Willem Schinkel maakt het in de NRC iets minder bont maar komt met het cliché dat ‘de vrijheid van meningsuiting anders wordt beoordeeld waar het moslims betreft’. Oftewel: moslims mogen niks lelijks over Israel zeggen, maar autochtonen mogen wel een hoop lelijks over moslims zeggen. De tweet zou bovendien het doel hebben het ‘het meten met twee maten ten aanzien van geweld in het Midden-Oosten aan de kaak te stellen’ en is daarom minder erg.

Daarbij schoot het Schinkel in het verkeerde keelgat dat Jesse Klaver in Buitenhof had gezegd NIDA als progressief te beschouwen vanwege hun ondertekening van een homo manifest. Dit ‘keuren op goed fatsoen’ zou omgekeerd onvoorstelbaar zijn en daarom racistisch. Ook mogen we NIDA geen moslimpartij noemen. Hij besluit met:

Het maakt pijnlijk duidelijk dat een moslim nog steeds niet voor volwaardig politicus gezien wordt door witte politici. Klaver zal zichzelf genereus gevonden hebben, maar zijn goedkeuring kan alleen begrepen worden als racistische arrogantie.

Klaver is niet helemaal wit, maar dat terzijde. Dat je bij een moslimpartij, eh sorry, op de islam gebaseerde partij (de naam komt uit de koran en betekent ‘oproep’ of ‘gebed’, aldus Carel Brendel), kritisch kijkt naar hoe men over homo’s en andere minderheden denkt vind ik vrij logisch. De SGP wordt toch ook op haar standpunt over homo’s en vrouwen aangesproken? Ik denk dat er minstens evenveel ongemak zou zijn wanneer een lokaal verbond met de SGP wordt gesloten.

Dat heeft niks met racisme te maken maar met de vraag of je op belangrijke en principiële punten wel met elkaar door een deur kunt en wilt. Waar antizionisten vaak steen en been klagen dat ten onrechte de antisemitisme kaart wordt getrokken, ontwaren zij vaak racisme daar waar het juist vreemd zou zijn om niet kritisch te zijn.

Klaver was inderdaad genereus door die ondertekening zo hoog aan te slaan en daarbij naïef door zich verder niet te verdiepen in de achtergrond en kontakten van NIDA. En wanneer NIDA met bepaalde standpunten van GroenLinks (of een van de andere partijen in het linkse verbond) grote moeite had, kon men dat uiteraard ook bespreken en daar eventueel conclusies uit trekken.

Er wordt van moslims qua vrijheid van meningsuiting behoorlijk veel geaccepteerd, net als van Wilders en andere felle islamcritici overigens. Als een autochtoon met een goede baan bij Justitie vanuit rechts gemotiveerd antisemitisme zou hebben getwitterd over Joodse complotten zou die zeker zo hard zijn aangepakt als Haifi. En als de lijsttrekker van een autochtone partij zulke dingen over Israel zou twitteren als Ouali deed, zou de verontwaardiging niet minder groot zijn.

Alleen zouden er dan geen opiniestukken in de NRC hebben gestaan om zo iemand te verdedigen en zou Klaver niet als slachtoffer van de oppermachtige louche Joodse, sorry, zionistische lobby worden neergezet.

Ratna Pelle

 

De sympathie van Denk en NIDA (IMO)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2018/04/08/sympathie-denk-en-nida/

 

= IMO Blog = 

Zoals verwacht deden kleinere uitgesproken partijen het goed bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart, zowel ter linker- als ter rechterzijde. Althans in de grote steden, want in veel kleinere plaatsen wonnen vooral lokale partijen die vaak geen bijzonder radikale standpunten hebben maar in de beleving van veel mensen dichter bij de zorgen van de gewone man en vrouw staan dan landelijke partijen. Denk, NIDA en ook de Partij voor de Dieren worden vaak bij de progressieve partijen ingedeeld, maar de vraag is of dat terecht is. Denk en Bij1 worden in de stemwijzers steevast bij de linkse partijen gerekend, en daardoor kreeg ik ze bij de vorige landelijke verkiezingen nogal bovenaan bij de resultaten. Onterecht lijkt mij als je bedenkt dat Denk stevig sympathiseert met Erdogan en behoorlijk Turks nationalistisch is.

Het is een bekende paradox: Nederlands (of Westers) nationalisme is bij links niet erg populair, maar nationalisme van minderheden en vooral van niet westerse volken is dat wel. Joods nationalisme is helemaal erg en wordt door velen als racisme en kolonialisme gezien, Palestijns nationalisme geldt als bevrijdingsstrijd van een inheems en onderdrukt volk en krijgt dus sympathie van links. Dat juist onder moslims vaak nogal conservatieve waarden heersen wat betreft vrouwen, homo’s en allerhande vrijheden, daar voelt men zich soms ook wel wat ongemakkelijk over, maar wordt toch vaak op de koop toe genomen, al zijn er ook grenzen. Zo stond Jesse Klaver vanaf het begin kritisch tegenover de linkse samenwerking met NIDA in Rotterdam, en oefende hij direct stevige druk uit op de fractievoorzitster om de stekker eruit te halen toen de “Israel = IS” tweet van Nourdin el Ouali opdook. Geen gemaar, niks ‘maar Israel is ook wel erg’ etc. Lodewijk Asscher noemde de tweet zelfs antisemitisch, en Lilian Marijnissen sprak zich kritisch uit over het islamitische karakter van NIDA. De lokale lijsttrekkers waren overigens minder kritisch.

En in Amsterdam is men ook niet bepaald enthousiast om met Denk in zee te gaan. Deze allochtone partijen combineren linkse ideeën over sociaal beleid en steun voor vluchtelingen met conservatieve ideeën over gezag, emancipatie en andere minderheden dan die waartoe men zelf behoort. Volgens sommigen is de winst van deze partijen behoorlijk verontrustend. Zo schrijft Jan Gajentaan in OpinieZ dat:

Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog krijgt het antisemitisme weer invloed op politiek niveau. We stonden erbij en keken ernaar.

Dat NIDA, net als overigens Denk, tegen het antisemitisme aanschurkt, mag inmiddels duidelijk zijn. In de gewraakte tweet worden Israel en IS op een aantal punten gelijkgesteld: beide zouden een ‘illegaal gecreëerde staat’ vormen, religie als excuus gebruiken, de inheemse bevolking terroriseren, door het westen worden gefinancierd, en de internationale gemeenschap zou bij beide de andere kant op kijken. Het is niet alleen nonsens, er zitten bekende antisemitische stereotyperingen en complottheorieën achter, zoals de idee dat het westen (en vaak ook Israel) achter IS zit. Ook de idee dat Joden niet inheems zijn en dat zij hun religie misbruiken (en dat uit de mond van de lijsttrekker van een partij die banden heeft met de Moslimbroederschap) zijn dubieus.

Joden woonden duizenden jaren in het gebied, zijn er meermaals verdreven of weggepest, en vormden al vanaf eind 19e eeuw een meerderheid in Jeruzalem. Israel is niet Europees zoals de tweet stelt; veel Joden komen uit het Midden-Oosten en drukken hun stempel op het land en de cultuur. Joden werden door de eeuwen heen vaak neergezet als parasieten in de landen waar ze woonden, die zogenaamd alleen loyaal waren aan zichzelf en hun eigen snode plannen hadden, ook al woonden ze ergens al eeuwen en waren volkomen geïntegreerd. Dat veel Palestijnen eveneens relatief kort geleden naar het mandaatgebied Palestina emigreerden – omdat het land door zowel de Britten als de zionisten werd ontwikkeld en er daardoor werk was – wordt voor het gemak vergeten. Wanneer je werkelijk van mening bent dat IS met zijn gruweldaden en totale minachting voor vrouwen en andersgelovigen, op een lijn te stellen is met Israel, dan ben je niet geschikt voor de politiek, en al helemaal niet voor progressieve politiek.

Het is overigens niet de eerste keer dat NIDA de grenzen opzoekt. Bart Schut somde in het NIW een paar eerdere incidenten op:

Zo was partijleider Nourdin el Ouali de enige Nederlandse politicus die vorig jaar april sprak tijdens de (pro-)Hamasconferentie in de Rotterdamse Doelen. Begin dit jaar wilden de islamisten nog een busmaatschappij boycotten omdat het moederbedrijf Israëlisch is. Tijdens een mede door Nida georganiseerde demonstratie werd zomer 2017 in Rotterdam de inmiddels beruchte antisemitische slogan khaybar khaybar ya yahud gescandeerd. En natuurlijk heeft u in NIW 19 het door Carel Brendel geschreven exposé over de banden tussen Nida en de Moslimbroederschap en Hamas kunnen lezen.

Waarom dan noemde Jesse Klaver, die zo resoluut reageerde toen de “Israel = IS” tweet anderhalve week voor de verkiezingen opeens opdook, NIDA in Buitenhof een dag eerder nog ‘een progressieve partij’? Omdat men een of ander homo manifest had ondertekend, en omdat men net als GroenLinks een sociaal beleid in Rotterdam wil voeren, en fel tegen discriminatie is. Maar dat laatste geldt alleen als het de eigen groep betreft, en het sociale beleid komt ook vooral de eigen achterban van armere allochtonen ten goede. Terwijl op GroenLinks veel mensen stemmen die zelf wit en hoogopgeleid zijn en goede kansen hebben, stemmen op NIDA en Denk vooral mensen die zelf profiteren van hogere uitkeringen en meer subsidies voor sociaal werk. Net zoals er op de VVD veel mensen stemmen die zelf goed verdienen en daarom voor lagere belastingen en minder sociaal beleid zijn.

Misschien klinkt het wat verheven, maar in mijn ogen moet een partij niet vooral bezig zijn met hoe ze de belangen van een bepaalde groep binnen de samenleving kan behartigen, maar hoe de samenleving als geheel beter kan functioneren en zo eerlijk mogelijk ingericht kan worden. Waar de oude politieke stromingen een brede visie hadden (die niet per se de drijfveer van het stemvee was), hebben we nu rechtse partijen die de stem van vooral de armere autochtoon vertolken (die bang zijn om door al die vaak ook arme allochtonen er zelf op achteruit te gaan) en zogenaamd linkse partijen die de stem van de soms ook werkelijk gediscrimineerde allochtoon vertolken. Het gevolg is meer polarisatie.

(Vervolg: ‘De twee maten van NIDA‘)

Ratna Pelle

 

zaterdag 7 april 2018

Israël: vertekend beeld onder vergrootglas media (Ratna Pelle)

 


(© foto IPI 2011)

 

 

http://www.israel-palestina.info/actueel/2018/04/07/israel-vertekend-beeld-vergrootglas-media/

 

Ratna Pelle

 

De staat Israël ligt in de berichtgeving door de media vaak onder een vergrootglas, waarbij vooral de negatieve zaken veel aandacht krijgen. Daarvoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen. De Werkgroep Accuratesse en Authenticiteit in Reportages (WAAR) volgt het nieuws over Israël kritisch en corrigeert dat waar nodig. In WAAR zitten burgers met een Joodse, christelijke en niet religieuze achtergrond en van allerlei politieke richtingen. Ook de website Israël-Palestina Info (IPI) probeert het vaak eenzijdige beeld over Israël in de media bij te stellen en aan te vullen. Ratna Pelle is actief bij beide groepen.

 

Vanuit WAAR en IPI zijn specifieke onderzoeken gedaan naar de berichtgeving van het NOS Journaal en NRC Handelsblad over Israël. Voor het NRC onderzoek is de berichtgeving tijdens verschillende periodes gevolgd en werden alle artikelen in kaart gebracht en op een aantal criteria beoordeeld. Er kwam een ontluisterend beeld uit naar voren: Palestijnen en mensen en organisaties die sympathiek tegenover hun zaak staan, kwamen veel vaker aan het woord en werden ook met meer instemming geciteerd dan mensen en organisaties uit pro-Israëlische hoek. Feit en visie werden regelmatig door elkaar gehaald, waarbij achtergrondartikelen lazen als opiniestukken.

Op een paar belangrijke onderwerpen was de mening van de krant voortdurend hinderlijk aanwezig, zoals het standpunt dat Israël zonder voorwaarden met Hamas moet praten, en Hamas eigenlijk veel gematigder zou zijn dan Israël ons wil doen geloven. Ook de visie dat de Israëlische bezetting en nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever het hoofdprobleem zijn en Israël eigenlijk geen vrede zou willen, klonk geregeld door. Door selectief en stigmatiserend woordgebruik bekende men eveneens kleur: Israëlische politici met ferme of nationalistische standpunten werden steevast haviken, extreem nationalistisch, extreemrechts of ultranationalistisch genoemd. Palestijnse politici met even onverzoenlijke ideeën kregen die negatieve aanduidingen niet. Hun uitspraken werden doorgaans genegeerd.

Naar de berichtgeving bij de NOS is onderzoek gedaan door de organisaties WAAR en Missing Peace, waarbij men tot vergelijkbare uitkomsten kwam. Tijdens de Gaza Oorlog van 2014 bijvoorbeeld werd zelden vermeld hoe Hamas raketten vanuit bevolkingslocaties afschoot en burgers als menselijk schild inzette, en was er weinig aandacht voor de redenen dat er zoveel minder slachtoffers vielen in Israël: Israël bouwde namelijk schuilkelders, versterkte woningen en deed er alles aan de eigen bevolking te beschermen.

De berichtgeving in beide media is sindsdien niet verbeterd. Een nieuw dieptepunt vormde een uitzending van het NOS Jeugdjournaal van 9 september 2017, toen men beelden en interviews van de organisatie Save the Children letterlijk overnam, zonder dit duidelijk aan te geven. Deze gaven een vertekend beeld van de nijpende situatie in Gaza, en legden de verantwoordelijkheid voor de problemen alleen bij Israël terwijl Hamas en de Palestijnse Autoriteit onvermeld bleven. Na klachten verscheen vijf dagen later een rectificatie op de NOS website, waarin werd gemeld dat ook leiders van andere landen, de Palestijnen zelf en Egypte met de problemen te maken hebben.

NRC Handelsblad schreef in 2016 een serie artikelen over de zogenaamde wet BEU (wet Beperking Export Uitkeringen), waarin de uitkeringen voor Nederlanders in het buitenland worden geregeld. Volgens de NRC werd ten onrechte ook een volledige AOW-uitkering betaald aan Nederlanders die over de zogenoemde Groene Lijn (dus in ‘Palestijns gebied’) wonen of zijn gaan wonen. Ik ga hier verder niet in op de details, maar van een zaak die over welgeteld elf mensen ging (deels overlevenden van de Holocaust) die een paar honderd Euro teveel zouden hebben ontvangen, maakte de NRC een schandaal van de eerste orde waarin een vermeende machtige lobby ervoor zorgde dat onze democratisch besloten wetten met voeten werden getreden. Men weidde er diverse artikelen aan en uiteindelijk werden er 156 Kamervragen over deze non-kwestie gesteld.

In december en januari jongstleden was er in de media veel aandacht voor nog zo’n onbelangrijk voorval: de volgens de meeste media zestienjarige Ahed Tamimi (waarschijnlijk is zij ouder) werd gearresteerd nadat zij twee Israëlische soldaten te lijf was gegaan. In de meeste landen is het ondenkbaar dat je soldaten aanvalt en die niets terug doen, maar de Israëliërs gaven geen kik. Ahed had al enige bekendheid gekregen door eerdere filmpjes waarin zij tekeer ging tegen soldaten. Zij is voor veel Palestijnen een heldin, zo lazen wij, een symbool van de strijd tegen ‘de bezetting’. Hoe gewelddadig die strijd is, en dat met ‘de bezetting’ heel Israël wordt bedoeld, lazen we niet. Zowel zijzelf als haar ouders en andere familieleden verheerlijken geweld en terreuraanslagen tegen Israëlische burgers. Een achternicht die door Ahed als heldin wordt geprezen, speelde een grote rol bij een zelfmoordaanslag in Jeruzalem waarbij vijftien doden vielen. Ahed wil zelf ook graag martelaar worden voor de Palestijnse zaak, zoals ze onlangs zei, maar dat alles kreeg geen aandacht in de media.

Sommige zaken halen zelden het nieuws, zoals verijdelde aanslagen in Israël of extreme uitlatingen en dreigementen van Hamas en Fatah kopstukken. Een Israëlische politicus of rabbijn die agressieve of extremistische taal uitslaat wordt wel nieuwswaardig geacht. Ook voor het wijdverbreide Palestijnse antisemitisme is nauwelijks aandacht. De extreme visies van bekende Palestijnse activisten worden veelal onderbelicht; zij worden kritiekloos geïnterviewd en hun strijd wordt vaak als gerechtvaardigd neergezet. Regelmatig komen zielig overkomende en volkomen onschuldige vrouwen en jongeren in beeld, wiens huizen worden vernield en land afgepakt. Over de achtergronden horen we weinig, wederhoor wordt nauwelijks toegepast. Wanneer iemand uit pro-Israëlische hoek al aandacht krijgt, zijn de vragen doorgaans scherp. Als bij een Israëlische vergeldingsaanval doden te betreuren zijn, wordt weinig aandacht besteed aan de redenen van de aanval.

Voor deze negatieve berichtgeving over Israël zijn verschillende redenen aan te geven. In het algemeen houden media meer van slecht dan goed nieuws, en in koppen wordt het nieuws vaak nog wat gedramatiseerd om mensen tot lezen te verleiden. (Wat te denken van een kop als ‘Israël gunt Palestijnen geen snipper van Jeruzalem’ in NRC van 2 januari?)

Doden worden eerder genoemd dan gewonden, dus wanneer een Palestijn wordt doodgeschoten nadat hij een Israëlische politieagent verwondde, staat de dood van de Palestijn centraal, niet wat daarvan de aanleiding was. Ook foto’s moeten de aandacht trekken, en een platgebombardeerd huis maakt meer indruk dan een Palestijnse raket die alleen lichte schade heeft aangericht. Israël is terughoudend in het verspreiden van beelden na aanslagen waarop teveel details te zien zijn, terwijl Palestijnen geen problemen hebben met bloederige taferelen. Overigens zijn er ook bewijzen van Palestijnse manipulatie met geënsceneerde beelden van slachtoffers.

Journalisten sympathiseren vaak met de zwakkere partij. Daarbij zijn er veel beelden van Palestijnen in trieste omstandigheden. In geen enkel gebied lopen zoveel journalisten rond en zijn zoveel buitenlandse (hulp)organisaties actief. Het is een prettig land voor oorlogsjournalisten, want Israël biedt hen het comfort en ook de veiligheid die men in het westen gewend is terwijl men ondertussen een belangrijk conflict kan verslaan. Ook speelt de kritische Israëlische pers een rol: in de krant Haaretz staan dagelijks artikelen over Israëls (vermeende) wandaden. Er zijn honderden Israëlische en Palestijnse NGO’s die alles wat er in de bezette gebieden gebeurt kritisch volgen, althans voor zover het Israëlisch handelen betreft. Palestijnse wandaden zoals het oppakken van dissidenten, wijdverbreide corruptie, wanbestuur en martelingen mogen niet vrijelijk worden aangekaart en krijgen daarom veel minder aandacht.

Westerse journalisten maken dankbaar gebruik van de informatie uit Israëlische media en van NGO’s zoals Betselem en Breaking the Silence, die een goede naam hebben in het westen, maar wiens informatie niet alleen eenzijdig maar soms ook onjuist is. De pro-Israëlische bloggers en organisaties die zulke dingen aan het licht brengen, worden genegeerd want zijn partijdig. Israëls democratie en vrije pers is zo tevens haar zwakte. Daarbij kunnen Israëlische politici nogal fel en vrijpostig zijn in hun uitlatingen, en halen al gauw de Holocaust en antisemitisme erbij. Dat geldt ook voor bekende Israëlische schrijvers, rabbijnen enzovoort. Wanneer Joden zelf bepaalde praktijken of wetten met hun eigen verleden vergelijken, is het aanlokkelijk voor journalisten om daarover te schrijven.

Israël staat in de schijnwerpers omdat haar geschiedenis verbonden is met die van het christendom en omdat we ons erg bij de moderne geschiedenis betrokken voelen. Daarbij speelt enerzijds schuldgevoel over de Tweede Wereldoorlog een rol, anderzijds de idee dat Israël ons iets is verschuldigd: we zouden het vanuit Europa hebben gesteund na de Holocaust en aan de oprichting hebben bijgedragen, en daarom mogen we ons nu, meer dan bij andere landen, bemoeien met haar beleid waar ons dat tegenstaat. Het blijven voor veel mensen toch een beetje ‘onze Joden’ die nu zelf tot nare dingen in staat blijken.

Daarbij ligt de combinatie van Joden met wapens en macht voor velen lastig; Joden, dat zijn de onschuldige slachtoffers van het antisemitisme en nazisme in Europa en elders, die zelf beter horen te weten en bij wie we de lat daarom hoger lijken te leggen dan bij andere landen en volken. Op deze manier pleiten we onszelf (onbewust) vrij. Sommige opiniemakers beweren met droge ogen dat de Israëliërs nu hetzelfde doen als hen in de jaren 1930 en zelfs erna overkwam: ze zijn geen haar beter maar verdoezelen hun wandaden door telkens ons schuldgevoel aan te wakkeren met de Holocaust. En wanneer hen antisemitisme verweten wordt, kunnen ze wijzen op kritische Joden die hetzelfde beweren.

Israël zelf is ook veranderd: aanvankelijk werd het geregeerd door centrumlinkse coalities die zich pragmatisch opstelden en vrede met hun buren nastreefden, maar vanaf 1977 kregen hardliners en religieuze partijen meer invloed en werd de visie dominanter dat de Westelijke Jordaanoever (Judea en Samaria) in Israëlische handen moet blijven, deels om strategische en deels uit religieuze overwegingen. De twee Palestijnse intifada’s, het mislukken van het Oslo vredesproces en de groeiende macht van Hamas hebben die tendens in Israël gevoed. De beelden van de Libanon Oorlog in de tachtiger jaren en daarna de beide intifada’s en het geweld waarmee daartegen werd opgetreden, hebben de publieke opinie (en ook de houding van de media) doen kantelen. Israël kon niet meer automatisch op begrip rekenen; het geweld werd als excessief en buitenproportioneel gezien.

Toch is het Israëlisch-Palestijns conflict relatief mild vergeleken met andere conflicten. Er zijn vele bezettingen, doorgaans met ernstigere misstanden en meer willekeur en repressie (en geen onafhankelijk hooggerechtshof waar de slachtoffers een beroep op kunnen doen), maar als van ‘de bezetting’ wordt gesproken bedoelt men altijd de zogenaamde Palestijnse gebieden. Bijna iedereen vindt dat de Palestijnen recht hebben op een eigen staat, vaak zonder verdere voorwaarden, terwijl volkeren als de Koerden of de Tibetanen daar minstens zoveel recht op zouden hebben op grond van objectieve criteria zoals een eigen taal, cultuur en geschiedenis, en de mate waarin die onder druk staan zonder die eigen staat. De berichtgeving over Israël speelt hierin uiteraard een grote rol.

Israël wordt gezien als een westers land dat grondgebied van niet-westerlingen bezet houdt. Wanneer een niet-westerse mogendheid hetzelfde doet heeft dat minder nieuwswaarde. Over andere bezettingen en volken zonder staat weten we daarom minder, en de landen die hen die staat zouden moeten geven zijn groter, ondemocratischer en moeilijker te beïnvloeden. We zijn geneigd Israël als westers land aan hogere normen te houden, en door zijn grote afhankelijkheid van het buitenland zijn er meer mogelijkheden invloed uit te oefenen dan bij bijvoorbeeld China of Rusland. Daarbij gaat het ook om eigenbelang: we onderhouden goede handelsbetrekkingen met de Arabische wereld en houden die dus graag een beetje te vriend.

Een kritische houding tegenover Israël is op zichzelf heel legitiem: het is de taak van de media om kritisch te zijn en door propaganda heen te prikken. Israël is, in tegenstelling tot wat veelal wordt beweerd, zeker niet boven kritiek verheven en er zijn verschillende zorgelijke tendensen in de Israëlische samenleving en politiek. Wel problematisch is de vaak eenzijdige en vertekende berichtgeving waarin Palestijns extremisme, Palestijns en Arabisch antisemitisme en problemen in de Palestijnse maatschappij stelselmatig worden onderbelicht en de bezetting als hoofdoorzaak voor het conflict wordt aangewezen. Het recent verschenen boek van Els van Diggele, waarin juist onderlinge Palestijnse problemen centraal staan, bracht daarin enige nuance en is ook door de media opgepikt. De teneur is echter onveranderd kritisch en vaak eenzijdig tegenover Israël.

Een zorgelijke ontwikkeling daarbij is dat met het anti-Israëlische ook het antisemitische sentiment wordt gevoed. Antizionisme en daaruit afgeleide Jodenhaat (beide liggen vaak dicht bij elkaar) komen tegenwoordig uit verschillende hoeken en raken soms vermengd: zowel het ‘klassieke’ antisemitisme van extreemrechts als extreemlinks alsook islamitisch antisemitisme worden aangewakkerd door de aanhoudende negatieve berichtgeving over Israël. Bovendien wordt het als legitiem beschouwde antizionisme steeds vaker als dekmantel wordt gebruikt voor antisemitisme. Tijdens uitbarstingen van geweld zoals de laatste Gaza Oorlog (die dagelijks uitgebreid op tv en in de kranten werd verslagen) neemt ook geweld tegen Joden toe. Tijdens pro-Palestina demonstraties worden antisemitisme leuzen geschreeuwd en hitsen mensen als rapper Appa de demonstranten verder op. Met name linkse organisaties en partijen hebben te weinig oog voor de gevaren hiervan en het extremisme bij (een deel van) de pro-Palestina beweging. Radicale antizionisten zoals Dyab Abou Jahjah krijgen in de media een podium; Abou Jahjah kon afgelopen zomer drie uur lang op tv zijn verhaal doen in Zomergasten en heeft meermaals in NRC Handelsblad gestaan. De media zouden zich meer bewust moeten zijn van hun verantwoordelijkheid wat dit betreft, en zouden de grens tussen legitieme kritiek op Israël en radicale en ophitsende visies beter moeten bewaken.

 

Literatuur:

Els van Diggele: We haten elkaar meer dan de Joden – Tweedracht in de Palestijnse maatschappij; Atheneaeum – Polak & van Gennep, 2017

Verwijzingen internet:

·         WAAR

·         Israel-Palestina.Info

·         NRC onderzoek

·         NOS onderzoek

·         Uitzending Jeugdjournaal

·         NRC en de wet BEU

·         NRC voert lastercampagne tegen Israëlische AOW’ers

·         Ahed Tamimi

·         NRC: Israël gunt Palestijnen geen snipper van Jeruzalem


Dit artikel werd op verzoek geschreven voor het blad Zicht van het wetenschappelijk instituut van de SGP, waarin het werd geplaatst afgelopen maart in een thema-nummer over Israël.